ECLI:NL:RBAMS:2026:8589

ECLI:NL:RBAMS:2026:8589

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 04-08-2026
Datum publicatie 28-08-2026
Zaaknummer 12121636 CV EXPL 26-2997
Rechtsgebied Civiel recht; Arbeidsrecht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Werknemer is een van de negen werknemers die bij een concurrent van de ex-werkgever in dienst is getreden. Geen schending van het geheimhoudingsbeding en het wervingsverbod.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht

Kantonrechter

Zaaknummer: 12121636 \ CV EXPL 26-2997

Vonnis van 4 augustus 2026

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

FUSION TRADE NETHERLANDS B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eisende partij,

hierna te noemen: Fusion Trade,

gemachtigden: mr. M.C.A. te Poel, mr. M.J. Bosselaar, mr. M. Branger en mr. L. Hilvering,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

gemachtigden: mr. P.G.M. Brouwer en mr. L.O. Molendijk.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt, voor zover van belang, uit:

- de dagvaarding met producties van 30 juni 2025, uitgebracht tegen [naam 8] en negen andere gedaagden,

- de conclusie van antwoord met producties van [naam 8] en de negen andere gedaagden, met tevens een vordering in reconventie, ingesteld door een van andere gedaagden,

- het tussenvonnis van 17 oktober 2025,

- de e-mail van 3 februari 2026 waarin aan partijen is bericht dat de kantonrechter de procedure zal splitsen in individuele zaken per gedaagde,

- de regiezitting van 9 februari 2026,

- de rolbeslissing van 10 maart 2026,

- een per gedaagde aangepaste dagvaarding, nagekomen producties tot en met productie 65, een conclusie van antwoord in reconventie en een akte wijziging van eis, alle van de zijde Fusion Trade,

- een per gedaagde aangepaste conclusies van antwoord, nagekomen producties tot en met productie 68 van de zijde van Chip 1,

- de mondelinge behandeling van 8 en 9 juni 2026, waarvan door de griffiers aantekeningen zijn gemaakt. Beide partijen hebben per e-mail opmerkingen bij de aantekeningen gemaakt.

Op 8 en 9 juni 2026 is de mondelinge behandeling gehouden. Deze procedure is gezamenlijk behandeld met de procedures van de andere gedaagden. Namens Fusion Trade is verschenen [naam 1] , [functie 1] , bijgestaan door mr. Te Poel, mr. Bosselaar en mr. Branger. Voor Fusion Trade waren tolken aanwezig. [gedaagde] is verschenen en werd bijgestaan door mr. Brouwer en mr. Molendijk. Partijen hebben hun standpunten aan de hand van pleitnotities (per onderwerp) toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. Daarna is een datum voor vonnis bepaald.

Nadat [gedaagde] daartegen bezwaar had gemaakt, is beslist dat productie 66 van Fusion Trade niet tot de procedure wordt toegelaten, omdat deze niet tijdig is ingediend.

2. De feiten

Fusion Trade houdt zich bezig met de in- en verkoop van elektronische componenten en maakt deel uit van een internationaal concern. Het hoofdkantoor van Fusion Trade is gevestigd in Amerika (hierna: Fusion Trade Inc.).

[gedaagde] is op 1 juli 2022 bij Fusion Trade in dienst getreden op basis van een arbeidsovereenkomst voor de duur van 12 maanden. Op 1 juli 2023 hebben partijen een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd gesloten. [gedaagde] was werkzaam in de functie van [functie 2] .

De tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd bevatte, voor zover van belang, een geheimhoudings- en anti-wervingsbeding. Op overtreding van een van deze bedingen is een boete gesteld van € 25.000,00 vermeerderd met € 5.000,00 per dag dat de overtreding voortduurt.

[naam 2] , [naam 3] , [naam 4] , [naam 5] , [naam 6] , [naam 7] , [naam 8] en [naam 9] zijn allen voormalig werknemer van Fusion Trade (hierna ook: de voormalig werknemers). [naam 2] was [functie 1] en de leidinggevende van de overige voormalig werknemers. [naam 7] had een inkoopfunctie. De overige voormalig werknemers hadden een salesfunctie.

Op 7 februari 2024 heeft [naam 2] in een Whatsappgroep van Fusion Trade aangekondigd dat hij gaat vertrekken bij Fusion Trade.

[gedaagde] heeft op 20 februari 2024 een Whatsappgroep aangemaakt onder de naam “Chip 1 dream team”. In deze groep zaten onder meer [gedaagde] en de voormalig werknemers. [naam 3] heeft op 20 november 2024 de naam van de groep gewijzigd in “Chip 1 Wolves” en later die dag naar “Revolution”. [naam 2] heeft de instellingen van de Whatsappgroep op 21 februari 2024 aangepast, in die zin dat berichten in beginsel binnen 24 uur uit deze groep verdwijnen. De naam van de Whatsappgroep is meerdere keren gewijzigd en had als laatst de naam “Festival Season”. [naam 2] heeft in de Whatsappgroep geschreven: “Changed the name in case somebody opens it in the office.”, waarop [gedaagde] reageerde: “If you still in the office set the group in silent.”.

In de Whatsappgroep heeft [gedaagde] een foto gedeeld waarop te zien is dat [naam 8] achter een laptop zit. [naam 4] schrijft daarop in de Whatsappgroep: “Writing the letter?”, waarop [gedaagde] reageert met “Yup!” en “I’m going to have so much bad Karma! (…)”.

[gedaagde] heeft haar arbeidsovereenkomst op 21 februari 2024 opgezegd tegen 31 maart 2024. Vervolgens is zij vrijgesteld van werk. [gedaagde] heeft op of rond 29 februari 2024 een online sollicitatiegesprek gehad met Chip 1 Duitsland

Chip 1 Exchange NL B.V. (hierna: Chip 1) is op 22 maart 2024 opgericht met [naam 2] als enig bestuurder. Chip 1 houdt zich net als Fusion Trade bezig met de in- en verkoop van elektronische componenten. Het hoofdkantoor van Chip 1 groep is gevestigd in Duitsland (hierna: Chip 1 Duitsland).

Op of omstreeks 1 april 2024 is [gedaagde] in dienst getreden bij Chip 1 als HR Manager.

De voormalig werknemers zijn allen eveneens op of omstreeks 1 april 2024 in dienst getreden, behalve [naam 6] , die op 1 mei 2024 in dienst is getreden bij Chip 1.

In een verklaring van [naam 10] , voormalig werknemer van Fusion Trade en niet werkzaam voor Chip 1, staat het volgende:

I would like to emphasize that (…) [gedaagde] had never, at any point, attempted to recruit me for any position at her current or any other organization after Fusion Trade Netherlands. Our communications have been strictly limited to my request for a professional reference and subsequent confirmation of her willingness to provide one.

Bij brief van 27 juni 2024 heeft Fusion Trade [gedaagde] gesommeerd en verzocht te stoppen met onrechtmatig handelen en met het in strijd handelen met het geheimhoudings-, en anti-wervingsbeding.

Tussen [gedaagde] , Chip 1, de voormalig werknemers en Fusion Trade zijn meerdere kort gedingen en executiegeschillen aanhangig geweest bij deze rechtbank. Die procedures zagen onder meer op het verstrekken van informatie door Chip 1 en de voormalig werknemers, althans [gedaagde] en [naam 2] .

3. Het geschil

Fusion Trade vordert – samengevat en na wijziging van eis – [gedaagde] te veroordelen tot betaling van:

I. € 275.000,00 aan boetes vanwege schending van het wervingsverbod;

II. € 375.000,00 aan boetes vanwege schending van het geheimhoudingsbeding;

III. de wettelijke rente over de gevorderde boetes vanaf 2 juli 2024, dan wel 6 augustus 2024, dan wel vanaf een in goede justitie te bepalen datum;

IV. € 6.775,00 (hoofdelijk) aan buitengerechtelijke incassokosten;

V. de proceskosten vermeerderd met wettelijke rente.

[gedaagde] voert verweer.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Partijen zijn in de arbeidsovereenkomst een anti-wervings-, relatie- en geheimhoudingsbeding overeengekomen.

