RECHTBANK AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 12121989 \ CV EXPL 26-3003
Vonnis van 4 augustus 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
FUSION TRADE NETHERLANDS B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Fusion Trade,
gemachtigden: mr. M.C.A. te Poel, mr. M.J. Bosselaar, mr. M. Branger en mr. L. Hilvering,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigden: mr. P.G.M. Brouwer en mr. L.O. Molendijk.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt, voor zover van belang, uit:
- de dagvaarding met producties van 30 juni 2025, uitgebracht tegen [gedaagde] en negen andere gedaagden,
- de conclusie van antwoord met producties van [gedaagde] en de negen andere gedaagden, met tevens een vordering in reconventie, ingesteld door een van de andere gedaagden,
- het tussenvonnis van 17 oktober 2025,
- de e-mail van 3 februari 2026 waarin aan partijen is bericht dat de kantonrechter de procedure zal splitsen in individuele zaken per gedaagde,
- de regiezitting van 9 februari 2026,
- de rolbeslissing van 10 maart 2026,
- een per gedaagde aangepaste dagvaarding, nagekomen producties tot en met productie 65, een conclusie van antwoord in reconventie en een akte wijziging van eis, alle van de zijde Fusion Trade,
- een per gedaagde aangepaste conclusies van antwoord, nagekomen producties tot en met productie 68 van de zijde van Chip 1,
- de mondelinge behandeling van 8 en 9 juni 2026, waarvan door de griffiers aantekeningen zijn gemaakt. Beide partijen hebben per e-mail opmerkingen bij de aantekeningen gemaakt.
Op 8 en 9 juni 2026 is de mondelinge behandeling gehouden. Deze procedure is gezamenlijk behandeld met de procedures van de andere gedaagden. Namens Fusion Trade is verschenen [naam 1] , [functie 1] , bijgestaan door mr. Te Poel, mr. Bosselaar en mr. Branger. Voor Fusion Trade waren tolken aanwezig. [gedaagde] is verschenen en werd bijgestaan door mr. Brouwer en mr. Molendijk. Voor [gedaagde] was een tolk aanwezig. Partijen hebben hun standpunten aan de hand van pleitnotities (per onderwerp) toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. Daarna is een datum voor vonnis bepaald.
Nadat [gedaagde] daartegen bezwaar had gemaakt, is beslist dat productie 66 van Fusion Trade niet tot de procedure wordt toegelaten, omdat deze niet tijdig is ingediend.
2. De feiten
Fusion Trade houdt zich bezig met de in- en verkoop van elektronische componenten en maakt deel uit van een internationaal concern. Het hoofdkantoor van Fusion Trade is gevestigd in Amerika (hierna: Fusion Trade Inc.).
[gedaagde] is op 31 januari 2011 in dienst getreden bij Fusion Trade op grond van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Op 1 augustus 2012 zijn partijen een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aangegaan. [gedaagde] was werkzaam in de functie van Sales Account Executive.
De tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd bevat een geheimhoudings-, anti-wervings- en relatiebeding. Op overtreding van een van deze bedingen is een boete gesteld van € 25.000,00 vermeerderd met € 5.000,00 per dag dat de overtreding voortduurt.
Op 23 augustus 2018 hebben [gedaagde] en Fusion Trade een Confidentiality and Non-Solicitation Agreement (hierna CNSA) gesloten. Daarin staat ook een geheimhoudings-, anti-wervings- en relatiebeding.
[naam 2] , [naam 3] , [naam 4] , [naam 5] , [naam 6] , [naam 7] , [naam 8] en [naam 9] zijn allen voormalig werknemer van Fusion Trade (hierna ook: de voormalig werknemers). [naam 2] was [functie 1] en de leidinggevende van de overige voormalig werknemers en [gedaagde] . [naam 7] had een inkoopfunctie en [naam 3] was [functie 2] . De overige voormalig werknemers hadden een salesfunctie.
