beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
zaaknummer / rekestnummer: C/13/768170 / FA RK 25/2990 (VZ/AH)
Beschikking van 10 juli 2026 betreffende wijziging kinderalimentatie
in de zaak van:
[de man] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen de man,
advocaat mr. G.E. van der Zanden te 's-Gravenhage,
tegen
[de vrouw] ,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. E.M. van Veen te Gorinchem .
1. De procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
het verzoekschrift met bijlagen van de man, ingekomen op 24 april 2025;
het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 10 juni 2025;
het verweerschrift van de man, ingekomen op 4 augustus 2025;
het F9-formulier met bijlagen van de man, ingekomen op 1 mei 2026;
het F9-formulier met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 1 mei 2026;
het F9-formulier met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 8 mei 2026.
De mondelinge behandeling achter gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 12 mei 2026.
Verschenen zijn:
- partijen, bijgestaan door hun advocaten.
De minderjarigen zijn, gelet op hun leeftijd, in de gelegenheid gesteld hun mening kenbaar te maken. [minderjarige 1] heeft hier gebruik van gemaakt. De rechter heeft tijdens de mondelinge behandeling het gesprek met [minderjarige 1] samengevat, zodat partijen daarop hebben kunnen reageren.
2. De feiten
Partijen hebben een affectieve relatie gehad, uit welke relatie de thans minderjarige kinderen zijn geboren:
[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2009 te [geboorteplaats] ;
[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 1] 2009 te [geboorteplaats] .
Partijen oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag uit over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
Bij beschikking van 3 april 2013 van de rechtbank Rotterdam is bepaald dat de man met ingang van 1 oktober 2012 € 534,- per kind per maand, en met ingang van 6 februari 2013 € 215,- per kind per maand aan kinderalimentatie aan de vrouw dient te betalen.
Op grond van de beschikking van het gerechtshof Den Haag van 30 september 2015 hebben [minderjarige 1] en [minderjarige 2] met ingang van 21 oktober 2015 hun hoofdverblijf bij de vrouw en verblijven zij per vier weken drie weekeinden bij de man van vrijdag uit school tot maandag naar school. Daarnaast verblijven de zij de helft van alle vakanties en feestdagen bij de man, door partijen in onderling overleg af te stemmen.
Bij beschikking van 2 november 2016 van deze rechtbank zijn de verzoeken van partijen tot wijziging van de beschikking van 3 april 2013 van de rechtbank Rotterdam afgewezen. Het verzoek tot wijziging van de zorgregeling is aangehouden.
Bij beschikking van 2 mei 2018 van deze rechtbank is de beschikking van 2 november 2016 gewijzigd en bepaald dat de man met ingang van 14 juli 2017 € 159,- per kind per maand zal betalen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , bij vooruitbetaling te voldoen aan de vrouw.
De man is gehuwd met [naam] . Uit dit huwelijk zijn geboren:
[minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 2] 2013 te [geboorteplaats] ;
[minderjarige 4] , geboren op [geboortedatum 3] 2014 te [geboorteplaats] ;
[minderjarige 5] , geboren op [geboortedatum 4] 2015 te [geboorteplaats] ;
[minderjarige 6] , geboren op [geboortedatum 5] 2017 te [geboorteplaats] ;
[minderjarige 7] , geboren op [geboortedatum 6] 2021 te [geboorteplaats] ;
[minderjarige 8] , geboren op [geboortedatum 7] 2023 te [geboorteplaats] .
De vrouw heeft een affectieve relatie.
3. Het verzoek
De man verzoekt de rechtbank bij beschikking voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. de beschikking van 2 mei 2018 van de rechtbank Amsterdam te wijzigen en te bepalen dat de door de man met ingang van 1 september 2022 verschuldigde kinderalimentatie wordt vastgesteld op nihil, althans een zodanig bedrag als de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren, met de bepaling dat de vrouw de teveel betaalde kinderalimentatie van € 11.956,03, althans een zodanig bedrag als de rechtbank in goede justitie zal vernemen te behoren, aan de man dient terug te betalen binnen een week na dagtekening van de in deze te wijzen beschikking;
II. de vrouw te veroordelen in de kosten van deze procedure.
De vrouw voert verweer en verzoekt de rechtbank – bij zelfstandig verzoek – bij beschikking voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. de beschikking van 2 mei 2018 van de rechtbank Amsterdam te wijzigen in die zin dat de man met ingang van 1 januari 2021 een bedrag van € 305,- per kind per maand aan de vrouw dient te voldoen aan kinderalimentatie, alsmede te bepalen dat de man met ingang van 1 september 2022 een bedrag van € 257,- per kind per maand aan de vrouw dient te voldoen aan kinderalimentatie, althans een bedrag en een ingangsdatum als door de rechtbank in goede justitie te bepalen;
II. de man te veroordelen in de kosten van deze procedure.
Op de stellingen van partijen wordt hierna nader ingegaan.
4. De beoordeling
Kinderalimentatie
De rechtbank beslist dat de man per 1 januari 2021 een bedrag van € 212,- per kind per maand aan kinderalimentatie aan de vrouw moet betalen. Vanaf 1 september 2022 dient de man een bedrag van € 109,- per kind per maand aan kinderalimentatie aan de vrouw te betalen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. De berekeningen die de rechtbank heeft gemaakt, zijn als bijlagen aan deze beschikking toegevoegd. Bij de berekeningen rondt de rechtbank af op hele euro’s.
De reden voor wijziging
De rechtbank kan de kinderalimentatie opnieuw berekenen als de omstandigheden zijn gewijzigd. Daarvan is hier wel sprake, want de man en zijn partner hebben in [geboortedatum 6] 2021 een vijfde kind gekregen. Daarnaast heeft de vrouw per september 2022 een hoger inkomen. Tussen partijen is niet in geschil dat deze momenten als relevante wijzigingen gelden.
De ingangsdatum
Voordat de rechtbank opnieuw kan gaan rekenen, moet zij weten welke gegevens en belastingtarieven zij moet gebruiken bij die berekening. Daarom moet de rechtbank eerst beslissen vanaf welk moment de nieuwe kinderalimentatie gaat gelden.
De wet geeft de rechtbank grote vrijheid bij het vaststellen van de ingangsdatum van de alimentatieverplichting of wijziging van de alimentatie. Nu er twee wijzigingsmomenten zijn geweest, zal de rechtbank met twee periodes rekenen, te weten de periode van 1 januari 2021 tot 1 september 2022 en de periode vanaf 1 september 2022 tot heden.
De behoefte van alle kinderen
De man stelt dat voor de berekening van de behoefte van de kinderen een lijn getrokken moet worden. Primair stelt de man dat de bij beschikking van 2 mei 2018 vastgestelde behoefte geïndexeerd dient te worden. Dit geldt dan ook voor de behoefte van de kinderen met zijn nieuwe partner. Subsidiair stelt de man dat de kosten van de kinderen via de Behoeftetabel berekend dient te worden. Ook dit zou dan moeten gelden voor de kinderen met zijn nieuwe partner.
De vrouw voert primair aan dat de bij beschikking van 2 mei 2018 vastgestelde behoefte geïndexeerd dient te worden ten aanzien van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Subsidiair voert de vrouw aan dat volgens de Behoeftetabel gerekend kan worden, maar daarbij dient de behoefte van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wel los worden berekend van de andere kinderen. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] maken namelijk geen deel uit van de financiën van het gezin van de man en zijn partner.
De rechtbank zal de behoefte van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] enerzijds en de behoefte van de kinderen van de man en zijn partner anderzijds berekenen. Er is geen reden om [minderjarige 1] en [minderjarige 2] mee te rekenen in de behoefteberekening aan de zijde van de man en zijn partner. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] komen namelijk uit het gezin van de man en de vrouw. Op basis van hun financiële gegevens moet dan ook hun behoefte worden berekend.
De behoefte van [minderjarige 1] en [minderjarige 2]
De rechtbank zal ten aanzien van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] het primaire standpunt van partijen volgen en hun behoefte indexeren aan de hand van de beschikkingen van 2 november 2016 en 2 mei 2018. Uit deze beschikkingen volgt dat de behoefte van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in 2012 € 610,- per kind per maand bedroeg. Geïndexeerd is dat in 2021 € 713,- per kind per maand en in 2022 € 727,- per kind per maand.
De behoefte van de kinderen van de man en zijn partner
De rechtbank stelt de behoefte van de kinderen van de man en zijn partner vast op een bedrag van € 376,- per kind per maand. Zij heeft dat als volgt berekend.
Niet in geschil is tussen partijen dat het netto besteedbaar gezinsinkomen (NBGI) van de man en zijn partner in 2021 meer dan € 6.000,- of meer per maand bedroeg.
De rechtbank ziet hier aanleiding om gebruik te maken van de Behoeftetabel 2021 en sluit daarmee niet aan bij de eerdere beschikkingen. Een van de wijzigingsomstandigheden ziet namelijk op de geboorte van [minderjarige 7] in [geboortedatum 6] 2021. Uit het Tremarapport 2021 blijkt het volgende: “Uit dat onderzoek blijkt voorts dat naarmate er meer kinderen tot het huishouden behoren, de totale kosten van de kinderen weliswaar stijgen maar dat de gemiddelde kosten per kind daartegenover dalen.”
Hieruit volgt dat de behoefte van de kinderen wijzigt op het moment dat er een nieuw kind wordt geboren in dat gezin. Om die reden ziet de rechtbank aanleiding om de behoefte voor de kinderen van de man en zijn partner opnieuw te berekenen. Hierbij merkt de rechtbank op dat [minderjarige 8] niet is meegenomen in de berekening. Hij was in 2021 immers nog niet geboren en vanaf vier kinderen of meer wordt enkel naar de punten van de oudste vier kinderen gekeken, zoals blijkt uit het volgende.
Uit de toelichting bij de Behoeftetabel 2021 volgt dat de punten voor alle kinderen bij elkaar opgeteld dienen te worden, waarbij bij meer dan vier kinderen de punten van de oudste vier kinderen meetellen. De rechtbank komt uit op 12 punten ( [minderjarige 3] 8 jaar: 2 punten, [minderjarige 4] 7 jaar: 2 punten, [minderjarige 5] 5 jaar: 4 punten, [minderjarige 6] 4 jaar: 4 punten). Uit de tabel volgen dan de totale kosten van de kinderen in 2021, te weten € 1.885,- in totaal per maand, te weten € 376,- per kind per maand. Geïndexeerd naar 2022 is dat € 383,- per kind per maand.
De draagkracht van partijen
Bij de berekening van de kinderalimentatie moet vervolgens worden vastgesteld wat ieder van de ouders kan betalen. Dat wordt de ‘draagkracht’ van de ouders genoemd. Volgens de wet moeten de ouders namelijk naar draagkracht in de behoefte van het kind voorzien.
Daarvoor maakt de rechtbank gebruik van de methode die de Expertgroep Alimentatie van de Rechtspraak heeft ontwikkeld. Het netto besteedbaar inkomen (NBI) van een ouder is daarbij het uitgangspunt. Vervolgens bekijkt de rechtbank welk deel van dat inkomen kan worden gebruikt om bij te dragen in de kosten van de kinderen.
Bij een NBI dat hoger is dan € 1.700,- per maand in 2021 maakt de rechtbank gebruik van de zogenoemde ‘draagkrachtformule’. In die formule wordt uitgegaan van een woonbudget van 30% van het netto besteedbaar inkomen per maand. De ouders worden geacht vanuit het woonbudget alle redelijke lasten voor een woning passend bij hun inkomen te kunnen voldoen. Daarnaast wordt rekening gehouden met een vast bedrag aan lasten, dat ieder jaar wordt bijgesteld. In 2021 is dat een bedrag van € 1.000,- per maand. Deze twee posten vormen samen het ‘draagkrachtloos inkomen’. Na aftrek van die posten van het netto besteedbaar inkomen blijft dan de ‘draagkrachtruimte’ over. Daarvan is 70% beschikbaar voor kinderalimentatie. De berekening van de draagkracht ziet er dan als volgt uit: 70% [NBI – (0,3 x NBI + 1.000)].
Bij een netto besteedbaar inkomen (NBI) dat hoger is dan € 1.720,- per maand in 2022 maakt de rechtbank ook gebruik van de zogenoemde ‘draagkrachtformule’. In die formule wordt uitgegaan van een woonbudget van 30% van het netto besteedbaar inkomen per maand. De ouders worden geacht vanuit het woonbudget alle redelijke lasten voor een woning passend bij hun inkomen te kunnen voldoen. Daarnaast wordt rekening gehouden met een vast bedrag aan lasten, dat ieder jaar wordt bijgesteld. In 2021 is dat een bedrag van € 1.020,- per maand. Deze twee posten vormen samen het ‘draagkrachtloos inkomen’. Na aftrek van die posten van het netto besteedbaar inkomen blijft dan de ‘draagkrachtruimte’ over. Daarvan is 70% beschikbaar voor kinderalimentatie. De berekening van de draagkracht ziet er dan als volgt uit: 70% [NBI – (0,3 x NBI + 1.020)].
Nu de rechtbank twee wijzigingsperiodes aanhoudt, te weten het moment dat [minderjarige 7] is geboren in [geboortedatum 6] 2021 en de salarisverhoging van de vrouw per september 2022, wordt hieronder per periode de draagkracht van partijen uitgewerkt.
1 januari 2021 tot 1 september 2022
De draagkracht van de man
De man stelt dat hij zijn salarisspecificaties heeft overgelegd en daaruit volgt dat hij een bruto jaarsalaris van € 130.619,- inclusief vakantiegeld ontvangt. Daarnaast stelt de man dat zijn huurinkomsten van de tweede woning nog steeds € 88,- per maand bedragen, zoals ook is vastgesteld in de beschikking van 2 mei 2018. Bovendien moet volgens hem rekening te worden gehouden met de extra verblijfsoverstijgende kosten die hij heeft voldaan, waaronder kleding en hockeyspullen. In 2021 kwam dit op € 1.443,- per kind per jaar uit en in 2022 op € 1.626,- per kind per jaar uit. Dit dient in mindering op zijn draagkracht te komen, aldus de man.
De vrouw voert aan dat met de jaaropgaven van de man gerekend dient te worden. Daarnaast acht de vrouw het redelijk dat jaarlijks met € 10.000,- aan netto huuropbrengsten wordt gerekend. Dat de man er per 2023 zelf voor heeft gekozen om zijn hypotheek te verhogen, kan niet ten koste gaan van een kinderalimentatieverplichting. Ook betwist de vrouw dat de lasten van de huurwoning in mindering moeten worden gebracht van de huurinkomsten, en dat rekening moet worden gehouden met verblijfsoverstijgende kosten voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] aan de zijde van de man. De vrouw was verantwoordelijk voor de verblijfsoverstijgende kosten en zij heeft die ook allemaal voldaan. Dat de man er zelf voor heeft gekozen om hen (extra) kleding te geven, komt voor zijn eigen rekening en risico.
De draagkracht van de man berekent de rechtbank op € 2.559,- per maand. De rechtbank legt hierna uit hoe zij aan dat bedrag is gekomen.
Voor het inkomen gaat de rechtbank uit van de jaaropgaven over 2021 en 2022, waarop een belastbaar loon van € 151.301,- respectievelijk € 122.965,- is vermeld. De onderhavige periode loopt tot september 2022 zodat de rechtbank het gemiddelde inkomen over deze periode als volgt heeft berekend: jaarinkomen 2021 + jaarinkomen tot september 2022 / 21 maanden x 12 maanden = € 139.157,- gemiddeld bruto jaarloon.
Verder wordt rekening gehouden met € 88,- per maand aan netto huurinkomsten. Hoewel de vrouw heeft aangevoerd dat de aflossingen die de man doet voor deze tweede woning niet in mindering strekken op zijn draagkracht, volgt de rechtbank dit standpunt niet. Weliswaar stelt de vrouw terecht dat deze aflossingen als sparen dienen te worden aangemerkt, maar dat doet niets af aan het feit dat de man deze gelden niet beschikbaar heeft omdat hij verplicht is om deze aflossingen te verrichten. In het licht daarvan heeft de man onvoldoende betwist gesteld dat de huurinkomsten nog steeds € 88,- netto per maand bedragen, zodat de rechtbank dan ook met dit bedrag rekening zal houden.
De rechtbank brengt de verblijfsoverstijgende kosten die de man stelt niet in mindering op zijn draagkracht. Dat de man (extra) kleding of hockeyspullen heeft gekocht, is zijn eigen keuze geweest. Het is de vrouw die de verblijfsoverstijgende kosten voor de kinderen dient te voldoen, en het lag daarom op de weg van de man om de vrouw daarvoor voorafgaand aan de uitgaven te benaderen en te overleggen of dit financieel haalbaar was. Nu niet is gebleken dat de man dit heeft gedaan, dienen de kosten voor zijn rekening te blijven.
Het NBI is dan € 6.652,- per maand. Volgens de hiervoor vermelde draagkrachtformule geldend in 2021 heeft de man een draagkracht van € 2.559,- per maand. De man is onderhoudsplichtig voor [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en de (ten tijde van deze periode) vijf kinderen die hij samen met zijn partner heeft. De draagkracht van de man zal naar rato van de behoefte van zijn zeven kinderen worden verdeeld. De totale behoefte van alle zeven kinderen is € 3.306,-. Dit betekent dat ([1.426 / 3.306] x 100% =) 43% van de draagkracht van de man beschikbaar is voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , inhoudende een bedrag van € 552,- per kind per maand. Na vergelijking met de partner van de man en correctie is de draagkracht van de man ten aanzien van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] € 1.132,-, te weten € 566,- per kind per maand.
De draagkracht van de partner van de man
De man stelt dat zijn partner inkomsten als ZZP’er genereert. Volgens de man heeft zij een gemiddeld inkomen uit onderneming van € 23.165,- per jaar.
De vrouw voert aan dat met de werkelijke inkomsten van de partner van de man gerekend dient te worden.
De draagkracht van de partner van de man berekent de rechtbank op € 461,- per maand. De rechtbank legt hierna uit hoe zij aan dat bedrag is gekomen.
Voor het inkomen gaat de rechtbank uit van het financieel jaarverslag waaruit in 2021 een winst uit onderneming van € 26.930,- volgt en in 2022 een winst uit onderneming van € 19.630,-.
De onderhavige periode loopt tot september 2022 zodat de rechtbank de gemiddelde winst uit onderneming over deze periode als volgt heeft berekend: winst uit onderneming 2021 + winst uit onderneming tot september 2022 / 21 maanden x 12 maanden = € 26.605,- gemiddeld aan winst uit onderneming. Daarnaast houdt de rechtbank rekening met de Aangifte Inkomstenbelasting 2021 waaruit een jaarloon van € 6.272,- volgt vanuit het UWV voor de WAZO-uitkering. Over onderhavige periode komt dat op een gemiddeld jaarloon van € 3.584,- uit. Verder wordt rekening gehouden met de algemene heffingskorting, de arbeidskorting voor werkenden en de inkomensafhankelijke combinatiekorting.
Het NBI is dan € 2.370,- per maand. Volgens de hiervoor vermelde draagkrachtformule geldend in 2021 heeft de partner van de man een draagkracht van € 461,- per maand.
De draagkracht van de vrouw
De man stelt dat aan de zijde van de vrouw uitgegaan dient te worden van haar verdiencapaciteit. De man betwist dat de vrouw geen 38 uur per week zou kunnen werken omdat zij mantelzorger is en de zorg voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] draagt. De vrouw heeft onvoldoende aangetoond dat zij mantelzorger is. Daarnaast zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] inmiddels pubers. Zij zijn heel zelfstandig, het gaat goed op school en zij hebben geen extra hulp nodig bij schoolwerk. Bovendien genereert de vrouw geld uit het bedrijf van haar partner. Daaruit heeft zij dividend ontvangen. De man stelt dat zij dit dividend heeft ontvangen als uitkering voor de werkzaamheden die zij heeft verricht binnen dat bedrijf.
De vrouw voert aan dat zij haar inkomsten over onderhavige periode heeft overgelegd en daarmee gerekend dient te worden. De vrouw kan niet meer dan 28 uur per week werken. Zij werkte eerder zelfs 24 uur per week. Bij haar werkgever is 38 uur een fulltime werkweek. De vrouw is moeder van twee pubers die de nodige zorg en begeleiding nodig hebben, vooral bij school. Ook zorgt de vrouw voor haar alleenstaande moeder als mantelzorger. Zij krijgt daar geen vergoeding voor.
Bovendien betwist de vrouw dat zij in het bedrijf van haar partner werkt en dat zij verkapt loon in de vorm van dividend ontvangen. Fiscaal partners mogen schuiven in belastingaangiftes. De vrouw wist niet dat haar partner dat op deze manier had gedaan. Deze dividenduitkering dient dan ook niet te worden meegenomen aan de zijde van de vrouw.
De draagkracht van de vrouw berekent de rechtbank op € 615,- per maand. De rechtbank legt hierna uit hoe zij aan dat bedrag is gekomen.
Voor het inkomen gaat de rechtbank uit van het fiscaal rapport 2021 en 2022, waarop respectievelijk een bruto jaarloon van € 20.721,- en € 34.032,- is vermeld. De onderhavige periode loopt tot september 2022 zodat de rechtbank het gemiddelde inkomen over deze periode als volgt heeft berekend: jaarinkomen 2021 + jaarinkomen tot september 2022 / 21 maanden x 12 maanden = € 31.287,- gemiddeld jaarloon. Daarnaast houdt de rechtbank rekening met de winst uit onderneming, welke in 2021 € 3.884,- en in 2022 een negatief resultaat van € 1.569,- bedroeg. Over onderhavige periode komt dat dan uit op een gemiddelde van € 1.323,- per jaar. Ook houdt de rechtbank rekening met resultaat uit overige werkzaamheden welke in 2021 neerkwam op € 649,-. Gemiddeld komt dit bedrag dan uit op € 371,- per jaar. Verder wordt rekening gehouden met een kindgebonden budget, de algemene heffingskorting en de arbeidskorting voor werkenden.
De rechtbank ziet over onderhavige periode geen reden om af te wijken van de feitelijke financiële gegevens die blijken uit de stukken. Om zo dicht mogelijk bij de feitelijke situatie te komen in deze periode, heeft de rechtbank voor alle drie de ouders hun feitelijke/kenbare inkomsten gebruikt.
Bovendien ziet de rechtbank geen aanleiding om aan de zijde van de vrouw te rekenen met een dividenduitkering. Indien de vrouw aandeelhouder is in het bedrijf van haar partner, heeft zij recht op dividend. Niet is gebleken dat daarvan sprake is. Het is dan ook aannemelijk geworden dat enkel voor een gunstige fiscaliteit het dividend aan haar zijde is opgenomen in de belastingaangifte. De rechtbank zal het dividend dan ook niet meetellen voor het berekenen van de draagkracht van de vrouw.
Het NBI is dan € 2.685,- per maand. Volgens de hiervoor vermelde draagkrachtformule geldend in 2021 heeft de vrouw een draagkracht van € 615,- per maand.
1 september 2022 tot heden
De standpunten van partijen ten aanzien van de draagkracht zijn gelijk aan de voorgaande periode, althans dan met betrekking tot onderhavige periode, zodat hier enkel de beoordeling van de rechtbank is uitgewerkt.
De draagkracht van de man
Voor het inkomen gaat de rechtbank uit van de Aangifte Inkomstenbelasting 2022, waarop een belastbaar loon van € 122.965,- is vermeld. Verder wordt ook in deze periode rekening gehouden met € 88,- per maand aan netto huurinkomsten. Het NBI is dan € 5.982,- per maand.
Volgens de hiervoor vermelde draagkrachtformule geldend in 2022 heeft de man een draagkracht van € 2.217,- per maand. De man is onderhoudsplichtig voor [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en de (ten tijde van deze periode) vijf kinderen die hij samen met zijn partner heeft. De draagkracht van de man zal naar rato van de behoefte van zijn zeven kinderen worden verdeeld. De totale behoefte van alle zeven kinderen is € 3.369,-. Dit betekent dat ([1.454 / 3.369] x 100% =) 43% van de draagkracht van de man beschikbaar is voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , inhoudende een bedrag van € 478,- per kind per maand.
De draagkracht van de partner van de man
Voor het inkomen gaat de rechtbank uit van de Aangifte Inkomstenbelasting 2022, waarop een winst uit onderneming van € 19.630,- is vermeld. Verder wordt rekening gehouden met de algemene heffingskorting, de arbeidskorting voor werkenden en de inkomensafhankelijke combinatiekorting. Het NBI is dan € 1.558,- per maand.
Volgens de hiervoor vermelde draagkrachtformule geldend in 2022 heeft de partner van de man een draagkracht van € 85,- per maand.
De draagkracht van de vrouw
De rechtbank zal, anders dan in de voorgaande periode, per 1 september 2022 rekening houden met de verdiencapaciteit van de vrouw. Hoewel de vrouw heeft aangevoerd dat zij niet meer dan 28 uur kan werken, acht de rechtbank het redelijk om aan de zijde van de vrouw met ingang van die datum te rekenen met een werkweek van 32 uur. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn in deze periode namelijk alweer een stuk ouder, zelfstandiger en gaan inmiddels naar de middelbare school. Zij hebben niet meer de leeftijd waarbij zij continue zorg nodig hebben vanuit een ouder. De rechtbank rekent daarom op basis van de arbeidsovereenkomst van de vrouw, waarbij een fulltime werkweek 38 uur bedraagt met een bruto maandinkomen van € 4.699,92. Omgerekend naar 32 uur per week, komt dit uit op een verdiencapaciteit van € 3.958,- bruto per maand en 8% vakantietoeslag. Verder wordt rekening gehouden met de algemene heffingskorting, de arbeidskorting voor werkenden en een kindgebonden budget. Het NBI is dan € 3.411,- per maand.
Volgens de hiervoor vermelde draagkrachtformule geldend in 2022 heeft de vrouw een draagkracht van € 958,- per maand.
De verdeling van de kosten
Als de ouders samen genoeg draagkracht hebben voor alle kosten van hun kinderen, dan moet de rechtbank berekenen wie welk deel van de kosten voor zijn rekening moet nemen. Dat wordt de ‘draagkrachtvergelijking’ genoemd. De rechtbank zal ook hier de twee verschillende periodes van elkaar splitsen.
1 januari 2021 tot 1 september 2022
De ouders hebben samen een draagkracht van € 1.746,- per maand. Dit is genoeg om alle kosten van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te betalen, want die zijn € 1.426,- per maand. Dit betekent dat de man een deel van (1.426 / 1.746 x 1.132 =) afgerond € 924,- per maand moet dragen en de vrouw een deel van (1.426 / 1.746 x 615 =) afgerond € 502,- per maand.
1 september 2022 tot heden
De ouders hebben samen een draagkracht van € 1.915,- per maand. Dit is genoeg om alle kosten van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te betalen, want die zijn € 1.454,- per maand. Dit betekent dat de man een deel van (1.454 / 1.915 x 956 =) afgerond € 727,- per maand moet dragen en de vrouw een deel van (1.454 / 1.915 x 958 =) afgerond € 727,- per maand.
De zorgkorting
Tussen partijen is niet in geschil dat de zorgkorting op 35% per maand moet worden vastgesteld. Dat betekent dat de man in de periode 1 januari 2021 tot 1 september 2022 een bedrag van (924 -/- 500 =) € 424,- per maand, dus € 212,- per kind per maand, moet betalen.
Per 1 september 2022 betekent dit dat de man een bedrag van (727 -/- 508 =) € 219,- per maand, dus € 109,- per kind per maand, moet betalen, welk bedrag jaarlijks per 1 januari geïndexeerd dient te worden.
Proceskosten
De man stelt dat er geen enkele vorm van bereidwilligheid aan de zijde van de vrouw was om in te stemmen met een nihilstelling, als gevolg waarvan de man – totaal onnodig – genoodzaakt is geworden om deze procedure aanhangig te maken.
De vrouw voert aan dat de man veroordeeld dient te worden in de proceskosten. De man is vanaf eind 2011 vrijwel alle gerechtelijke procedures tegen de vrouw gestart, vaak zonder succes voor de man, terwijl de vrouw iedere keer op kosten wordt gejaagd.
De rechtbank overweegt als volgt. In familierechtzaken wordt terughoudend omgegaan met een proceskostenveroordeling, dit om te voorkomen dat de relatie tussen partijen nog verder wordt belast. Partijen moeten namelijk met elkaar door als ouders van hun kinderen. Als hoofdregel geldt dan ook dat de proceskosten worden gecompenseerd, aldus dat iedere partij zijn eigen kosten draagt. Slechts in uitzonderlijke gevallen wordt van deze hoofdregel afgeweken. De rechtbank ziet in onderhavige zaak, mede gelet op de uitkomst van de kinderalimentatieberekening, geen aanleiding om van voornoemd uitgangspunt af te wijken.
De rechtbank merkt wel op dat partijen meermaals procedures zijn gestart ter wijziging van de kinderalimentatie. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] worden hierdoor enorm belast. Partijen beschikken over een stabiel (en tamelijk hoog) inkomen. De rechtbank wil partijen meegeven om de strijdbijl nu echt te begraven. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] worden inmiddels bijna volwassen en worden nog steeds belast met de echtscheidingsproblematiek van partijen. Dit is niet in hun belang. Zij moeten kunnen rekenen op hun ouders, in vertrouwen hun volwassen leven kunnen starten en geen spanningen ervaren door lopende financiële procedures tussen hun ouders.
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.
5. De beslissing
De rechtbank:
wijzigt de beschikking van deze rechtbank van 2 mei 2018 in die zin dat:
de man € 212,- per kind per maand dient te betalen aan de vrouw als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , met ingang van 1 januari 2021;
de man € 109,- per kind per maand dient te betalen aan de vrouw als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , met ingang van 1 september 2022;
bepaalt dat elk der partijen de eigen proceskosten draagt;
wijst het meer of anders verzochte af;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door de rechter mr. V. Zuiderbaan, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. A.F. Hulskes, griffier, op 10 juli 2026.
Partij
Alimentatieplichtige
Zaak
Alimentatieplichtige / Alimentatiegerechtigde (768170)
Berekening
Draagkracht 1 januari 2021 tot 1 september 2022
Tarieven
2021-1
Datum uitdraai
31-08-2026
Box 1 Inkomen uit werk en woning
Loon volgens jaaropgaaf
(60)
60
Loon volgens jaaropgaaf
€
139.157
Notitie: 60 Jaaropgaaf 2021: € 113.636 (loon Aspen Oss B.V.) + € 37.665 (loon ICL Europe) = € 151.301
Jaaropgaaf 2022: € 122.965 (loon Aspen Oss B.V.) Loon tot september 2022: € 92.224
Inkomen 2021 + inkomen tot september 2022 / 21 maanden x 12 maanden = € 139.157 gemiddeld jaarloon.
Op het bruto loon ingehouden
59
Inkomsten (transport)
€
139.157
Belastbaar loon (61-64)
64
Belastbaar loon
€
139.157
Heffing box 1 (94-95)
94
Belastbaar inkomen uit werk en woning
€
139.157
- Schijf 1a, 37,1% (19,2%) over € 0 t/m € 35.129 (€ 35.941)
€
13.032
- Schijf 1b, 37,1% over € 35.130 (€ 35.942) t/m € 68.507
€
12.383
- Schijf 2, 49,5% over € 68.508 of meer
€
34.971
95
Inkomensheffing box 1
€
60.386
Besteedbaar inkomen (113-120)
113
Inkomen voor aftrek inkomensheffing
€
139.157
114
Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3
€
60.386
117
Verschuldigde inkomensheffing
-
€
60.386
Inkomen na aftrek inkomensheffing
€
78.771
119a
Bij: Netto inkomsten
€
1.056
120
Besteedbaar inkomen
€
79.827
120a
Netto besteedbaar inkomen (per jaar)
€
79.827
120a
Netto besteedbaar inkomen (per maand)
€
6.652
Draagkracht tbv kinderalimentatie
Draagkracht tbv kinderalimentatie
120a
Netto besteedbaar inkomen tbv kinderalimentatie
€
6.652
Draagkracht wordt berekend op basis van
Formule
122a
Kosten van levensonderhoud
€
1.000
123a
Woonlasten
€
1.996
135a
Draagkrachtloos inkomen tbv kinderalimentatie
€
2.996
136a
Draagkrachtruimte
€
3.656
137a
Draagkrachtpercentage
%
70
Beschikbaar
€
2.559
140a
Draagkracht tbv kinderalimentatie
€
2.559
Partij
Nieuwe partner Alimentatieplichtige
Zaak
Alimentatieplichtige / Alimentatiegerechtigde (768170)
Berekening
Draagkracht 1 januari 2021 tot 1 september 2022
Tarieven
2021-1
Datum uitdraai
31-08-2026
Box 1 Inkomen uit werk en woning
Loon volgens jaaropgaaf
(60)
60
Loon volgens jaaropgaaf
€
3.584
Notitie: 60 2021: € 6.272 UWV
2022: X
2021 + tot september 2022 / 21 maanden x 12 maanden = € 3.584 gemiddeld loon UWV.
Op het bruto loon ingehouden
59
Inkomsten (transport)
€
3.584
Belastbaar loon (61-64)
64
Belastbaar loon
€
3.584
Winst uit onderneming (65-75)
65
Winst uit onderneming (voor ondernemersaftrek)
€
26.605
70
Winst uit onderneming
€
26.605
Notitie: 65 2021: € 26.930
2022: € 19.630
Winst uit onderneming 2021 + winst uit onderneming tot september 2022 / 21 maanden x 12 maanden = € 26.605 gemiddeld jaarinkomen.
Ondernemersaftrek
MKB Winstvrijstelling
-
€
3.725
75
Belastbare winst uit onderneming
€
22.880
Heffing box 1 (94-95)
94
Belastbaar inkomen uit werk en woning
€
26.464
- Schijf 1a, 37,1% (19,2%) over € 0 t/m € 35.129 (€ 35.941)
€
9.818
95
Inkomensheffing box 1
€
9.818
Besteedbaar inkomen (113-120)
113
Inkomen voor aftrek inkomensheffing
€
30.189
114
Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3
€
9.818
115/116
Heffingskorting en standaard heffingskorting
-
€
9.388
117
Verschuldigde inkomensheffing
-
€
430
Inkomen na aftrek inkomensheffing
€
29.759
Specificaties voor post: 115/116
Algemene Heffingskorting
€
2.513
jaar
Arbeidskorting
€
4.060
jaar
Combinatiekorting
€
2.815
jaar
117a Op aanslag verschuldigde inkomensafhankelijke bijdrage ZVW
Winst uit onderneming
€
22.880
Totaal inkomen waarover op aanslag een bijdrage ZVW is verschuldigd
€
22.880
Maximum bijdrage loon
€
58.311
Af: Bruto salaris waarover werkgever ZVW premie heeft afgedragen
-
€
3.584
Maximum inkomen waarover bijdrage is verschuldigd
€
54.727
Inkomen waarover op aanslag een bijdrage ZVW is verschuldigd
€
22.880
Percentage Zvw
%
5,75
Totaal inkomensafhankelijke bijdrage ZVW
€
1.316
Saldo verschuldigde bijdrage inkomensafhankelijke bijdrage ZVW
-
€
1.316
120
Besteedbaar inkomen
€
28.443
120a
Netto besteedbaar inkomen (per jaar)
€
28.443
120a
Netto besteedbaar inkomen (per maand)
€
2.370
Draagkracht tbv kinderalimentatie
Draagkracht tbv kinderalimentatie
120a
Netto besteedbaar inkomen tbv kinderalimentatie
€
2.370
Draagkracht wordt berekend op basis van
Formule
122a
Kosten van levensonderhoud
€
1.000
123a
Woonlasten
€
711
135a
Draagkrachtloos inkomen tbv kinderalimentatie
€
1.711
136a
Draagkrachtruimte
€
659
137a
Draagkrachtpercentage
%
70
Beschikbaar
€
461
140a
Draagkracht tbv kinderalimentatie
€
461
Partij
Alimentatiegerechtigde
Zaak
Alimentatieplichtige / Alimentatiegerechtigde (768170)
Berekening
Draagkracht 1 januari 2021 tot 1 september 2022
Tarieven
2021-1
Datum uitdraai
31-08-2026
Box 1 Inkomen uit werk en woning
Loon volgens jaaropgaaf
(60)
60
Loon volgens jaaropgaaf
€
31.287
Notitie: 60 2021: € 20.721,- bruto loon
2022: € 34.032,- bruto loon
Inkomen 2021 + inkomen tot september 2022 / 21 maanden x 12 maanden = € 31.287 gemiddeld jaarloon.
Op het bruto loon ingehouden
59
Inkomsten (transport)
€
31.287
Belastbaar loon (61-64)
64
Belastbaar loon
€
31.287
Winst uit onderneming (65-75)
65
Winst uit onderneming (voor ondernemersaftrek)
€
1.323
70
Winst uit onderneming
€
1.323
Notitie: 65 2021: € 3.884
2022: negatief resultaat € 1.569
Winst 2021 + winst tot september 2022 / 21 maanden x 12 maanden = € 1.323 gemiddeld WUO.
Ondernemersaftrek
MKB Winstvrijstelling
-
€
185
75
Belastbare winst uit onderneming
€
1.138
Overige werkzaamheden (76-81)
76a
Resultaat uit overige werkzaamheden
€
371
78
Belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden
€
371
Notitie: 76a 2021: € 649 (commissie)
2022: X
Resultaat 2021 + resultaat tot september 2022 / 21 maanden x 12 maanden = € 371 gemiddeld resultaat.
Heffing box 1 (94-95)
94
Belastbaar inkomen uit werk en woning
€
32.796
- Schijf 1a, 37,1% (19,2%) over € 0 t/m € 35.129 (€ 35.941)
€
12.167
95
Inkomensheffing box 1
€
12.167
Besteedbaar inkomen (113-120)
113
Inkomen voor aftrek inkomensheffing
€
32.981
114
Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3
€
12.167
115/116
Heffingskorting en standaard heffingskorting
-
€
6.269
117
Verschuldigde inkomensheffing
-
€
5.898
Inkomen na aftrek inkomensheffing
€
27.083
Specificaties voor post: 115/116
Algemene Heffingskorting
€
2.135
jaar
Arbeidskorting
€
4.134
jaar
Notitie: 115/116 Geen inkomensafhankelijke combinatiekorting: kinderen werden in februari 2021 12 jaar.
117a Op aanslag verschuldigde inkomensafhankelijke bijdrage ZVW
Winst uit onderneming
€
1.138
Belastbare periodieke uitkeringen en verstrekkingen
€
371
Totaal inkomen waarover op aanslag een bijdrage ZVW is verschuldigd
€
1.509
Maximum bijdrage loon
€
58.311
Af: Bruto salaris waarover werkgever ZVW premie heeft afgedragen
-
€
31.287
Maximum inkomen waarover bijdrage is verschuldigd
€
27.024
Inkomen waarover op aanslag een bijdrage ZVW is verschuldigd
€
1.509
Percentage Zvw
%
5,75
Totaal inkomensafhankelijke bijdrage ZVW
€
87
Saldo verschuldigde bijdrage inkomensafhankelijke bijdrage ZVW
-
€
87
Bij: Kindgebonden budget
€
5.222
120
Besteedbaar inkomen
€
32.218
120a
Netto besteedbaar inkomen (per jaar)
€
32.218
120a
Netto besteedbaar inkomen (per maand)
€
2.685
Draagkracht tbv kinderalimentatie
Draagkracht tbv kinderalimentatie
120a
Netto besteedbaar inkomen tbv kinderalimentatie
€
2.685
Draagkracht wordt berekend op basis van
Formule
122a
Kosten van levensonderhoud
€
1.000
123a
Woonlasten
€
806
135a
Draagkrachtloos inkomen tbv kinderalimentatie
€
1.806
136a
Draagkrachtruimte
€
879
137a
Draagkrachtpercentage
%
70
Beschikbaar
€
615
140a
Draagkracht tbv kinderalimentatie
€
615
Berekening en verdeling van de kosten van de kinderen
Zaak
Alimentatieplichtige / Alimentatiegerechtigde
Tarieven
2021-1
Datum uitdraai
31-08-2026
Alimentatieplichtige
Nieuwe partner Alimentatieplichtige
Alimentatiegerechtigde
Kindgebonden budget na scheiding
€
0
€
0
€
198
Alleenstaande ouderkop
€
0
€
0
€
237
Totaal netto besteedbaar inkomen na scheiding (NBI incl. KGB/AOK)
€
6.652
€
2370
€
2.685
Aantal kinderen
7
Kind 1
Kind 2
Kind 3
Kind 4
Kind 5
Kind 6
Kind 7
Leeftijd
8
7
5
4
0
12
12
Punten
2
2
0
0
0
0
0
Woont bij
AP
1
1
1
1
1
0
0
AG
0
0
0
0
0
1
1
Ex-partner
0
0
0
0
0
0
0
Zorgkorting Alimentatiegerechtigde
%
0
0
0
0
0
0
0
Zorgkorting Alimentatieplichtige
%
0
0
0
0
0
35
35
Zorgkorting tbv.
Geen
Geen
Geen
Geen
Geen
AP
AP
Kind 1
Kind 2
Kind 3
Kind 4
Kind 5
Kind 6
Kind 7
Totaal
Bijdrage ouders in kosten kinderen
€ p/m
376
376
376
376
376
713
713
3.306
Netto kinderopvangkosten na scheiding
€ p/m
0
0
0
0
0
0
0
0
Overige kosten kinderen na scheiding
€ p/m
0
0
0
0
0
0
0
0
Totale kosten kinderen na scheiding
€ p/m
376
376
376
376
376
713
713
3.306
Zorgkorting
€ p/m
0
0
0
0
0
250
250
500
Draagkracht
Alimentatieplichtige
Draagkracht verdeeld naar rato van behoefte
€ p/m
291
291
291
291
291
552
552
2.559
Draagkracht Alimentatieplichtige per kind
€ p/m
291
291
291
291
291
552
552
2.559
Nieuwe partner Alimentatieplichtige
Draagkracht verdeeld naar rato van behoefte
€ p/m
92
92
92
92
92
0
0
461
Draagkracht Alimentatieplichtige
€ p/m
291
291
291
291
291
0
0
Totaal draagkracht Alimentatieplichtige & Nieuwe partner Alimentatieplichtige
€ p/m
383
383
383
383
383
1.916
Draagkracht Alimentatieplichtige (eventueel na vergelijking)
€ p/m
286
286
286
286
286
Verschil
€ p/m
5
5
5
5
5
Draagkracht Alimentatieplichtige (na vergelijking met Nieuwe partner Alimentatieplichtige en correctie)
€ p/m
286
286
286
286
286
566
566
Alimentatiegerechtigde
Draagkracht verdeeld naar rato van behoefte
€ p/m
0
0
0
0
0
308
308
615
Draagkracht Alimentatiegerechtigde per kind
€ p/m
0
0
0
0
0
308
308
615
Draagkracht Alimentatiegerechtigde
€ p/m
0
0
0
0
0
308
308
615
Gezamenlijke draagkracht onderhoudsplichtige(n) per kind
€ p/m
873
873
1.746
Bijdrage kosten kinderen
Aandeel Alimentatieplichtige
€ p/m
462
462
924
Af: zorgkorting
€ p/m
- 0
- 0
- 0
- 0
- 0
- 250
- 250
- 500
Ten laste van Alimentatieplichtige na aftrek zorgkorting
€ p/m
212
212
424
Aandeel Alimentatiegerechtigde
€ p/m
251
251
502
Af: zorgkorting
€ p/m
- 0
- 0
- 0
- 0
- 0
- 0
- 0
- 0
Ten laste van Alimentatiegerechtigde na aftrek zorgkorting
€ p/m
251
251
502
Aandeel Nieuwe partner Alimentatieplichtige in de kosten van de stiefkinderen
€ p/m
0
0
0
Partij
Alimentatieplichtige
Zaak
Alimentatieplichtige / Alimentatiegerechtigde (768170)
Berekening
Draagkracht per 1 september 2022
Tarieven
2022-2
Datum uitdraai
31-08-2026
Box 1 Inkomen uit werk en woning
Loon volgens jaaropgaaf
(60)
60
Loon volgens jaaropgaaf
€
122.965
Op het bruto loon ingehouden
59
Inkomsten (transport)
€
122.965
Belastbaar loon (61-64)
64
Belastbaar loon
€
122.965
Heffing box 1 (94-95)
94
Belastbaar inkomen uit werk en woning
€
122.965
- Schijf 1a, 37,07% (19,17%) over € 0 t/m € 35.472 (€ 36.409)
€
13.149
- Schijf 1b, 37,07% over € 35.473 (€ 36.410) t/m € 69.398
€
12.576
- Schijf 2, 49,5% over € 69.399 of meer
€
26.515
95
Inkomensheffing box 1
€
52.240
Besteedbaar inkomen (113-120)
113
Inkomen voor aftrek inkomensheffing
€
122.965
114
Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3
€
52.240
117
Verschuldigde inkomensheffing
-
€
52.240
Inkomen na aftrek inkomensheffing
€
70.725
119a
Bij: Netto inkomsten
€
1.056
120
Besteedbaar inkomen
€
71.781
120a
Netto besteedbaar inkomen (per jaar)
€
71.781
120a
Netto besteedbaar inkomen (per maand)
€
5.982
Draagkracht tbv kinderalimentatie
Draagkracht tbv kinderalimentatie
120a
Netto besteedbaar inkomen tbv kinderalimentatie
€
5.982
Draagkracht wordt berekend op basis van
Formule
122a
Kosten van levensonderhoud
€
1.020
123a
Woonlasten
€
1.795
135a
Draagkrachtloos inkomen tbv kinderalimentatie
€
2.815
136a
Draagkrachtruimte
€
3.167
137a
Draagkrachtpercentage
%
70
Beschikbaar
€
2.217
140a
Draagkracht tbv kinderalimentatie
€
2.217
Partij
Nieuwe partner Alimentatieplichtige
Zaak
Alimentatieplichtige / Alimentatiegerechtigde (768170)
Berekening
Draagkracht per 1 september 2022
Tarieven
2022-2
Datum uitdraai
31-08-2026
Box 1 Inkomen uit werk en woning
Winst uit onderneming (65-75)
65
Winst uit onderneming (voor ondernemersaftrek)
€
19.630
70
Winst uit onderneming
€
19.630
Ondernemersaftrek
MKB Winstvrijstelling
-
€
2.748
75
Belastbare winst uit onderneming
€
16.882
Heffing box 1 (94-95)
94
Belastbaar inkomen uit werk en woning
€
16.882
- Schijf 1a, 37,07% (19,17%) over € 0 t/m € 35.472 (€ 36.409)
€
6.258
95
Inkomensheffing box 1
€
6.258
Besteedbaar inkomen (113-120)
113
Inkomen voor aftrek inkomensheffing
€
19.630
114
Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3
€
6.258
115/116
Heffingskorting en standaard heffingskorting
-
€
7.651
Inkomen na aftrek inkomensheffing
€
19.630
Specificaties voor post: 115/116
Algemene Heffingskorting
€
2.888
jaar
Arbeidskorting
€
3.112
jaar
Combinatiekorting
€
1.651
jaar
117a Op aanslag verschuldigde inkomensafhankelijke bijdrage ZVW
Winst uit onderneming
€
16.882
Totaal inkomen waarover op aanslag een bijdrage ZVW is verschuldigd
€
16.882
Maximum bijdrage loon
€
59.706
Maximum inkomen waarover bijdrage is verschuldigd
€
59.706
Inkomen waarover op aanslag een bijdrage ZVW is verschuldigd
€
16.882
Percentage Zvw
%
5,5
Totaal inkomensafhankelijke bijdrage ZVW
€
929
Saldo verschuldigde bijdrage inkomensafhankelijke bijdrage ZVW
-
€
929
120
Besteedbaar inkomen
€
18.701
120a
Netto besteedbaar inkomen (per jaar)
€
18.701
120a
Netto besteedbaar inkomen (per maand)
€
1.558
Draagkracht tbv kinderalimentatie
Draagkracht tbv kinderalimentatie
120a
Netto besteedbaar inkomen tbv kinderalimentatie
€
1.558
Draagkracht wordt berekend op basis van
Tabel
Afwijken van de tabel?
nee
140a
Draagkracht tbv kinderalimentatie
€
85
Partij
Alimentatiegerechtigde
Zaak
Alimentatieplichtige / Alimentatiegerechtigde (768170)
Berekening
Draagkracht per 1 september 2022
Tarieven
2022-2
Datum uitdraai
31-08-2026
Box 1 Inkomen uit werk en woning
Loon (41-50)
41
Bruto arbeidsinkomen uit dienstbetrekking
€
47.496
44
Vakantietoeslag
€
3.800
Bruto inkomsten
€
51.296
Notitie: 41 Arbeidsovereenkomst: € 4.699,92 per maand op basis van 38 uur.
Verdiencapaciteit: € 3.958 per maand op basis van 32 uur.
Premies (51-59)
Pensioenpremie
54
Loon voor de premies werknemersverzekeringen
€
51.296
59
Inkomsten
€
51.296
Belastbaar loon (61-64)
64
Belastbaar loon
€
51.296
Heffing box 1 (94-95)
94
Belastbaar inkomen uit werk en woning
€
51.296
- Schijf 1a, 37,07% (19,17%) over € 0 t/m € 35.472 (€ 36.409)
€
13.149
- Schijf 1b, 37,07% over € 35.473 (€ 36.410) t/m € 69.398
€
5.865
95
Inkomensheffing box 1
€
19.014
Besteedbaar inkomen (113-120)
113
Inkomen voor aftrek inkomensheffing
€
51.296
114
Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3
€
19.014
115/116
Heffingskorting en standaard heffingskorting
-
€
4.490
117
Verschuldigde inkomensheffing
-
€
14.524
Inkomen na aftrek inkomensheffing
€
36.772
Specificaties voor post: 115/116
Algemene Heffingskorting
€
1.088
jaar
Arbeidskorting
€
3.402
jaar
Bij: Kindgebonden budget
€
4.159
120
Besteedbaar inkomen
€
40.931
120a
Netto besteedbaar inkomen (per jaar)
€
40.931
120a
Netto besteedbaar inkomen (per maand)
€
3.411
Draagkracht tbv kinderalimentatie
Draagkracht tbv kinderalimentatie
120a
Netto besteedbaar inkomen tbv kinderalimentatie
€
3.411
Draagkracht wordt berekend op basis van
Formule
122a
Kosten van levensonderhoud
€
1.020
123a
Woonlasten
€
1.023
135a
Draagkrachtloos inkomen tbv kinderalimentatie
€
2.043
136a
Draagkrachtruimte
€
1.368
137a
Draagkrachtpercentage
%
70
Beschikbaar
€
958
140a
Draagkracht tbv kinderalimentatie
€
958
Berekening en verdeling van de kosten van de kinderen
Zaak
Alimentatieplichtige / Alimentatiegerechtigde
Tarieven
2022-2
Datum uitdraai
31-08-2026
Alimentatieplichtige
Nieuwe partner Alimentatieplichtige
Alimentatiegerechtigde
Kindgebonden budget na scheiding
€
0
€
0
€
160
Alleenstaande ouderkop
€
0
€
0
€
186
Totaal netto besteedbaar inkomen na scheiding (NBI incl. KGB/AOK)
€
5.982
€
1558
€
3.411
Aantal kinderen
7
Kind 1
Kind 2
Kind 3
Kind 4
Kind 5
Kind 6
Kind 7
Leeftijd
9
8
7
5
1
13
13
Punten
2
2
0
0
0
0
0
Woont bij
AP
1
1
1
1
1
0
0
AG
0
0
0
0
0
1
1
Ex-partner
0
0
0
0
0
0
0
Zorgkorting Alimentatiegerechtigde
%
0
0
0
0
0
0
0
Zorgkorting Alimentatieplichtige
%
0
0
0
0
0
35
35
Zorgkorting tbv.
Geen
Geen
Geen
Geen
Geen
AP
AP
Kind 1
Kind 2
Kind 3
Kind 4
Kind 5
Kind 6
Kind 7
Totaal
Bijdrage ouders in kosten kinderen
€ p/m
383
383
383
383
383
727
727
3.369
Netto kinderopvangkosten na scheiding
€ p/m
0
0
0
0
0
0
0
0
Overige kosten kinderen na scheiding
€ p/m
0
0
0
0
0
0
0
0
Totale kosten kinderen na scheiding
€ p/m
383
383
383
383
383
727
727
3.369
Zorgkorting
€ p/m
0
0
0
0
0
254
254
508
Draagkracht
Alimentatieplichtige
Draagkracht verdeeld naar rato van behoefte
€ p/m
252
252
252
252
252
478
478
2.217
Draagkracht Alimentatieplichtige per kind
€ p/m
252
252
252
252
252
478
478
2.217
Nieuwe partner Alimentatieplichtige
Draagkracht verdeeld naar rato van behoefte
€ p/m
17
17
17
17
17
0
0
85
Draagkracht Alimentatieplichtige
€ p/m
252
252
252
252
252
0
0
Totaal draagkracht Alimentatieplichtige & Nieuwe partner Alimentatieplichtige
€ p/m
269
269
269
269
269
1.345
Draagkracht Alimentatieplichtige (eventueel na vergelijking)
€ p/m
252
252
252
252
252
Verschil
€ p/m
0
0
0
0
0
Draagkracht Alimentatieplichtige (na vergelijking met Nieuwe partner Alimentatieplichtige en correctie)
€ p/m
252
252
252
252
252
478
478
Alimentatiegerechtigde
Draagkracht verdeeld naar rato van behoefte
€ p/m
0
0
0
0
0
479
479
958
Draagkracht Alimentatiegerechtigde per kind
€ p/m
0
0
0
0
0
479
479
958
Draagkracht Alimentatiegerechtigde
€ p/m
0
0
0
0
0
479
479
958
Gezamenlijke draagkracht onderhoudsplichtige(n) per kind
€ p/m
957
957
1.915
Bijdrage kosten kinderen
Aandeel Alimentatieplichtige
€ p/m
363
363
727
Af: zorgkorting
€ p/m
- 0
- 0
- 0
- 0
- 0
- 254
- 254
- 508
Ten laste van Alimentatieplichtige na aftrek zorgkorting
€ p/m
109
109
219
Aandeel Alimentatiegerechtigde
€ p/m
364
364
727
Af: zorgkorting
€ p/m
- 0
- 0
- 0
- 0
- 0
- 0
- 0
- 0
Ten laste van Alimentatiegerechtigde na aftrek zorgkorting
€ p/m
364
364
727
Aandeel Nieuwe partner Alimentatieplichtige in de kosten van de stiefkinderen
€ p/m
0
0
0