Voor de beoordeling of [gedaagde] deze bedingen heeft overtreden, is het van belang vast te stellen wat de reikwijdte is van deze bedingen. Bij de beantwoording van die vraag komt het op grond van de zogenaamde Haviltex-maatstaf aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan het betreffende beding mochten toekennen en op wat zij te aanzien daarvan redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.

Het anti-wervingsbeding

Het anti-wervingsbeding in de arbeidsovereenkomst luidt als volg:

During the period of one year after the termination date of the contract of employment, the Employee shall refrain from (i) engaging or soliciting for employment any individuals who are on the payroll of Fusion Trade or any of its subsidiaries or affiliated companies of who were so during the last six months of the Employee’s employment; (…).

Fusion Trade heeft aangevoerd dat op grond van het anti-wervingsbeding het verboden is om personen die op de loonlijst van Fusion Trade of aan haar gelieerde ondernemingen staan of hebben gestaan, te werven of in dienst te nemen of hen aan te moedigen om hun arbeidsovereenkomst met Fusion Trade te beëindigen en/of om bij een andere partij in dienst te treden.

[gedaagde] heeft een instrumentele rol gespeeld in het aanmoedigen en assisteren van de overstap van [naam 3] , [naam 4] , [naam 5] , [naam 6] [naam 7] , [naam 8] , [naam 9] , [naam 11] en [naam 12] naar Chip 1. Daarnaast heeft zij geprobeerd om [naam 10] en [naam 13] te overtuigen om de overstap naar Chip 1 te maken. [gedaagde] heeft [naam 10] uitgenodigd voor een bedrijfsfeest van Chip 1 in mei 2024 en hem toen overtuigd om naar Chip 1 te komen. [naam 10] heeft vervolgens zijn arbeidsovereenkomst opgezegd [naam 13] , nog steeds werkzaam voor Fusion Trade, heeft verklaard dat [gedaagde] meerdere keren contact met haar zocht in een poging om haar te laten overstappen naar Chip 1. [gedaagde] heeft daarmee elf keer een boete van € 25.000,00 verbeurd en dus in totaal een boete van € 275.000,00, aldus steeds Fusion Trade.

[gedaagde] heeft als volgt verweer gevoerd. Zij heeft geen invloed gehad op de keuze van de voormalig werknemers, [naam 11] en [naam 12] om over te stappen naar Chip 1 (Italië). Ook heeft zij niet geprobeerd [naam 10] en [naam 13] te overtuigen om voor Chip 1 te gaan werken. [naam 10] heeft zelf contact opgenomen met [gedaagde] en haar gevraagd of zij zijn referent wilde zijn. [gedaagde] en [naam 13] hadden een goede band samen. [naam 13] vond het heel erg dat [gedaagde] vertrok bij Fusion Trade. Het enige contact dat zij na het vertrek van [gedaagde] hebben gehad ging over het plannen van een afspraak om wat te eten en te drinken. De overstap van de voormalig werknemers heeft niet op een georganiseerde en planmatige wijze plaatsgevonden. Elk van de voormalig werknemers had nadat [naam 2] zijn vertrek had aangekondigd zijn of haar eigen reden om te vertrekken bij Fusion Trade. Zij waren ontevreden over de gang van zaken bij Fusion Trade en wilden graag met [naam 2] blijven werken. Uit het bestaan van een Whatsappgroep volgt niet dat sprake is geweest van werven. Die groep is aangemaakt twee weken nadat [naam 2] zijn vertrek bij Fusion Trade had aangekondigd. De mensen die in deze groep zaten, waren toen al voornemens om hun baan bij Fusion Trade op te zeggen, aldus steeds [gedaagde] .

Geoordeeld wordt als volgt.

Het aanmaken van de Whatsappgroep door [gedaagde] is dubieus en welke berichten daarin precies zijn uitgewisseld kan niet worden vastgesteld. Berichten werden immers automatisch verwijderd en ter zitting is duidelijk geworden dat iedereen de Whatsappgroep ondertussen heeft verwijderd. Fusion Trade is aan enkele berichten uit de Whatsappgroep gekomen via een werknemer ( [naam 14] ) die ook in die groep zat, maar kennelijk wel bij Fusion Trade in dienst is gebleven en naar aanleiding van een kort geding procedure waarin Chip 1 dan wel de voormalig werknemers werden veroordeeld om informatie te verstrekken. [naam 14] heeft er echter bewust voor gekozen om geen verklaring af te geven. Uit de Whatsappberichten die wel beschikbaar zijn, blijkt niet dat [gedaagde] een van de voormalig werknemers probeert te werven ten behoeve van Chip 1. Dat [gedaagde] (een deel van) de voormalig werknemers heeft geholpen bij de opzegbrief, verdient absoluut niet de schoonheidsprijs, maar brengt nog niet een wervingshandeling met zich mee, omdat op dat moment het besluit om te vertrekken al is genomen.

Verder speelt mee dat een deel van de voormalig werknemers een vriendengroep vormt die regelmatig buiten kantoor afsprak. De voormalig werknemers hebben allen verklaard dat zij ontevreden waren over de gang van zaken bij Fusion Trade en dat zij graag met [naam 2] wilden blijven werken. Het is daarom niet uitgesloten dat, mede gelet op de band die de voormalig werknemers ieder zeggen te hebben met [naam 2] , het de eigen keuze van ieder van de voormalig werknemers is geweest om voor Chip 1 te willen werken, omdat [naam 2] daar aan de slag zou gaan. Bovendien stond het de voormalig werknemers vrij om bij Chip 1 in dienst te treden, omdat in de arbeidsovereenkomsten geen concurrentiebeding is opgenomen. Dat laatste, zo heeft Fusion Trade ter zitting meegedeeld, is een bewuste keuze, omdat zij meende dat haar belang voldoende gewaarborgd is met het anti-wervings-, relatie- en geheimhoudingsbeding.

Het is de vraag of de voormalig werknemers tijdens de mondelinge behandeling volledige openheid van zaken hebben gegeven, maar daar staat tegenover dat deze houding ingegeven zou kunnen zijn door de gigantische boetes die van hen gevorderd worden. Hoe het ook zij, het voert te ver om op basis van de informatie die wel voorhanden is de conclusie te trekken dat [gedaagde] de voormalig werknemers op individueel niveau heeft benaderd in een poging hen over te halen om naar Chip 1 over te stappen. Het heeft er veel van weg dat het een gezamenlijke actie van de voormalig werknemers is geweest, maar dit levert nog geen wervingshandeling op.

Voor [naam 12] , [naam 11] , [naam 10] en [naam 13] geldt dat Fusion Trade haar stellingen niet met stukken heeft onderbouwd. [gedaagde] heeft gemotiveerd verweer gevoerd en in het geval van [naam 10] en [naam 13] haar verweer met stukken onderbouwd. Dat [gedaagde] [naam 12] , [naam 11] , [naam 10] en [naam 13] heeft geworven dan wel heeft willen werven is dan ook niet vast komen te staan.

Voor zover Fusion Trade aan haar vordering ten grondslag heeft gelegd dat [gedaagde] zich schuldig heeft gemaakt aan het ‘in dienst nemen van’ – anders dan bij [naam 2] vordert Fusion Trade niet een separate boete voor het werven van en het in dienst nemen van – heeft zij deze stelling onvoldoende onderbouwd. De enkele stelling dat [gedaagde] werkzaam is als HR Manager bij Chip 1 is daartoe onvoldoende.

De conclusie is dan ook dat [gedaagde] zich niet schuldig heeft gemaakt aan het werven van (oud)werknemers van Fusion Trade.

Geheimhoudingsbeding

Het geheimhoudingsbeding luidt als volgt.

Both during and after the period of employment, the Employee shall be obliged to confidentiality with regard to any and all business operations and details of Fusion Trade or its affiliated companies, included but not limited to technical, financial and business information, which the Employee could reasonably have known were not intended for third parties, regardless of whether such information includes any reference to its confidential nature or ownership. Other than to the benefit of the Fusion Trade, the Employee is also not allowed to copy, compile, merge, assemble or process information, products or systems of Fusion Trade or disassemble, reproduce or download the source code of the computer software included in those products or systems or attempt to deduce the source code of such software in any other matter. (…).”

Fusion Trade stelt dat [gedaagde] elf keer het geheimhoudingsbeding heeft geschonden. Zij heeft gebruikt gemaakt van bedrijfsgevoelige informatie over onder meer de arbeidsvoorwaarden van Fusion Trade waarover zij beschikte vanwege haar functie bij Fusion Trade. Deze informatie heeft zij gebruikt om (voormalig) werknemers van Fusion Trade over te halen om bij Chip 1 in dienst te treden. Bij iedere afzonderlijke werknemer van Fusion Trade die zij ten behoeve van Chip 1 wierf, dan wel probeerde te werven, heeft zij ook het geheimhoudingsbeding geschonden, aldus Fusion Trade.

[gedaagde] betwist dat zij in dienst van Chip 1 gebruik heeft gemaakt van bedrijfsgevoelige of -geheime informatie van Fusion Trade. Fusion Trade heeft niet uitgelegd welke informatie [gedaagde] heeft kunnen gebruiken om (voormalig) werknemers van Fusion Trade over te halen om bij Chip 1 in dienst te treden. Het enkele feit dat [gedaagde] als HR Manager kennis had van bepaalde arbeidsvoorwaarden van Fusion Trade, maakt niet dat het om geheime informatie gaat of dat zij alleen al daarom het geheimhoudingsbeding heeft geschonden, aldus [gedaagde] .

Geoordeeld wordt als volgt.

Een redelijke uitleg van het geheimhoudingsbeding brengt mee dat het doel en de strekking is te voorkomen dat vertrouwelijke en concurrentiegevoelige informatie bij derden terechtkomt, vanwege de daaraan verbonden zakelijke risico’s. Het beding ziet dus uitsluitend op de bescherming van echte bedrijfsgeheimen, niet op de algemene vakkennis en ervaring die een werknemer opdoet. Het staat een werknemer vrij algemene vaardigheden na een dienstverband te benutten.

Het enkele feit dat [gedaagde] mogelijk in haar functie bij Chip 1 algemene kennis en ervaring heeft gebruikt die zij heeft opgedaan bij Fusion Trade, is niet voldoende om tot de conclusie te komen dat [gedaagde] het geheimhoudingsbeding heeft geschonden.

Niet gebleken is dat [gedaagde] het geheimhoudingsbeding heeft overtreden. De gevorderde boetes in dat kader zullen worden afgewezen.

Buitengerechtelijke kosten en proceskosten

Nu de gevorderde boetes worden afgewezen, komen ook de door Fusion Trade gevorderde buitengerechtelijke incassokosten niet voor vergoeding in aanmerking.

[gedaagde] heeft gevorderd Fusion Trade in de daadwerkelijk gemaakte proceskosten te veroordelen. Voor een veroordeling in de daadwerkelijk gemaakte proceskosten is alleen plaats als sprake is van buitengewone omstandigheden, zoals van misbruik van procesrecht of het onrechtmatig instellen van een procedure. Daarvan is niet gebleken.

Fusion Trade is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:

- salaris gemachtigde

2.882,00

(2 punten × € 1.441,00)

- nakosten

144,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

3.026,00

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5. De beslissing

De kantonrechter

wijst de vorderingen van Fusion Trade af,

veroordeelt Fusion Trade in de proceskosten van € 3.026,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Fusion Trade niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

veroordeelt Fusion Trade tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. Kraak, kantonrechter, bijgestaan door mr. M.F. van Grootheest, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 4 augustus 2026.

57170

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. C. Kraak

Griffier

  • mr. M.F. van Grootheest

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand