1 [gedaagde 1] V.O.F.,
2 2. [gedaagde 2] ,
RECHTBANK AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 12029776 \ CV EXPL 25-17841
Vonnis van 5 juni 2026
in de zaak van
NPB MEDIA B.V.,
te Haarlem,
eisende partij,
hierna te noemen: NPB Media,
gemachtigde: Trust Krediet Beheer B.V.,
tegen
procederend voor zichzelf en in hoedanigheid van vennoot van [gedaagde 1] V.O.F. ,
3. [gedaagde 3],
procederend voor zichzelf en in hoedanigheid van vennoot van [gedaagde 1] V.O.F. ,
allen te [vestigingsplaats] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: gedaagden,
procederend in persoon.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 15 december 2025, met producties,
- het proces-verbaal van het mondeling antwoord met de beslissing om een nadere schriftelijke toelichting toe te staan,
- het schriftelijke antwoord,- het tussenvonnis van 19 februari 2026, waarin mondelinge behandeling is bepaald,
- de akte van NPB Media van 16 april 2026 met nadere producties,
- de mondelinge behandeling van 1 mei 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt die zich in het dossier bevinden.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
[naam] , de zoon van [gedaagde 2] en [gedaagde 3] , heeft op 21 februari 2023, toen ook hij vennoot was van [gedaagde 1] V.O.F., namens de V.O.F. een document (hierna: het document) ondertekend voor reclamedienstverlening door NPB Media.
Het document bepaalt, voor zover relevant, dat [gedaagde 1] V.O.F. voor de duur van vijf jaren een reclamebord van NPB Media huurt voor een jaarlijkse huurprijs van € 2.395,00 en ook eenmalige voorbereidingskosten van € 375,00 betaalt. In het document is ook de volgende zin opgenomen:
Ondergetekende verklaart tevens van de aan ommezijde vermelde voorwaarden behoorlijk kennis te hebben genomen en deze onvoorwaardelijk te accepteren.
In de algemene voorwaarden van NPB Media is, voor zover relevant, het volgende opgenomen:
“ 8.4. Voor het geval Huurder de gegevens voor het ontwerp niet aanlevert of niet reageert op de door NPB gemaakte ontwerp voor de Decoratieplaten, heeft NPB het recht Decoratieplaten met standaardgegevens te plaatsen, bestaande uit Huurders naam en adres. Hiermee zal NPB aan al haar verplichtingen hebben voldaan, waardoor de verplichting van Huurder tot betaling aanvangt.”
Op 5 mei 2023 heeft NPB Media een e-mail gestuurd aan gedaagden waarin het volgende is opgenomen:“Geachte heer [gedaagde 2] ,
Op 01-05-2023 hebben wij u de ontwerpen en de situatieschets(en) gestuurd met betrekking tot de lichtmastreclame in de gemeente Adam Nieuw West. Tot op heden hebben wij nog geen akkoord van u mogen ontvangen.
Mocht u niet akkoord gaan met het ontwerp wilt u dan, binnen 5 werkdagen , een e-mail sturen naar [e-mailadres]
Als wij geen e-mail van u ontvangen, gaan wij voor u de plaatsing van de reclame in orde maken en krijgt u bericht per wanneer deze is geplaatst.
Met vriendelijke groet,
NPB Media
Customer service”
Op 2 juli 2023 heeft [naam] namens gedaagden gereageerd. In de e-mail is het volgende opgenomen:
“het bord verborgen is achter lagen bladeren of ander materiaal. […] Het verborgen gebied tast zowel de algehele esthetiek als functionaliteit van het bord aan, waardoor het ongeschikt is voor het beoogde doel.
