ECLI:NL:RBAMS:2026:8588

ECLI:NL:RBAMS:2026:8588

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 04-08-2026
Datum publicatie 28-08-2026
Zaaknummer 12121509 CV EXPL 26-2979
Rechtsgebied Civiel recht; Arbeidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Werknemer is een van de negen werknemers die bij een concurrent van de ex-werkgever in dienst is getreden. Geen schending van het geheimhoudingsbeding en het wervingsverbod. Wel schending van het relatiebeding: € 25.000,00 boete. Tussen ex-werkgever en werknemer gesloten vaststellingsovereenkomst onder invloed van dwaling tot stand gekomen. Werknemer moet ex-werkgever beëindigingsvergoeding van € 500.000,00 terugbetalen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht

Kantonrechter

Zaaknummer: 12121509 \ CV EXPL 26-2979

Vonnis van 4 augustus 2026

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

FUSION TRADE NETHERLANDS B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eisende partij,

hierna te noemen: Fusion Trade,

gemachtigden: mr. M.C.A. te Poel, mr. M.J. Bosselaar, mr. M. Branger en mr. L. Hilvering,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

gemachtigden: mr. P.G.M. Brouwer en mr. L.O. Molendijk.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt, voor zover van belang, uit:

- de dagvaarding met producties van 30 juni 2025, uitgebracht tegen [gedaagde] en negen andere gedaagden,

- de conclusie van antwoord met producties van [gedaagde] en de negen andere gedaagden, met tevens een vordering in reconventie, ingesteld door een van de andere gedaagden,

- het tussenvonnis van 17 oktober 2025,

- de e-mail van 3 februari 2026 waarin aan partijen is bericht dat de kantonrechter de procedure zal splitsen in individuele zaken per gedaagde,

- de regiezitting van 9 februari 2026,

- de rolbeslissing van 10 maart 2026,

- een per gedaagde aangepaste dagvaarding, nagekomen producties tot en met productie 65, een conclusie van antwoord in reconventie en een akte wijziging van eis, alle van de zijde Fusion Trade,

- een per gedaagde aangepaste conclusies van antwoord, nagekomen producties tot en met productie 68 van de zijde van [gedaagde] ,

- de mondelinge behandeling van 8 en 9 juni 2026, waarvan door de griffiers aantekeningen zijn gemaakt. Beide partijen hebben per e-mail opmerkingen bij de aantekeningen gemaakt.

Op 8 en 9 juni 2026 is de mondelinge behandeling gehouden. Deze procedure is gezamenlijk behandeld met de procedures tegen Chip 1 en de overige voormalig werknemers, die allen aanwezig waren. Namens Fusion Trade is verschenen [naam 1] , [functie] , bijgestaan door mr. Te Poel, mr. Bosselaar en mr. Branger. Voor Fusion Trade waren tolken aanwezig. [gedaagde] is verschenen en werd bijgestaan door mr. Brouwer en mr. Molendijk. Partijen hebben hun standpunten aan de hand van pleitnotities (per onderwerp) toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. Daarna is een datum voor vonnis bepaald.

Nadat [gedaagde] daartegen bezwaar had gemaakt, is beslist dat productie 66 van Fusion Trade niet tot de procedure wordt toegelaten, omdat deze niet tijdig is ingediend.

2. De feiten

Fusion Trade houdt zich bezig met de in- en verkoop van elektrische componenten en maakt deel uit van een internationaal concern. Het hoofdkantoor van Fusion Trade is gevestigd in Amerika (hierna: Fusion Trade Inc.).

[gedaagde] is van 1 april 2010 tot en met 29 februari 2024 in dienst geweest bij Fusion Trade. Op 1 april 2010 is hij in dienst getreden op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd voor de duur van 12 maanden. Deze tijdelijke overeenkomst is één keer verlengd. Op 1 april 2012 hebben partijen een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd gesloten. Vanaf 11 november 2018 tot het einde van zijn dienstverband verrichtte [gedaagde] de functie van [functie] en beschikte over een volmacht om Fusion Trade te vertegenwoordigen.

De tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst van 1 april 2012 bevatte een geheimhoudings-, anti-wervings- en relatiebeding. Op overtreding van een van deze bedingen is een boete gesteld van € 25.000,00 vermeerderd met € 5.000,00 per dag dat de overtreding voortduurt.

Op 22 februari 2016 hebben [gedaagde] en Fusion Trade Inc. een Confidentiality and Non-Solicitation Agreement (hierna CNSA) gesloten. Daarin staat ook een geheimhoudings-, anti-wervings- en relatiebeding.

Op 7 februari 2024 heeft [gedaagde] in een Whatsappgroep van Fusion Trade aangekondigd dat hij gaat vertrekken bij Fusion Trade.

[gedaagde] was bij Fusion Trade de direct leidinggevende van [naam 2] , [naam 3] , [naam 4] , [naam 5] , [naam 6] , [naam 7] , [naam 8] en [naam 9] (hierna ook: de voormalig werknemers).

Op 7 februari 2024 heeft [gedaagde] in een Whatsappgroep van Fusion Trade aangekondigd dat hij gaat vertrekken bij Fusion Trade.

[naam 2] heeft op 20 februari 2024 een Whatsappgroep aangemaakt onder de naam “Chip 1 dream team”. Onder meer [gedaagde] en de voormalig werknemers zaten in deze groep. [naam 3] heeft op 20 november 2024 de naam van de groep gewijzigd in “Chip 1 Wolves” en later die dag naar “Revolution”. [gedaagde] heeft de instellingen van de Whatsappgroep op 21 februari 2024 aangepast, in die zin dat berichten in beginsel binnen 24 uur uit deze groep verdwijnen. De naam van de Whatsappgroep is meerdere keren gewijzigd en had als laatst de naam “Festival Season”. [gedaagde] heeft in de Whatsappgroep geschreven: “Changed the name in case somebody opens it in the office.”, waarop [naam 2] reageerde: “If you still in the office set the group in silent.”.

Op 22 februari 2024 stuurde [naam 10] , CEO van Fusion Worldwide, voor zover van belang, de volgende e-mail aan [gedaagde] :

“[ [gedaagde] , ktr] I will come at you HARD if you raid my company. I Know you’ve alreade started! Stop! Trust me you don’t want this fight.

[gedaagde] beantwoordde die e-mail diezelfde dag, voor zover van belang, als volgt:

(…) I have started what??? People have contacted me since the 1st day that I left and me Thanking them and staying in touch as friends is not raiding anything.

Vervolgens hebben [gedaagde] en Fusion Trade op 22 februari 2024 een vaststellingsovereenkomst gesloten op grond waarvan de arbeidsovereenkomst op 29 februari 2024 is geëindigd. Als onderdeel van die overeenkomst heeft Fusion Trade een beëindigingsvergoeding van € 500.000,00 aan [gedaagde] betaald. In de vaststellingsovereenkomst zijn partijen overeengekomen, voor zover van belang, dat het geheimhoudings-, anti-wervings- en relatiebeding in de arbeidsovereenkomst van 1 april 2010 en de CNSA hun werking behouden. In de vaststellingsovereenkomst staat, voor zover van belang, het volgende:

In the event that a compelling reason arises prior to the Termination Date that justifies s summary dismissal of the Employee, or the employment contract ends by operation of law before the Termination Date, other than in a situation where the Employee secures employment elsewhere, the Employer is not liable to pay any salary or emoluments to the Employee nor make a Termination Payment after the employment ends.

(…) The Employee further certifies that they have not concealed any facts and/or circumstances of which they should reasonably be aware that they could have affected the contents of this settlement agreement, especially as regards the amount of the Termination Payment.

Tussen 16 en 27 februari 2024 hebben [naam 2] , [naam 3] , [naam 4] , [naam 5] , [naam 6] , [naam 7] , [naam 8] en [naam 9] hun arbeidsovereenkomst met Fusion Trade opgezegd. Nadat zij hadden opgezegd, zijn zij vrijgesteld van werk.

Op 29 februari 2024 heeft [naam 12] , werkzaam voor Fusion Trade in Italië, zijn arbeidsovereenkomst met Fusion Trade opgezegd. Hij is op 1 april 2024 in dienst getreden bij de Chip 1 Groep in Italië. In een verklaring van [naam 12] over zijn overstap naar de Chip 1 Groep Italië staat, voor zover van belang, het volgende:

It was well known that [ [gedaagde] , ktr] had moved to Chip1 to me and all others. As I knew Chip 1 as a well- respected company in this industry, I reached out to [ [gedaagde] , ktr] to inquire if there might be opportunities ther.. He simply advised me to contact headquarters and go through the proper process. He did not recruit me, nor did he attempt to influence me.

Chip 1 Exchange NL B.V. (hierna: Chip 1) is op 22 maart 2024 opgericht met [gedaagde] als enig bestuurder. [gedaagde] is bij Chip 1 werkzaam als Managing Director. Chip 1 houdt zich net als Fusion Trade bezig met de in- en verkoop van elektrische componenten. Het hoofdkantoor van de Chip 1 groep is gevestigd in Duitsland (hierna: Chip 1 Duitsland). Per 1 april 2024 is Chip 1 kantoorruimte gaan huren in Nederland.

[naam 2] , [naam 3] , [naam 4] , [naam 5] , [naam 7] , [naam 8] en [naam 9] zijn op 1 april 2024 in dienst getreden bij Chip 1. [naam 6] is op 1 mei 2024 in dienst getreden bij Chip 1.

Op 29 april 2024 heeft [naam 11] , werkzaam voor Fusion Trade in Italië, haar arbeidsovereenkomst met Fusion Trade opgezegd. Zij is op 1 juni 2024 in dienst getreden bij de Chip 1 Groep in Italië. In een verklaring van [naam 11] over haar overstap naar de Chip 1 Groep Italië staat, voor zover van belang, het volgende:

Independently, I reached out to Chip1 Exchange to gain a deeper understanding of the company, consulting former colleagues (…) [naam 3] and (…) [naam 9] to gather their insights and perspectives. Following my interview at headquarters, I made the decision to join the company. (…) I affirm that (…) [gedaagde] did not solicit, contact, or recruit me in any way.

Eind april 2024 heeft [gedaagde] op LinkedIn geschreven dat hij bij Chip 1 gaat starten als Executive Vice Predident.

[gedaagde] heeft in mei 2024 met [naam 7] via Whatsapp contact gehad over SMC, een relatie van Fusion Trade.

Bij brief van 27 juni 2024 heeft Fusion Trade [gedaagde] gesommeerd en verzocht te stoppen met onrechtmatig handelen en met het in strijd handelen met het geheimhoudings-, anti-wervings- en relatiebeding.

[gedaagde] heeft in juli 2024 met [naam 7] en [naam 8] via Whatsapp contact gehad over AY, een relatie van Fusion Trade.

[gedaagde] heeft in juli 2024 met [naam 9] via Whatsapp contact gehad over Boston en in september 2024 over Epoka, Polaris en Complies, alle een relatie van Fusion Trade.

[gedaagde] heeft in september 2024 met [naam 8] via Whatsapp contact gehad over ELKO, een relatie van Fusion Trade.

3. Het geschil

Fusion Trade vordert – samengevat en na wijziging van eis – [gedaagde] te veroordelen tot (terug)betaling van:

I. € 475.000,00 aan boetes vanwege schending van het wervingsverbod;

II. € 410.000,00 aan boetes vanwege schending van het relatiebeding;

III. € 375.000,00 aan boetes vanwege schending van het geheimhoudingsbeding;

IV. de wettelijke rente over de gevorderde boetes vanaf 2 juli 2024, dan wel 6 augustus 2024, dan wel vanaf een in goede justitie te bepalen datum;

V. € 500.000,00 aan beëindigingsvergoeding;

VI. € 6.775,00 (hoofdelijk) aan buitengerechtelijke incassokosten;

VII. de proceskosten vermeerderd met wettelijke rente.

[gedaagde] heeft verweer gevoerd.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Partijen zijn in de arbeidsovereenkomst een anti-wervings-, relatie- en geheimhoudingsbeding overeengekomen.

[gedaagde] is door ondertekening van de vaststellingsovereenkomst akkoord gegaan met het onverkort handhaven van de postcontractuele verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst en de CNSA. Dit betekent dat het anti-wervings-, relatie- en geheimhoudingsbeding op hem van toepassing zijn. Dat in de vaststellingsovereenkomst wordt verwezen naar de tijdelijke arbeidsovereenkomst van 1 april 2010 doet aan het voorgaande niet af. Het moet [gedaagde] duidelijk geweest zijn, mede gelet op de belangrijke functie die hij bekleedde bij Fusion Trade, dat Fusion Trade hem wilde houden aan deze postcontractuele bedingen.

In de CNSA is geen boete opgenomen op overtreding van het anti-wervings-, relatie- en geheimhoudingsbeding en de CNSA bevat ook geen verwijzing naar (het boetebeding in) de arbeidsovereenkomst. Op grond van de CNSA kunnen dan ook geen boetes worden gevorderd. Ook bij de uitleg van de bedingen in de arbeidsovereenkomst speelt de CNSA geen rol, omdat geen verband is gelegd met de arbeidsovereenkomst. Dit betekent dat de vordering van Fusion Trade tot betaling van contractuele boetes zal worden getoetst op basis van de in de arbeidsovereenkomst opgenomen bedingen.

Voor de beoordeling of [gedaagde] het anti-wervings-, relatie- en geheimhoudingsbeding heeft overtreden, is het van belang vast te stellen wat de reikwijdte is van deze bedingen. Bij de beantwoording van die vraag komt het op grond van de zogenaamde Haviltex-maatstaf aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan het betreffende beding mochten toekennen en op wat zij te aanzien daarvan redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.

Het anti-wervingsbeding

Het anti-wervingsbeding in de arbeidsovereenkomst luidt als volg:

During the period of one year after the termination date of the contract of employment, the Employee shall refrain from (i) engaging or soliciting for employment any individuals who are on the payroll of Fusion Trade or any of its subsidiaries or affiliated companies of who were so during the last six months of the Employee’s employment; (…).

Fusion Trade heeft aangevoerd dat op grond van het anti-wervingsbeding het verboden is om personen die op de loonlijst van Fusion Trade of aan haar gelieerde ondernemingen staan of hebben gestaan, te werven of in dienst te nemen, of hen aan te moedigen om hun arbeidsovereenkomst met Fusion Trade te beëindigen en/of om bij een andere partij in dienst te treden. Gelet op het woord “or” in het beding levert het aanmoedigen van een werknemer van Fusion Trade en het vervolgens daadwerkelijk in dienst nemen van die werknemer separate schendingen van het wervingsverbod op.

[gedaagde] heeft [naam 2] , [naam 3] , [naam 4] , [naam 5] , [naam 6] [naam 7] , [naam 8] en [naam 9] aangezet om bij Chip 1 in dienst te treden. Daarnaast heeft hij [naam 11] en [naam 12] aangezet om de overstap naar de Chip 1 Groep te maken en heeft hij geprobeerd om [naam 13] te overtuigen om de overstap naar Chip 1 te maken. Dit levert elf keer een schending op van het wervingsverbod op. Daarnaast heeft [gedaagde] als bestuurder van Chip 1 de voormalig werknemers in dienst genomen bij Chip 1. Dit levert acht keer een schending op van het wervingsverbod. [gedaagde] heeft derhalve 19 keer een boete van € 25.000 verbeurd en in totaal dus een boete van € 475.000,00, aldus steeds Chip 1.

[gedaagde] heeft als volgt verweer gevoerd. Een poging een oud-werknemer van Fusion Trade bij Chip 1 in dienst te laten treden dan wel een werknemer hiertoe aan te moedigen is geen schending van het wervingsbeding. Pas als iemand daadwerkelijk in dienst treedt, is er sprake van schending van het wervingsbeding. Fusion Trade vordert dan ook ten onrechte twee keer een boete van [gedaagde] . Het wervingsverbod moet zo worden uitgelegd dat het ziet op het direct in dienst nemen van een voormalig werknemer van Fusion Trade. Het is Chip 1 dan wel Chip 1 Duitsland geweest die voormalig werknemers van Fusion Trade in dienst heeft genomen en niet [gedaagde] .

Dat de overstap van [gedaagde] en de voormalig werknemers op een georganiseerde en planmatige wijze heeft plaatsgevonden, is niet waar. De timing is het logische gevolg van loyaliteit van de voormalig werknemers aan [gedaagde] en de onvrede die bij hen heerste over Fusion Trade. Nadat [gedaagde] zijn vertrek had aangekondigd bij Fusion Trade is hij benaderd door de voormalig werknemers die aangaven met hem te willen blijven werken. [gedaagde] heeft hen toen verwezen naar Chip 1 Duitsland. Elk van de voormalig werknemers had zijn of haar eigen reden om te vertrekken bij Fusion Trade. Zij waren ontevreden over de gang van zaken bij Fusion Trade en wilden graag met [gedaagde] blijven werken. Uit het bestaan van een Whatsappgroep volgt niet dat sprake is geweest van werven. Die groep is aangemaakt twee weken nadat [gedaagde] zijn vertrek bij Fusion Trade had aangekondigd. De mensen die in deze groep zaten, waren toen al voornemens om hun baan bij Fusion Trade op te zeggen.

[gedaagde] heeft de [naam 11] , [naam 12] en/of [naam 13] niet aangezet om bij Chip 1 in dienst te treden. [naam 11] en [naam 12] hebben verklaard dat zij zelf contact hebben opgenomen met Chip 1 Duitsland. [gedaagde] heeft met [naam 13] contact gehad, maar uit dit contact blijkt niet van enige poging [naam 13] te werven voor Chip 1.

[gedaagde] betwist dat hij al geruime tijd bezig was om Chip 1 op te richten. Maar zelfs als dat al zo zou zijn, is dat geen schending van het wervingsbeding, aldus steeds [gedaagde] .

Geoordeeld wordt als volgt.

In de kern komt het anti-wervingsbeding erop neer dat [gedaagde] zich dient te onthouden van het in dienst nemen of werven van (oud)personeel van Fusion Trade. Anders dan Fusion Trade heeft aangevoerd kan het beding niet zo worden uitgelegd dat het werven van en het in dienst nemen van twee separate boetes opleveren. In het geval iemand met succes wordt geworven is het logische gevolg daarvan dat hij in dienst treedt. Dit ligt in elkaars verlengde en levert dan ook niet twee keer een boete op. Wel kan het beding aldus worden uitgelegd dat als een wervingspoging niet tot een indiensttreding leidt, dit een boete oplevert. Andersom geldt dat ook. Als iemand in dienst wordt genomen, zonder dat die persoon is geworven, kan dat ook een boete opleveren.

Eerst zal worden beoordeeld of [gedaagde] zich schuldig heeft gemaakt aan het werven van voormalig werknemers van Fusion Trade. Werven houdt een zekere actieve handeling in, waarbij iemand de ander probeert te overtuigen om bij de huidige werkgever op te zeggen en bij een andere werkgever in dienst te treden.

Het aanmaken van de Whatsappgroep is dubieus en wat daarin precies is uitgewisseld kan niet worden vastgesteld. Berichten werden immers automatisch verwijderd en ter zitting is duidelijk geworden dat iedereen de Whatsappgroep ondertussen heeft verwijderd. Fusion Trade is aan enkele berichten uit de Whatsappgroep gekomen via een werknemer ( [naam 14] ) die ook in die groep zat, maar kennelijk wel bij Fusion Trade in dienst is gebleven en naar aanleiding van een kort geding procedure waarin Chip 1 dan wel de voormalig werknemers werden veroordeeld om informatie te verstrekken. [naam 14] heeft er echter bewust voor gekozen om geen verklaring af te geven. Uit de Whatsappberichten die wel beschikbaar zijn, blijkt niet dat [gedaagde] een van de voormalig werknemers probeert te werven ten behoeve van Chip 1.

Verder speelt mee dat [gedaagde] en een deel van de voormalig werknemers een vriendengroep vormt die regelmatig buiten kantoor afsprak. Dat tijdens een van deze afspraken door [gedaagde] actief is geworven, is niet vast komen te staan. De voormalig werknemers hebben allen verklaard dat zij ontevreden waren over de gang van zaken bij Fusion Trade en dat zij graag met [gedaagde] wilden blijven werken. Het is daarom niet uitgesloten dat, mede gelet op de band die de voormalig werknemers ieder zeggen te hebben met [gedaagde] , het de eigen keuze van ieder van de voormalig werknemers is geweest om voor Chip 1 te willen werken, omdat [gedaagde] daar aan de slag zou gaan. [gedaagde] heeft verklaard dat hij heel goed wist dat hij niemand mocht werven en dat hij de voormalig werknemers desgevraagd heeft doorverwezen naar Chip 1 Duitsland. Op dat moment waren [gedaagde] en de voormalig werknemers allen nog werkzaam voor Fusion Trade. Deze handelwijze van [gedaagde] is weliswaar niet chique, zeker niet in zijn positie als leidinggevende van Fusion Trade, maar kan niet worden beschouwd als een wervingshandeling. Bovendien stond het de voormalig werknemers vrij om bij Chip 1 in dienst te treden (ook in groepsverband), omdat in de arbeidsovereenkomsten geen concurrentiebeding is opgenomen. Dat laatste, zo heeft Fusion Trade ter zitting meegedeeld, is een bewuste keuze.

Het is de vraag of [gedaagde] (en de voormalig werknemers) tijdens de mondelinge behandeling volledige openheid van zaken heeft gegeven, maar daar staat tegenover dat deze houding ingegeven zou kunnen zijn door de gigantische boetes die gevorderd worden. Hoe het ook zij, het voert te ver om op basis van de informatie die wel voorhanden is de conclusie te trekken dat [gedaagde] de voormalig werknemers heeft aangemoedigd om te vertrekken bij Fusion Trade en bij Chip 1 in dienst te treden. Het heeft er veel van weg dat het een gezamenlijke actie van [gedaagde] en de voormalig werknemers is geweest, maar dit levert nog geen wervingshandeling op. Deze aanname wordt gesteund door het feit dat ook niet is gebleken dat [gedaagde] enig andere werknemer van Fusion Trade buiten de groep van de voormalig werknemers heeft gepoogd te werven.

[naam 12] en [naam 11] hebben ieder voor zich verklaard dat zij niet door [gedaagde] zijn benaderd om in dienst te treden bij Chip 1. Een wervingshandeling door [gedaagde] kan dan ook niet worden vastgesteld.