Op 7 februari 2024 heeft [naam 2] in een Whatsappgroep van Fusion Trade aangekondigd dat hij gaat vertrekken bij Fusion Trade.
[gedaagde] heeft op 14 februari 2024 een sollicitatiegesprek gehad met Chip 1 Duitsland.
[gedaagde] heeft zijn arbeidsovereenkomst met Fusion Trade op 20 februari 2024 opgezegd tegen 31 maart 2024, waarna hij is vrijgesteld van werk.
[naam 3] heeft op 20 februari 2024 een Whatsappgroep aangemaakt onder de naam “Chip 1 dream team”. In deze groep zaten onder meer [gedaagde] en de voormalig werknemers. [gedaagde] heeft op 20 november 2024 de naam van de groep gewijzigd in “Chip 1 Wolves” en later die dag naar “Revolution”. [naam 2] heeft de instellingen van de Whatsappgroep op 21 februari 2024 aangepast, in die zin dat berichten in beginsel binnen 24 uur uit deze groep verdwijnen. De naam van de Whatsappgroep is meerdere keren gewijzigd en had als laatste de naam “Festival Season”. [naam 2] heeft in de Whatsappgroep geschreven: “Changed the name in case somebody opens it in the office.”, waarop [naam 3] reageerde: “If you still in the office set the group in silent.”.
Fusion Trade heeft een licentie voor LinkedIn Sales Navigator, een platform waarop kan worden gezocht naar (contactgegevens van potentiële) relaties. [gedaagde] heeft op 18 maart 2024 via dit platform gezocht naar relaties.
Chip 1 Exchange NL B.V. (hierna: Chip 1) is op 22 maart 2024 opgericht met [naam 2] als enig bestuurder. Chip 1 houdt zich net als Fusion Trade bezig met de in- en verkoop van elektronische componenten. Het hoofdkantoor van Chip 1 Groep is gevestigd in Duitsland (hierna: Chip 1 Duitsland).
Op of omstreeks 1 april 2024 is [gedaagde] in dienst getreden bij Chip 1 als Sales Manager.
De voormalig werknemers zijn allen eveneens op 1 april 2024 in dienst getreden, behalve [naam 6] , die op 1 mei 2024 in dienst is getreden bij Chip 1.
Bij brief van 27 juni 2024 heeft Fusion Trade [gedaagde] gesommeerd en verzocht te stoppen met onrechtmatig handelen en met het in strijd handelen met het geheimhoudings-, anti-wervings- en relatiebeding.
[gedaagde] heeft op 2 augustus 2024 een e-mail gestuurd aan SQP, een klant van Fusion Trade, over de leveringsdatum van bepaalde producten.
Tussen [gedaagde] , Chip 1, de voormalig werknemers en Fusion Trade zijn meerdere kort gedingen en executiegeschillen aanhangig geweest bij deze rechtbank. Die procedures zagen onder meer op het verstrekken van informatie door Chip 1 en de voormalig werknemers, althans [naam 2] en [naam 3] .
3. Het geschil
Fusion Trade vordert – samengevat en na wijziging van eis – [gedaagde] te veroordelen tot betaling van:
I. € 150.000,00 aan boetes vanwege schending van het wervingsverbod;
II. € 230.000,00 aan boetes vanwege schending van het relatiebeding;
III. € 150.000,00 aan boetes vanwege schending van het geheimhoudingsbeding;
IV. de wettelijke rente over de gevorderde boetes vanaf 2 juli 2024, dan wel 6 augustus 2024, dan wel vanaf een in goede justitie te bepalen datum;
V. € 6.775,00 (hoofdelijk) aan buitengerechtelijke incassokosten;
VI. de proceskosten vermeerderd met wettelijke rente.
[gedaagde] voert verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, ingegaan.
4. De beoordeling
Partijen zijn in de arbeidsovereenkomst een anti-wervings-, relatie- en geheimhoudingsbeding overeengekomen.
Nadien heeft [gedaagde] met Fusion Trade Inc een CNSA gesloten waarin soortgelijke bedingen staan. Partijen verschillen van mening welk recht van toepassing is op de CNSA en of nakoming daarvan door Fusion Trade kan worden afgedwongen, nu deze is gesloten met Fusion Trade Inc. Dit kan echter in het midden worden gelaten. In de CNSA is namelijk geen boete opgenomen op overtreding van een van deze bedingen en de CNSA bevat ook geen bepaling die het boetebeding in de arbeidsovereenkomst van overeenkomstige toepassing verklaart. Op grond van de CNSA kunnen dan ook geen boetes worden gevorderd. Ook bij de uitleg van de bedingen in de arbeidsovereenkomst speelt de CNSA geen rol, omdat geen verband is gelegd met de arbeidsovereenkomst. Dit betekent dat de vordering van Fusion Trade tot betaling van contractuele boetes zal worden getoetst op basis van de in de arbeidsovereenkomst opgenomen bedingen.
Voor de beoordeling of [gedaagde] het anti-wervings-, relatie- en geheimhoudingsbeding heeft overtreden, is het van belang vast te stellen wat de reikwijdte is van deze bedingen. Bij de beantwoording van die vraag komt het op grond van de zogenaamde Haviltex-maatstaf aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan het betreffende beding mochten toekennen en op wat zij te aanzien daarvan redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.
Het anti-wervingsbeding
Het anti-wervingsbeding in de arbeidsovereenkomst luidt als volg:
“During the period of one year after the termination date of the contract of employment, the Employee shall refrain from (i) engaging or soliciting for employment any individuals who are on the payroll of Fusion Trade or any of its subsidiaries or affiliated companies of who were so during the last six months of the Employee’s employment; (…).”
Fusion Trade heeft aangevoerd dat [gedaagde] , [naam 4] , [naam 5] , [naam 6] , [naam 7] , [naam 9] en [naam 8] elkaar, onder meer in de Whatsappgroep, hebben aangemoedigd om hun dienstverband bij Fusion Trade te beëindigen en bij Chip 1 in dienst te treden. Ieder van hen heeft dus de ander geprobeerd over te halen en daarmee hebben zij ieder zes keer een boete van € 25.000,00 verbeurd en in totaal dus een boete van € 150.000,00.
[gedaagde] heeft aangevoerd dat hij en de andere voormalig werknemers elkaar niet hebben aangemoedigd om over te stappen naar Chip 1. De timing is het logische gevolg van loyaliteit van de voormalig werknemers aan [naam 2] en de onvrede die bij hen heerste over Fusion Trade. Elk van de voormalig werknemers had zijn of haar eigen reden om te willen vertrekken bij Fusion Trade. Zij waren ontevreden over de gang van zaken bij Fusion Trade en wilden graag met [naam 2] blijven werken. Uit het bestaan van een Whatsappgroep volgt niet dat sprake is geweest van werven. Die groep is aangemaakt twee weken nadat [naam 2] zijn vertrek bij Fusion Trade had aangekondigd. De mensen die in deze groep zaten, waren toen al voornemens om hun baan bij Fusion Trade op te zeggen, aldus [gedaagde] .
Geoordeeld wordt als volgt.
Fusion Trade heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat [gedaagde] de voormalig werknemers heeft geworven. Werven houdt een zekere actieve handeling in, waarbij iemand de ander probeert te overtuigen om bij de huidige werkgever op te zeggen en bij een andere werkgever in dienst te treden.
Het aanmaken van de Whatsappgroep is dubieus en welke berichten daarin precies zijn uitgewisseld kan niet worden vastgesteld. Berichten werden immers automatisch verwijderd en ter zitting is duidelijk geworden dat iedereen de Whatsappgroep ondertussen heeft verwijderd. Fusion Trade is aan enkele berichten uit de Whatsappgroep gekomen via een werknemer ([naam 11]) die ook in die groep zat, maar kennelijk wel bij Fusion Trade in dienst is gebleven en naar aanleiding van een kort geding procedure waarin Chip 1 dan wel de voormalig werknemers werden veroordeeld om informatie te verstrekken. [naam 11] heeft er echter bewust voor gekozen om geen verklaring af te geven. Uit de Whatsappberichten die wel beschikbaar zijn, blijkt niet dat de voormalig werknemers elkaar proberen te werven ten behoeve van Chip 1.
Verder speelt mee dat een deel van de voormalig werknemers een vriendengroep vormt die regelmatig buiten kantoor afsprak. Dat zij nadat [naam 2] had aangekondigd Fusion Trade te verlaten onderling spraken over een overstap naar Chip 1, maakt nog niet dat ieder van de voormalig werknemers de rest heeft geworven ten behoeve van Chip 1. De voormalig werknemers hebben allen verklaard dat zij ontevreden waren over de gang van zaken bij Fusion Trade en dat zij graag met [naam 2] wilden blijven werken. Het is daarom niet uitgesloten dat, mede gelet op de band die de voormalig werknemers ieder zeggen te hebben met [naam 2] , het de eigen keuze van ieder van de voormalig werknemers is geweest om voor Chip 1 te willen werken, omdat [naam 2] daar aan de slag zou gaan. Bovendien stond het de voormalig werknemers vrij om bij Chip 1 in dienst te treden, omdat in de arbeidsovereenkomsten geen concurrentiebeding is opgenomen. Dat laatste, zo heeft Fusion Trade ter zitting meegedeeld, is een bewuste keuze, omdat zij meende dat haar belang voldoende gewaarborgd is met het anti-wervings-, relatie- en geheimhoudingsbeding.
Het is de vraag of de voormalig werknemers tijdens de mondelinge behandeling volledige openheid van zaken hebben gegeven, maar daar staat tegenover dat deze houding ingegeven zou kunnen zijn door de gigantische boetes die van hen gevorderd worden. Hoe het ook zij, het voert te ver om op basis van de informatie die wel voorhanden is de conclusie te trekken dat de voormalige werknemers elkaar hebben aangemoedigd om te vertrekken bij Fusion Trade en bij Chip 1 in dienst te treden. Als daar al sprake van zou zijn geweest, dan is ook niet vast te stellen wie wie heeft geworven. Het heeft er veel van weg dat het een gezamenlijke actie van de voormalige werknemers is geweest, maar dit levert nog geen wervingshandeling op.
De conclusie is dat [gedaagde] het wervingsbeding niet heeft geschonden en geen boetes heeft verbeurd.
Het relatiebeding
Het relatiebeding in de arbeidsovereenkomst luidt als volgt:
“During the period of one year after the termination date of the contract of employment, the Employee shall refrain from (i) (…) (ii) soliciting or entering into commercial relationships in respect of Fusion Trade core activities with any person or entity which is a client of Fusion Trade or any of its subsidiaries or affiliated companies on the date on which the contract of employment terminates, of was a client during the year prior to that date.”
Fusion Trade stelt dat het [gedaagde] op grond van het relatiebeding was verboden om met klanten of leveranciers van Fusion Trade een commerciële relatie aan te gaan, die te werven dan wel daarmee op enige wijze contact te onderhouden. Voor de toepasselijkheid van het relatiebeding is het niet relevant wie het initiatief tot contact heeft genomen, aldus Fusion Trade.
[gedaagde] heeft aangevoerd dat het woord “soliciting” moet worden uitgelegd als het actief werven van klanten. Het relatiebeding strekte niet zo ver dat het verboden was met een relatie van Fusion Trade contact te hebben. Wanneer een klant zelf contact opneemt is geen sprake van werven van die klant. Daarnaast heeft Fusion Trade niet bewezen dat de door haar genoemde relaties op het moment dat zij contact opnamen nog daadwerkelijk klant waren bij Fusion Trade. Op oud-relaties is het beding niet van toepassing. Verder geldt dat de reikwijdte van het relatiebeding is beperkt tot het “aangaan” van relaties met klanten van Fusion Trade. Alle door Fusion Trade genoemde klanten waren al een relatie van Chip 1 Duitsland. Dergelijke relaties zijn daarom niet aangegaan, maar bestonden al, aldus [gedaagde] .
