RECHTBANK Amsterdam
Civiel recht
Zaaknummer: C/13/780638 / HA ZA 25-1841
Vonnis van 8 juli 2026
in de zaak van
[eiser] (h.o.d.n. [handelsnaam] ),
te [woonplaats] (Australië),
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. H.T. Kernkamp,
tegen
HOTELCHAMP B.V.,
te Amsterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Hotelchamp,
advocaat: mr. J.W.C. Berk.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 3 december 2025, met producties,
- de conclusie van antwoord, met producties,
- het tussenvonnis van 22 april 2026, waarin een mondelinge behandeling is bepaald,- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 21 mei 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt die zich in het dossier bevinden.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
[eiser] voert sinds 1 juni 2025 het wervings- en selectiebureau [handelsnaam] . Voor 1 juni 2025 was [eiser] verbonden aan het wervings- en selectiebureau Redbeard Talent Pty Ltd (hierna: Redbeard).
Op 5 maart 2024 hebben Hotelchamp en Redbeard een overeenkomst (Recruitment Partnership Agreement) gesloten.
Op 11 juni 2025 stuurt [eiser] Hotelchamp een spraakbericht op WhatsApp waarin hij het volgende zegt:
“[…] We have decided to dissolve Redbeard Talent. […] I will continue working in recruitment under the brand of [handelsnaam] . […] So yeah, hopefully your man hotel champ is ready to hire again. You will remember me and you can always reach me on this WhatsApp number. And obviously I’ll keep the rates the same, et cetera, et cetera. So nothing will change. We’ll be the same service. […] That being said, I received an interesting call the other day from a Lighthouse employee. And he has been my client for eight years. […] I told him, I’ll have a talk to you, see if there’s some interest to connect, and if it’s just from a networking point of view. and come back to him whenever I hear back from you. So yeah, let me know. Let me know what you think and then we can discuss how we could set something like this up. […]”
Op 12 juni 2025 stuurt Hotelchamp [eiser] op whatsapp een bericht met de volgende tekst:
“Hey [eiser] ,
Sounds like a major change and a big decision – but clearly one taken after serious consideration. I’d love to get introduced to your contact!
Best,
[naam 1] ”
Op 18 juni 2025 stuurt [eiser] Hotelchamp een e-mail met de volgende tekst:
“Hi [naam 1] ,
As part of my service and representing [naam 2] , I wanted to share his bio write up with you HERE. It also includes a link to his CV and it will help you go into the call with more background.
[naam 2] knows that this is exploratory at this point and there is no official opening we’re interviewing for. But who knows, maybe something can come out of it.
Let me know what you think.
[eiser] ”
Op 24 juni 2025 stuurt [eiser] aan Hotelchamp het volgende bericht op WhatsApp: “Sounds good [naam 1] .
I forgot to come back to you re commercials. I am happy to keep the commercials in place we have since 2023, meaning the placement fee is 25% of the person’s base salary.
Happy to commit and deduct [naam 2] ’s flight and accommodation from the fee should this whole experiment lead to success.”
Dezelfde dag stuurt Hotelchamp [eiser] het volgende:
“Ok [eiser] , let’s see how it will turn out! Thanks for your commitment. For a final confirmation from my side wait until next week, since I need to take some time to look up the previous agreement. OK? Super busy now.”
Hotelchamp ontmoet [naam 2] in Bangkok op kosten van Hotelchamp.
Op 3 juli 2025 vraagt Hotelchamp aan [eiser] of hij de salarisverwachtingen van [naam 2] heeft verwijderd uit een gezamenlijk online document.
Op 4 juli 2025 stuurt [eiser] Hotelchamp onder meer het volgende:
“Hey [naam 1] , yes I had to take it out and then forgot to update you. The numbers you sent through are correct.”