Daarnaast heb ik ontdekt dat het verkeerde logo is gebruikt op het bord. […]
Bovendien zijn de aangegeven richtingen op het bord onjuist. In plaats van een route naar links te tonen, zoals oorspronkelijk gevraagd en verwacht, geeft het bord een route naar rechts weer. Deze onjuiste informatie is niet alleen misleidend, maar ondermijnt ook het doel van het bord, […]
Ik verzoek u dingend om dit probleem te onderzoeken en met een passende oplossing te komen. Dit kan bestaan uit het annuleren van de bestelling of het bieden van een alternatieve oplossing die tegemoetkomt aan onze oorspronkelijke verwachtingen. […]”
Op 4 juli 2023 heeft NPB Media een e-mail gestuurd aan gedaagden waarin zij wijst op paragraaf 8.4 van haar algemene voorwaarden. Zij biedt in deze e-mail daarnaast een kosteloze aanpassing van de bedrukking op de voorzijde van het reclamebord aan. Op 12 juli 2023 heeft NPB Media een herinnering aan gedaagden gestuurd met het verzoek om te reageren op haar voorstel.
Op 14 juli 2023 heeft NPB Media een e-mail vanuit gedaagden ontvangen waarin, onder meer, het volgende is opgenomen:
“ik ben pas tevreden wanneer er naar de volgende van mijn wensen gehoor word gegeven.
nieuwe logo, goede pijlen die echt naar de winkel wijzen en tenslotte op een plek zetten waar het de gehele jaar door zichtbaar is. niet alleen in de herfst wanneer de bomen geen bladen hebben.”
Op 3 augustus 2023 heeft NPB Media een e-mail aan gedaagden gestuurd waarin zij kosteloze decoratiewijziging en verplaatsing van het reclamebord aanbiedt. Op 4 september 2023 heeft NPB Media een herinnering aan gedaagden gestuurd waarin zij vraagt om op dat aanbod te reageren.
NPB Media heeft aan [gedaagde 1] V.O.F. drie facturen gestuurd: De eerste factuur is gedateerd op 9 juni 2023 en ziet op een termijnbedrag voor de periode 8 juni 2023 – 8 juni 2024 (€ 3.437,70). De tweede factuur is gedateerd op 31 januari 2024 en ziet op een indexatie van 3,5% vanaf 1 januari 2024 (€ 44,19). De derde factuur is gedateerd op 8 mei 2024 en ziet op een termijnbedrag voor de periode 8 juni 2024 – 8 juni 2025 (€ 3.085,37).
In mei 2025 heeft NPB Media het reclamebord verwijderd.
3. Het geschil
NPB Media vordert - samengevat - de hoofdelijke veroordeling van gedaagden tot betaling van € 5.770,98, vermeerderd met rente en kosten, uitvoerbaar bij voorraad. NPB Media legt daaraan de nakoming van een overeenkomst voor reclamedienstverlening ten grondslag.
Gedaagden voeren verweer. Gedaagden concluderen tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van NPB Media in de kosten van deze procedure.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De beoordeling
Overeenkomst is tot stand gekomen
De eerste vraag die de kantonrechter moet beantwoorden, is of er bindende overeenkomst tussen partijen is gesloten. Gedaagden voeren namelijk aan dat zij erop mochten vertrouwen dat het plaatsen van de handtekening op het document nog geen definitieve overeenkomst betekende. Zij stellen dat [naam] , na de ondertekening, eerst nog toestemming zou vragen aan [gedaagde 2] en [gedaagde 3] en dat ook zo met NPB Media had afgesproken. Pas als die toestemming er was zou de overeenkomst tot stand komen. De handtekening is gezet zodat de overeenkomst na de toestemming direct kon worden uitgevoerd. NPB Media weerspreekt dat partijen zouden hebben afgesproken dat eerst nog toestemming van de andere vennoten zou worden verkregen.
De kantonrechter overweegt dat de zoon van [gedaagde 2] en [gedaagde 3] op het moment dat hij vennoot was van [bedrijf] V.O.F., de V.O.F. kon binden aan een overeenkomst met NPB Media en dat ook heeft gedaan. Het is niet in geschil dat er verschillende contactmomenten zijn geweest tussen [naam] en NPB Media voorafgaand aan de ondertekening van het document. Tijdens één van deze momenten is de locatie voor het reclamebord bekeken en hebben [naam] en NPB Media vervolgens het document ondertekend op de bedrijfslocatie van [bedrijf] V.O.F. Hiermee is het aanbod van NPB Media voor de huur van het reclamebord door [naam] aanvaard en is een overeenkomst tot stand gekomen. Gelet op de ondertekening van het document dat geen nadere voorwaarden voor de gebondenheid van de V.O.F. omschrijft, is de enkele stelling van gedaagden dat het de bedoeling was dat er nog toestemming moest komen van [gedaagde 2] en [gedaagde 3] (destijds de andere vennoten) en NPB Media daarvan op de hoogte was, zonder nadere onderbouwing en bij betwisting door NPB Media onvoldoende om vast te stellen dat gedaagden erop mochten vertrouwen dat de gebondenheid van de V.O.F. aan die toestemming voorwaardelijk was.
NPB Media mocht de overeenkomst uitvoeren
Gedaagden voeren daarnaast aan dat zij ervan uitgingen dat de overeenkomst niet zou worden uitgevoerd, als zij niet reageerden op het toegestuurde ontwerp voor het reclamebord. NPB Media heeft in dit kader op haar algemene voorwaarden gewezen.
Hoewel gedaagden niet hebben gereageerd op e-mails van NPB Media waarin het ontwerp voor het reclamebord werd gedeeld, heeft NPB Media het reclamebord naar het oordeel van de kantonrechter mogen ophangen en de huurprijs daarvan mogen factureren. Zoals onder 2.2. is vermeld, bepalen de geldende algemene voorwaarden bij de overeenkomst namelijk - in andere bewoordingen - dat een reclamebord met een standaardontwerp wordt opgehangen als een huurder niet reageert op een door NPB Media toegestuurd ontwerp. Dat gedaagden de op de overeenkomst toepasselijke algemene voorwaarden – zoals zij tijdens de mondelinge behandeling hebben aangevoerd - feitelijk niet hebben gelezen en ook niet samen met NPB Media hebben doorgenomen, maakt deze in dit geval niet vernietigbaar. Vereist is slechts dat de algemene voorwaarden ter hand zijn gesteld door NPB Media en, zoals onder 2.1. is opgenomen, bepaalt de overeenkomst dat [naam] van de algemene voorwaarden kennis heeft genomen en deze heeft geaccepteerd. Omdat het gaat om een schriftelijke document dat door partijen is ondertekend (onderhandse akte), levert dat document tussen partijen dwingend bewijs op van de terhandstelling.
NPB Media heeft door het reclamebord op te hangen gehandeld in overeenstemming met de geldende algemene voorwaarden. Gedaagden hebben pas op 2 juli 2023 voor het eerst gereageerd op het e-mailbericht van NPB Media van 5 mei 2023 waarin werd gevraagd om een reactie op het ontwerp. Omdat een reactie eerder was uitgebleven was het reclamebord, in overeenstemming met de geldende algemene voorwaarden, toen al opgehangen. Daarbij hebben gedaagden in hun reactie alleen geklaagd over de wijze van uitvoering van de overeenkomst en niet over het feit dat het reclamebord al was opgehangen.
Gedeeltelijke tekortkoming in de nakoming
Gedaagden beroepen zich er verder op dat NPB Media haar verplichtingen op grond van de overeenkomst niet is nagekomen en zij daarom de facturen niet hoeven te voldoen. Het ontwerp van de reclame voldeed niet aan wat gedaagden daarvan redelijkerwijs mochten verwachten en hing onzichtbaar achter de bladeren van een boom.
De kantonrechter stelt vast dat gedaagden hierover hebben geklaagd bij NPB Media. Voorafgaand aan hun klacht van 2 juli 2023 hebben zij echter niet gereageerd op e-mails van NPB Media waarin zij vroeg om een reactie op het ontwerp. De kantonrechter heeft daarover al geoordeeld dat NPB Media niet op hun reactie hoefde te blijven wachten. Naar aanleiding van de klacht, die dus na de plaatsing kwam, heeft NPB Media op 4 juli 2023 en dus binnen twee dagen na de klacht van gedaagden, kosteloos herstel van het ontwerp aangeboden. Ook op dat aanbod zijn gedaagden niet ingegaan. Dat het ontwerp van de reclame niet was hoe gedaagden het wilden hebben, is NPB Media daarom ook na de klacht niet toe te rekenen. Wel heeft NPB Media, ondanks dat de klacht ook ging over de zichtbaarheid van het reclamebord, pas op 3 augustus 2023 een kosteloze locatiewijziging aangeboden. Omdat de kern van de overeenkomst is dat er reclame wordt gemaakt en daarvoor essentieel is dat het reclamebord zichtbaar is, levert deze omstandigheid naar het oordeel van de kantonrechter wel een gebrek op in de nakoming van de overeenkomst. Het aanbod om maatregelen te nemen om dit gebrek te verhelpen is uiteindelijk een maand uitgebleven. Dit betekent dat NPB Media gedurende die maand tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst en de huurkosten voor die maand op de factuur van 9 juni 2023 in mindering had moeten brengen. Op de hoofdsom zal daarom een bedrag van € 199,58 in mindering worden gebracht.
Eerder betaalde bedragen
Gedaagden hebben verder nog naar voren gebracht dat zij al € 918,22 hebben betaald aan NPB Media, terwijl NPB Media bij berekening van de gevorderde hoofdsom alleen rekening heeft gehouden met een betaling ter hoogte van € 796,28.
NPB Media heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat het door gedaagden genoemde bedrag is betaald aan een ander incassokantoor dat eerder incassowerkzaamheden voor de inning van deze vordering op gedaagden heeft verricht. Dat er een bedrag van enkel € 796,28 op de hoofdsom in mindering is gebracht, komt door een provisie die op het betaalde bedrag in mindering is gebracht. NPB Media heeft verder niet toegelicht waarom deze provisie voor rekening van gedaagden moet komen. Naar het oordeel van de kantonrechter strekt dit bedrag daarom ter aflossing van de hoofdsom. Dat betekent dat er een bedrag van € 121,94 op de hoofdsom in mindering wordt gebracht.
Geen strijd met redelijkheid en billijkheid
Ten slotte hebben gedaagden aangevoerd dat NPB Media in strijd met de redelijkheid en billijkheid boetes en toekomstige winst vordert. NPB Media bestrijdt dat aan hen een beroep op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid toekomt en heeft toegelicht dat zij geen betaling van boetes vordert.
Anders dan gedaagden stellen en zoals NPB Media terecht heeft aangevoerd, bestaat het bedrag dat zij moeten betalen niet deels uit boetes en toekomstige winst. Het gaat om de op grond van de overeenkomst verschuldigde huurbedragen voor de periode dat het reclamebord geplaatst is geweest en de wettelijke rente en kosten die op grond van de wet in rekening mogen worden gebracht.De kantonrechter ziet geen aanleiding voor het oordeel dat toepassing van de tussen partijen gemaakte afspraken over de verschuldigde huur in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Gedaagden hebben dat standpunt verder niet onderbouwd, anders dan dat zij de vordering niet kunnen betalen. Dat is onvoldoende.
Conclusie
De conclusie is dat de door NPB Media gevorderde hoofdsom moet worden toegewezen tot het bedrag van € 5.449,46 (€ 5.770,98 – € 199,58 - € 121,94). De gevorderde wettelijke handelsrente tot 8 december 2025 van € 954,65 is ook toewijsbaar, omdat gedaagden in ieder geval vanaf de vervaldatum van iedere factuur in verzuim verkeerden. Daarnaast wordt de wettelijke handelsrente vanaf 15 december 2025 toegewezen totdat gedaagden de hele vordering hebben betaald.
NPB Media vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). NPB Media heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. NPB Media heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten is hoger dan het in het Besluit bepaalde tarief. De kantonrechter zal het bedrag dan ook toewijzen tot het wettelijke tarief, dat betekent dat € 647,47 wordt toegewezen.
Gedaagden zijn grotendeels in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van NPB Media worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
125,11
- griffierecht
€
559,00
- salaris gemachtigde
€
720,00
(2 punten × € 360,00)
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.548,11
De veroordeling wordt (deels) hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.
5. De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt gedaagden hoofdelijk om aan NPB Media te betalen een bedrag van € 6.404,11 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over € 5.449,46, met ingang van 15 december 2025, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt gedaagden om aan NPB Media te betalen een bedrag van € 647,47 aan buitengerechtelijke kosten,
veroordeelt gedaagden hoofdelijk de proceskosten van € 1.548,11, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als gedaagden niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.M. Klinkhamer en in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2026.