beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/791970 / FA RK 26/6089
kenmerk: ZM/IND/208317
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 24 augustus 2026 van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1999 te [geboorteplaats],
wonende te [adres],
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. K.A. Kieft te Amsterdam,
zorgaanbieder: Arkin.
1. Procesverloop
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 3 augustus 2026.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 24 augustus 2026 in het gebouw van de rechtbank.
Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene;
- de raadsvrouw;
- dhr. [naam 1], psychiater;
- dhr. [naam 2], verpleegkundige;
- de moeder van betrokkene.
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.
2. Beoordeling
De raadsvrouw heeft namens betrokkene verzocht kritisch naar de stoornis te kijken. Betrokkene heeft van jongs af aan de diagnose autisme- en angststoornis gekregen. De combinatie met middelengebruik kan geresulteerd hebben in de klachten. Er zijn medische verklaringen waarin wordt gesteld dat er sprake is van schizofrenie, daarover is een discussie. Het verzoek van betrokkene en moeder is om ook goed te kijken naar de onderliggende stoornissen die al eerder speelden.
De rechtbank overweegt als volgt. Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van een psychose in het kader van schizofrenie en een stoornis in het gebruik van middelen. Door verschillende artsen is schizofrenie gediagnostiseerd. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de psychiater verklaard dat het niet ongebruikelijk is dat schizofrenie later wordt gediagnosticeerd nadat op jongere leeftijd andere diagnose worden gesteld. Op dit moment is het team Zorgtoeleiding betrokken. Later zal betrokkene worden overgedragen aan FACT-team. Onderzoek naar mogelijke andere onderliggende stoornissen kan door het FACT-team worden gedaan. Overigens wordt het ook van belang geacht om betrokkene ook alleen, zonder zijn moeder, te spreken, wat tot op heden nog niet is gelukt binnen dit team. Verder heeft de verpleegkundige toegelicht dat het risico dat betrokkene en zijn moeder uit de woning worden gezet wegens overlast en problemen met de buren nog steeds aanwezig is en dat de zorgmachtiging van groot belang is om dit te voorkomen.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in: ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. Van de in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg, die zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, alsmede gelet op hetgeen bij de mondelinge behandeling naar voren is gekomen acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk voor de duur van twaalf maanden:
toedienen van medicatie;
het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
beperken van de bewegingsvrijheid (telkens voor maximaal drie maanden);
onderzoek aan kleding of lichaam (telkens voor maximaal drie maanden);
onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen (telkens voor maximaal drie maanden);
controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen (telkens voor maximaal drie maanden);
aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen en het nakomen van afspraken met het ambulant behandelteam;
beperken van het recht op het ontvangen van bezoek (telkens voor maximaal drie maanden);
opnemen in een accommodatie (telkens voor maximaal drie maanden).
De rechtbank bepaalt dat verplichte zorg in de vorm ‘opnemen in een accommodatie’ en de daarbij behorende zorgvormen, anders dan door de officier van justitie is verzocht en in het zorgplan is vermeld, in duur wordt beperkt. De rechtbank wijst deze vormen van zorg toe voor de duur van telkens maximaal drie maanden.
De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
De advocaat heeft de verzocht om afwijzing omdat betrokkene de zorgmachtiging niet wil. Hij ziet het nut er niet van in. Hij onderkent dat het niet goed met hem gaat en hij wil hulp. Maar hij voelt zich heel slecht met de huidige medicatie. Hij ligt hele dagen in bed. De advocaat heeft verzocht om afwijzing van het verzoek en doet daarbij een beroep op wilsbekwaam verzet ten aanzien van de verplichte zorg ‘toedienen van medicatie’. In de medische verklaring is op dit punt ook geen specifieke toelichting ten aanzien van medicatie gegeven. Betrokkene is helder in wat de medicatie met hem doet en kan dat goed onder woorden brengen. Betrokkene is moe en komt tot niets. Mocht de zorgmachtiging worden toegewezen is verzocht de duur te beperken tot maximaal zes maanden. Betrokkene heeft dan een perspectief en zit niet één jaar vast in het systeem.
Anders dan de advocaat namens betrokkene heeft bepleit is de rechtbank van oordeel dat betrokkene niet tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake in staat, ook niet ten aanzien van ‘het toedienen van medicatie’. De verklaring van de arts in de medische verklaring is specifiek genoeg om aan te nemen dat betrokkene ook ten aanzien van deze zorgvorm niet wilsbekwaam is. De onafhankelijk deskundige heeft een duidelijk omschreven toelichting gegeven over de wilsbekwaamheid en ook over de vrijwilligheid. Gesteld wordt daarin dat betrokkene voortkomend uit de beschreven psychiatrische symptomen niet in staat tot een redelijke afweging van zijn belangen ter zake en niet in staat de gevolgen van deze keuze(s) te overzien. Betrokkene wordt wilsonbekwaam geacht t.a.v. de beslissingen die hij/zij neemt die leiden tot het beschreven gevaar/ernstig nadeel. Er is geen sprake van ziektebesef - of inzicht, waarbij betrokkene ontkent psychische klachten te ervaren en de ernst van de situatie lijkt te onderschatten. Betrokkene heeft zich gedurende opname op de HIC meermaals aan zorg onttrokken. Jarenlange zorgtoeleiding leidde niet tot het aangaan van zorg. Betrokkene erkent zelf ook dat het de druk van de WVGGZ is die maakt dat hij o.a. medicatie neemt en thuis vermoedelijk wel de deur voor het FACT zal openen.
De rechtbank concludeert dat de zorgmachtiging nog nodig is om te voorkomen dat het hierboven beschreven ernstig nadeel zich zal voordoen. De rechtbank ziet ook geen reden om de duur van de zorgmachtiging te beperken aangezien de problematiek al langdurig speelt en het op dit moment ook nog helemaal niet goed gaat met betrokkene
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van twaalf maanden.
3. Beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1999 te [geboorteplaats], inhoudende dat gedurende de looptijd van de machtiging bij wijze van verplichte zorg de in rechtsoverweging 2.5 genoemde maatregelen kunnen worden getroffen;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 24 augustus 2027.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 24 augustus 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. M.E.B. Terwee, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 26 augustus 2026 schriftelijk uitgewerkt en vastgesteld. Ondertekend op 31 augustus 2026 door mr. E. Dinjens.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.