RECHTBANK AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer / rekestnummer: 12166187 \ CV FORM 26-4920
Beschikking van 13 augustus 2026
in de zaak van
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats],
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker],
procederend in persoon,
tegen
VINTED UAB,
gevestigd te Vilnius (Litouwen),
verwerende partij,
hierna te noemen: Vinted,
gemachtigde: P. Janikowski.
1. De procedure
In het kader van de Europese procedure voor geringe vorderingen (Verordening (EG) nr. 861/2007, hierna: EPGV-Verordening) heeft [verzoeker] door middel van het
Vorderingsformulier A als bedoeld in artikel 4 lid 1 EPGV-Verordening, met bewijsstukken, een vordering ingesteld, ontvangen op 30 maart 2026.
[verzoeker] is bij brief van 14 april 2026 in de gelegenheid gesteld om het Vorderingsformulier A te ondertekenen. Op 20 april 2026 is van [verzoeker] het ondertekende formulier, met bewijsstukken, ontvangen.
Vinted is bij brief van 30 april 2026 in de gelegenheid gesteld te reageren door formulier C in te vullen en met eventuele bewijsstukken te retourneren. Vinted heeft formulier C geretourneerd, ontvangen per e-mail op 21 mei 2026 en per post op 27 mei 2026.
Bij brief van 1 juni 2026 is [verzoeker] in de gelegenheid gesteld om te reageren op het verweer van Vinted. [verzoeker] heeft bij e-mail van 1 juni 2026 gereageerd op het verweer van Vinted.
Vervolgens is Vinted bij brief van 4 juni 2026 in de gelegenheid gesteld om te reageren. Vinted heeft bij e-mail van 26 juni 2026 een reactie ingediend, door Vinted gelijktijdig verstuurd naar [verzoeker].
[verzoeker] heeft daarna bij e-mail van 26 juni 2026 gereageerd.
Vervolgens is een datum voor beschikking bepaald.
2. De feiten
Op 4 februari 2026 heeft [verzoeker] een ‘Apple MacBook 13-inch 2006 White Original Core 2 Duo 2.0GHz MacBook with new Battery Perfect!’(hierna: de laptop) verkocht via Vinted aan een koper voor een bedrag van € 100,00.
Tijdens het vervoer is de laptop beschadigd, waarna Vinted aan de koper het volledige aankoopbedrag heeft terugbetaald en aan [verzoeker] een bedrag van € 17,00 heeft betaald.
Uit communicatie tussen [verzoeker] en de koper volgt dat door een val van de laptop een aantal toetsen niet werkten. De koper heeft de laptop behouden en op 21 februari 2026 een bedrag van € 70,00 aan [verzoeker] betaald.
Bij brief van 6 maart 2026 heeft [verzoeker] Vinted gesommeerd tot betaling van
€ 83,00.
Vinted heeft in een e-mail van 28 maart 2026 aan [verzoeker] meegedeeld dat de vergoeding was beperkt tot € 17,00 vanwege de limiet van de vervoerder.
Op 14 mei 2026 heeft Vinted nog een bedrag van € 13,00 aan [verzoeker] voldaan.
In haar e-mail van 26 juni 2026 heeft Vinted toegezegd om de proceskosten van
€ 93,00 aan [verzoeker] te voldoen.
3. Het verzoek
[verzoeker] vordert veroordeling van Vinted tot betaling van € 83,00 aan hoofdsom, wettelijke rente vanaf 21 februari 2026 en de proceskosten.
Aan het verzoek heeft [verzoeker], kort samengevat, ten grondslag gelegd dat Vinted slechts een bedrag van € 17,00 heeft vergoed. [verzoeker] heeft zelfstandig een gedeeltelijke betaling van de koper geëist, waarna zij van de koper een bedrag van € 70,00 heeft ontvangen. De koper was op geen enkele wijze verplicht om dat bedrag te betalen aan [verzoeker]. Vinted heeft pas na indiening van het verzoekschrift een extra vergoeding van
€ 13,00 aan [verzoeker] betaald en toegezegd het griffierecht van € 93,00 te vergoeden.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De beoordeling
Bevoegdheid
Op grond van artikel 17 lid 1 sub c van de Verordening (EU) nr. 1215/2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna: de Verordening Brussel I bis) is de Nederlandse rechter bevoegd om de vordering te beoordelen, omdat uit de door [verzoeker] overgelegde bewijsstukken blijkt dat Vinted commerciële of beroepsactiviteiten ontplooit in Nederland, waar [verzoeker] als consument woonplaats heeft.
Op grond van artikel 18 lid 1 van de Verordening Brussel I bis kan de rechtsvordering die door een consument wordt ingesteld tegen de wederpartij bij de overeenkomst, worden gebracht hetzij voor de gerechten van de lidstaat op het grondgebied waarvan die partij woonplaats heeft, hetzij, ongeacht de woonplaats van de wederpartij, voor het gerecht van de plaats waar de consument woonplaats heeft.
[verzoeker] heeft woonplaats in [woonplaats], zodat de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam relatief bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
Toepasselijk recht
Het onderhavige geschil betreft een vordering die voortvloeit uit een verbintenis uit overeenkomst. Om die reden is op het geschil van toepassing de Verordening (EG) nr. 593/2008 betreffende het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (hierna: de Verordening Rome I).
Op grond van artikel 6 lid 1 sub a van de Verordening Rome I wordt de overeenkomst beheerst door Nederlands recht, nu [verzoeker] in Nederland woont en Vinted commerciële of beroepsactiviteiten ontplooit in Nederland.
De vordering
De kantonrechter stelt vast dat [verzoeker] voorafgaand aan de indiening van het verzoek een bedrag van € 70,00 van de koper van de laptop heeft ontvangen en een bedrag van
€ 17,00 van Vinted. Na de indiening van het verzoek heeft Vinted nog een bedrag van
€ 13,00 aan [verzoeker] betaald, zodat [verzoeker] het volledige verkoopbedrag heeft ontvangen. [verzoeker] heeft verder niet gesteld dat zij schade heeft geleden, die een vergoeding voor meer dan het verkoopbedrag kan rechtvaardigen. [verzoeker] heeft naar het oordeel van de kantonrechter dan ook geen aanspraak op een aanvullende vergoeding.
De gevorderde wettelijke rente is als onbestreden toewijsbaar over een bedrag van
€ 13,00, te rekenen vanaf 21 februari 2026 tot en met 14 mei 2026, en bedraagt € 0,12.
Omdat [verzoeker] de betaling van € 13,00 pas heeft ontvangen na indiening van het verzoekschrift moet het ervoor gehouden worden dat er voldoende aanleiding was voor [verzoeker] om Vinted in de onderhavige procedure te betrekken. Vinted moet daarom ook het door [verzoeker] betaalde griffierecht van € 93,00 aan [verzoeker] vergoeden, hetgeen Vinted ook heeft aangeboden. Voor zover Vinted dit bedrag nog niet aan [verzoeker] heeft betaald, wordt zij daartoe in de beslissing veroordeeld.
Gelet op wat [verzoeker] heeft gevorderd en wat inmiddels aan [verzoeker] is betaald, heeft [verzoeker] verder geen rechtens te respecteren belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van haar verzoek. Er is dan ook geen aanleiding om Vinted nog te laten reageren op de reactie van [verzoeker] van 26 juni 2026.
[verzoeker] heeft verzocht om een certificaat van de beslissing te verstrekken. Dat verzoek is toewijsbaar. De rechtbank zal het in artikel 20 lid 2 van de EPGV-Verordening voorgeschreven certificaat afgeven in de Engelse taal. Deze wordt met de beschikking meegezonden.
5. De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt Vinted om aan [verzoeker] te betalen een bedrag van € 0,12 aan wettelijke rente,
veroordeelt Vinted in de proceskosten van € 93,00, te vermeerderen met de kosten van betekening, te betalen binnen veertien dagen na betekening van deze beschikking,
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.F. Kuiken en in het openbaar uitgesproken op 13 augustus 2026.
33806