RECHTBANK AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 12109569 \ CV EXPL 26-2186
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 11 augustus 2026
in de zaak van
[eiser] ,
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
procederend in persoon,
tegen
de naamloze vennootschap
POSTCODE LOTERIJ N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Postcode Loterij,
gemachtigde: mr. G.M. Engidashet.
De zitting wordt gehouden in het gebouw van de rechtbank in Amsterdam.
De zaak wordt behandeld door mr. R. Kruisdijk, kantonrechter, bijgestaan door mr. M.F. van Grootheest als griffier.
Aanwezig zijn:
- [eiser] ; - aan de zijde van Postcode Loterij: [naam 1] , jurist, [naam 2] , hoofd juridische zaken, en [naam 3] , jurist, met mr. Engidashet en mr. L.P.W. Mensink.
Partijen hebben op de zitting hun standpunten toegelicht. Vervolgens is de mondelinge behandeling gesloten en heeft de kantonrechter op de zitting in aanwezigheid van partijen mondeling uitspraak gedaan.
1. De gronden van de beslissing
[eiser] vordert een verklaring voor recht dat er een rechtsverhouding heeft bestaan tussen hem en Postcode Loterij, die voorkomt uit deelname aan de loterij van Postcode Loterij, en dat Postcode Loterij gehouden is de uit die deelname voortvloeiende aanspraken correct na te komen. Postcode Loterij verzet zich op zich niet tegen de toewijzing van de gevorderde verklaring voor recht, maar heeft aangevoerd dat [eiser] geen belang heeft bij die vordering en deze daarom moet worden afgewezen. De kantonrechter volgt Postcode Loterij hierin en zal dit deel van de vordering afwijzen. Aan het eind van deze uitspraak wordt uitgelegd waarom [eiser] geen belang heeft bij dit deel van zijn vordering.
[eiser] vordert vervolgens de betaling van de waarde van drie KPN-aandelen en uitbetaling van het bedrag van een winnend lot dat in december 2001 op zijn postcode zou zijn gevallen, te weten een bedrag van 18,3 miljoen euro. [eiser] beperkt zijn vordering tot de kantongrens van € 25.000,00,
Ten aanzien van de KPN-aandelen kan de kantonrechter niet vaststellen dat er in december 2001 sprake was van een kansspelovereenkomst tussen [eiser] en Postcode Loterij. [eiser] was toen geen deelnemer en hij heeft dan ook geen recht op uitbetaling van een eventueel winnend lot. De vordering van [eiser] ‘ontbeert’ dus een grondslag. Ook kan de kantonrechter niet vaststellen dat in september 2002 alsnog met terugwerkende kracht over december 2001 een bepaald bedrag door Postcode Loterij is geïncasseerd op grond waarvan [eiser] wel deelnemer zou kunnen zijn. Daarom zal dit deel van de vordering worden afgewezen. Bovendien heeft Postcode Loterij met stukken onderbouwd dat de waarde van drie KPN-aandelen alsnog in 2009 aan [eiser] is uitbetaald. In zoverre heeft hij ook geen belang bij toewijzing van dit deel van zijn vordering.
Dan het winnende lot uit december 2001. De kantonrechter wil aannemen dat op enig moment, bijvoorbeeld in september 2002, er een kansspelovereenkomst heeft bestaan tussen [eiser] en Postcode Loterij, maar niet vastgesteld kan worden dat er in december 2001 een bedrag aan deelname door [eiser] is betaald, ook niet uit de latere incasso van september 2002. Vooral kan niet vastgesteld worden dat in december 2001 op de postcode van [eiser] een winnend lot is gevallen. [eiser] heeft zijn vordering op dit punt niet onderbouwd. Maar ook al zou er een winnend lot zijn op de postcode van [eiser] dan is die vordering op grond van de wet verjaard op grond van artikel 3:307 Burgerlijk Wetboek dan wel op grond van het destijds geldende reglement van Postcode Loterij komen te vervallen. Daarnaast kan in de overgelegde brief van Postcode Loterij geen toezegging worden gelezen van een mogelijke prijs. In die brief wordt hooguit gesproken over een kans op het winnen van een prijs, maar een toezegging staat niet in de brief.
[eiser] vordert verder afgifte van stukken van Postcode Loterij, zoals van de registratie van zijn deelname. Postcode Loterij heeft onweersproken aangevoerd dat [eiser] in 2016 aan Postcode Loterij heeft gevraagd om alle registratie- en deelnamegegevens van hem uit haar systeem te verwijderen en zij hiertoe is overgegaan. Postcode Loterij heeft die gegevens niet meer en kan die dus ook niet meer leveren aan [eiser] . Daarom zal ook dit deel van de vordering van [eiser] worden afgewezen.
Omdat alle vorderingen van [eiser] worden afgewezen, kan hij ook geen aanspraak maken op vergoeding van buitengerechtelijke kosten. Bovendien heeft [eiser] ook niet onderbouwd welke kosten hij gemaakt heeft.
De conclusie is dat alle vorderingen van [eiser] , ook het meer of anders gevorderde, zullen worden afgewezen. Dat maakt ook dat [eiser] inhoudelijk geen belang heeft bij de door hem gevorderde verklaring voor recht dat er een rechtsverhouding heeft bestaan tussen hem en Postcode Loterij.
Postcode Loterij vordert geen proceskostenveroordeling. Daarom zal die post niet worden toegewezen.
2. De beslissing
De kantonrechter wijst de vorderingen van [eiser] af.
Deze mondelinge uitspraak is gewezen door mr. R. Kruisdijk en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.