Geoordeeld wordt als volgt.
Een redelijke uitleg van het beding brengt mee dat enig contact met een (oud)relatie van Fusion Trade is toegestaan. In het beding staat immers niet dat ieder contact verboden is. Wel is het verboden om een (oud)relatie te werven. Werven houdt een zekere actieve handeling in, waarbij iemand de ander probeert te overtuigen, in dit geval om een overeenkomst aan te gaan. Verder dient het relatiebeding zo te worden uitgelegd dat het aangaan van een commerciële relatie simpelweg is verboden, ongeacht voor welk bedrag.
Dat in sommige gevallen een (oud)relatie als eerst contact heeft opgenomen, staat niet in de weg aan overtreding van het beding. Ook als dat het geval is en vervolgens wordt geprobeerd om deze (oud)relatie te werven en/of een commerciële relatie wordt aangegaan, levert dit een schending van het relatiebeding op.
Bij de reikwijdte van het relatiebeding speelt verder nog mee dat Fusion Trade over een zeer grote relatieportefeuille beschikt. In Nederland heeft Fusion Trade ongeveer 1000 relaties. Over het aantal relaties wereldwijd verschillen partijen van mening: 3000 vs. 10.000. Wat daar ook van zij bij een dergelijk groot aantal relaties kan [gedaagde] niet bekend zijn met alle relaties van Fusion Trade. In het geval vast komt te staan dat [gedaagde] niet bekend was of kon zijn met een (oud)relatie van Fusion Trade, dan levert dit geen schending van het relatiebeding op.
SQP
Op 17 juli 2024 heeft [naam 10] het volgende gemaild aan een medewerker van SQP: “Please find one new order attached, same usual checks on the drives please.”.
Vervolgens vraagt die medewerker van SQP bij e-mail van 1 augustus 2024 aan [gedaagde] en [naam 12] met [naam 10] in de cc of het klopt dat bepaalde producten de volgende dag worden geleverd en of dat gecontroleerd en bevestigd kan worden.
[gedaagde] stuurt vervolgens op 2 augustus 2024 de volgende e-mail aan de medewerker van SQP:
[gedaagde] heeft aangevoerd dat SQP alleen contact heeft gehad met [naam 10] , maar uit bovenstaande e-mail volgt dat dat niet juist is. Ter zitting heeft [gedaagde] desgevraagd verklaard dat hij alleen heeft gereageerd op een interne e-mail die hij doorgestuurd kreeg, maar ook dat klopt niet. De e-mail van de medewerker van SQP is direct gericht aan [gedaagde] .
Bovenstaand e-mailbericht van [gedaagde] vraagt om een nadere uitleg, die [gedaagde] niet heeft gegeven. Vastgesteld wordt dat met SQP een zakelijke relatie is aangegaan (zij heeft immers een order geplaatst) en dat [gedaagde] daarbij betrokkenheid heeft gehad. De conclusie is dan ook dat [gedaagde] ten aanzien van SQP het relatiebeding heeft geschonden.
Fusion Trade wordt niet gevolgd in haar stelling dat [gedaagde] van 17 juli 2024 tot en met 2 augustus 2024 een zakelijke relatie onderhield met SQP en daarom € 80.000,00 aan additionele boetes heeft verbeurd. Niet gebleken is dat [gedaagde] op 17 juli 2024 contact heeft gehad met SQP. De e-mail van die datum is immers van [naam 10] . De gevorderde additionele boetes zullen daarom worden afgewezen.
Overige relaties
Verder heeft Fusion Trade nog gesteld dat zij van een drietal klanten mondeling heeft vernomen dat [gedaagde] contact met hen heeft opgenomen, dan wel een commerciële relatie met hen onderhield. [gedaagde] heeft dit gemotiveerd betwist. Zonder nadere onderbouwing die ontbreekt, kan niet worden vastgesteld dat [gedaagde] het relatiebeding ten aanzien van deze drie door Fusion Trade genoemde relaties heeft geschonden.
Boete wordt niet gematigd
Op grond van artikel 6:94 BW is het uitgangspunt dat voor matiging slechts reden kan zijn indien de billijkheid dit klaarblijkelijk eist. Dit brengt mee dat een boete pas wordt gematigd als de toepassing van een boetebeding in de gegeven omstandigheden tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidt. Daarbij zal niet alleen moeten worden gelet op de verhouding tussen de werkelijke schade en de hoogte van de boete, maar ook op de aard van de overeenkomst, de inhoud en de strekking van het beding en de omstandigheden waaronder het is ingeroepen (HR 27 april 2007, NJ 2007, 262).
De boete dient als prikkel tot nakoming van het relatiebeding. Dat de boete (mogelijk) meer bedraagt dan de daadwerkelijk door Fusion Trade geleden schade is daarom op zichzelf onvoldoende reden om de boete te matigen. Het schenden van het relatiebeding wordt als zeer ernstig aangemerkt, omdat het relatiebeding het bedrijfsdebiet van Fusion Trade beoogt te beschermen. Verder heeft Fusion Trade onweersproken aangevoerd dat [gedaagde] van januari 2022 tot en met juni 2023 in totaal voor USD 6.705.000,00 aan bonussen en commissies heeft ontvangen. Onder deze omstandigheden leidt de toepassing van het boetebeding in de gegeven omstandigheden niet tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat. De boete zal niet worden gematigd.
De conclusie is dat een bedrag van € 25.000,00 aan boete wegens schending van het relatiebeding zal worden toegewezen.
De wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf 29 mei 2026, omdat Fusion Trade niet eerder dan in de akte van 29 mei 2026 waarmee zij haar eis heeft vermeerderd aanspraak heeft gemaakt op betaling van wettelijke rente.
Geheimhoudingsbeding
Het geheimhoudingsbeding luidt als volgt.
Both during and after the period of employment, the Employee shall be obliged to confidentiality with regard to any and all business operations and details of Fusion Trade or its affiliated companies, included but not limited to technical, financial and business information, which the Employee could reasonably have known were not intended for third parties, regardless of whether such information includes any reference to its confidential nature or ownership. Other than to the benefit of the Fusion Trade, the Employee is also not allowed to copy, compile, merge, assemble or process information, products or systems of Fusion Trade or disassemble, reproduce or download the source code of the computer software included in those products or systems or attempt to deduce the source code of such software in any other matter. (…).
Fusion Trade heeft gesteld dat iedere schending van het relatiebeding ook een schending van het geheimhoudingsbeding oplevert. [gedaagde] heeft in zijn functie bij Chip 1 namelijk per definitie gebruik gemaakt van de specifieke informatie en kennis waarover hij beschikte door zijn dienstverband bij Fusion Trade. Hij was immers op de hoogte van de namen, contactpersonen en wensen van de betreffende klanten/leveranciers van Fusion Trade.
Verder heeft [gedaagde] via de custom lead list klantinformatie van Fusion Trade verzameld en daarmee het geheimhoudingsbeding geschonden. Die informatie kon vervolgens gebruikt worden om commerciële contacten te onderhouden met klanten van Fusion Trade. Gezien het moment waarop – 18 maart 2024 – en de context waarbinnen – de gezamenlijke overstap naar Chip 1, kan deze lijst alleen bedoeld zijn geweest om ten behoeve van Chip 1 alvast vertrouwelijke gegevens van klanten van Fusion Trade te verzamelen, aldus steeds Fusion Trade.
