ECLI:NL:RBAMS:2026:8683

ECLI:NL:RBAMS:2026:8683

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 17-07-2026
Datum publicatie 31-08-2026
Zaaknummer C/13/776905
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Verlenging ondertoezichtstelling

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Familie- en Jeugdrecht

Zaaknummer: C/13/776905 / JE RK 25-743

Datum uitspraak: 17 juli 2026

Beschikking van de meervoudige kamer over een verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Regio Amsterdam,

gevestigd te Amsterdam,

hierna te noemen de GI,

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2017 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [minderjarige] .

De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende in [woonplaats 1] ,

advocaat mr. L.C. Fuijkschot uit Hoorn,

[de vader] ,

hierna te noemen de vader,

wonende in [woonplaats 2] ,

advocaat mr. R.P.M. Duijndam uit Lisse.

Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

de Raad voor de Kinderbescherming,regio Amsterdam,locatie [locatie] ,hierna te noemen: de Raad.

1. Het verdere verloop van de procedure

Bij beschikking van 21 mei 2026 heeft deze rechtbank de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 21 juli 2026 en de beslissing op het verzoek voor het overige aangehouden.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

de beschikking van 21 mei 2026;

de schriftelijke update van 15 juni 2026 van de GI met bijlagen;

de brief van 1 juli 2026 van de vader met bijlage;

de aanvullende productie van de moeder, ingekomen op 7 juli 2026;

de brief van 7 juli 2026 van de vader met bijlage.

Op 8 juli 2026 heeft de meervoudige kamer van de rechtbank de zitting met gesloten deuren voortgezet. De zitting is gecombineerd met de zitting over de wijziging van het gezag, de wijziging van de zorgregeling en de hoofdverblijfplaats met zaak- en rekestnummer C/13/743797 / FA RK 23-8408. Daarbij waren aanwezig:

- de vader met zijn advocaat;

- de moeder met haar advocaat;

- [naam 1] namens de Raad;

- [naam 2] namens de GI.

2. Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de resterende duur van vier maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De GI motiveert het verzoek als volgt. De ouders hebben het traject Parallel Solo Ouderschap (hierna PSO) gevolgd. PSO heeft aangegeven dat het hoogst haalbare in het traject is behaald en dat het niet alsnog gaat lukken om verdere resultaten te behalen, ook als de kwesties rondom het gezag zijn geregeld. Het is niet gelukt om een door beide ouders gedragen verhaal voor [minderjarige] samen te stellen, omdat de visies van de ouders op het verleden te veel van elkaar afwijken. De GI deelt de mening van PSO dat het hoogst haalbare is bereikt in het traject. Daarnaast heeft de vader aangegeven geen hulpvraag te hebben, wat een voorwaarde is voor deelname aan het traject. Wel zou de moeder nog een individueel traject kunnen starten als ze nog een hulpvraag heeft.

De GI acht de voortzetting voor de ondertoezichtstelling noodzakelijk om het verhaal voor [minderjarige] , waarin hem uitleg wordt gegeven over de situatie tussen de ouders en de vastgestelde afspraken, samen te stellen en het hem te vertellen. Daarnaast is het nodig om tot een goed borgingsplan te komen.

3. De standpunten

De moeder voert geen verweer tegen het verzochte. De moeder vindt de ondertoezichtstelling hard nodig ongeacht de uitkomst van de verzoeken in de procedure rondom het gezag. De ouders zijn nog niet zo ver dat ze samen verder kunnen. De controle en bemiddeling door de GI is hard nodig geweest en blijft nodig. Er moet in ieder geval nog een borgingsplan gemaakt worden, maar de moeder vreest dat dat niet voldoende is. De moeder zou graag het PSO traject voortzetten. De vader heeft echter geen hulpvraag.

De vader heeft het volgende naar voren gebracht. De vader vraagt zich af wat de meerwaarde van de ondertoezichtstelling nog is. De GI is inmiddels zo lang bezig en de vader vraagt zich af wat bereikt is. De vader vindt het wel belangrijk dat er een duidelijk borgingsplan komt. De veiligheidsafspraken die eerder zijn gemaakt kunnen daarvoor gebruikt worden. De vader stemt daarom in met de verlenging van de ondertoezichtstelling.