Op 5 juli 2025 stuurt [eiser] Hotelchamp een e-mail waarin het volgende is opgenomen:
“[…] Here’s what I’d like to propose to help move this forward in a way that supports both momentum and your cash flow:
25% fee , based on [naam 2] ’s final base salary; in line with my standard Executive Search rate
EUR 2,600 credit for [naam 2] ’s travel to Bangkok, deducted from the final invoice
50/50 split payment: first half due 3 months after his start , second half due at 5 months ( I’m open to other suggestions that are in line with your budgeting )
[…] a EUR 5,000 credit, applied to [naam 2] ’s final invoice if [naam 3] is let go within the first three months of his start (or before). […]”
Op 7 juli 2025 stuurt Hotelchamp [eiser] op WhatsApp het volgende bericht:
“Hi [eiser] ,
Hope you had a good weekend. Thanks for the proposal! Everything will be on the table in the coming days, so let’s catch up on Wednesday or Thursday when we have more concrete information to discuss. Cheers.”
Op 10 juli 2025 stuurt Hotelchamp [eiser] , onder meer, het volgende via WhatsApp:
“From the moment it became clear that the figures had been removed without informing me, and you later said you had “forgotten” to update me, it created a trust issue that I am not comfortable with.
It had caused internal tension, delayed the process, and put the deal at risk.
So for now, complete radio silence. I am doing everything I can do to bring [naam 2] on board. Once that is done, or not, I will reconnect with you so we can bring this to a proper and fair close.”
Eind juli 2025 heeft Hotelchamp [naam 2] in dienst genomen.
3. Het geschil
[eiser] vordert de veroordeling van Hotelchamp tot betaling van € 35.089,98, vermeerderd met de wettelijke handelsrente en de kosten van de procedure. Hieraan legt [eiser] – samengevat - ten grondslag dat tussen hem en Hotelchamp een recruitment-overeenkomst tot stand is gekomen waaraan hij met goed gevolg uitvoering heeft gegeven.
Hotelchamp voert verweer. Hotelchamp concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van de procedure. Samengevat voert Hotelchamp aan dat zij [eiser] nooit ergens opdracht toe heeft gegeven en geen overeenkomst of enige betalingsverplichting tot stand is gekomen.
Op de stellingen van partijen wordt hierna nader ingegaan.
4. De beoordeling
Bevoegdheid rechtbank Amsterdam met toepassing van Australisch recht
Deze zaak heeft een internationaal karakter, omdat [eiser] in Australië woont en Hotelchamp in Nederland is gevestigd. De rechtbank moet daarom ambtshalve toetsen of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft (bevoegd is) om van de vorderingen van [eiser] kennis te nemen, en zo ja, welk recht van toepassing is.
Omdat Hotelchamp in Amsterdam in Nederland is gevestigd, is de rechtbank Amsterdam in deze procedure bevoegd. Hierin ligt de vraag voor of er een overeenkomst tussen [eiser] en Hotelchamp tot stand is gekomen. Als tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen, is het Australische recht van toepassing op geschillen die daaruit voortvloeien. In dat geval is [eiser] namelijk dienstverlener en hij woont in Australië. Ook de vraag of een overeenkomst tot stand is gekomen, moeten daarom worden beoordeeld aan de hand van het Australische recht.
Overeenkomst tot stand gekomen
[eiser] verwijst voor zijn stelling dat er een overeenkomst tot stand is gekomen naar de berichten van 11 en 12 juni 2025. Volgens [eiser] heeft hij met het spraakbericht van 11 juni 2025 een aanbod gedaan om Hotelchamp met een geschikte werknemer in contact te brengen onder dezelfde voorwaarden die golden tussen Hotelchamp en Redbeard. [eiser] stelt dat zijn aanbod door Hotelchamp met het whatsappbericht van 12 juni 2025 is aanvaard. Daarbij merkt [eiser] op dat het bij recruitmentopdrachten gebruikelijk is dat een overeenkomst tot stand komt zodra een voorstel tot introductie wordt geaccepteerd.