Fusion Trade heeft Whatsappberichten tussen [gedaagde] en [naam 13] in het geding gebracht. Uit die berichten volgt dat [naam 13] bij [gedaagde] informeerde wat er aan de hand was, omdat in korte tijd [gedaagde] en een aantal van de voormalig werknemers hadden opgezegd. [gedaagde] antwoordde daarop dat [naam 13] maar naar Amsterdam moest komen en dat [gedaagde] het hem dan zou uitleggen. Dit kan niet worden beschouwd als een wervingshandeling.

De conclusie is dan ook dat [gedaagde] zich niet schuldig heeft gemaakt aan het werven van (oud)werknemers van Fusion Trade.

Dan is de vraag of [gedaagde] oud-werknemers van Fusion Trade in dienst heeft genomen.

In het beding staat alleen dat ‘in dienst nemen’ niet is toegestaan. In het beding staat niet dat dit ook ‘indirect’ niet mag bij andere rechtspersonen, wat wel gebruikelijk is bij dergelijke bedingen. Uit de tekst volgt dus alleen dat [gedaagde] geen werknemers van Fusion Trade in dienst mag nemen. De tekst van het beding verbiedt niet dat werknemers van Fusion Trade in dienst treden bij een vennootschap waarvan [gedaagde] bestuurder is, zoals bij Chip 1 het geval is. Daarbij is ook van belang dat [gedaagde] geen eigenaar is van (de aandelen in) Chip 1; Chip 1 Duitsland is enig aandeelhouder van Chip 1. Terecht heeft [gedaagde] er in dit kader op gewezen dat eventuele onduidelijkheid hierover voor rekening en risico komt van Fusion Trade als opsteller van het beding.

De conclusie is dat [gedaagde] het wervingsbeding niet heeft geschonden en dus geen boetes heeft verbeurd.

Relatiebeding

Het relatiebeding in de arbeidsovereenkomst luidt als volgt:

During the period of one year after the termination date of the contract of employment, the Employee shall refrain from (i) (…) (ii) soliciting or entering into commercial relationships in respect of Fusion Trade core activities with any person or entity which is a client of Fusion Trade or any of its subsidiaries or affiliated companies on the date on which the contract of employment terminates, of was a client during the year prior to that date.

Fusion Trade stelt dat het [gedaagde] op grond van het relatiebeding was verboden om met klanten of leveranciers van Fusion Trade een commerciële relatie aan te gaan of die te benaderen dan wel daarmee op enige wijze contact te onderhouden. Voor de toepasselijkheid van het relatiebeding is het niet relevant wie het initiatief tot contact heeft genomen. Ook het aangaan van een commerciële relatie nadat een relatie eerst contact opnam, is in strijd met het relatiebeding, aldus Fusion Trade.

[gedaagde] heeft aangevoerd dat het woord “soliciting” moet worden uitgelegd als het actief werven van klanten. Het relatiebeding strekte niet zo ver dat het verboden was met een relatie Fusion Trade contact te hebben. Wanneer een klant zelf contact opneemt is geen sprake van werven van die klant. Daarnaast heeft Fusion Trade niet bewezen dat de door haar genoemde relaties op het moment dat zij contact opnamen met [gedaagde] of een van de voormalig werknemers nog daadwerkelijk klant was bij Fusion Trade. Op oud-relaties is het beding niet van toepassing. Verder geldt dat de reikwijdte van het relatiebeding is beperkt tot het “aangaan” van relaties met klanten van Fusion Trade. Alle door Fusion Trade genoemde klanten waren al een relatie van Chip 1 Duitsland. Dergelijke relaties zijn dus niet aangegaan, maar bestonden al, aldus [gedaagde] .

Geoordeeld wordt als volgt.

Een redelijke uitleg van het beding brengt mee dat enig contact met een (oud)relatie van Fusion Trede is toegestaan. In het beding staat immers niet dat contact, op wat voor wijze dan ook, verboden is. Wel is het verboden om een (oud)relatie te werven. Zoals gezegd houdt werven een zekere actieve handeling in, waarbij iemand de ander probeert te overtuigen, in dit geval om een overeenkomst aan te gaan. Verder dient het relatiebeding zo te worden uitgelegd dat het aangaan van een commerciële relatie simpelweg is verboden, ongeacht voor welk bedrag.

Dat in sommige gevallen een (oud)relatie als eerst contact heeft opgenomen, staat niet in de weg aan overtreding van het beding. Ook als dat het geval is en vervolgens wordt geprobeerd om deze (oud)relatie te werven en/of een commerciële relatie aangegaan, levert dit een schending van het relatiebeding op.

Bij de reikwijdte van het relatiebeding speelt verder nog mee dat Fusion Trade over een zeer grote relatieportefeuille beschikt. In Nederland heeft Fusion Trade ongeveer 1000 relaties. Over het aantal relaties wereldwijd verschillen partijen van mening. Volgens Fusion Trade zijn het er circa 3000 en volgens [gedaagde] circa 10.000. Wat daar ook van zij bij een dergelijk groot aantal relaties kan [gedaagde] niet bekend zijn met alle relaties van Fusion Trade. In het geval vast komt te staan dat [gedaagde] niet bekend was of kon zijn met een (oud)relatie van Fusion Trade, dan levert dit geen schending van het relatiebeding op.

AY

[gedaagde] heeft op 25 juli 2024 onderstaande Whatsapp-berichten gestuurd aan [naam 7] .

[25-07-2024, 10:38:22] [ [gedaagde] , ktr]: Is escrow an option with AY and their

supplier?

[25-07-2024, 10:38:36] [ [gedaagde] , ktr]: Can they tell us more about their supplier and

the legitimacy of it?

[naam 7] en [gedaagde] hebben op 26 juli 2024 de volgende Whatsapp-berichten naar elkaar gestuurd.

[26-07-2024, 20:35:44] [ [naam 7] , ktr]: Fusion offered my customer

[26-07-2024, 20:35:50) [ [naam 7] , ktr]: The sama availability

[26-07-2024, 20:35:57] [ [naam 7] , ktr]: Customer just called me

[26-07-2024, 20:36:331 [ [naam 7] , ktr]: Since we cannot agree on payment terms ay went to fusion i assume

[26-07-2024, 20:40:55] [ [gedaagde] , ktr]: Ok. We still talking to AY and We have the PO

so we need to be smart now

[26-07-2024, 20:41:03] [ [gedaagde] , ktr]: Do me a favor and call (…)

[26-07-2024, 20:41:18] [ [naam 7] , ktr]: Can you send his number

(…)

[26-07-2024, 20:44:32] [ [gedaagde] , ktr]: Did the customer say they want to cancel?

Op 28, 29 en 30 juli 2024 hebben [naam 8] en [gedaagde] de volgende Whatsapp-berichten naar elkaar gestuurd.

[28-07-2024, 14:30:26] [ [naam 8] , ktr]: I heard you spoke with AY and it went well!

[28-07-2024, 14:30:55] [ [naam 8] , ktr]: Many thanks for the support!

[29-07-2024, 11:43:57] [ [naam 8] , ktr]: Hey [ [gedaagde] , ktr], Busy now or can i give u a ring?

[29-07-2024, 13:15:40] [ [gedaagde] , ktr]: Sure. Call me

[29-07-2024, 13:16:46] [ [naam 8] , ktr]: Spraakoproep. 7 min

(…)

[30-07-2024, 11:48:05] [ [naam 8] , ktr]: sorry for overthinking before - just wanted to cover all the steps. But many thanks for the support and speaking with [naam 15] regarding the payment + the AY call last Sunday. That put the wheel in motion on another level

[gedaagde] heeft aangevoerd dat AY een aanvraag voor een component had gestuurd naar meerdere brokers en dat hieruit geen daadwerkelijke bestelling volgde en dat Chip1 met AY in 2024 en 2025 geen zaken heeft gedaan.

Bovenstaande Whatsapp-berichten vragen om een uitleg. Die heeft [gedaagde] met zijn verweer niet gegeven. Uit het appverkeer tussen [naam 7] , [naam 8] en [gedaagde] kan geen andere conclusie getrokken worden dan dat zij met zijn drieën er alles aan doen om tot een deal te komen. Uit de berichten volgt dat [gedaagde] hierbij zeer actief betrokken is. Bovendien heeft het er de schijn van dat het ook daadwerkelijk tot een deal is gekomen. De conclusie is dat [gedaagde] ten aanzien van AY het relatiebeding heeft geschonden en een boete van € 25.000,00 heeft verbeurd.

Contact met voormalig werknemers over relaties

Een aantal van de voormalig werknemers heeft [gedaagde] via Whatsapp berichten gestuurd over het contact dat zij hadden met (oud)relaties van Fusion Trade. In een aantal van die gevallen is geoordeeld dat een van de voormalig werknemers een boete heeft verbeurd wegens schending van het relatiebeding, maar in een aantal gevallen ook niet. In die gevallen waarin is geoordeeld dat een van de voormalig werknemers het relatiebeding niet heeft geschonden, geldt dat ook voor [gedaagde] . In de gevallen waarin wel is geoordeeld dat het relatiebeding is geschonden, geldt dat het beantwoorden van die berichten niet met zich brengt dat [gedaagde] het relatiebeding heeft geschonden. Ten eerste omdat niet is gebleken dat hij zelf contact heeft gehad met die relatie. Ten tweede omdat van de zijde van [gedaagde] niet is gebleken van een zo’n vergaande bemoeienis dat ook voor hem geldt dat hij die relatie heeft geworven of daarmee een commerciële relatie is aangegaan.

Overige relaties

Verder heeft Fusion Trade nog gesteld dat zij van meerdere klanten mondeling heeft vernomen dat voormalig werknemers contact met hen heeft opgenomen, dan wel een commerciële relatie met hen onderhield. Dit hebben [gedaagde] en de voormalig werknemers gemotiveerd betwist. Zonder nadere onderbouwing die ontbreekt, kan niet worden vastgesteld dat [gedaagde] het relatiebeding ten aanzien van deze relaties heeft geschonden.

Boete wordt niet gematigd

Op grond van artikel 6:94 BW is het uitgangspunt dat voor matiging slechts reden kan zijn indien de billijkheid dit klaarblijkelijk eist. Dit brengt mee dat pas van de rechterlijke bevoegdheid tot matiging gebruik mag worden gemaakt als de toepassing van een boetebeding in de gegeven omstandigheden tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidt. Daarbij zal niet alleen moeten worden gelet op de verhouding tussen de werkelijke schade en de hoogte van de boete, maar ook op de aard van de overeenkomst, de inhoud en de strekking van het beding en de omstandigheden waaronder het is ingeroepen (HR 27 april 2007, NJ 2007, 262).

De boete dient als prikkel tot nakoming van het relatiebeding. Dat de boete (mogelijk) meer bedraagt dan de daadwerkelijk door Fusion Trade geleden schade is daarom op zichzelf onvoldoende reden om de boete te matigen. Schending van het relatiebeding wordt als zeer ernstig aangemerkt, omdat het relatiebeding het bedrijfsdebiet van Fusion Trade beoogt te beschermen. Verder heeft Fusion Trade onweersproken aangevoerd dat [gedaagde] van januari 2022 tot en met februari 2024 in totaal voor USD 3.500.000,00 aan bonussen en commissies heeft ontvangen. Onder deze omstandigheden leidt de toepassing van het boetebeding in de gegeven omstandigheden niet tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidt. De boete zal dus niet worden gematigd.

De conclusie is dat een bedrag van € 25.000,00 aan boete wegens schending van het relatiebeding zal worden toegewezen.

De wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf 29 mei 2026, omdat Fusion Trade niet eerder dan in de akte van 29 mei 2026 waarmee zij haar eis heeft vermeerderd aanspraak heeft gemaakt op betaling van wettelijke rente.

Geheimhoudingsbeding

Het geheimhoudingsbeding luidt als volgt:

Both during and after the period of employment, the Employee shall be obliged to confidentiality with regard to any and all business operations and details of Fusion Trade or its affiliated companies, included but not limited to technical, financial and business information, which the Employee could reasonably have known were not intended for third parties, regardless of whether such information includes any reference to its confidential nature or ownership. Other than to the benefit of the Fusion Trade, the Employee is also not allowed to copy, compile, merge, assemble or process information, products or systems of Fusion Trade or disassemble, reproduce or download the source code of the computer software included in those products or systems or attempt to deduce the source code of such software in any other matter. (…).

Fusion Trade heeft gesteld dat iedere schending van het relatiebeding ook een schending van het geheimhoudingsbeding oplevert. [gedaagde] heeft in zijn functie bij Chip 1 namelijk per definitie gebruik gemaakt van de specifieke informatie en kennis waarover hij beschikte door zijn dienstverband bij Fusion Trade. Hij was immers op de hoogte van de namen, contactpersonen en wensen van de betreffende klanten/leveranciers van Fusion Trade, aldus Fusion Trade.

[gedaagde] heeft aangevoerd dat het geheimhoudingsbeding een algemeen geformuleerd toepassingsbereik heeft. In het beding is niet gespecificeerd welke informatie onder het beding valt. Een zeer algemeen geheimhoudingsbeding heeft niet dezelfde algemene en daarmee verstrekkende reikwijdte. Het moet gaan om daadwerkelijk geheime of vertrouwelijke informatie. Als informatie openbaar beschikbaar is of algemeen bekend is, kan die niet als vertrouwelijk worden beschouwd. De elektronische componentenmarkt waarin Fusion Trade en Chip 1 zich bewegen, kenmerkt zich door haar transparantie en openbare beschikbaarheid van relevante marktinformatie. Daardoor kan niet snel sprake zijn van vertrouwelijke bedrijfsinformatie.

Als er al sprake is geweest van contact tussen [gedaagde] en een klant van Fusion Trade, maakt dit niet dat sprake is van een schending van het geheimhoudingsbeding. Er hoeft bij dit contact immers geen sprake te zijn van het delen van geheime informatie. Bovendien betroffen het allemaal al bestaande relaties van Chip 1, zodat het dus niet gaat om vertrouwelijke informatie, aldus steeds [gedaagde] .

Geoordeeld wordt als volgt.

Een redelijke uitleg van het geheimhoudingsbeding brengt mee dat het doel en de strekking is te voorkomen dat vertrouwelijke en concurrentiegevoelige informatie bij derden terechtkomt, vanwege de daaraan verbonden zakelijke risico’s. Het beding ziet dus uitsluitend op de bescherming van echte bedrijfsgeheimen, niet op de algemene vakkennis en ervaring die een werknemer opdoet. Het staat een werknemer vrij algemene vaardigheden na een dienstverband te benutten.

Anders dan Fusion Trade hoofdzakelijk stelt, leidt een schending van het relatiebeding niet automatisch ook tot een schending van het geheimhoudingsbeding. Het zijn twee aparte bedingen en het staat ook niet in de bedingen zelf.

Niet gebleken is dat [gedaagde] het geheimhoudingsbeding heeft overtreden. De gevorderde boetes in dat kader zullen worden afgewezen.

Moet [gedaagde] de beëindigingsvergoeding terugbetalen?

Primair heeft Fusion Trade zich op het standpunt gesteld dat de beëindigingsvergoeding onverschuldigd is betaald op grond van de vaststellingsovereenkomst. Fusion Trade legt daaraan ten grondslag dat partijen in die overeenkomt hebben afgesproken dat Fusion Trade niet gehouden is tot betaling van de beëindigingsvergoeding wanneer een dringende reden die een ontslag op staande voet rechtvaardigt zich heeft voorgedaan voorafgaand aan de overeengekomen einddatum.

Volgens Fusion Trade is daarvan sprake, omdat [gedaagde] al voor het eindigen van de arbeidsovereenkomst actief bezig was met voorbereidende activiteiten in verband met het oprichten van Chip 1, meer specifiek met het ronselen van werknemers voor Chip 1 en het verzamelen van vertrouwelijke klantinformatie van Fusion Trade. Verder speelt mee dat [gedaagde] Vice President Sales was en dus een belangrijke rol had binnen Fusion Trade en hij de restrictieve bedingen al voorafgaand aan het sluiten van de vaststellingsovereenkomst heeft geschonden, aldus Fusion Trade.

Geoordeeld wordt dat als Fusion Trade [gedaagde] op deze gronden op staande voet zou hebben ontslaan, dit ontslag op staande voet in een procedure geen stand zou hebben gehouden. Zoals hierboven is geoordeeld heeft [gedaagde] de restrictieve bedingen niet geschonden. Dat geldt alleen niet voor het relatiebeding, maar die schending heeft plaatsgevonden nadat de arbeidsovereenkomst was geëindigd. Die overtreding kan daarom niet aan het ontslag op staande voet ten grondslag worden gelegd. Dat [gedaagde] vertrouwelijke klantinformatie van Fusion Trade heeft verzameld, is niet vast komen te staan. Verder geldt dat hierboven is geoordeeld dat [gedaagde] de voormalig werknemers niet heeft geronseld. Dan blijft over dat [gedaagde] voor het eindigen van de arbeidsovereenkomst al bezig was met voorbereidende activiteiten in verband met het oprichten van Chip 1. Hier valt [gedaagde] een verwijt te maken, maar gelet op het gegeven dat de arbeidsovereenkomst op korte termijn zou eindigen en een concurrentiebeding ontbrak, is deze handelwijze van [gedaagde] onvoldoende ernstig om een ontslag op staande voet te rechtvaardigen.

Subsidiair heeft Fusion Trade zich op het standpunt gesteld dat zij heeft gedwaald bij het sluiten van de vaststellingsovereenkomst, meer specifiek bij het toekennen van een beëindigingsvergoeding van € 500.000,00 aan [gedaagde] . Fusion Trade doet een beroep op gedeeltelijke vernietiging van de vaststellingsovereenkomst.

De rechter kan de gevolgen van een overeenkomst wijzigen als deze tot stand is gekomen onder invloed van dwaling en bij een juiste voorstelling van zaken niet zou zijn gesloten. In beginsel is vereist dat de dwaling te wijten is aan een inlichting van de wederpartij, of dat de wederpartij de dwalende had behoren in te lichten in verband met hetgeen zij omtrent de dwaling wist of behoorde te weten. Geen beroep is mogelijk op dwaling die een uitsluitend toekomstige omstandigheid betreft of die in verband met de aard van de overeenkomst, de in het verkeer geldende opvattingen of de omstandigheden van het geval voor rekening van de dwalende behoort te blijven.

Toen [gedaagde] op 22 februari 2024 de vaststellingsovereenkomst tekende was de Whatsappgroep met de naam ‘Chip 1 dream team’ reeds aangemaakt. Voor 22 februari 2024 had een aantal van de voormalig werknemers hun arbeidsovereenkomst al opgezegd. Kort daarna hebben ook de overige voormalig werknemers dat gedaan. Ter zitting heeft [gedaagde] verklaard dat hij eind februari/begin maart 2024 op zoek is gegaan naar een kantoorpand voor Chip 1 in Nederland. Als vaststaand wordt daarom aangenomen dat [gedaagde] op 22 februari 2024 wist dat hij voor Chip 1 aan de slag zou gaan en dat de voormalig werknemers onder zijn leiding voor Chip 1 zouden gaan werken.

De vraag is of de vaststellingsovereenkomst onder invloed van dwaling tot stand is gekomen, doordat [gedaagde] voor het tekenen van de vaststellingsovereenkomst hierover aan Fusion Trade geen openheid van zaken heeft gegeven.

Geoordeeld wordt dat [gedaagde] in de gesprekken met Fusion Trade over de vaststellingsovereenkomst, mede gelet op zijn belangrijke positie als leidinggevende van Fusion Trade en de aan hem toe te kennen vergoeding van € 500.000,00 niet had mogen verzwijgen hetgeen hierboven in 4.55 als vaststaand is aangenomen. Die informatie is immers voor Fusion Trade van wezenlijk belang voor de afspraken die zij wil vastleggen in de vaststellingsovereenkomst. Vanwege dat belang en vanwege de expliciete verklaring van [gedaagde] in de vaststellingsovereenkomst dat er geen feiten of omstandigheden waren die van invloed zouden kunnen zijn op de inhoud van de vaststellingsovereenkomst – ‘especially as regards the amount of the Termination Payment’ – rustte de mededelingsplicht op [gedaagde] . De kantonrechter acht het uitgesloten dat als Fusion Trade bekend was geweest met hetgeen hiervoor is genoemd, Fusion Trade bereid zou zijn geweest een beëindigingsvergoeding aan [gedaagde] te betalen. Het voorgaande betekent dat Fusion Trade bij een juiste voorstelling van zaken de vaststellingsovereenkomst niet, althans niet onder dezelfde voorwaarden zou hebben gesloten en dat van nadeel aan de zijde van Fusion Trade sprake is.

Weliswaar volgt uit de e-mail van 22 februari 2024 van [naam 10] aan [gedaagde] dat Fusion Trade vermoedde dat er wat speelde, maar in reactie daarop bij e-mail van diezelfde dag heeft [gedaagde] alles ontkend. Dit is dan ook geen omstandigheid die maakt dat de dwaling voor rekening van Fusion Trade behoort te blijven. De mededelingsplicht van [gedaagde] gaat immers voor de onderzoeksplicht van Fusion Trade.

De conclusie is dat Fusion Trade heeft gedwaald bij het aangaan van de vaststellingsovereenkomst ten aanzien van de beëindigingsvergoeding en dat [gedaagde] die aan Fusion Trade moet terugbetalen.

Buitengerechtelijke kosten en proceskosten

Fusion Trade heeft op 27 juni 2024 een sommatiebrief verzonden. Vervolgens is Fusion Trade op 6 augustus 2024 het eerste kort geding gestart. Niet gebleken is dat buitengerechtelijke werkzaamheden ter inning van de toegewezen bedragen zijn verricht die een dergelijke vergoeding rechtvaardigen.

Partijen zijn over en weer in het ongelijk gesteld. De proceskosten zullen daarom worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5. De beslissing

De kantonrechter

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van € 25.000,00 aan boete vanwege schending van het relatiebeding te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 29 mei 2026 tot aan de dag van volledige betaling,

veroordeelt [gedaagde] tot terugbetaling van de door hem ontvangen beëindigingsvergoeding van € 500.000,00 aan Fusion Trade,

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. Kraak, kantonrechter, bijgestaan door mr. M.F. van Grootheest, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 4 augustus 2026.

57170

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. C. Kraak

Griffier

  • mr. M.F. van Grootheest

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand