ECLI:NL:RBAMS:2026:8694

ECLI:NL:RBAMS:2026:8694

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 26-08-2026
Datum publicatie 31-08-2026
Zaaknummer 13/134756-26
Rechtsgebied Strafrecht; Materieel strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan twee gekwalificeerde opzetaanrandingen. Opgelegd is een gevangenisstraf van twee maanden met aftrek van voorarrest.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

vonnis

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 13/134756-26

Datum uitspraak: 26 augustus 2026

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[de verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 2001 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

hierna te noemen: verdachte.

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 12 augustus 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. W.J. Nijkerk, en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. C. Willekes, naar voren hebben gebracht. Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van de vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] en hetgeen zij daarover naar voren hebben gebracht.

2. Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich op 9 mei 2026 in Amsterdam heeft schuldig gemaakt aan

feit 1:

(gekwalificeerde) opzetaanranding dan wel schuldaanranding van [benadeelde partij 2] ;

feit 2:

(gekwalificeerde) opzetaanranding dan wel schuldaanranding van [benadeelde partij 1] .

De volledige tenlastelegging is opgenomen in bijlage I die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

3. Waardering van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1 en 2 tenlastegelegde gekwalificeerde opzetaanrandingen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft primair vrijspraak bepleit van de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten, omdat verdachte ontkent [benadeelde partij 2] aan haar billen te hebben betast en [benadeelde partij 1] in haar borst te hebben geknepen. Subsidiair heeft de raadsvrouw vrijspraak betoogd van feit 1, omdat niet kan worden vastgesteld dat verdachte wist of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat aangeefster de handelingen van verdachte niet heeft gewild.

Het oordeel van de rechtbank

Anders dan de raadsvrouw stelt de rechtbank op grond van de bewijsmiddelen vast dat verdachte op 9 mei 2026 in Amsterdam [benadeelde partij 1] onverhoeds in haar borst heeft geknepen en [benadeelde partij 2] heeft vastgepakt, naar zich toe heeft getrokken en haar vervolgens op haar wang heeft gekust, over haar billen heeft gewreven en in haar billen heeft geknepen. Aangeefsters hebben over deze handelingen verklaard in hun aangifte. Deze aangiftes vinden steun in het proces-verbaal van bevindingen, waaruit volgt dat verbalisanten deze handelingen hebben waargenomen.

De rechtbank is daarnaast – anders dan de raadsvrouw – van oordeel dat verdachte wist dat de wil van beide aangeefsters met betrekking tot voornoemde handelingen ontbrak. Aangeefsters hebben verklaard dat zij verdachte niet kenden en dat het allemaal erg snel is gegaan. Verdachte heeft hen daarmee zonder enige voorafgaande aanleiding en zonder zich ervan te vergewissen of aangeefsters deze handelingen wilden, betast. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat uit de bevindingen van de verbalisanten van die avond volgt dat verdachte meerdere andere vrouwen, die hij evenmin kende, heeft lastiggevallen. Deze omstandigheden maken dat het niet anders kan dan dat verdachte wist dat de wil van aangeefsters ontbrak ten aanzien van de tenlastegelegde handelingen.

Door het stevig vastpakken en naar zich toe trekken van [benadeelde partij 2] en het onverhoeds betasten van [benadeelde partij 1] heeft verdachte de aanrandingen vergezeld van dwang.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de onder 1 en 2 tenlastegelegde gekwalificeerde opzetaanrandingen van [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 1] bewezen.

4. Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in bijlage II vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

feit 1:

op 9 mei 2026 te Amsterdam, met [benadeelde partij 2] , een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten

- het kussen op de wang van die [benadeelde partij 2] en

- het wrijven over en knijpen in de billen van die [benadeelde partij 2] ,

terwijl verdachte wist, dat bij die [benadeelde partij 2] daartoe de wil ontbrak, welke opzetaanranding werd vergezeld van dwang, door die [benadeelde partij 2] vast te pakken en naar zich toe te trekken;

feit 2:

op 9 mei 2026 te Amsterdam, met [benadeelde partij 1] , een seksuele handeling heeft verricht, te weten het knijpen in de rechter borst van die [benadeelde partij 1] , terwijl verdachte wist, dat bij die [benadeelde partij 1] daartoe de wil ontbrak, welke opzetaanranding werd vergezeld van dwang, door vanuit het niets tijdens het langslopen die [benadeelde partij 1] onverhoeds in haar borst te knijpen.

5. De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7. Motivering van de straf

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door hem bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie maanden, met aftrek van voorarrest.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft de rechtbank verzocht bij de stafoplegging er rekening mee te houden dat verdachte 13 dagen in vreemdelingenbewaring heeft vastgezeten. Daarnaast heeft hij enkel over een dikke bontjas heen over de billen van [benadeelde partij 2] heeft gewreven. Gelet hierop heeft zij verzocht om aan verdachte een gevangenisstraf op te leggen die niet langer is dan de tijd die verdachte al in voorarrest heeft vastgezeten.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich op één avond tweemaal schuldig gemaakt aan gekwalificeerde opzetaanranding door twee vriendinnen kort na elkaar te betasten. Uit de bevindingen van de verbalisanten blijkt bovendien dat verdachte diezelfde avond ook meerdere andere vrouwen heeft lastiggevallen. Daarmee heeft verdachte zich in korte tijd tegenover meerdere vrouwen opdringerig, intimiderend en erg vervelend opgesteld. Door zijn handelen heeft verdachte geen enkel respect getoond voor het zelfbeschikkingsrecht van aangeefsters en heeft hij een inbreuk gemaakt op hun lichamelijke en seksuele integriteit. Uit hun verklaringen volgt dat aangeefsters door het gedrag van verdachte erg zijn geschrokken en zich angstig hebben gevoeld. De rechtbank rekent verdachte dit aan.

Bij het bepalen van de straf en de hoogte daarvan heeft de rechtbank rekening gehouden met straffen die in vergelijkbare stafzaken worden opgelegd. Gelet hierop acht zij een taakstraf passend. Toch zal de rechtbank geen taakstraf, maar een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen, omdat verdachte in Zwitserland verblijft in afwachting van zijn asielprocedure aldaar. Het uitvoeren van een taakstaf in Nederland is daarom onuitvoerbaar.

Alles overwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf van twee maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, passend en geboden. Daarbij komt zij tot een lagere straf dan is geëist door de officier van justitie, omdat zij de aard en ernst van de feiten anders weegt.

8. De vorderingen van de benadeelde partijen

De benadeelde partij [benadeelde partij 2] vordert € 2.500,- aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De benadeelde partij [benadeelde partij 1] vordert € 2.500,- aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen, mede gelet op de toelichting op de terechtzitting, voldoende zijn onderbouwd en daarom kunnen worden toegewezen. Daarbij acht de officier van justitie toewijzing van een bedrag van € 1.250,- billijk.

De benadeelde partijen hebben niet afzonderlijk gevorderd om vergoeding van de door hen gemaakte reiskosten, omdat zij niet bekend waren met de mogelijkheid daartoe. Om die reden heeft de officier van justitie die reiskosten in het door hem billijk geachte bedrag verdisconteerd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich primair op het standpunt gesteld dat met de normschending nog geen geestelijk letsel is gegeven. Ook de door de benadeelde partijen gestelde negatieve gevolgen zijn onvoldoende om geestelijk letsel te veronderstellen. Hierdoor kan een aantasting van hun persoon niet worden aangenomen, zodat de benadeelde partijen in hun vorderingen niet-ontvankelijk moeten worden verklaard.

Subsidiair heeft de raadsvrouw aangevoerd dat de gevorderde bedragen te hoog zijn. Zij heeft de rechtbank verzocht de vordering van [benadeelde partij 2] te matigen tot € 500,-. De vordering van [benadeelde partij 1] dient te worden gematigd tot € 300,-, omdat uit haar verklaring volgt dat het onder 2 tenlastegelegde feit haar minder heeft aangedaan dan [benadeelde partij 2] .

Daarnaast heeft de raadsvrouw bepleit dat de reiskosten niet kunnen worden toegewezen, omdat deze niet zijn onderbouwd en het schatten van die kosten in deze gevallen te ver gaat.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank begrijpt dat de vorderingen van de benadeelde partijen zijn gebaseerd op artikel 6:106 sub b van het Burgerlijk Wetboek. Vergoeding van immateriële schade op grond van voornoemd artikel is mogelijk als de benadeelde partijen 'op andere wijze' in hun persoon zijn aangetast.​ De rechtbank kan niet vaststellen dat de benadeelde partijen door de verdachte gepleegde strafbare feiten geestelijk letsel hebben opgelopen, omdat medische stukken of andere onderbouwingen daartoe ontbreken. Ook zijn de negatieve gevolgen van de normschending voor de benadeelden niet met concrete gegevens onderbouwd. Toch kan een aantasting in persoon ‘op andere wijze’ worden aangenomen, omdat naar het oordeel van de rechtbank de aard en de ernst van de normschending in dit geval met zich meebrengt dat de in dit verband nadelige gevolgen voor de benadeelden zo voor de hand liggen dat sprake is van een aantasting in de persoon 'op andere wijze'.

Aanranding is een seksueel delict, waarbij een inbreuk wordt gemaakt op de lichamelijke integriteit en het zelfbeschikkingsrecht van het slachtoffer. De rechtbank weegt daarnaast mee dat benadeelden uit het niets, in het donker en in het openbaar door een voor hen onbekende man zijn betast. Dit brengt extra gevoelens van onveiligheid met zich mee. De rechtbank is daarom van oordeel dat de nadelige gevolgen zo voor de hand liggen, dat ook zonder onderbouwing met concrete gegevens en/of objectief vastgesteld geestelijk letsel, een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. Dit rechtvaardigt toewijzing van een vergoeding voor immateriële schade.

Aangeefsters hebben daarnaast beiden verklaard dat zij tot de dag van vandaag gevoelens van stress en angst ervaren als zij naar buiten gaan en mannen tegenkomen. [benadeelde partij 2] heeft daarnaast verklaard dat zij als gevolg van het onder 1 bewezenverklaarde feit geen mannen meer benadert en niet meer met het openbaar vervoer durft te reizen.

Gelet hierop en rekening houdend met bedragen die in soortgelijke zaken als schadevergoeding worden toegekend en met de Rotterdamse Schaal is de rechtbank van oordeel dat een vergoeding van € 750,- billijk is. Zij wijst de vordering van de benadeelde partijen daarom tot dat bedrag toe, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (te weten 9 mei 2026). De benadeelde partijen worden niet-ontvankelijk verklaard in het overige deel van hun vorderingen. Zij kunnen dat deel van hun vorderingen aan de burgerlijke rechter voorleggen.

De rechtbank merkt op dat zij – anders dan de officier van justitie – de door de benadeelde partijen gemaakte reiskosten niet heeft verdisconteerd in het toegewezen bedrag, omdat deze kosten niet zijn gevorderd.

De rechtbank zal verdachte ook veroordelen in de kosten die de benadeelde partijen hebben gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zullen maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van de benadeelde partijen de verplichtingen opleggen tot betaling aan de Staat van de toegewezen bedragen van de vorderingen van de benadeelde partijen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de momenten van het ontstaat van de schades tot de dag van de volledige betalingen.

De betalingen die door verdachte zijn gedaan aan de Staat worden op de verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partijen in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betalingen zijn gedaan aan de benadeelde partijen.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 36f, 57 en 241 van het Wetboek van Strafrecht.

10. Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op:

ten aanzien van feit 1 en 2:

telkens: gekwalificeerde opzetaanranding

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [de verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 2 (twee) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] :

Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 750,- (zevenhonderdvijftig euro), bestaande uit vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade van 9 mei 2026 tot aan de dag van de algehele voldoening.

Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in haar vordering.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Schadevergoedingsmaatregel:

Legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [benadeelde partij 2] van een bedrag van € 750,- (zevenhonderdvijftig euro), bestaande uit vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade van 9 mei 2026 tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt 7 dagen gijzeling toegepast. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] :

Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 750,- (zevenhonderdvijftig euro), bestaande uit vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade van 9 mei 2026 tot aan de dag van de algehele voldoening.

Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in haar vordering.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Schadevergoedingsmaatregel:

Legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [benadeelde partij 1] van een bedrag van € 750,- (zevenhonderdvijftig euro), bestaande uit vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade van 9 mei 2026 tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt 7 dagen gijzeling toegepast. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

Dit vonnis is gewezen door

mr. C. Klomp, voorzitter,

mrs. R.A. Sipkens en D. Segbedzi, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. T. Alexeas, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 26 augustus 2026.

[…]

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. C. Klomp

Griffier

  • mr. T. Alexeas

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand