RECHTBANK AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 12122033 \ CV EXPL 26-3005
Vonnis van 4 augustus 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
FUSION TRADE NETHERLANDS B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie,
hierna te noemen: Fusion Trade,
gemachtigden: mr. M.C.A. te Poel, mr. M.J. Bosselaar, mr. M. Branger en mr. L. Hilvering,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigden: mr. P.G.M. Brouwer en mr. L.O. Molendijk.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt, voor zover van belang, uit:
- de dagvaarding met producties van 30 juni 2025, uitgebracht tegen Chip 1 en negen voormalig werknemers van Fusion Trade,
- de conclusie van antwoord met producties van Chip 1 en negen voormalig werknemers van Fusion Trade, met tevens een vordering in reconventie, ingesteld door een van de voormalig werknemers van Fusion Trade,
- het tussenvonnis van 17 oktober 2025,
- de e-mail van 3 februari 2026 waarin aan partijen is bericht dat de kantonrechter de procedure zal splitsen in individuele zaken per gedaagde,
- de regiezitting van 9 februari 2026,
- de rolbeslissing van 10 maart 2026,
- een per gedaagde aangepaste dagvaarding, nagekomen producties tot en met productie 65, een conclusie van antwoord in reconventie en een akte wijziging van eis, alle van de zijde Fusion Trade,
- een per gedaagde aangepaste conclusies van antwoord, nagekomen producties tot en met productie 68 van de zijde van [gedaagde] ,
- de mondelinge behandeling van 8 en 9 juni 2026, waarvan door griffiers aantekeningen zijn gemaakt. Beide partijen hebben per e-mail opmerkingen bij de aantekeningen gemaakt.
Op 8 en 9 juni 2026 is de mondelinge behandeling gehouden. Deze procedure is gezamenlijk behandeld met de procedures van de andere gedaagden. Namens Fusion Trade is verschenen [naam 1] , [functie 1] , bijgestaan door mr. Te Poel, mr. Bosselaar en mr. Branger. Voor Fusion Trade waren tolken aanwezig. [gedaagde] is verschenen en werd bijgestaan door mr. Brouwer en mr. Molendijk. Voor [gedaagde] was een tolk aanwezig. Partijen hebben hun standpunten aan de hand van pleitnotities (per onderwerp) toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. Daarna is een datum voor vonnis bepaald.
Nadat [gedaagde] daartegen bezwaar had gemaakt, is beslist dat productie 66 van Fusion Trade niet tot de procedure wordt toegelaten, omdat deze niet tijdig is ingediend.
2. De feiten
Fusion Trade houdt zich bezig met de in- en verkoop van elektrische componenten en maakt deel uit van een internationaal concern. Het hoofdkantoor van Fusion Trade is gevestigd in Amerika (hierna: Fusion Trade Inc.).
[gedaagde] is op 5 september 2022 in dienst getreden bij Fusion Trade op grond van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Deze overeenkomst is twee keer tijdelijk verlengd. [gedaagde] was werkzaam in de functie van Sales Account Executive.
De tussen partijen gesloten tijdelijke arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd bevatte een geheimhoudings-, anti-wervings- en relatiebeding. Op overtreding van een van deze bedingen is een boete gesteld van € 25.000,00 vermeerderd met € 5.000,00 per dag dat de overtreding voortduurt.
Op 18 augustus 2022 hebben [gedaagde] en Fusion Trade een Confidentiality and Non-Solicitation Agreement and Assignment of Developments Agreement (hierna CNSA) gesloten. Daarin staat ook een geheimhoudings-, anti-wervings- en relatiebeding.
[naam 3] , [naam 4] , [naam 5] , [naam 6] , [naam 7] , [naam 8] , [naam 9] en [naam 10] zijn allen voormalig werknemer van Fusion Trade (hierna ook: de voormalig werknemers). [naam 3] was [functie 1] en de leidinggevende van de overige voormalig werknemers en [gedaagde] . [naam 9] had een inkoopfunctie en [naam 4] was [functie 2] . De overige voormalig werknemers hadden allen een salesfunctie.
Op 7 februari 2024 heeft [naam 3] in een Whatsappgroep van Fusion Trade aangekondigd dat hij gaat vertrekken bij Fusion Trade.
[gedaagde] heeft op 15 februari 2024 een sollicitatiegesprek gehad met Chip 1 Duitsland.
[naam 4] heeft op 20 februari 2024 een Whatsappgroep aangemaakt onder de naam “Chip 1 dream team”. In deze groep zaten onder meer [gedaagde] en de voormalig werknemers. [naam 5] heeft op 20 november 2024 de naam van de groep gewijzigd in “Chip 1 Wolves” en later die dag naar “Revolution”. [naam 3] heeft de instellingen van de Whatsappgroep op 21 februari 2024 aangepast, in die zin dat berichten in beginsel binnen 24 uur uit deze groep verdwijnen. De naam van de Whatsappgroep is meerdere keren gewijzigd en had als laatst de naam “Festival Season”. [naam 3] heeft in de Whatsappgroep geschreven: “Changed the name in case somebody opens it in the office.”, waarop [naam 4] reageerde: “If you still in the office set the group in silent.”.
[gedaagde] heeft zijn arbeidsovereenkomst met Fusion Trade op 21 februari 2024 opgezegd tegen 31 maart 2024.
Fusion Trade heeft een licentie voor LinkedIn Sales Navigator, een platform om te zoeken naar (contactgegevens) van (potentiële) relaties. [gedaagde] heeft op 18 maart 2024 via dit platform gezocht naar relaties.
Chip 1 Exchange NL B.V. (hierna: Chip 1) is op 22 maart 2024 opgericht met [naam 3] als enig bestuurder. Chip 1 houdt zich net als Fusion Trade bezig met de in- en verkoop van elektrische componenten. Het hoofdkantoor van Chip 1 groep is gevestigd in Duitsland (hierna: Chip 1 Duitsland).
In april 2024 is [gedaagde] in dienst getreden bij Chip 1 als Global Key Account Manager. De voormalig werknemers zijn allen eveneens op of omstreeks 1 april 2024 in dienst getreden, behalve [naam 8] , die op 1 mei 2024 in dienst is getreden bij Chip 1.
Bij brief van 27 juni 2024 heeft Fusion Trade [gedaagde] gesommeerd en verzocht te stoppen met onrechtmatig handelen en met het in strijd handelen met het geheimhoudings-, anti-wervings- en relatiebeding.
[gedaagde] heeft in juli 2024 met [naam 3] geappt over AY en in september 2024 over ELKO, relaties van Fusion Trade.
Tussen [gedaagde] , Chip 1, de voormalig werknemers en Fusion Trade zijn meerdere kort gedingen en executiegeschillen aanhangig geweest bij deze rechtbank. Die procedures zagen onder meer op het verstrekken van informatie door Chip 1 en de voormalig werknemers, althans [naam 3] en [naam 4] .
3. Het geschil in conventie en in reconventie
Fusion Trade vordert in conventie – samengevat en na wijziging van eis – [gedaagde] te veroordelen tot betaling van:
I. € 150.000,00 aan boetes vanwege schending van het wervingsverbod;
II. € 50.000,00 aan boetes vanwege schending van het relatiebeding;
III. € 25.000,00 aan boetes vanwege schending van het geheimhoudingsbeding;
IV. de wettelijke rente over de gevorderde boetes vanaf 2 juli 2024, dan wel 6 augustus 2024, dan wel vanaf een in goede justitie te bepalen datum;
V. € 6.775,00 (hoofdelijk) aan buitengerechtelijke incassokosten;
VI. de proceskosten vermeerderd met wettelijke rente.
[gedaagde] vordert in reconventie primair te verklaren voor recht dat het relatiebeding van [gedaagde] nietig is en subsidiair het relatiebeding te vernietigen, met veroordeling van Fusion Trade in de daadwerkelijke proceskosten en in de nakosten (in conventie en in reconventie), te vermeerderen met de wettelijke rente.
Partijen hebben verweer gevoerd tegen elkaars vorderingen.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, ingegaan.
4. De beoordeling in conventie en in reconventie
Partijen zijn in de arbeidsovereenkomst een anti-wervings-, relatie- en geheimhoudingsbeding overeengekomen.
Nadien heeft [gedaagde] met Fusion Trade Inc een CNSA gesloten waarin soortgelijke bedingen staan. Partijen verschillen van mening welk recht van toepassing is op de CNSA en of nakoming daarvan door Fusion Trade kan worden afgedwongen, nu deze is gesloten met Fusion Trade Inc. Dit kan echter in het midden worden gelaten. In de CNSA is namelijk geen boete opgenomen op overtreding van een van deze bedingen en de CNSA bevat ook geen bepaling die het boetebeding in de arbeidsovereenkomst van overeenkomstige toepassing verklaart. Op grond van de CNSA kunnen dan ook geen boetes worden gevorderd. Ook bij de uitleg van de bedingen in de arbeidsovereenkomst speelt de CNSA geen rol, omdat geen verband is gelegd met de arbeidsovereenkomst. Dit betekent dat de vordering van Fusion Trade tot betaling van contractuele boetes zal worden getoetst op basis van de in de arbeidsovereenkomst opgenomen bedingen.