[gedaagde] heeft aangevoerd dat het geheimhoudingsbeding een algemeen geformuleerd toepassingsbereik heeft. In het beding is niet gespecificeerd welke informatie onder het beding valt. Een zeer algemeen geheimhoudingsbeding heeft niet dezelfde algemene en daarmee verstrekkende reikwijdte. Het moet gaan om daadwerkelijk geheime of vertrouwelijke informatie. Als informatie openbaar beschikbaar is of algemeen bekend is, kan die niet als vertrouwelijk worden beschouwd. De elektronische componentenmarkt waarin Fusion Trade en Chip 1 zich bewegen, kenmerkt zich door haar transparantie en openbare beschikbaarheid van relevante marktinformatie. Daardoor kan niet snel sprake zijn van vertrouwelijke bedrijfsinformatie.
Verder heeft [gedaagde] aangevoerd dat voor de custom lead list geldt dat dit geen bedrijfsgevoelige informatie van Fusion Trade betreft. Dit is een dienst van LinkedIn waarmee naar klanten dan wel klantgegevens kan worden gezocht. Het gaat om algemene informatie die toegankelijk is voor iedereen met een licentie.
Als er al sprake is geweest van contact tussen [gedaagde] en een klant van Fusion Trade, maakt dit niet dat sprake is van een schending van het geheimhoudingsbeding. Er hoeft bij dit contact immers geen sprake te zijn van het delen van geheime informatie. Bovendien betroffen het allemaal al bestaande relaties van Chip 1, zodat het dus niet gaat om vertrouwelijke informatie, aldus steeds [gedaagde] .
Geoordeeld wordt als volgt.
Een redelijke uitleg van het geheimhoudingsbeding brengt mee dat het doel en de strekking van het beding is te voorkomen dat vertrouwelijke en concurrentiegevoelige informatie bij derden terechtkomt, vanwege de daaraan verbonden zakelijke risico’s. Het beding ziet dus uitsluitend op de bescherming van echte bedrijfsgeheimen, niet op de algemene vakkennis en ervaring die een werknemer opdoet. Het staat een werknemer vrij algemene vaardigheden na een dienstverband te benutten.
Anders dan Fusion Trade hoofdzakelijk stelt, leidt een schending van het relatiebeding niet automatisch ook tot een schending van het geheimhoudingsbeding. Het zijn twee aparte bedingen en het staat ook niet in de bedingen zelf dat schending van het ene beding tot schending van het andere beding leidt.
Hoewel zijn handelwijze zeer bedenkelijk is, heeft [gedaagde] terecht aangevoerd dat de custom lead list, dan wel het gebruik van LinkidIn Sales Navigator geen bedrijfsgevoelige informatie van Fusion Trade betreft. Het gaat om algemene informatie die toegankelijk is voor iedereen met een licentie.
Niet gebleken is dat [gedaagde] het geheimhoudingsbeding heeft overtreden. De gevorderde boetes in dat kader zullen worden afgewezen.
Buitengerechtelijke kosten en proceskosten
Fusion Trade heeft op 27 juni 2024 een sommatiebrief verzonden. Vervolgens is Fusion Trade op 6 augustus 2024 het eerste kort geding gestart. Niet gebleken is dat buitengerechtelijke werkzaamheden ter inning van de toegewezen boete zijn verricht die een dergelijke vergoeding rechtvaardigen.
[gedaagde] heeft gevorderd Fusion Trade in de daadwerkelijk gemaakte proceskosten te veroordelen. Voor een veroordeling in de daadwerkelijk gemaakte proceskosten is alleen plaats als sprake is van buitengewone omstandigheden, zoals van misbruik van procesrecht of het onrechtmatig instellen van een procedure. Daarvan is niet gebleken.
Fusion Trade is overwegend in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
€
2.882,00
(2 punten × € 1.441,00)
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
3.026,00
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5. De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van € 25.000,00 aan boete vanwege schending van het relatiebeding te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 29 mei 2026 tot aan de dag van volledige betaling,
veroordeelt Fusion Trade in de proceskosten van € 3.026,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Fusion Trade niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt Fusion Trade tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. Kraak, kantonrechter, bijgestaan door mr. M.F. van Grootheest, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 4 augustus 2026.
57170