ECLI:NL:RBAMS:2026:8619

ECLI:NL:RBAMS:2026:8619

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 12-06-2026
Datum publicatie 28-08-2026
Zaaknummer K/4001/12042033
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Bewijsopdracht koop goederen en toelaten tegenbewijs tegen de op voorshands als juist aan te nemen stelling dat is voldaan aan afspraken over retournering.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht

Kantonrechter

Zaaknummer: 12042033 \ CV EXPL 26-51

Vonnis van 12 juni 2026

in de zaak van

BROUWER TECHNISCHE HANDELSONDERNEMINGEN B.V.,

te Alkmaar,

eisende partij,

hierna te noemen: Brouwer,

gemachtigde: [gemachtigde] ,

tegen

[gedaagde] (H.O.D.N. [handelsnaam] ),

te [woonplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

procederend in persoon.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 30 december 2025, met producties,

- het schriftelijke antwoord van [gedaagde] , met producties,

- het tussenvonnis van 5 maart 2026, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald,

- de akte van Brouwer van 1 mei 2026 met een productie,- de mondelinge behandeling van 13 mei 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt die zich in het dossier bevinden.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

Brouwer verkoopt installaties, apparatuur en onderdelen voor verwarming en sanitair en verricht onderhoudswerkzaamheden daaraan. [gedaagde] verricht loodgieters- en fitterswerk en installeert sanitair. Brouwer en [gedaagde] hebben een zakelijke relatie gehad, omdat [gedaagde] in het verleden de nodige goederen bij Brouwer inkocht.

Op 19 januari 2023 heeft [gedaagde] in de winkel van Brouwer negen doorstroomboilers geschikt voor 3-fasenaansluitingen (hierna: de oude boilers) opgehaald en betaald (€ 7.191,00 excl. BTW).

Op 29 januari 2024 heeft [gedaagde] , door een collega, negen doorstroomboilers geschikt voor 2-fasenaansluitingen (hierna: de nieuwe boilers) laten ophalen in de winkel van Brouwer. Zes van de oude boilers heeft [gedaagde] teruggebracht naar de leverancier van Brouwer.

Brouwer heeft vijf facturen aan [gedaagde] gestuurd. Eén van de vijf facturen ziet op de koopsom van de nieuwe boilers en een warmwatertoestel (€ 4.840,00 excl. BTW), daarop is de koopsom van drie van de oude boilers gecrediteerd (- € 2.397,00 excl. BTW). In totaal ziet die factuur dus op een bedrag van € 2.956,03 incl. BTW. De andere vier facturen zien op een bedrag van in totaal € 3.297,14 incl. BTW (hierna: de vier facturen).

Ook heeft Brouwer [gedaagde] een ingebrekestelling gestuurd voor het uitblijven van de betaling van de vijf facturen. [gedaagde] heeft € 303,77 betaald, maar een bedrag van € 5.949,40 incl. BTW onbetaald gelaten.

3. Het geschil

Brouwer vordert dat de kantonrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis [gedaagde] veroordeelt tot betaling van:

I. € 5.949,40 aan hoofdsom, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 december 2025;

II. € 672,47 aan buitengerechtelijke incassokosten; en

III. de proceskosten.

Aan de vordering legt Brouwer de vijf aan [gedaagde] gerichte facturen ten grondslag. Volgens Brouwer gaat het steeds om facturen voor producten die [gedaagde] bij haar heeft gekocht en heeft afgenomen.

[gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering van Brouwer. [gedaagde] voert – samengevat – het volgende aan. [gedaagde] stelt dat hij de goederen die staan vermeld op de vier facturen niet herkent. [gedaagde] of zijn collega’s hebben die goederen nooit besteld of opgehaald. Verder stelt [gedaagde] dat de oude boilers niet voldeden aan wat hij daarvan mocht verwachten en hij de koopsom van de oude boilers daarom moet terugkrijgen. Ten slotte stelt [gedaagde] dat Brouwer volgens afspraak in ieder geval zes van de oude boilers op de rekening voor de nieuwe boilers had moeten crediteren. Voor zover de kantonrechter komt tot een (gedeeltelijke) toewijzing van de vordering van Brouwer beroept [gedaagde] zich erop dat hij als consument heeft gehandeld.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Heeft [gedaagde] de producten bij Brouwer gekocht?

[gedaagde] betwist dat de vier facturen berusten op koopovereenkomsten met hem. [gedaagde] stelt dat hij geen bestellingen heeft geplaatst voor de goederen die op de vier facturen staan en die goederen in ieder geval niet heeft opgehaald dan wel geleverd heeft gekregen.

Omdat Brouwer zich beroept op nakoming van de koopovereenkomsten en de daaruit voortvloeiende betalingsverplichtingen voor [gedaagde] , rust de stelplicht en zo nodig de bewijslast van het bestaan van die verplichtingen op haar. Gelet op de betwisting door [gedaagde] , heeft de kantonrechter onvoldoende aan alleen de facturen om vast te stellen dat hieraan steeds een koopovereenkomst ten grondslag lag. Het gaat om door Brouwer achteraf opgestelde documenten, waar verder geen instemming van [gedaagde] uit volgt. Dat [gedaagde] die facturen steeds heeft ontvangen zonder hierover te klagen, is op zichzelf ook onvoldoende. Omdat verder wel vaststaat dat Brouwer en [gedaagde] een zakelijke relatie met elkaar hebben gehad en [gedaagde] vaker goederen bij Brouwer bestelde, heeft Brouwer naar het oordeel van de kantonrechter wel voldaan aan haar stelplicht en mag zij nader bewijs leveren van haar stellingen. De kantonrechter draagt Brouwer daarom op te bewijzen dat [gedaagde] de goederen die vermeld staan op de vier facturen bij haar heeft gekocht en vervolgens heeft opgehaald of geleverd heeft gekregen.

Als Brouwer voor de vier facturen slaagt in haar bewijsopdracht, komt vast te staan dat een bedrag van € 3.297,14 opeisbaar is. In dat geval is [gedaagde] , omdat hij geen andere verweren heeft gevoerd, gehouden dit gedeelte van de hoofdsom te betalen. Als Brouwer niet slaagt in de bewijsopdracht, zal dit gedeelte van de gevorderde hoofdsom worden afgewezen.

De oude boilers beantwoorden aan de overeenkomst

[gedaagde] voert aan dat hij de koopsom van de oude boilers terug moet krijgen van Brouwer. Daaraan legt [gedaagde] ten grondslag dat Brouwer tekort is geschoten in de nakoming van de verplichtingen uit de koopovereenkomst. Volgens [gedaagde] voldoen de oude boilers niet aan wat hij daarvan mocht verwachten op grond van de overeenkomst. [gedaagde] voert aan dat hij mocht verwachten dat de boilers geschikt zijn voor de Nederlandse markt, maar de boilers dat niet waren. Om te bewijzen dat de boilers niet geschikt zijn voor de Nederlandse markt heeft [gedaagde] een schermafbeelding van een whatsappgesprek met een medewerker van Brouwer bij zijn schriftelijke verweer overgelegd. Ook voert [gedaagde] aan dat hij een medewerker van Brouwer in de winkel heeft uitgelegd voor welk doeleinde hij de oude boilers zou gaan gebruiken en dat daarom duidelijk was dat hij boilers met een lager vermogen nodig had.

De kantonrechter overweegt dat Brouwer ter zitting naar voren heeft gebracht dat de oude boilers worden gebruikt op de Nederlandse markt. Brouwer heeft uitgelegd dat er soms een ander type stroomaansluiting (3-fasenaansluiting) moet worden gemaakt voor dit type boilers, maar dat het gebruik hiervan niet ongebruikelijk is. Het ligt daarom op de weg van [gedaagde] om te bewijzen dat de oude boilers niet voldoen aan wat hij daarvan mag verwachten en dat heeft hij met de overgelegde productie met schermafbeelding niet gedaan. Ook uit die schermafbeelding volgt dat de medewerker van Brouwer schrijft dat de leverancier van de oude boilers heeft laten weten dat het 8,8 of 11,5 kW-toestellen zijn, die werken op 230V en ze daarom bepaalde zekeringen nodig hebben waarvoor je in Nederland meer betaalt. Daaruit volgt echter niet dat de oude boilers niet geschikt zijn voor de Nederlandse markt. Dat Brouwer in de winkel had moeten begrijpen dat [gedaagde] uitsluitend boilers van een lager vermogen had willen kopen, is niet gebleken. Brouwer heeft weersproken dat [gedaagde] hier specifiek om heeft gevraagd en stelt dat hij enkel de artikelcodes van de oude boilers aan de desbetreffende medewerker heeft gegeven. Dat alles betekent dat [gedaagde] de koopsom van de oude boilers niet terugkrijgt op de grond dat deze niet zouden voldoen aan wat hij daarvan op grond van de gesloten overeenkomst mocht verwachten.

[gedaagde] heeft zich deels terecht beroepen op de afspraak tot verrekening

Brouwer en [gedaagde] zijn het erover eens dat [gedaagde] zes van de oude boilers mocht terugbrengen naar de leverancier van Brouwer als hij de nieuwe boilers bij Brouwer zou kopen. Daar zijn na de klachten van [gedaagde] afspraken over gemaakt. De koopsom van zes van de oude boilers zou door Brouwer worden gecrediteerd op de factuur van de nieuwe boilers, als de oude boilers ongebruikt waren en in de doos zaten. Ook is niet in geschil dat [gedaagde] zes oude boilers heeft teruggebracht naar de leverancier van Brouwer. [gedaagde] voert aan dat hij daarmee de gemaakte afspraak is nagekomen en Brouwer de creditering van drie van de zes oude boilers ten onrechte niet heeft verwerkt in de gevorderde betalingen. Brouwer stelt dat zij volgens afspraak de koopsom van slechts drie van de oude boilers heeft hoeven crediteren op de factuur van de nieuwe boilers, omdat de andere drie oude boilers in geopende dozen zaten en dat in één daarvan ook onderdelen ontbraken. [gedaagde] weerspreekt dat partijen hebben afgesproken dat de dozen ongeopend moesten zijn, de boilers moesten ongebruikt zijn. Dat uit één doos onderdelen ontbraken, ontkent hij.

Naar het oordeel van de kantonrechter beroept [gedaagde] zich in ieder geval deels terecht op de gemaakte afspraak over de oude zes boilers. Voor dat oordeel is van belang om vast te stellen waarover partijen overeenstemming hebben bereikt. Dat is een vraag van uitleg die moet plaatsvinden aan de hand van de zogeheten Haviltex-maatstaf. Daarbij komt het aan op wat partijen over en weer hebben verklaard en uit elkaars verklaringen hebben afgeleid en in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs mochten afleiden.

Het kan zo zijn dat Brouwer heeft bedoeld dat [gedaagde] de zes oude boilers alleen in ongeopende dozen mocht terugbrengen, maar uit de gemaakte afspraak dat deze ‘in de doos’ moesten zitten volgt niet dat Brouwer erop mocht vertrouwen dat dit betekende dat de dozen helemaal niet geopend mochten zijn geweest. De kantonrechter wijst erop dat partijen in aanvulling op “in de doos” hebben afgesproken dat de artikelen ongebruikt moesten zijn, wat bij de uitleg van Brouwer een zinloze toevoeging zou zijn. [gedaagde] heeft dan ook mogen verwachten dat de twee boilers waarvan de zegels van de dozen waren verbroken, maar die wel in de dozen zaten, teruggebracht mochten worden. Dat betekent dat [gedaagde] zich voor twee van de zes oude boilers terecht op de afspraak over verrekening heeft beroepen en de koopsom van deze twee boilers incl. BTW van € 1.933,58 daarom op de factuur van € 2.956,03 en daarmee de gevorderde hoofdsom van € 5.949,40 in mindering moet worden gebracht.

Brouwer heeft wel redelijkerwijs erop mogen vertrouwen dat het voor [gedaagde] kenbaar was dat zij de boilers opnieuw moest kunnen verkopen en deze daarom ongebruikt en compleet moesten zijn. [gedaagde] heeft ook, in lijn met dat uitgangspunt, gesteld dat alle zes de boilers ongebruikt en compleet waren. Volgens [gedaagde] zijn de dozen en inhoud daarvan niet gecontroleerd toen hij die terugbracht, ook niet op zijn verzoek. Brouwer heeft dat verder niet weersproken. Hij stelt dat deze controle pas achteraf kon plaatsvinden door medewerkers van de leverancier. Gelet daarop en het feit dat de boiler waarvan volgens Brouwer onderdelen ontbreken niet meer in het bezit van [gedaagde] is, is het voor [gedaagde] niet mogelijk om te bewijzen dat deze boiler inclusief alle onderdelen is teruggebracht. Op Brouwer rust daarom een verzwaarde motiveringsplicht dat deze boiler niet compleet is teruggebracht. Daar heeft hij niet aan voldaan. Brouwer heeft namelijk tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat hij niet weet welke onderdelen er ontbreken, omdat alleen de leverancier naar de teruggebrachte boiler heeft gekeken en hij niet. Dat betekent dat de kantonrechter er vooralsnog van uitgaat dat [gedaagde] de oude boilers volledig en zonder ontbrekende onderdelen heeft teruggebracht. Omdat Brouwer tijdens de mondelinge behandeling heeft verklaard wel (via de leverancier) te kunnen achterhalen welke onderdelen ontbreken, laat de kantonrechter Brouwer toe tot het leveren van tegenbewijs.

Als Brouwer slaagt in het leveren van tegenbewijs tegen de voorshands als juist aan te nemen stelling dat de oude boilers compleet zijn geretourneerd, komt vast te staan dat de koopprijs van één van de zes teruggebrachte oude boilers terecht niet op de factuur van de nieuwe boilers is gecrediteerd. Als Brouwer niet slaagt in het leveren van tegenbewijs, zal niet de koopsom van vijf, maar van alle zes de teruggebrachte oude boilers op de gevorderde hoofdsom in mindering worden gebracht.

Conclusie

Uit al het voorgaande volgt dat op de vorderingen van Brouwer nog geen volledige beslissing kan worden gegeven. Wel is komen vast te staan dat Brouwer de koopsom incl. BTW van twee van de oude boilers ten onrechte niet met de factuur voor de nieuwe boilers heeft verrekend. Dat bedrag van € 1.933,58 moet daarom hoe dan ook op de vordering van Brouwer in mindering worden gebracht.

Brouwer wordt verder opgedragen om te bewijzen dat [gedaagde] goederen heeft gekocht en vervolgens heeft opgehaald of geleverd heeft gekregen, waarop de facturen met ordernummers [nummer 1] , [nummer 2] , [nummer 3] en [nummer 4] zien. Ook wordt Brouwer toegelaten om tegenbewijs te leveren tegen de voorshands als juist aan te nemen stelling dat de oude boilers compleet zijn geretourneerd. Zij mag zich op de rol van vrijdag 26 juni 2026 uitlaten over het door haar te leveren (tegen)bewijs. [gedaagde] zal vervolgens twee weken later in de gelegenheid worden gesteld zich hierover uit te laten.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5. De beslissing

De kantonrechter

draagt Brouwer op te bewijzen dat [gedaagde] de goederen vermeld op de facturen met ordernummers [nummer 1] , [nummer 2] , [nummer 3] en [nummer 4] heeft gekocht en vervolgens heeft opgehaald of geleverd heeft gekregen,

laat Brouwer ook toe tot het leveren van tegenbewijs tegen de voorshands als juist aan te nemen stelling dat de oude boilers compleet zijn geretourneerd,

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van vrijdag 26 juni 2026 voor uitlating door Brouwer of zij (tegen)bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel,

bepaalt dat, als Brouwer geen (tegen)bewijs door het horen van getuigen wil leveren maar wel bewijsstukken wil overleggen, zij die stukken dan direct in het geding moet brengen,

bepaalt dat, als Brouwer getuigen wil laten horen, zij de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun gemachtigden in de maanden juli 2026 tot en met oktober 2026 dan direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,

bepaalt dat het getuigenverhoor zal plaatsvinden op de zitting van mr. L.M. Klinkhamer, in het gerechtsgebouw te Amsterdam, Parnassusweg 280,

bepaalt dat alle partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de kantonrechter en de wederpartij moeten toesturen,

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.M. Klinkhamer, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. L.M. Klinkhamer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand