beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/792356 / FA RK 26/6289
kenmerk: VCM/IND/211457
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
Beschikking van 14 augustus 2026 van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot verlenging van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1986 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres 1] ,
verblijvende te [adres 2] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. N.D. 't Zand te Amsterdam,
zorgaanbieder: Arkin.
1. Procesverloop
Bij verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 12 augustus 2026, heeft de officier van justitie verzocht om verlenging van de op 11 augustus 2026 opgelegde crisismaatregel.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 14 augustus 2026 in het gebouw van de zorgaanbieder.
Ter zitting heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene;
- de raadsvrouw;
- mw. [naam] , arts.
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.
2. Beoordeling
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in: levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van een manisch psychotische ontregeling, meest waarschijnlijk geluxeerd door slaapdeprivatie en cocaïnegebruik. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
De rechtbank is van oordeel dat van de zorg die is genoemd in de crisismaatregel, de volgende vormen van zorg noodzakelijk zijn om het nadeel af te wenden:
toedienen van vocht en voeding;
toedienen van medicatie;
het verrichten van medische controles;
het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
beperken van de bewegingsvrijheid;
insluiten;
uitoefenen van toezicht op betrokkene;
onderzoek aan kleding of lichaam;
onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
beperken van het recht op ontvangen van bezoek;
opnemen in een accommodatie.
De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
De raadsvrouw heeft namens betrokkene primair verzocht om afwijzing van het verzoek. Betrokkene geeft aan dat er geen sprake is van een stoornis. Hij heeft die wel ooit gehad, maar toen was hij 19. De gegevens zijn gebaseerd op wat vader heeft gezegd. De situatie is niet zo ernstig dat er een crisismaatregel aangevraagd moest worden, er had ook gewacht kunnen worden op de aanvraag van een zorgmachtiging. Subsidiair is verzocht het verzoek te beperken tot maximaal één week.
De arts heeft aangegeven dat er sprake is van achterdocht bij betrokkene. Er is een wisselende behandelbereidheid. Betrokkene wil graag andere medicatie zodat hij kan blijven motorrijden. De crisismaatregel is nodig zodat betrokkene de juiste medicatie krijgt, zijn slaap is bevorderd en hij verder stabiliseert.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend. Voor het instellen van medicatie is één week te kort, maar de rechtbank ziet voldoende aanleiding om te machtiging in duur te beperken tot twee weken.
3. Beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1986 te [geboorteplaats], voor zover het de in rechtsoverweging 2.2 genoemde vormen van verplichte zorg betreft;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 28 augustus 2026;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 14 augustus 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken
door mr. C.F. de Lemos Benvindo, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 24 augustus 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.