Hotelchamp voert aan dat naar Australisch recht een viertal vereisten nodig is om van de totstandkoming van een overeenkomst te kunnen spreken, namelijk: 1) aanbod en aanvaarding, 2) zekerheid over de inhoud van de overeenkomst, 3) de intentie om tot een juridisch relatie te komen en 4) tegenprestatie. Hotelchamp stelt dat in dit geval niet aan de eerste drie vereisten is voldaan. Op 11 en 12 juni 2025 is volgens Hotelchamp geen sprake geweest van een helder aanbod en een ondubbelzinnige aanvaarding. Daarmee bestaat er dus ook geen zekerheid over de inhoud van een overeenkomst. Volgens Hotelchamp was er geen overeenstemming over een door [eiser] te rekenen vergoeding. Zij voert aan uit te zijn gegaan van een netwerkintroductie met gesloten beurzen als ‘goedmakertje’ voor kandidaten via Redbeard die onvoldoende presteerde. Ook brengt Hotelchamp naar voren dat er geen intentie aan haar zijde was om een overeenkomst aan te gaan. Aanvankelijk heeft zij wel overwogen een overeenkomst te sluiten, maar die intentie verdween geheel toen op 4 juli 2025 bleek dat [eiser] de salarisverwachtingen van [naam 2] had verwijderd uit een gezamenlijk online document. Hotelchamp voert aan dat zij consequent de boot heeft afgehouden en ook niet de indruk heeft gewekt dat er een overeenkomst tot stand is gekomen. Subsidiair, voor het geval de rechtbank naar Australisch recht tot het oordeel komt dat er een overeenkomst tot stand is gekomen, beroept Hotelchamp zich erop dat dit oordeel naar Nederlands recht onredelijk is.
De rechtbank overweegt dat ook in het Australische recht de fundamentele basis van een overeenkomst de overeenstemming is van partijen over de verplichtingen die in de overeenkomst zijn vastgelegd. Het Australische recht kent de volgende vereisten die nodig zijn om een overeenkomst formeel tot stand te brengen: 1) overeenstemming: aanbod en aanvaarding, 2) intentie om een juridische relatie tot stand te brengen, en 3) tegenprestatie.
Ook naar Australisch recht moet aanbod en aanvaarding worden afgeleid uit het gedrag of de totale omstandigheden rond de activiteiten van de partijen. De aanbieder doet een aanbod en geeft aan dat hij gebonden wil zijn aan bepaalde voorwaarden. Aan de aanbieder moet uitdrukkelijk of impliciet worden meegedeeld dat het aanbod wordt aanvaard. Daarbij kan het zo zijn dat elementen van de overeenkomst nog preciezer moeten worden vastgelegd, maar er een overeenkomst bestaat onder de afgesproken voorwaarden. Dat er op punten nog onzekerheid is over de inhoud van een overeenkomst betekent, anders dan Hotelchamp aanvoert, niet zonder meer dat er geen overeenkomst tot stand is gekomen. Ook de Australische rechter zal bij geschillen over leemtes proberen de bedoelingen van de partijen te bepalen. De toets of er een juridische intentie is, is een objectieve. Dat wil zeggen dat Australische rechtbanken niet zoeken naar de subjectieve intentie van de partijen, maar overwegen wat een objectieve derde, ofwel een redelijke buitenstaander, zou hebben begrepen als de overeengekomen regeling. Wat de partijen zijn overeengekomen, is echter niet irrelevant bij de beoordeling welke intentie zou worden toegeschreven aan een hypothetische redelijke persoon in de gegeven omstandigheden. Ook wordt aangenomen dat overeenkomsten die in een commerciële context worden gesloten, waarschijnlijker gepaard gaan met wederzijdse intenties om een overeenkomst aan te gaan dan andere, tenzij het tegendeel wordt bewezen. Dat ten slotte sprake moet zijn van een tegenprestatie komt erop neer dat naar Australisch recht geen overeenkomst tot stand komt als het gaat om een verbintenis om-niet.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft [eiser] Hotelchamp met zijn bericht van 11 juni 2025 een aanbod gedaan om met Hotelchamp een recruitment-overeenkomst aan te gaan. Hoewel de rechtbank Hotelchamp erin volgt dat haar reactie van 12 juni 2025 op zichzelf geen aanvaarding is, volgt uit de verdere gedragingen van partijen, de totale omstandigheden rond hun activiteiten en dat wat daarover tijdens de mondelinge behandeling is toegelicht wel dat er een overeenkomst tot stand is gekomen.
Zowel uit de correspondentie tussen partijen als uit de toelichting tijdens de mondelinge behandeling volgt dat Hotelchamp de intentie had om een commerciële overeenkomst onder bezwarende titel (tegenprestatie) met [eiser] aan te gaan. Hotelchamp heeft na haar bericht van 12 juni 2025 het contact met [eiser] over het proces rondom [naam 2] onderhouden en heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat zij een deal wilde maken waarbij rekening werd gehouden met haar ontevredenheid over eerder via Redbeard ingehuurde medewerkers. Hoewel Hotelchamp niet heeft ingestemd met de voorwaarden van [eiser] en heeft verklaard dat zij na de gebeurtenis op 3 juli 2025 het vertrouwen in [eiser] was verloren, heeft zij het proces met [naam 2] niet stilgelegd, maar juist doorgezet en [naam 2] aangenomen. Op het moment dat [eiser] op 5 juli 2025 een bericht stuurt over betaling blijkt ook niet dat Hotelchamp daardoor verrast is. Hotelchamp bedankt [eiser] voor zijn inzet en laat weten dat zij erop terugkomt. Ook op 10 juli 2025 heeft Hotelchamp aangegeven nog contact op te nemen voor een nette en eerlijke afhandeling van de onderlinge relatie. Deze omstandigheden heeft een objectieve derde, en daarmee ook [eiser] , mogen opvatten als een aanvaarding van het aanbod van een recruitment-overeenkomst. Hotelchamp heeft de indruk gewekt dat zij de intentie had om een commerciële overeenkomst te sluiten en een tegenprestatie te leveren. Dat geen overeenstemming is bereikt over de exacte vergoeding voor [eiser] maakt niet dat geen overeenkomst tot stand is gekomen en Hotelchamp [eiser] daarom niets is verschuldigd.
De rechtbank ziet op dit moment onvoldoende grondslag voor het oordeel dat uit de omstandigheden blijkt dat het niet redelijk is om de gevolgen van het gedrag van Hotelchamp te bepalen overeenkomst het Australische recht. Dat er een overeenkomst is gesloten, is naar Nederlands recht op zichzelf niet onredelijk. Zoals volgt uit de overwegingen hieronder, zullen partijen zich daarnaast nog moeten uitlaten over de gevolgen van het sluiten van de overeenkomst naar Australisch recht.
Geen overeenstemming bereikt over de te rekenen vergoeding
[eiser] voert aan dat Hotelchamp hem op grond van de recruitment-overeenkomst een vergoeding ter hoogte van de gevorderde hoofdsom verschuldigd is. [eiser] stelt dat hij met goed gevolg uitvoering heeft gegeven aan de overeenkomst. Hij heeft gefunctioneerd als tussenpersoon tussen Hotelchamp en [naam 2] en tips gegeven. Ook heeft hij het werk voor Hotelchamp als een aantrekkelijke kans bij [naam 2] overgebracht. Dit heeft ertoe geleid dat Hotelchamp [naam 2] heeft kunnen aannemen. Omdat volgens [eiser] dezelfde voorwaarden gelden als in de relatie tussen Hotelchamp en Redbeard, moet hij een vergoeding krijgen van 25 procent van het jaarsalaris van [naam 2] .
Hotelchamp voert aan dat de voorwaarden van Redbeard niet van toepassing zijn op de verhouding tussen haar en [eiser] . Er was volgens Hotelchamp geen overeenstemming over de voorwaarden en de door [eiser] te rekenen vergoeding. Om dit te ondersteunen verwijst Hotelchamp naar de berichten van 24 juni 2025 en beroept zij zich erop dat [eiser] facturen zou hebben gewijzigd. Dat [eiser] onder de voorwaarden van Redbeard wilde samenwerken, betekent volgens Hotelchamp niet dat dit ook voor haar gold. Hotelchamp voert aan dat ze de voorwaarden niet heeft geaccepteerd, omdat ze juist met de eenmanszaak van [eiser] tot andere voorwaarden had willen komen. Hotelchamp stelt bovendien dat van inhoudelijke betrokkenheid van [eiser] bij de indiensttreding van [naam 2] geen sprake is geweest, maar hij de onderhandelingen juist in gevaar heeft gebracht. Hotelchamp voert aan dat zij zelf het gehele kennismakings- en sollicitatiegesprek en de onderhandelingen met [naam 2] ter hand heeft genomen. Zij vindt dat ze [eiser] daarom geen vergoeding verschuldigd is voor verrichte werkzaamheden.
De rechtbank stelt vast dat geen overeenstemming is bereikt over de vergoeding voor [eiser] . [eiser] heeft verwezen naar de voorwaarden uit de overeenkomst tussen Hotelchamp en Redbeard, maar Hotelchamp beroept zich er terecht op dat die overeenkomst niet geldt tussen haar en [eiser] . Uit de berichten van 24 juni 2025 en 5 juli 2025 blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat de onderhandelingen over de te rekenen vergoeding nog liepen. [eiser] doet voorstellen over de vergoeding, maar Hotelchamp houdt dat af en laat weten dat zij nog op de voorstellen van [eiser] terugkomt. Tijdens de mondelinge behandeling heeft Hotelchamp verklaard dat zij over de voorwaarden wilde onderhandelen vanwege ontevredenheid over een aantal medewerkers die via Redbeard waren aangenomen. Dat hierover aanvankelijk onderling is gesproken, is door [eiser] niet betwist en volgt ook uit de omstandigheid dat [eiser] op 5 juli 2025 een verrekening van € 5.000,00 aanbiedt. Gelet hierop kan niet worden vastgesteld dat partijen als vergoeding 25 procent van het salaris van [naam 2] zijn overeengekomen. Omdat er geen overeenstemming is bereikt over de vergoeding voor [eiser] zal deze leemte in de overeenkomst moeten worden ingevuld aan de hand van het Australische recht. Omdat partijen zich op dit punt nog niet over het Australische recht en de toepassing daarvan in deze zaak hebben uitgelaten, laat de rechtbank partijen toe om dat bij (antwoord)akte alsnog te doen. Zij kunnen ter onderbouwing van hun standpunten verwijzen naar legal opinions of op andere wijze onderbouwen hoe hun standpunt grondslag vindt in het Australische recht. Iedere verwijzing dient deugdelijk te worden onderbouwd door overlegging van relevante documentatie en/of verwijzing naar openbare bronnen.
Wettelijke rente
[eiser] heeft gesteld dat wettelijke rente naar Nederlands recht moeten worden vastgesteld. Hotelchamp heeft dat tijdens de mondelinge behandeling betwist. Beide partijen hebben deze stellingen niet nader onderbouwd. De rechtbank geeft partijen de gelegenheid om in de hiervoor genoemde akte ook in te gaan op de vraag naar welk recht een eventuele veroordeling in wettelijke rente moet worden vastgesteld en te onderbouwen tot welke (rechts)gevolgen dat leidt in deze procedure.
Conclusie
Naar het oordeel van de rechtbank is er een overeenkomst tussen [eiser] en Hotelchamp tot stand gekomen. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
5. De beslissing
De rechtbank
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 5 augustus 2026 voor het nemen van een akte door [eiser] over wat is vermeld onder 4.12 en 4.13, waarna de wederpartij op de rol van vier weken daarna een antwoordakte kan nemen,
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.M. Klinkhamer en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026.