beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/792105 / FA RK 26/6158
kenmerk: ZM/IND/207341
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 24 augustus 2026 van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1957 te [geboorteplaats] (Suriname),
wonende te [adres] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. L.A. Korfker te IJmuiden,
zorgaanbieder: Arkin.
1. Procesverloop
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 5 augustus 2026.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 24 augustus 2026 in het gebouw van de rechtbank.
Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- de raadsvrouw;
- mw. [naam] , verpleegkundige.
Bij aanvang van de zitting bleek dat betrokkene niet aanwezig was.
Uit artikel 6:1, eerste lid, Wvggz volgt dat de rechter de betrokkene hoort na ontvangst van het verzoekschrift voor een zorgmachtiging, tenzij de rechter vaststelt dat betrokkene daartoe niet in staat of bereid is. De verpleegkundige heeft aangegeven dat woonbegeleiding een taxi had geregeld voor betrokkene en dat ze samen naar binnen zouden gaan. Voor de zitting heeft zij hem gebeld en heeft hij aangegeven niet te komen. De verpleegkundige heeft betrokkene gebeld zodat hij ook met zijn advocaat heeft kunnen spreken voorafgaand aan de zitting. De advocaat heeft aangegeven dat zij het woord mag doen namens betrokkene en dat betrokkene niet gehoord wilde worden.
De rechtbank constateert dat betrokkene op de hoogte is van de zitting. De advocaat van betrokkene heeft verklaard dat zij gemachtigd is.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat betrokkene in de gelegenheid is gesteld om te worden gehoord, maar dat hij niet bereid is zich te doen horen. De rechtbank heeft daarop besloten om de mondeling behandeling in afwezigheid van betrokkene voort te zetten.
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.
2. Beoordeling
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofrenie en een stoornis in cocaïnegebruik.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in: ernstig lichamelijk letsel, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang, de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. Van de in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg, die zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, alsmede gelet op hetgeen bij de mondelinge behandeling naar voren is gekomen acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk voor de duur van twaalf maanden:
toedienen van medicatie;
het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
beperken van de bewegingsvrijheid (telkens voor maximaal zes maanden);
onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen (telkens voor maximaal zes maanden);
aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen en het nakomen van afspraken met het ambulant behandelteam;
beperken van het recht op het ontvangen van bezoek (telkens voor maximaal zes maanden);
opnemen in een accommodatie (telkens voor maximaal zes maanden).
De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
De raadsvrouw heeft namens betrokkene verzocht het verzoek af te wijzen omdat betrokkene geen zorgmachtiging wil. Het gaat prima met betrokkene, hij werkt mee en hij heeft de zorgmachtiging dus niet nodig. Het is de vraag hoe doelmatig een zorgmachtiging nog is, de situatie is al jaren hetzelfde.
De verpleegkundige heeft aangegeven dat een zorgmachtiging van belang is voor betrokkene. Hij is nog steeds niet klachtenvrij. Er is sprake van een chronische waan, waarbij betrokkene belevingen heeft dat er kinderen op zijn lichaam zitten en dat geld en goud van hem wordt gestolen. Hij gebruikt nu medicatie maar het is beter om te switchen. Vanwege zijn cocaïne gebruik en lichamelijke problemen kan dat niet veilig. Voor het opnieuw instellen van nieuwe medicatie is een opname vereist waarbij de lichamelijke gevolgen gemonitord kunnen worden. Betrokkene wil dat niet. Betrokkene werkt vaak goed mee maar is ambivalent omtrent de medicatie. Hij heeft aangegeven het depot te accepteren omdat het moet. Daarnaast geeft hij aan er niet veel problemen mee te hebben.
De rechtbank is op grond van het dossier en de toelichting tijdens de mondelinge behandeling van oordeel dat het verzoek om een zorgmachtiging toegewezen dient te worden.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van twaalf maanden.
3. Beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1957 te [geboorteplaats] (Suriname), inhoudende dat gedurende de looptijd van de machtiging bij wijze van verplichte zorg de in rechtsoverweging 2.4 genoemde maatregelen kunnen worden getroffen;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 24 augustus 2027.
Deze beschikking is op 24 augustus 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. M.E.B. Terwee, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 26 augustus 2026 schriftelijk uitgewerkt en vastgesteld. Ondertekend op 31 augustus 2026 door mr. E. Dinjens.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.