Voor de beoordeling of [gedaagde] het anti-wervings-, relatie- en geheimhoudingsbeding heeft overtreden, is het van belang vast te stellen wat de reikwijdte is van deze bedingen. Bij de beantwoording van die vraag komt het op grond van de zogenaamde Haviltex-maatstaf aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan het betreffende beding mochten toekennen en op wat zij te aanzien daarvan redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.
Het anti-wervingsbeding
Het anti-wervingsbeding in de arbeidsovereenkomst luidt als volg:
“During the period of one year after the termination date of the contract of employment, the Employee shall refrain from (i) engaging or soliciting for employment any individuals who are on the payroll of Fusion Trade or any of its subsidiaries or affiliated companies of who were so during the last six months of the Employee’s employment; (…).”
Fusion Trade heeft aangevoerd dat [gedaagde] , [naam 5] , [naam 6] , [naam 7] , [naam 8] , [naam 9] en [naam 10] elkaar, onder meer in de Whatsappgroep, hebben aangemoedigd om hun dienstverband bij Fusion Trade te beëindigen en bij Chip 1 in dienst te treden. Ieder van hen heeft dus de ander geprobeerd over te halen en daarmee hebben zij ieder zes keer een boete van € 25.000,00 verbeurd en in totaal dus een boete van € 150.000,00.
[gedaagde] heeft aangevoerd dat hij en de andere voormalig werknemers elkaar hebben aangemoedigd om over te stappen naar Chip 1. De timing is het logische gevolg van loyaliteit van de voormalig werknemers aan [naam 3] en de onvrede die bij hen heerste over Fusion Trade. Elk van de voormalig werknemers had zijn of haar eigen reden om te vertrekken bij Fusion Trade. Zij waren ontevreden over de gang van zaken bij Fusion Trade en wilden graag met [naam 3] blijven werken. Uit het bestaan van een Whatsappgroep volgt niet dat sprake is geweest van werven. Die groep is aangemaakt twee weken nadat [naam 3] zijn vertrek bij Fusion Trade had aangekondigd. De mensen die in deze groep zaten, waren toen al voornemens om hun baan bij Fusion Trade op te zeggen, aldus [gedaagde] .
Geoordeeld wordt als volgt.
Fusion Trade heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat [gedaagde] de voormalig werknemers heeft geworven. Werven houdt een zekere actieve handeling in, waarbij iemand de ander probeert te overtuigen om bij de huidige werkgever op te zeggen en bij een andere werkgever in dienst te treden.
Het aanmaken van de Whatsappgroep is dubieus en welke berichten daarin precies zijn uitgewisseld kan niet worden vastgesteld. Berichten werden immers automatisch verwijderd en ter zitting is duidelijk geworden dat iedereen de Whatsappgroep ondertussen heeft verwijderd. Fusion Trade is aan berichten uit de Whatsappgroep gekomen via een werknemer ( [naam 11] ) die ook in die groep zat, maar kennelijk wel bij Fusion Trade in dienst is gebleven en naar aanleiding van een kort geding procedure waarin Chip 1 dan wel de voormalig werknemers werden veroordeeld om informatie te verstrekken. [naam 11] heeft er echter bewust voor gekozen om geen verklaring af te geven. Uit de Whatsappberichten die wel beschikbaar zijn, blijkt niet dat de voormalig werknemers elkaar proberen te werven ten behoeve van Chip 1.
Verder speelt mee dat een deel van de voormalig werknemers een vriendengroep vormt die regelmatig buiten kantoor afsprak. Dat zij nadat [naam 3] had aangekondigd Fusion Trade te verlaten onderling spraken over een overstap naar Chip 1, maakt nog niet dat ieder van de voormalig werknemers de rest heeft geworven ten behoeve van Chip 1. De voormalig werknemers hebben allen verklaard dat zij ontevreden waren over de gang van zaken bij Fusion Trade en dat zij graag met [naam 3] wilden blijven werken. Het is daarom niet uitgesloten dat, mede gelet op de band die de voormalig werknemers ieder zeggen te hebben met [naam 3] , het de eigen keuze van ieder van de voormalig werknemers is geweest om voor Chip 1 te willen werken, omdat [naam 3] daar aan de slag zou gaan. Bovendien stond het de voormalig werknemers vrij om bij Chip 1 in dienst te treden, omdat in de arbeidsovereenkomsten geen concurrentiebeding is opgenomen. Dat laatste, zo heeft Fusion Trade ter zitting meegedeeld, is een bewuste keuze, omdat zij meende dat haar belang voldoende gewaarborgd is met het anti-wervings-, relatie- en geheimhoudingsbeding.
Het is de vraag of de voormalig werknemers tijdens de mondelinge behandeling volledige openheid van zaken hebben gegeven, maar daar staat tegenover dat deze houding ingegeven zou kunnen zijn door de gigantische boetes die van hen gevorderd worden. Hoe het ook zij, het voert te ver om op basis van de informatie die wel voorhanden is de conclusie te trekken dat de voormalige werknemers elkaar hebben aangemoedigd om te vertrekken bij Fusion Trade en bij Chip 1 in dienst te treden. Als daar al sprake van zou zijn geweest, dan is ook niet vast te stellen wie wie heeft geworven. Het heeft er veel van weg dat het een gezamenlijke actie van de voormalige werknemers is geweest, maar dit levert nog geen wervingshandeling op.
De conclusie is dat [gedaagde] het wervingsbeding niet heeft geschonden en geen boetes heeft verbeurd.
Het relatiebeding
Eerst zal worden beoordeeld of partijen rechtsgeldig een relatiebeding zijn overeengekomen.
Een relatiebeding valt onder de regels van een concurrentiebeding (HR 3 maart 2017, ECLI: NL:HR:2017:364). Dit betekent op grond van artikel 7:653 lid 2 BW dat als in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd een relatiebeding is opgenomen, uit de motivering van het relatiebeding moet blijken dat het beding noodzakelijk is vanwege zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen. Volgens de parlementaire geschiedenis bij dit artikel dient in het beding zelf gemotiveerd te worden welke bedrijfs- of dienstbelangen het betreft en waarom die het beding vereisen. Indien deze motivering onvolledig is of ontbreekt, kan dit tot gevolg hebben dat het relatiebeding nietig is. Dit houdt in dat het beding nooit van toepassing is geweest.
Tussen partijen is niet in geschil dat zij telkens arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd zijn aangegaan. In deze overeenkomsten is bij he relatiebeding niet gemotiveerd dat het beding noodzakelijk is vanwege zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen. Dit betekent dat het relatiebeding niet rechtsgeldig is overeengekomen.
De conclusie is dat de vordering van [gedaagde] om het relatiebeding nietig te verklaren, zal worden toegewezen.
Bovenstaande brengt met zich dat de door Fusion Trade gevorderde boetes wegens overtreding van het relatiebeding zullen worden afgewezen.
Geheimhoudingsbeding
Het geheimdhoudingsbeding in de arbeidsovereenkomst luidt als volgt:
Both during and after the period of employment, the Employee shall be obliged to confidentiality with regard to any and all business operations and details of Fusion Trade or its affiliated companies, included but not limited to technical, financial and business information, which the Employee could reasonably have known were not intended for third parties, regardless of whether such information includes any reference to its confidential nature or ownership. Other than to the benefit of the Fusion Trade, the Employee is also not allowed to copy, compile, merge, assemble or process information, products or systems of Fusion Trade or disassemble, reproduce or download the source code of the computer software included in those products or systems or attempt to deduce the source code of such software in any other matter. (…).
Fusion Trade heeft gesteld dat iedere schending van het relatiebeding ook een schending van het geheimhoudingsbeding oplevert. [gedaagde] heeft in zijn functie bij Chip 1 namelijk per definitie gebruik gemaakt van de specifieke informatie en kennis waarover hij beschikte door zijn dienstverband bij Fusion Trade. Hij was immers op de hoogte van de namen, contactpersonen en wensen van de betreffende klanten/leveranciers van Fusion Trade.
Verder heeft [gedaagde] via de custom lead list klantinformatie van Fusion Trade verzameld en daarmee het geheimhoudingsbeding geschonden. Die informatie kon vervolgens gebruikt worden om commerciële contacten te onderhouden met klanten van Fusion Trade. Gezien het moment waarop – 18 maart 2024 – en de context waarbinnen – de gezamenlijke overstap naar Chip 1, kan deze lijst alleen bedoeld zijn geweest om ten behoeve van Chip 1 alvast vertrouwelijke gegevens van klanten van Fusion Trade te verzamelen, aldus steeds Fusion Trade.
[gedaagde] heeft aangevoerd dat het geheimhoudingsbeding een algemeen geformuleerd toepassingsbereik heeft. In het beding is niet gespecificeerd welke informatie onder het beding valt. Een zeer algemeen geheimhoudingsbeding heeft niet dezelfde algemene en daarmee verstrekkende reikwijdte. Het moet gaan om daadwerkelijk geheime of vertrouwelijke informatie. Als informatie openbaar beschikbaar is of algemeen bekend is, kan die niet als vertrouwelijk worden beschouwd. De elektronische componentenmarkt waarin Fusion Trade en Chip 1 zich bewegen, kenmerkt zich door haar transparantie en openbare beschikbaarheid van relevante marktinformatie. Daardoor kan niet snel sprake zijn van vertrouwelijke bedrijfsinformatie.
[gedaagde] heeft ook aangevoerd dat voor de custom lead list geldt dat dit geen bedrijfsgevoelige informatie van Fusion Trade betreft. Dit is een dienst van LinkedIn waarmee naar klanten dan wel klantgegevens kan worden gezocht. Het gaat om algemene informatie die toegankelijk is voor iedereen met een licentie.
Als er al sprake is geweest van contact tussen [gedaagde] en een klant van Fusion Trade, maakt dit niet dat sprake is van een schending van het geheimhoudingsbeding. Er hoeft bij dit contact immers geen sprake te zijn van het delen van geheime informatie. Bovendien betroffen het allemaal al bestaande relaties van Chip 1, zodat het dus niet gaat om vertrouwelijke informatie, aldus steeds [gedaagde] .
Geoordeeld wordt als volgt.
Een redelijke uitleg van het geheimhoudingsbeding brengt mee dat het doel en de strekking is te voorkomen dat vertrouwelijke en concurrentiegevoelige informatie bij derden terechtkomt, vanwege de daaraan verbonden zakelijke risico’s. Het beding ziet dus uitsluitend op de bescherming van echte bedrijfsgeheimen, niet op de algemene vakkennis en ervaring die een werknemer opdoet. Het staat een werknemer vrij algemene vaardigheden na een dienstverband te benutten.
Anders dan Fusion Trade hoofdzakelijk stelt, leidt een schending van het relatiebeding niet automatisch ook tot een schending van het geheimhoudingsbeding. Het zijn twee aparte bedingen en het staat ook niet in de bedingen zelf dat schending van het ene beding tot schending van het andere beding leidt. Ook is niet gebleken dat [gedaagde] het geheimhoudingsbeding heeft geschonden in zijn contact met de relatie AY.
Hoewel zijn handelwijze zeer bedenkelijk is, heeft [gedaagde] terecht aangevoerd dat de custom lead list, dan wel het gebruik van LinkidIn Sales Navigator geen bedrijfsgevoelige informatie van Fusion Trade betreft. Het gaat om algemene informatie die toegankelijk is voor iedereen met een licentie.
Niet gebleken is dat [gedaagde] het geheimhoudingsbeding heeft overtreden. De gevorderde boetes in dat kader zullen worden afgewezen.
Buitengerechtelijke kosten en proceskosten
Nu de gevorderde boetes worden afgewezen, zijn ook de gevorderde buitengerechtelijke kosten niet toewijsbaar.
[gedaagde] heeft gevorderd Fusion Trade in de daadwerkelijk gemaakte proceskosten te veroordelen. Voor een veroordeling in de daadwerkelijk gemaakte proceskosten is alleen plaats als sprake is van buitengewone omstandigheden, zoals van misbruik van procesrecht of het onrechtmatig instellen van een procedure. Daarvan is niet gebleken.
Fusion Trade is in conventie het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
€
2.310,00
(2 punten × € 1.155,00)
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
2.454,00
Fusion Trade is in reconventie het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op nihil, omdat niet gebleken is dat [gedaagde] voor zijn vordering in reconventie afzonderlijk kosten heeft gemaakt.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5. De beslissing
De kantonrechter
in conventie en in reconventie
wijst de vorderingen van Fusion Trade af,
verklaart voor recht dat het relatiebeding van [gedaagde] nietig is,
veroordeelt Fusion Trade in de proceskosten van € 2.454,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Fusion Trade niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt Fusion Trade tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. Kraak, kantonrechter, bijgestaan door mr. M.F. van Grootheest, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 4 augustus 2026.
57170