RECHTBANK AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 12046691 \ CV EXPL 26-263
Vonnis van 27 augustus 2026
in de zaak van
[eiser] ,
woonplaats kiezende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: [gemachtigde] ,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
EPAM SYSTEMS NETHERLANDS B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Epam,
gemachtigde: mr. J.A. de Groot.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 8 december 2025, met producties;
- de conclusie van antwoord, met producties;
- het tussenvonnis van 19 maart 2026, waarbij een mondelinge behandeling is bevolen, waarna daarvoor een dag is bepaald;
- een nadere productie van de zijde van Epam.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 29 juni 2026. De griffier heeft daarvan aantekeningen gemaakt, die aan het procesdossier zijn toegevoegd. [eiser] is verschenen, bijgestaan door de gemachtigde. Namens Epam zijn verschenen [naam 1] , [functie 1] , en [naam 2] , [functie 2] , bijgestaan door de gemachtigde en haar kantoorgenoot mr. K. Vogel, die voor [naam 1] heeft getolkt. Partijen hebben hun standpunten nader toegelicht – de gemachtigde van Epam mede aan de hand van overgelegde spreekaantekeningen – en hebben vragen van de kantonrechter beantwoord. Daarna is een datum voor vonnis bepaald.
2. De feiten
Epam is een IT-bedrijf dat diensten verleend op basis van digitale engineering, AI-gestuurde transformatiediensten en softwareontwikkeling.
[eiser] , geboren op [geboortedag] 1989, is op 4 september 2023 in dienst getreden bij Epam in de (sales)functie van [functie 3] op basis van een arbeidsovereenkomst voor de duur van drie maanden. De functie van [eiser] hield in dat hij bestaande klanten bediende en nieuwe klanten acquireerde om daaruit opdrachten voor softwareontwikkeling te halen voor Epam. Na verlengingen van de arbeidsovereenkomst van drie respectievelijk zes maanden is [eiser] per 4 september 2024 voor onbepaalde tijd in dienst gekomen bij Epam. Bij aanvang van de arbeidsovereenkomst bedroeg het maandsalaris € 10.000,00 bruto inclusief 8% vakantiegeld op basis van een 40-urige werkweek, vermeerderd met een mobility allowance. Als bijlage bij de arbeidsovereenkomst is een bonusregeling opgenomen, die vier pagina’s beslaat.
De leidinggevende van [eiser] bij Epam was [naam 1] (hierna: [naam 1] ).
Op 27 februari 2024 hebben [eiser] en [naam 1] via de interne chat van Epam, voor zover van belang, de volgende berichten naar elkaar gestuurd (namen van partijen toegevoegd, ktr).
“[eiser]: Did you have a chance to talk to [naam 3] regarding the discussions prior to me joining? As mentioned, I was quoted a range of 120k-140k. As mentioned, I dont like to ask for something prior to showing results and I would like to discuss the salary topic prior to signing the 12 month extension.
My proposal is to align on what salary I can expect with which targets.
I do feel anincrease is in place given that I accepted the lowest end of the range communicated with [naam 3] . Having said that some milestones in the future which could be warrant a payrise would be:
hitting the PVH target
additional account to manage
hitting targets on the new account
exceeding targets on either/both accounts
(…)
[naam 1] : You mean visibility to an increase after this?
hitting the PVH target
additional account to manage
hitting targets on the new account
exceeding targets on either/both accounts
[eiser] : an agreement
[naam 1] : we need to do this on call, when is the deadline [ziet op de verlenging van de arbeidsovereenkomst per 4 maart 2024, ktr] to sign?
[eiser] : so two fold: what was agreed with [naam 3] as part of a possible raise now and visibility/agreement moving forward
4th march
(…)”
Tussen 28 februari en 4 maart 2024 hebben [eiser] en [naam 1] gesproken over (de voorwaarden voor) een salarisverhoging.
Op 4 maart 2024 heeft [eiser] een e-mail gestuurd aan de HR-afdeling van Epam met [naam 1] in de cc. In die e-mail staat, voor zover van belang, het volgende:
“Please find attached my contract, signed. Thank you for your continued vote of confidence. I really appreciate it.
Additional gentlemans agreement made with [ [naam 1] , ktr]:
- when a new account is assigned to me the base salary in increased with 10k.
- when PVH revenue target have been signed in SOWs or a new client has been signed by me, an additional 10k is added to the base salary.”
[naam 1] heeft niet gereageerd op die e-mail.
Op enig moment na 4 maart 2024 is er een functioneringsgesprek geweest tussen [eiser] en [naam 1] .
In april 2024 is het account van Action Retail aan [eiser] toegewezen.
Via de interne chat van Epam heeft [eiser] op 30 april 2024, voor zover van belang, onderstaand bericht aan [naam 1] gestuurd, waarop [naam 1] met een duimpje omhoog heeft gereageerd.
“Just a reminder, not sure if its relevant, we had agreed in my last performance review that as of this month my salary would increase with 10k, which is in line with the new account Action Retail. Just wanted to make sure that that has been done, in case you need me to do anything please let me know.”
Vervolgens is er tussen [eiser] en [naam 1] discussie ontstaan of zij een salarisverhoging zijn overeengekomen.
Bij brief van 3 december 2024 van zijn gemachtigde heeft [eiser] aan Epam geschreven, voor zover van belang, dat [naam 1] aan [eiser] heeft toegezegd het jaarlijkse salaris van [eiser] te verhogen met € 10.000,00 en dat dit vanaf april 2024 zou worden doorgevoerd. In die brief heeft [eiser] Epam gesommeerd om tot betaling van achterstallig loon over de maanden mei tot en met november 2024 over te gaan. In reactie op die brief heeft Epam zich op het standpunt gesteld dat tussen [naam 1] en [eiser] geen salarisverhoging is overeengekomen en dat [naam 1] daartoe ook niet bevoegd is.
Bij beschikking van 31 maart 2026 van deze rechtbank heeft de kantonrechter de arbeidsovereenkomst tussen partijen ontbonden met ingang van 1 mei 2026 vanwege een verstoorde arbeidsverhouding en met toekenning van een transitievergoeding aan [eiser] . Aan deze verstoring lag niet de discussie tussen partijen over de loonsverhoging ten grondslag, maar, kort gezegd, de handelwijze van [eiser] naar aanleiding van een door hem ingediende klacht tegen een medewerker met een hooggeplaatste functie, werkzaam voor Epam in Australië.
3. Het geschil
[eiser] vordert bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
I. te verklaren voor recht dat de door [eiser] met Epam gemaakte afspraken over de salarisverhoging bindend zijn en in lijn daarmee Epam te veroordelen tot betaling van het netto equivalent van het achterstallige bruto salaris van € 34.999,86 vanaf 24 april 2024 tot en met november 2025, te verhogen met de wettelijke rente vanaf de dag van verzuim en te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 50%, althans een in goede justitie te bepalen rente en verhoging;
II. Epam te veroordelen tot betaling van het netto equivalent van het bruto salaris van € 2.499,99 per maand vanaf december 2025 voor zover Epam dat onbetaald laat, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag dat Epam in verzuim raakt en te verhogen met de wettelijke verhoging op grond van artikel 7:625 BW tot aan algehele voldoening;
III. Epam te veroordelen tot afgifte van een bruto/netto specificatie en tot afdracht van de verschuldigde loonheffing en premies, een en ander onder verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag dat Epam nalaat aan deze veroordeling te voldoen, althans een in goede justitie te bepalen dwangsom of andere prikkel tot nakoming;
IV. Epam te veroordelen in de kosten van de procedure, waaronder het salaris gemachtigde en nakosten.
[eiser] heeft het volgende aan zijn vordering ten grondslag gelegd. [eiser] en [naam 1] hebben afgesproken dat als [eiser] een nieuwe bestaande klant moest gaan beheren of een nieuwe klant zou werven voor Epam, hij aanspraak had op een salarisverhoging van € 10.000,00 op jaarbasis. Daarnaast hebben [eiser] en [naam 1] afgesproken dat [eiser] een salarisverhoging ontvangt van € 10.000,00 per jaar wanneer hij het equivalent van die target aan getekende Statement of Work (SOW) realiseerde. Een SOW is een aanvullende opdracht/instructie binnen een bestaande of nieuwe overeenkomst met een klant. De afspraak voor de loonsverhoging ziet toe op door [eiser] geworven opdrachten voor Epam die verzilverd konden worden in omzet, niet op daadwerkelijk gerealiseerde omzet.
In april 2024 heeft Epam met Action Retail een nieuw account aan [eiser] toegewezen, waardoor de eerste voorwaarde voor de overeengekomen salarisverhoging van € 10.000,00 op jaarbasis is vervuld. In november 2024 heeft [eiser] voor de klant PVH meer dan het equivalent van de target aan SOW gerealiseerd. Hiermee is opnieuw voldaan aan een voorwaarde voor een salarisverhoging van € 10.000,00 op jaarbasis. In december 2024 heeft [eiser] een nieuwe betalende klant binnengehaald. Hiermee is opnieuw voldaan aan een voorwaarde voor een salarisverhoging van € 10.000,00 op jaarbasis, aldus steeds [eiser] .
Epam heeft als volgt verweer gevoerd. [eiser] en [naam 1] hebben in februari en maart 2024 gesproken over een salarisverhoging. [naam 1] heeft daarbij aan [eiser] duidelijk gemaakt dat hij [eiser] zou steunen richting het management, maar dat hij niet beslissingsbevoegd is om een salarisverhoging met [eiser] af te spreken. In reactie op het bericht van 27 februari 2024 heeft [naam 1] aan [eiser] gevraagd of hij bedoelde dat hij na het behalen van die doelen uitzicht heeft op een bonus. Daarop antwoordde [eiser] dat hij bedoelt dat partijen een overeenkomst hebben. [naam 1] heeft daarop direct aangegeven dat het beter is om hierover een call te hebben. Van een wilsovereenstemming over een salarisverhoging tussen [naam 1] en [eiser] is geen sprake geweest. In de e-mail van 4 maart 2024 schrijft [eiser] dat hij een gentlemans agreement heeft bereikt met [naam 1] . Als bijlage bij die e-mail zat het door [eiser] getekende addendum waarmee de arbeidsovereenkomst tijdelijk werd verlengd. Als er een afspraak zou zijn gemaakt over salarisverhoging, had het voor de hand gelegen die afspraak in het addendum vast te leggen. Dat [naam 1] die e-mail niet heeft beantwoord, brengt nog niet met zich dat daaruit een aanvaarding of bevestiging door [naam 1] kan worden afgeleid. Een enkele ‘duim omhoog-emoji’ in reactie op het bericht van 30 april 2024 is ook onvoldoende om aan te nemen dat [naam 1] akkoord gaf op de eenzijdig door [eiser] opgestelde afspraken. Het duimpje van [naam 1] was bedoeld als ‘mocht ik iets voor je kunnen betekenen, laat het weten’.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De beoordeling
De vraag is of partijen een loonsverhoging zijn overeengekomen. Een loonsverhoging komt tot stand door middel van aanbod en aanvaarding. Een aanbod en de aanvaarding van dat aanbod hoeven niet schriftelijk of uitdrukkelijk te gebeuren, maar mogen in elke vorm en kunnen ook blijken uit de gedragingen van partijen. Op [eiser] rusten de stelplicht en de bewijslast van zijn stelling dat partijen een loonsverhoging zijn overeengekomen.
Op 27 februari 2024 heeft [eiser] aan [naam 1] een voorstel gedaan om te komen tot een salarisverhoging. De reactie van [naam 1] daarop was of [eiser] bedoelde dat hij zicht had op een verhoging als hij de door hem benoemde targets zou behalen. Uit de reactie van [eiser] kan worden afgeleid dat hij de bedoeling heeft tot een overeenkomst te willen komen. Vervolgens reageert [naam 1] dat hij hierover wil bellen met [eiser] . Van een aanvaarding door [naam 1] van het aanbod van [eiser] is dus geen sprake geweest op 27 februari 2024.
[eiser] heeft ter zitting desgevraagd verklaard dat hij en [naam 1] in een aantal gesprekken na 27 februari 2024 tot afspraken zijn gekomen, die [eiser] in de e-mail van 4 maart 2024 heeft vastgelegd. [naam 1] heeft dat ter zitting gemotiveerd weersproken en onder meer verklaard dat hij in die gesprekken herhaaldelijk tegen [eiser] heeft gezegd dat hij niet bevoegd is een loonsverhoging overeen te komen, dat hij een loonsverhoging en eventuele targets ter goedkeuring aan het hogere management diende voor te leggen en dat partijen nooit overeenstemming hebben bereikt over de targets. Dat [naam 1] niet heeft gereageerd op de e-mail van 4 maart 2024 is opmerkelijk. Dat geldt ook voor het duimpje op het bericht van 30 april 2024 van [eiser] , dat op het eerste gezicht zou kunnen worden opgevat als instemming met de gestelde loonsverhoging. Maar deze omstandigheden zijn in de gegeven context onvoldoende om aan te nemen dat partijen een loonsverhoging zijn overeengekomen. Immers blijkt uit het dossier dat afspraken met betrekking tot arbeidsvoorwaarden, zoals het toepasselijke loon en de daarbij geldende bonusregelingen, bij Epam uitgebreid en schriftelijk worden vastgelegd. Zo beslaat de ‘reguliere’ bonusregeling die op de arbeidsovereenkomst van toepassing is vier pagina’s waarin de regeling tot in detail is vastgelegd. Tegen die achtergrond kan [eiser] niet ervan uitgaan dat een loonsverhoging tot stand komt in een door hem zelf aan HR gestuurde e-mail waarin de loonsverhoging in drie regels is verwoord (en waarop weliswaar niet afwijzend, maar óók niet instemmend is gereageerd). Daarnaast is deze verhoging niet vastgelegd in het addendum dat [eiser] als bijlage meestuurde bij de bewuste e-mail van 4 maart 2024, terwijl dat addendum juist ziet op de vaststelling van de arbeidsvoorwaarden gedurende de verlenging van de arbeidsovereenkomst. Het had voor de hand gelegen (dat [eiser] erop had aangedrongen) de loonsverhoging in het addendum vast te leggen, indien met [naam 1] daadwerkelijk afspraken daaromtrent waren gemaakt.
Daarnaast is van belang dat uit de tekst van de e-mail van 4 maart 2024 volgt dat het loon van [eiser] met telkens € 10.000,00 zal worden verhoogd als hij voldoet aan een van de voorwaarden. Dit impliceert dat het salaris van [eiser] derhalve oneindig kan oplopen. Ter zitting heeft (de gemachtigde van) [eiser] verklaard dat het een eenmalige afspraak is die inhoudt dat het salaris wordt verhoogd binnen de bandbreedte van € 120.000,00 tot maximaal € 150.000,00. Deze bandbreedte wordt echter niet door [eiser] genoemd in zijn e-mail en is pas gedurende de zitting voor het eerst naar voren gebracht, zodat de kantonrechter daaraan voorbij gaat en vaststelt dat de voorwaarden voor een mogelijke loonsverhoging nog niet geheel duidelijk waren. Ook dat wijst erop dat [eiser] en [naam 1] nog geen overeenstemming hadden bereikt over een aan [eiser] toekomende salarisverhoging (en zelfs als dat al anders zou zijn, dan geldt dat de afspraak onvoldoende bepaalbaar is in de zin van artikel 6:227 BW).
De conclusie is dat niet is komen vast te staan dat [eiser] en [naam 1] een loonsverhoging zijn overeengekomen. Gelet hierop kan in het midden worden gelaten of [naam 1] hiertoe bevoegd was.
Het bovenstaande betekent dat de vorderingen van [eiser] zullen worden afgewezen.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Epam worden begroot op:
- salaris gemachtigde
€
1.732,00
(2 punten × € 866,00)
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.876,00
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5. De beslissing
De kantonrechter
wijst de vorderingen van [eiser] af,
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 1.876,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt [eiser] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Wiltjer, kantonrechter, bijgestaan door mr. M.F. van Grootheest, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 27 augustus 2026.
57170