De Raad adviseert als volgt. Aan de ene kant ziet de Raad nog veel losse eindjes. De GI dient deze losse eindjes aan elkaar te knoppen en de ondertoezichtstelling te beëindigen. Aan de andere kant vraagt de Raad zich af wat dit betekent voor [minderjarige] . Welke verantwoordelijkheden komen bij hem te liggen? Die moeten in ieder geval aansluiten bij zijn leeftijd en ontwikkelingsfase. Het is voor de Raad lastig te beoordelen wat het gaat betekenen voor [minderjarige] .

4. De beoordeling

De rechtbank is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De rechtbank legt hieronder uit waarom.

De ontwikkeling van [minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd. Bij beschikking van 21 mei 2026 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd, omdat onder andere binnen het PSO-traject nog geen stabiele eindsituatie was bereikt. Inmiddels is het PSO-traject gestopt. Het hoogst haalbare is bereikt volgens de hulpverlening en de GI. Vaststaat dat partijen ieder aanknopingspunten aangereikt hebben gekregen om in het kader van PSO alleen invloed te kunnen uitoefenen op hun eigen gezinssituatie, maar de benodigde afspraken om het zogenaamde “muurtje” tussen de ouders mogelijk te maken, zijn niet gemaakt. De vader stelt dat hij al handelt conform de uitgangspunten van PSO en heeft geen hulpvraag meer. Tegelijkertijd is gebleken dat de vader zich tot op heden blijft mengen in de opvoedomgeving van de moeder. Een voorbeeld daarvan is dat de vader recent met [minderjarige] naar de kapper is gegaan, enkele dagen nadat hij al bij de moeder naar de kapper was gegaan, omdat [minderjarige] zijn haar volgens vader toch niet leuk vond. De rechtbank acht dit zeer zorgelijk, vooral in het licht van de geschiedenis tussen partijen, en verwacht dat de Raad bij de toetsing van de afronding van de ondertoezichtstelling hier aandacht voor zal hebben. De GI stelt dat het nog ontbrekende deel van het PSO zal worden vervangen door een borgingsplan dat zal worden opgesteld in het kader van de afronding van de ondertoezichtstelling. Of dit voldoende zal zijn en binnen vier maanden gerealiseerd zal kunnen zijn, is voor de rechtbank echter een vraag. Daarnaast staat vast dat ouders zodanig in visie verschillen over wat er in het verleden is gebeurd, dat het beoogde levensverhaal door middel van “Words and Pictures” voor [minderjarige] niet gemaakt kon worden. De GI heeft daarom besloten [minderjarige] hier zelf tekst en uitleg over te gaan geven. Dit betekent dat [minderjarige] nu geconfronteerd gaat worden met drie verhalen over zijn leven: dat van de moeder, van de vader en van de GI. Hoe hij zich hiertoe in de toekomst moet gaan verhouden, is niet duidelijk geworden.

Uit het voorgaande blijkt dat de ernstige ontwikkelingsbedreiging niet of onvoldoende kan worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De rechtbank verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van vier maanden. Daarbij maakt de rechtbank wel de kanttekening dat het, zoals ook uit het voorgaande blijkt, de rechtbank bevreemdt dat de GI voornemens is om de ondertoezichtstelling na vier maanden af te sluiten, omdat de doelen niet zijn behaald. De GI heeft ter zitting aangegeven dat zij in het vrijwillig kader niet meer betrokken kunnen blijven. Dat betekent dat niemand het borgingsplan zal monitoren. De rechtbank kan zich voorstellen dat dit wel in het belang van [minderjarige] kan zijn. Daarnaast gaat de rechtbank nog een beslissing nemen over de verzoeken ten aanzien van het gezag. Dit gaat zo bepalend zijn voor ouders dat een voortzetting van de juridische procedures in de lijn der verwachting ligt.

De rechtbank verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

5. De beslissing

De rechtbank:

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 21 november 2026;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. V. Zuiderbaan, mr. E.M. Devis en mr. H.C. Hoogeveen, kinderrechters, en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2026, in aanwezigheid van mr. R. Muller als griffier, getekend door mr. E.M. Devis.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. R. Muller als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand