ECLI:NL:RBAMS:2026:8717

ECLI:NL:RBAMS:2026:8717

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 10-07-2026
Datum publicatie 31-08-2026
Zaaknummer C/13/768170 / FA RK 25/2990
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Wijziging kinderalimentatie samengesteld gezin. Tijd om strijdbijl te begraven. Twee wijzigingsperiodes. Behoeftetabel. Vanaf vier kinderen of meer wordt enkel naar de punten van de oudste vier kinderen gekeken. Draagkracht. Verblijfsoverstijgende kosten dient de vrouw te voldoen. Dat de man (extra) spullen heeft gekocht, is zijn eigen keuze geweest. Deze kosten blijven dan ook voor zijn rekening. Dividend niet meetellen voor het berekenen van de draagkracht van de vrouw, nu aannemelijk is geworden dat dit enkel voor een gunstige fiscaliteit aan haar zijde is opgenomen in de belastingaangifte. Niet gebleken dat zij aandeelhouder is in het bedrijf van haar partner.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rekestnummer: C/13/768170 / FA RK 25/2990 (VZ/AH)

Beschikking van 10 juli 2026 betreffende wijziging kinderalimentatie

in de zaak van:

[de man] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna te noemen de man,

advocaat mr. G.E. van der Zanden te 's-Gravenhage,

tegen

[de vrouw] ,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

hierna te noemen de vrouw,

advocaat mr. E.M. van Veen te Gorinchem .

1. De procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

het verzoekschrift met bijlagen van de man, ingekomen op 24 april 2025;

het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 10 juni 2025;

het verweerschrift van de man, ingekomen op 4 augustus 2025;

het F9-formulier met bijlagen van de man, ingekomen op 1 mei 2026;

het F9-formulier met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 1 mei 2026;

het F9-formulier met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 8 mei 2026.

De mondelinge behandeling achter gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 12 mei 2026.

Verschenen zijn:

- partijen, bijgestaan door hun advocaten.

De minderjarigen zijn, gelet op hun leeftijd, in de gelegenheid gesteld hun mening kenbaar te maken. [minderjarige 1] heeft hier gebruik van gemaakt. De rechter heeft tijdens de mondelinge behandeling het gesprek met [minderjarige 1] samengevat, zodat partijen daarop hebben kunnen reageren.

2. De feiten

Partijen hebben een affectieve relatie gehad, uit welke relatie de thans minderjarige kinderen zijn geboren:

[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2009 te [geboorteplaats] ;

[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 1] 2009 te [geboorteplaats] .

Partijen oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag uit over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .

Bij beschikking van 3 april 2013 van de rechtbank Rotterdam is bepaald dat de man met ingang van 1 oktober 2012 € 534,- per kind per maand, en met ingang van 6 februari 2013 € 215,- per kind per maand aan kinderalimentatie aan de vrouw dient te betalen.

Op grond van de beschikking van het gerechtshof Den Haag van 30 september 2015 hebben [minderjarige 1] en [minderjarige 2] met ingang van 21 oktober 2015 hun hoofdverblijf bij de vrouw en verblijven zij per vier weken drie weekeinden bij de man van vrijdag uit school tot maandag naar school. Daarnaast verblijven de zij de helft van alle vakanties en feestdagen bij de man, door partijen in onderling overleg af te stemmen.

Bij beschikking van 2 november 2016 van deze rechtbank zijn de verzoeken van partijen tot wijziging van de beschikking van 3 april 2013 van de rechtbank Rotterdam afgewezen. Het verzoek tot wijziging van de zorgregeling is aangehouden.

Bij beschikking van 2 mei 2018 van deze rechtbank is de beschikking van 2 november 2016 gewijzigd en bepaald dat de man met ingang van 14 juli 2017 € 159,- per kind per maand zal betalen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , bij vooruitbetaling te voldoen aan de vrouw.

De man is gehuwd met [naam] . Uit dit huwelijk zijn geboren:

[minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 2] 2013 te [geboorteplaats] ;

[minderjarige 4] , geboren op [geboortedatum 3] 2014 te [geboorteplaats] ;

[minderjarige 5] , geboren op [geboortedatum 4] 2015 te [geboorteplaats] ;

[minderjarige 6] , geboren op [geboortedatum 5] 2017 te [geboorteplaats] ;

[minderjarige 7] , geboren op [geboortedatum 6] 2021 te [geboorteplaats] ;

[minderjarige 8] , geboren op [geboortedatum 7] 2023 te [geboorteplaats] .

De vrouw heeft een affectieve relatie.

3. Het verzoek

De man verzoekt de rechtbank bij beschikking voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. de beschikking van 2 mei 2018 van de rechtbank Amsterdam te wijzigen en te bepalen dat de door de man met ingang van 1 september 2022 verschuldigde kinderalimentatie wordt vastgesteld op nihil, althans een zodanig bedrag als de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren, met de bepaling dat de vrouw de teveel betaalde kinderalimentatie van € 11.956,03, althans een zodanig bedrag als de rechtbank in goede justitie zal vernemen te behoren, aan de man dient terug te betalen binnen een week na dagtekening van de in deze te wijzen beschikking;

II. de vrouw te veroordelen in de kosten van deze procedure.

De vrouw voert verweer en verzoekt de rechtbank – bij zelfstandig verzoek – bij beschikking voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. de beschikking van 2 mei 2018 van de rechtbank Amsterdam te wijzigen in die zin dat de man met ingang van 1 januari 2021 een bedrag van € 305,- per kind per maand aan de vrouw dient te voldoen aan kinderalimentatie, alsmede te bepalen dat de man met ingang van 1 september 2022 een bedrag van € 257,- per kind per maand aan de vrouw dient te voldoen aan kinderalimentatie, althans een bedrag en een ingangsdatum als door de rechtbank in goede justitie te bepalen;

II. de man te veroordelen in de kosten van deze procedure.

Op de stellingen van partijen wordt hierna nader ingegaan.

4. De beoordeling

Kinderalimentatie

De rechtbank beslist dat de man per 1 januari 2021 een bedrag van € 212,- per kind per maand aan kinderalimentatie aan de vrouw moet betalen. Vanaf 1 september 2022 dient de man een bedrag van € 109,- per kind per maand aan kinderalimentatie aan de vrouw te betalen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. De berekeningen die de rechtbank heeft gemaakt, zijn als bijlagen aan deze beschikking toegevoegd. Bij de berekeningen rondt de rechtbank af op hele euro’s.

De reden voor wijziging

De rechtbank kan de kinderalimentatie opnieuw berekenen als de omstandigheden zijn gewijzigd. Daarvan is hier wel sprake, want de man en zijn partner hebben in [geboortedatum 6] 2021 een vijfde kind gekregen. Daarnaast heeft de vrouw per september 2022 een hoger inkomen. Tussen partijen is niet in geschil dat deze momenten als relevante wijzigingen gelden.

De ingangsdatum

Voordat de rechtbank opnieuw kan gaan rekenen, moet zij weten welke gegevens en belastingtarieven zij moet gebruiken bij die berekening. Daarom moet de rechtbank eerst beslissen vanaf welk moment de nieuwe kinderalimentatie gaat gelden.

De wet geeft de rechtbank grote vrijheid bij het vaststellen van de ingangsdatum van de alimentatieverplichting of wijziging van de alimentatie. Nu er twee wijzigingsmomenten zijn geweest, zal de rechtbank met twee periodes rekenen, te weten de periode van 1 januari 2021 tot 1 september 2022 en de periode vanaf 1 september 2022 tot heden.

De behoefte van alle kinderen

De man stelt dat voor de berekening van de behoefte van de kinderen een lijn getrokken moet worden. Primair stelt de man dat de bij beschikking van 2 mei 2018 vastgestelde behoefte geïndexeerd dient te worden. Dit geldt dan ook voor de behoefte van de kinderen met zijn nieuwe partner. Subsidiair stelt de man dat de kosten van de kinderen via de Behoeftetabel berekend dient te worden. Ook dit zou dan moeten gelden voor de kinderen met zijn nieuwe partner.

De vrouw voert primair aan dat de bij beschikking van 2 mei 2018 vastgestelde behoefte geïndexeerd dient te worden ten aanzien van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Subsidiair voert de vrouw aan dat volgens de Behoeftetabel gerekend kan worden, maar daarbij dient de behoefte van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wel los worden berekend van de andere kinderen. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] maken namelijk geen deel uit van de financiën van het gezin van de man en zijn partner.

De rechtbank zal de behoefte van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] enerzijds en de behoefte van de kinderen van de man en zijn partner anderzijds berekenen. Er is geen reden om [minderjarige 1] en [minderjarige 2] mee te rekenen in de behoefteberekening aan de zijde van de man en zijn partner. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] komen namelijk uit het gezin van de man en de vrouw. Op basis van hun financiële gegevens moet dan ook hun behoefte worden berekend.

De behoefte van [minderjarige 1] en [minderjarige 2]

De rechtbank zal ten aanzien van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] het primaire standpunt van partijen volgen en hun behoefte indexeren aan de hand van de beschikkingen van 2 november 2016 en 2 mei 2018. Uit deze beschikkingen volgt dat de behoefte van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in 2012 € 610,- per kind per maand bedroeg. Geïndexeerd is dat in 2021 € 713,- per kind per maand en in 2022 € 727,- per kind per maand.

De behoefte van de kinderen van de man en zijn partner

De rechtbank stelt de behoefte van de kinderen van de man en zijn partner vast op een bedrag van € 376,- per kind per maand. Zij heeft dat als volgt berekend.

Niet in geschil is tussen partijen dat het netto besteedbaar gezinsinkomen (NBGI) van de man en zijn partner in 2021 meer dan € 6.000,- of meer per maand bedroeg.

De rechtbank ziet hier aanleiding om gebruik te maken van de Behoeftetabel 2021 en sluit daarmee niet aan bij de eerdere beschikkingen. Een van de wijzigingsomstandigheden ziet namelijk op de geboorte van [minderjarige 7] in [geboortedatum 6] 2021. Uit het Tremarapport 2021 blijkt het volgende: “Uit dat onderzoek blijkt voorts dat naarmate er meer kinderen tot het huishouden behoren, de totale kosten van de kinderen weliswaar stijgen maar dat de gemiddelde kosten per kind daartegenover dalen.”

Hieruit volgt dat de behoefte van de kinderen wijzigt op het moment dat er een nieuw kind wordt geboren in dat gezin. Om die reden ziet de rechtbank aanleiding om de behoefte voor de kinderen van de man en zijn partner opnieuw te berekenen. Hierbij merkt de rechtbank op dat [minderjarige 8] niet is meegenomen in de berekening. Hij was in 2021 immers nog niet geboren en vanaf vier kinderen of meer wordt enkel naar de punten van de oudste vier kinderen gekeken, zoals blijkt uit het volgende.

Uit de toelichting bij de Behoeftetabel 2021 volgt dat de punten voor alle kinderen bij elkaar opgeteld dienen te worden, waarbij bij meer dan vier kinderen de punten van de oudste vier kinderen meetellen. De rechtbank komt uit op 12 punten ( [minderjarige 3] 8 jaar: 2 punten, [minderjarige 4] 7 jaar: 2 punten, [minderjarige 5] 5 jaar: 4 punten, [minderjarige 6] 4 jaar: 4 punten). Uit de tabel volgen dan de totale kosten van de kinderen in 2021, te weten € 1.885,- in totaal per maand, te weten € 376,- per kind per maand. Geïndexeerd naar 2022 is dat € 383,- per kind per maand.

De draagkracht van partijen

Bij de berekening van de kinderalimentatie moet vervolgens worden vastgesteld wat ieder van de ouders kan betalen. Dat wordt de ‘draagkracht’ van de ouders genoemd. Volgens de wet moeten de ouders namelijk naar draagkracht in de behoefte van het kind voorzien.

Daarvoor maakt de rechtbank gebruik van de methode die de Expertgroep Alimentatie van de Rechtspraak heeft ontwikkeld. Het netto besteedbaar inkomen (NBI) van een ouder is daarbij het uitgangspunt. Vervolgens bekijkt de rechtbank welk deel van dat inkomen kan worden gebruikt om bij te dragen in de kosten van de kinderen.

Bij een NBI dat hoger is dan € 1.700,- per maand in 2021 maakt de rechtbank gebruik van de zogenoemde ‘draagkrachtformule’. In die formule wordt uitgegaan van een woonbudget van 30% van het netto besteedbaar inkomen per maand. De ouders worden geacht vanuit het woonbudget alle redelijke lasten voor een woning passend bij hun inkomen te kunnen voldoen. Daarnaast wordt rekening gehouden met een vast bedrag aan lasten, dat ieder jaar wordt bijgesteld. In 2021 is dat een bedrag van € 1.000,- per maand. Deze twee posten vormen samen het ‘draagkrachtloos inkomen’. Na aftrek van die posten van het netto besteedbaar inkomen blijft dan de ‘draagkrachtruimte’ over. Daarvan is 70% beschikbaar voor kinderalimentatie. De berekening van de draagkracht ziet er dan als volgt uit: 70% [NBI – (0,3 x NBI + 1.000)].

Bij een netto besteedbaar inkomen (NBI) dat hoger is dan € 1.720,- per maand in 2022 maakt de rechtbank ook gebruik van de zogenoemde ‘draagkrachtformule’. In die formule wordt uitgegaan van een woonbudget van 30% van het netto besteedbaar inkomen per maand. De ouders worden geacht vanuit het woonbudget alle redelijke lasten voor een woning passend bij hun inkomen te kunnen voldoen. Daarnaast wordt rekening gehouden met een vast bedrag aan lasten, dat ieder jaar wordt bijgesteld. In 2021 is dat een bedrag van € 1.020,- per maand. Deze twee posten vormen samen het ‘draagkrachtloos inkomen’. Na aftrek van die posten van het netto besteedbaar inkomen blijft dan de ‘draagkrachtruimte’ over. Daarvan is 70% beschikbaar voor kinderalimentatie. De berekening van de draagkracht ziet er dan als volgt uit: 70% [NBI – (0,3 x NBI + 1.020)].

Nu de rechtbank twee wijzigingsperiodes aanhoudt, te weten het moment dat [minderjarige 7] is geboren in [geboortedatum 6] 2021 en de salarisverhoging van de vrouw per september 2022, wordt hieronder per periode de draagkracht van partijen uitgewerkt.

1 januari 2021 tot 1 september 2022

De draagkracht van de man

De man stelt dat hij zijn salarisspecificaties heeft overgelegd en daaruit volgt dat hij een bruto jaarsalaris van € 130.619,- inclusief vakantiegeld ontvangt. Daarnaast stelt de man dat zijn huurinkomsten van de tweede woning nog steeds € 88,- per maand bedragen, zoals ook is vastgesteld in de beschikking van 2 mei 2018. Bovendien moet volgens hem rekening te worden gehouden met de extra verblijfsoverstijgende kosten die hij heeft voldaan, waaronder kleding en hockeyspullen. In 2021 kwam dit op € 1.443,- per kind per jaar uit en in 2022 op € 1.626,- per kind per jaar uit. Dit dient in mindering op zijn draagkracht te komen, aldus de man.

De vrouw voert aan dat met de jaaropgaven van de man gerekend dient te worden. Daarnaast acht de vrouw het redelijk dat jaarlijks met € 10.000,- aan netto huuropbrengsten wordt gerekend. Dat de man er per 2023 zelf voor heeft gekozen om zijn hypotheek te verhogen, kan niet ten koste gaan van een kinderalimentatieverplichting. Ook betwist de vrouw dat de lasten van de huurwoning in mindering moeten worden gebracht van de huurinkomsten, en dat rekening moet worden gehouden met verblijfsoverstijgende kosten voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] aan de zijde van de man. De vrouw was verantwoordelijk voor de verblijfsoverstijgende kosten en zij heeft die ook allemaal voldaan. Dat de man er zelf voor heeft gekozen om hen (extra) kleding te geven, komt voor zijn eigen rekening en risico.

De draagkracht van de man berekent de rechtbank op € 2.559,- per maand. De rechtbank legt hierna uit hoe zij aan dat bedrag is gekomen.

Voor het inkomen gaat de rechtbank uit van de jaaropgaven over 2021 en 2022, waarop een belastbaar loon van € 151.301,- respectievelijk € 122.965,- is vermeld. De onderhavige periode loopt tot september 2022 zodat de rechtbank het gemiddelde inkomen over deze periode als volgt heeft berekend: jaarinkomen 2021 + jaarinkomen tot september 2022 / 21 maanden x 12 maanden = € 139.157,- gemiddeld bruto jaarloon.

Verder wordt rekening gehouden met € 88,- per maand aan netto huurinkomsten. Hoewel de vrouw heeft aangevoerd dat de aflossingen die de man doet voor deze tweede woning niet in mindering strekken op zijn draagkracht, volgt de rechtbank dit standpunt niet. Weliswaar stelt de vrouw terecht dat deze aflossingen als sparen dienen te worden aangemerkt, maar dat doet niets af aan het feit dat de man deze gelden niet beschikbaar heeft omdat hij verplicht is om deze aflossingen te verrichten. In het licht daarvan heeft de man onvoldoende betwist gesteld dat de huurinkomsten nog steeds € 88,- netto per maand bedragen, zodat de rechtbank dan ook met dit bedrag rekening zal houden.

De rechtbank brengt de verblijfsoverstijgende kosten die de man stelt niet in mindering op zijn draagkracht. Dat de man (extra) kleding of hockeyspullen heeft gekocht, is zijn eigen keuze geweest. Het is de vrouw die de verblijfsoverstijgende kosten voor de kinderen dient te voldoen, en het lag daarom op de weg van de man om de vrouw daarvoor voorafgaand aan de uitgaven te benaderen en te overleggen of dit financieel haalbaar was. Nu niet is gebleken dat de man dit heeft gedaan, dienen de kosten voor zijn rekening te blijven.

Het NBI is dan € 6.652,- per maand. Volgens de hiervoor vermelde draagkrachtformule geldend in 2021 heeft de man een draagkracht van € 2.559,- per maand. De man is onderhoudsplichtig voor [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en de (ten tijde van deze periode) vijf kinderen die hij samen met zijn partner heeft. De draagkracht van de man zal naar rato van de behoefte van zijn zeven kinderen worden verdeeld. De totale behoefte van alle zeven kinderen is € 3.306,-. Dit betekent dat ([1.426 / 3.306] x 100% =) 43% van de draagkracht van de man beschikbaar is voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , inhoudende een bedrag van € 552,- per kind per maand. Na vergelijking met de partner van de man en correctie is de draagkracht van de man ten aanzien van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] € 1.132,-, te weten € 566,- per kind per maand.

De draagkracht van de partner van de man

De man stelt dat zijn partner inkomsten als ZZP’er genereert. Volgens de man heeft zij een gemiddeld inkomen uit onderneming van € 23.165,- per jaar.

De vrouw voert aan dat met de werkelijke inkomsten van de partner van de man gerekend dient te worden.

De draagkracht van de partner van de man berekent de rechtbank op € 461,- per maand. De rechtbank legt hierna uit hoe zij aan dat bedrag is gekomen.

Voor het inkomen gaat de rechtbank uit van het financieel jaarverslag waaruit in 2021 een winst uit onderneming van € 26.930,- volgt en in 2022 een winst uit onderneming van € 19.630,-.

De onderhavige periode loopt tot september 2022 zodat de rechtbank de gemiddelde winst uit onderneming over deze periode als volgt heeft berekend: winst uit onderneming 2021 + winst uit onderneming tot september 2022 / 21 maanden x 12 maanden = € 26.605,- gemiddeld aan winst uit onderneming. Daarnaast houdt de rechtbank rekening met de Aangifte Inkomstenbelasting 2021 waaruit een jaarloon van € 6.272,- volgt vanuit het UWV voor de WAZO-uitkering. Over onderhavige periode komt dat op een gemiddeld jaarloon van € 3.584,- uit. Verder wordt rekening gehouden met de algemene heffingskorting, de arbeidskorting voor werkenden en de inkomensafhankelijke combinatiekorting.

Het NBI is dan € 2.370,- per maand. Volgens de hiervoor vermelde draagkrachtformule geldend in 2021 heeft de partner van de man een draagkracht van € 461,- per maand.

De draagkracht van de vrouw

De man stelt dat aan de zijde van de vrouw uitgegaan dient te worden van haar verdiencapaciteit. De man betwist dat de vrouw geen 38 uur per week zou kunnen werken omdat zij mantelzorger is en de zorg voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] draagt. De vrouw heeft onvoldoende aangetoond dat zij mantelzorger is. Daarnaast zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] inmiddels pubers. Zij zijn heel zelfstandig, het gaat goed op school en zij hebben geen extra hulp nodig bij schoolwerk. Bovendien genereert de vrouw geld uit het bedrijf van haar partner. Daaruit heeft zij dividend ontvangen. De man stelt dat zij dit dividend heeft ontvangen als uitkering voor de werkzaamheden die zij heeft verricht binnen dat bedrijf.

De vrouw voert aan dat zij haar inkomsten over onderhavige periode heeft overgelegd en daarmee gerekend dient te worden. De vrouw kan niet meer dan 28 uur per week werken. Zij werkte eerder zelfs 24 uur per week. Bij haar werkgever is 38 uur een fulltime werkweek. De vrouw is moeder van twee pubers die de nodige zorg en begeleiding nodig hebben, vooral bij school. Ook zorgt de vrouw voor haar alleenstaande moeder als mantelzorger. Zij krijgt daar geen vergoeding voor.

Bovendien betwist de vrouw dat zij in het bedrijf van haar partner werkt en dat zij verkapt loon in de vorm van dividend ontvangen. Fiscaal partners mogen schuiven in belastingaangiftes. De vrouw wist niet dat haar partner dat op deze manier had gedaan. Deze dividenduitkering dient dan ook niet te worden meegenomen aan de zijde van de vrouw.

De draagkracht van de vrouw berekent de rechtbank op € 615,- per maand. De rechtbank legt hierna uit hoe zij aan dat bedrag is gekomen.

Voor het inkomen gaat de rechtbank uit van het fiscaal rapport 2021 en 2022, waarop respectievelijk een bruto jaarloon van € 20.721,- en € 34.032,- is vermeld. De onderhavige periode loopt tot september 2022 zodat de rechtbank het gemiddelde inkomen over deze periode als volgt heeft berekend: jaarinkomen 2021 + jaarinkomen tot september 2022 / 21 maanden x 12 maanden = € 31.287,- gemiddeld jaarloon. Daarnaast houdt de rechtbank rekening met de winst uit onderneming, welke in 2021 € 3.884,- en in 2022 een negatief resultaat van € 1.569,- bedroeg. Over onderhavige periode komt dat dan uit op een gemiddelde van € 1.323,- per jaar. Ook houdt de rechtbank rekening met resultaat uit overige werkzaamheden welke in 2021 neerkwam op € 649,-. Gemiddeld komt dit bedrag dan uit op € 371,- per jaar. Verder wordt rekening gehouden met een kindgebonden budget, de algemene heffingskorting en de arbeidskorting voor werkenden.

De rechtbank ziet over onderhavige periode geen reden om af te wijken van de feitelijke financiële gegevens die blijken uit de stukken. Om zo dicht mogelijk bij de feitelijke situatie te komen in deze periode, heeft de rechtbank voor alle drie de ouders hun feitelijke/kenbare inkomsten gebruikt.

Bovendien ziet de rechtbank geen aanleiding om aan de zijde van de vrouw te rekenen met een dividenduitkering. Indien de vrouw aandeelhouder is in het bedrijf van haar partner, heeft zij recht op dividend. Niet is gebleken dat daarvan sprake is. Het is dan ook aannemelijk geworden dat enkel voor een gunstige fiscaliteit het dividend aan haar zijde is opgenomen in de belastingaangifte. De rechtbank zal het dividend dan ook niet meetellen voor het berekenen van de draagkracht van de vrouw.

Het NBI is dan € 2.685,- per maand. Volgens de hiervoor vermelde draagkrachtformule geldend in 2021 heeft de vrouw een draagkracht van € 615,- per maand.

1 september 2022 tot heden

De standpunten van partijen ten aanzien van de draagkracht zijn gelijk aan de voorgaande periode, althans dan met betrekking tot onderhavige periode, zodat hier enkel de beoordeling van de rechtbank is uitgewerkt.

De draagkracht van de man

Voor het inkomen gaat de rechtbank uit van de Aangifte Inkomstenbelasting 2022, waarop een belastbaar loon van € 122.965,- is vermeld. Verder wordt ook in deze periode rekening gehouden met € 88,- per maand aan netto huurinkomsten. Het NBI is dan € 5.982,- per maand.

Volgens de hiervoor vermelde draagkrachtformule geldend in 2022 heeft de man een draagkracht van € 2.217,- per maand. De man is onderhoudsplichtig voor [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en de (ten tijde van deze periode) vijf kinderen die hij samen met zijn partner heeft. De draagkracht van de man zal naar rato van de behoefte van zijn zeven kinderen worden verdeeld. De totale behoefte van alle zeven kinderen is € 3.369,-. Dit betekent dat ([1.454 / 3.369] x 100% =) 43% van de draagkracht van de man beschikbaar is voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , inhoudende een bedrag van € 478,- per kind per maand.

De draagkracht van de partner van de man

Voor het inkomen gaat de rechtbank uit van de Aangifte Inkomstenbelasting 2022, waarop een winst uit onderneming van € 19.630,- is vermeld. Verder wordt rekening gehouden met de algemene heffingskorting, de arbeidskorting voor werkenden en de inkomensafhankelijke combinatiekorting. Het NBI is dan € 1.558,- per maand.

Volgens de hiervoor vermelde draagkrachtformule geldend in 2022 heeft de partner van de man een draagkracht van € 85,- per maand.

De draagkracht van de vrouw

De rechtbank zal, anders dan in de voorgaande periode, per 1 september 2022 rekening houden met de verdiencapaciteit van de vrouw. Hoewel de vrouw heeft aangevoerd dat zij niet meer dan 28 uur kan werken, acht de rechtbank het redelijk om aan de zijde van de vrouw met ingang van die datum te rekenen met een werkweek van 32 uur. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn in deze periode namelijk alweer een stuk ouder, zelfstandiger en gaan inmiddels naar de middelbare school. Zij hebben niet meer de leeftijd waarbij zij continue zorg nodig hebben vanuit een ouder. De rechtbank rekent daarom op basis van de arbeidsovereenkomst van de vrouw, waarbij een fulltime werkweek 38 uur bedraagt met een bruto maandinkomen van € 4.699,92. Omgerekend naar 32 uur per week, komt dit uit op een verdiencapaciteit van € 3.958,- bruto per maand en 8% vakantietoeslag. Verder wordt rekening gehouden met de algemene heffingskorting, de arbeidskorting voor werkenden en een kindgebonden budget. Het NBI is dan € 3.411,- per maand.

Volgens de hiervoor vermelde draagkrachtformule geldend in 2022 heeft de vrouw een draagkracht van € 958,- per maand.

De verdeling van de kosten

Als de ouders samen genoeg draagkracht hebben voor alle kosten van hun kinderen, dan moet de rechtbank berekenen wie welk deel van de kosten voor zijn rekening moet nemen. Dat wordt de ‘draagkrachtvergelijking’ genoemd. De rechtbank zal ook hier de twee verschillende periodes van elkaar splitsen.

1 januari 2021 tot 1 september 2022

De ouders hebben samen een draagkracht van € 1.746,- per maand. Dit is genoeg om alle kosten van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te betalen, want die zijn € 1.426,- per maand. Dit betekent dat de man een deel van (1.426 / 1.746 x 1.132 =) afgerond € 924,- per maand moet dragen en de vrouw een deel van (1.426 / 1.746 x 615 =) afgerond € 502,- per maand.

1 september 2022 tot heden

De ouders hebben samen een draagkracht van € 1.915,- per maand. Dit is genoeg om alle kosten van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te betalen, want die zijn € 1.454,- per maand. Dit betekent dat de man een deel van (1.454 / 1.915 x 956 =) afgerond € 727,- per maand moet dragen en de vrouw een deel van (1.454 / 1.915 x 958 =) afgerond € 727,- per maand.

De zorgkorting

Tussen partijen is niet in geschil dat de zorgkorting op 35% per maand moet worden vastgesteld. Dat betekent dat de man in de periode 1 januari 2021 tot 1 september 2022 een bedrag van (924 -/- 500 =) € 424,- per maand, dus € 212,- per kind per maand, moet betalen.

Per 1 september 2022 betekent dit dat de man een bedrag van (727 -/- 508 =) € 219,- per maand, dus € 109,- per kind per maand, moet betalen, welk bedrag jaarlijks per 1 januari geïndexeerd dient te worden.

Proceskosten

De man stelt dat er geen enkele vorm van bereidwilligheid aan de zijde van de vrouw was om in te stemmen met een nihilstelling, als gevolg waarvan de man – totaal onnodig – genoodzaakt is geworden om deze procedure aanhangig te maken.

De vrouw voert aan dat de man veroordeeld dient te worden in de proceskosten. De man is vanaf eind 2011 vrijwel alle gerechtelijke procedures tegen de vrouw gestart, vaak zonder succes voor de man, terwijl de vrouw iedere keer op kosten wordt gejaagd.

De rechtbank overweegt als volgt. In familierechtzaken wordt terughoudend omgegaan met een proceskostenveroordeling, dit om te voorkomen dat de relatie tussen partijen nog verder wordt belast. Partijen moeten namelijk met elkaar door als ouders van hun kinderen. Als hoofdregel geldt dan ook dat de proceskosten worden gecompenseerd, aldus dat iedere partij zijn eigen kosten draagt. Slechts in uitzonderlijke gevallen wordt van deze hoofdregel afgeweken. De rechtbank ziet in onderhavige zaak, mede gelet op de uitkomst van de kinderalimentatieberekening, geen aanleiding om van voornoemd uitgangspunt af te wijken.

De rechtbank merkt wel op dat partijen meermaals procedures zijn gestart ter wijziging van de kinderalimentatie. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] worden hierdoor enorm belast. Partijen beschikken over een stabiel (en tamelijk hoog) inkomen. De rechtbank wil partijen meegeven om de strijdbijl nu echt te begraven. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] worden inmiddels bijna volwassen en worden nog steeds belast met de echtscheidingsproblematiek van partijen. Dit is niet in hun belang. Zij moeten kunnen rekenen op hun ouders, in vertrouwen hun volwassen leven kunnen starten en geen spanningen ervaren door lopende financiële procedures tussen hun ouders.

Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

5. De beslissing

De rechtbank:

wijzigt de beschikking van deze rechtbank van 2 mei 2018 in die zin dat:

de man € 212,- per kind per maand dient te betalen aan de vrouw als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , met ingang van 1 januari 2021;

de man € 109,- per kind per maand dient te betalen aan de vrouw als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , met ingang van 1 september 2022;

bepaalt dat elk der partijen de eigen proceskosten draagt;

wijst het meer of anders verzochte af;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door de rechter mr. V. Zuiderbaan, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. A.F. Hulskes, griffier, op 10 juli 2026.

Partij

Alimentatieplichtige

Zaak

Alimentatieplichtige / Alimentatiegerechtigde (768170)

Berekening

Draagkracht 1 januari 2021 tot 1 september 2022

Tarieven

2021-1

Datum uitdraai

31-08-2026

Box 1 Inkomen uit werk en woning

Loon volgens jaaropgaaf

(60)

60

Loon volgens jaaropgaaf

€

139.157

Notitie: 60 Jaaropgaaf 2021: € 113.636 (loon Aspen Oss B.V.) + € 37.665 (loon ICL Europe) = € 151.301

Jaaropgaaf 2022: € 122.965 (loon Aspen Oss B.V.) Loon tot september 2022: € 92.224

Inkomen 2021 + inkomen tot september 2022 / 21 maanden x 12 maanden = € 139.157 gemiddeld jaarloon.

Op het bruto loon ingehouden

59

Inkomsten (transport)

€

139.157

Belastbaar loon (61-64)

64

Belastbaar loon

€

139.157

Heffing box 1 (94-95)

94

Belastbaar inkomen uit werk en woning

€

139.157

- Schijf 1a, 37,1% (19,2%) over € 0 t/m € 35.129 (€ 35.941)

€

13.032

- Schijf 1b, 37,1% over € 35.130 (€ 35.942) t/m € 68.507

€

12.383

- Schijf 2, 49,5% over € 68.508 of meer

€

34.971

95

Inkomensheffing box 1

€

60.386

Besteedbaar inkomen (113-120)

113

Inkomen voor aftrek inkomensheffing

€

139.157

114

Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3

€

60.386

117

Verschuldigde inkomensheffing

-

€

60.386

Inkomen na aftrek inkomensheffing

€

78.771

119a

Bij: Netto inkomsten

€

1.056

120

Besteedbaar inkomen

€

79.827

120a

Netto besteedbaar inkomen (per jaar)

€

79.827

120a

Netto besteedbaar inkomen (per maand)

€

6.652

Draagkracht tbv kinderalimentatie

Draagkracht tbv kinderalimentatie

120a

Netto besteedbaar inkomen tbv kinderalimentatie

€

6.652

Draagkracht wordt berekend op basis van

Formule

122a

Kosten van levensonderhoud

€

1.000

123a

Woonlasten

€

1.996

135a

Draagkrachtloos inkomen tbv kinderalimentatie

€

2.996

136a

Draagkrachtruimte

€

3.656

137a

Draagkrachtpercentage

%

70

Beschikbaar

€

2.559

140a

Draagkracht tbv kinderalimentatie

€

2.559

Partij

Nieuwe partner Alimentatieplichtige

Zaak

Alimentatieplichtige / Alimentatiegerechtigde (768170)

Berekening

Draagkracht 1 januari 2021 tot 1 september 2022

Tarieven

2021-1

Datum uitdraai

31-08-2026

Box 1 Inkomen uit werk en woning

Loon volgens jaaropgaaf

(60)

60

Loon volgens jaaropgaaf

€

3.584

Notitie: 60 2021: € 6.272 UWV

2022: X

2021 + tot september 2022 / 21 maanden x 12 maanden = € 3.584 gemiddeld loon UWV.

Op het bruto loon ingehouden

59

Inkomsten (transport)

€

3.584

Belastbaar loon (61-64)

64

Belastbaar loon

€

3.584

Winst uit onderneming (65-75)

65

Winst uit onderneming (voor ondernemersaftrek)

€

26.605

70

Winst uit onderneming

€

26.605

Notitie: 65 2021: € 26.930

2022: € 19.630

Winst uit onderneming 2021 + winst uit onderneming tot september 2022 / 21 maanden x 12 maanden = € 26.605 gemiddeld jaarinkomen.

Ondernemersaftrek

MKB Winstvrijstelling

-

€

3.725

75

Belastbare winst uit onderneming

€

22.880

Heffing box 1 (94-95)

94

Belastbaar inkomen uit werk en woning

€

26.464

- Schijf 1a, 37,1% (19,2%) over € 0 t/m € 35.129 (€ 35.941)

€

9.818

95

Inkomensheffing box 1

€

9.818

Besteedbaar inkomen (113-120)

113

Inkomen voor aftrek inkomensheffing

€

30.189

114

Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3

€

9.818

115/116

Heffingskorting en standaard heffingskorting

-

€

9.388

117

Verschuldigde inkomensheffing

-

€

430

Inkomen na aftrek inkomensheffing

€

29.759

Specificaties voor post: 115/116

Algemene Heffingskorting

€

2.513

jaar

Arbeidskorting

€

4.060

jaar

Combinatiekorting

€

2.815

jaar

117a Op aanslag verschuldigde inkomensafhankelijke bijdrage ZVW

Winst uit onderneming

€

22.880

Totaal inkomen waarover op aanslag een bijdrage ZVW is verschuldigd

€

22.880

Maximum bijdrage loon

€

58.311

Af: Bruto salaris waarover werkgever ZVW premie heeft afgedragen

-

€

3.584

Maximum inkomen waarover bijdrage is verschuldigd

€

54.727

Inkomen waarover op aanslag een bijdrage ZVW is verschuldigd

€

22.880

Percentage Zvw

%

5,75

Totaal inkomensafhankelijke bijdrage ZVW

€

1.316

Saldo verschuldigde bijdrage inkomensafhankelijke bijdrage ZVW

-

€

1.316

120

Besteedbaar inkomen

€

28.443

120a

Netto besteedbaar inkomen (per jaar)

€

28.443

120a

Netto besteedbaar inkomen (per maand)

€

2.370

Draagkracht tbv kinderalimentatie

Draagkracht tbv kinderalimentatie

120a

Netto besteedbaar inkomen tbv kinderalimentatie

€

2.370

Draagkracht wordt berekend op basis van

Formule

122a

Kosten van levensonderhoud

€

1.000

123a

Woonlasten

€

711

135a

Draagkrachtloos inkomen tbv kinderalimentatie

€

1.711

136a

Draagkrachtruimte

€

659

137a

Draagkrachtpercentage

%

70

Beschikbaar

€

461

140a

Draagkracht tbv kinderalimentatie

€

461

Partij

Alimentatiegerechtigde

Zaak

Alimentatieplichtige / Alimentatiegerechtigde (768170)

Berekening

Draagkracht 1 januari 2021 tot 1 september 2022

Tarieven

2021-1

Datum uitdraai

31-08-2026

Box 1 Inkomen uit werk en woning

Loon volgens jaaropgaaf

(60)

60

Loon volgens jaaropgaaf

€

31.287

Notitie: 60 2021: € 20.721,- bruto loon

2022: € 34.032,- bruto loon

Inkomen 2021 + inkomen tot september 2022 / 21 maanden x 12 maanden = € 31.287 gemiddeld jaarloon.

Op het bruto loon ingehouden

59

Inkomsten (transport)

€

31.287

Belastbaar loon (61-64)

64

Belastbaar loon

€

31.287

Winst uit onderneming (65-75)

65

Winst uit onderneming (voor ondernemersaftrek)

€

1.323

70

Winst uit onderneming

€

1.323

Notitie: 65 2021: € 3.884

2022: negatief resultaat € 1.569

Winst 2021 + winst tot september 2022 / 21 maanden x 12 maanden = € 1.323 gemiddeld WUO.

Ondernemersaftrek

MKB Winstvrijstelling

-

€

185

75

Belastbare winst uit onderneming

€

1.138

Overige werkzaamheden (76-81)

76a

Resultaat uit overige werkzaamheden

€

371

78

Belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden

€

371

Notitie: 76a 2021: € 649 (commissie)

2022: X

Resultaat 2021 + resultaat tot september 2022 / 21 maanden x 12 maanden = € 371 gemiddeld resultaat.

Heffing box 1 (94-95)

94

Belastbaar inkomen uit werk en woning

€

32.796

- Schijf 1a, 37,1% (19,2%) over € 0 t/m € 35.129 (€ 35.941)

€

12.167

95

Inkomensheffing box 1

€

12.167

Besteedbaar inkomen (113-120)

113

Inkomen voor aftrek inkomensheffing

€

32.981

114

Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3

€

12.167

115/116

Heffingskorting en standaard heffingskorting

-

€

6.269

117

Verschuldigde inkomensheffing

-

€

5.898

Inkomen na aftrek inkomensheffing

€

27.083

Specificaties voor post: 115/116

Algemene Heffingskorting

€

2.135

jaar

Arbeidskorting

€

4.134

jaar

Notitie: 115/116 Geen inkomensafhankelijke combinatiekorting: kinderen werden in februari 2021 12 jaar.

117a Op aanslag verschuldigde inkomensafhankelijke bijdrage ZVW

Winst uit onderneming

€

1.138

Belastbare periodieke uitkeringen en verstrekkingen

€

371

Totaal inkomen waarover op aanslag een bijdrage ZVW is verschuldigd

€

1.509

Maximum bijdrage loon

€

58.311

Af: Bruto salaris waarover werkgever ZVW premie heeft afgedragen

-

€

31.287

Maximum inkomen waarover bijdrage is verschuldigd

€

27.024

Inkomen waarover op aanslag een bijdrage ZVW is verschuldigd

€

1.509

Percentage Zvw

%

5,75

Totaal inkomensafhankelijke bijdrage ZVW

€

87

Saldo verschuldigde bijdrage inkomensafhankelijke bijdrage ZVW

-

€

87

Bij: Kindgebonden budget

€

5.222

120

Besteedbaar inkomen

€

32.218

120a

Netto besteedbaar inkomen (per jaar)

€

32.218

120a

Netto besteedbaar inkomen (per maand)

€

2.685

Draagkracht tbv kinderalimentatie

Draagkracht tbv kinderalimentatie

120a

Netto besteedbaar inkomen tbv kinderalimentatie

€

2.685

Draagkracht wordt berekend op basis van

Formule

122a

Kosten van levensonderhoud

€

1.000

123a

Woonlasten

€

806

135a

Draagkrachtloos inkomen tbv kinderalimentatie

€

1.806

136a

Draagkrachtruimte

€

879

137a

Draagkrachtpercentage

%

70

Beschikbaar

€

615

140a

Draagkracht tbv kinderalimentatie

€

615

Berekening en verdeling van de kosten van de kinderen

Zaak

Alimentatieplichtige / Alimentatiegerechtigde

Tarieven

2021-1

Datum uitdraai

31-08-2026

Alimentatieplichtige

Nieuwe partner Alimentatieplichtige

Alimentatiegerechtigde

Kindgebonden budget na scheiding

€

0

€

0

€

198

Alleenstaande ouderkop

€

0

€

0

€

237

Totaal netto besteedbaar inkomen na scheiding (NBI incl. KGB/AOK)

€

6.652

€

2370

€

2.685

Aantal kinderen

7

Kind 1

Kind 2

Kind 3

Kind 4

Kind 5

Kind 6

Kind 7

Leeftijd

8

7

5

4

0

12

12

Punten

2

2

0

0

0

0

0

Woont bij

AP

1

1

1

1

1

0

0

AG

0

0

0

0

0

1

1

Ex-partner

0

0

0

0

0

0

0

Zorgkorting Alimentatiegerechtigde

%

0

0

0

0

0

0

0

Zorgkorting Alimentatieplichtige

%

0

0

0

0

0

35

35

Zorgkorting tbv.

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

AP

AP

Kind 1

Kind 2

Kind 3

Kind 4

Kind 5

Kind 6

Kind 7

Totaal

Bijdrage ouders in kosten kinderen

€ p/m

376

376

376

376

376

713

713

3.306

Netto kinderopvangkosten na scheiding

€ p/m

0

0

0

0

0

0

0

0

Overige kosten kinderen na scheiding

€ p/m

0

0

0

0

0

0

0

0

Totale kosten kinderen na scheiding

€ p/m

376

376

376

376

376

713

713

3.306

Zorgkorting

€ p/m

0

0

0

0

0

250

250

500

Draagkracht

Alimentatieplichtige

Draagkracht verdeeld naar rato van behoefte

€ p/m

291

291

291

291

291

552

552

2.559

Draagkracht Alimentatieplichtige per kind

€ p/m

291

291

291

291

291

552

552

2.559

Nieuwe partner Alimentatieplichtige

Draagkracht verdeeld naar rato van behoefte

€ p/m

92

92

92

92

92

0

0

461

Draagkracht Alimentatieplichtige

€ p/m

291

291

291

291

291

0

0

Totaal draagkracht Alimentatieplichtige & Nieuwe partner Alimentatieplichtige

€ p/m

383

383

383

383

383

1.916

Draagkracht Alimentatieplichtige (eventueel na vergelijking)

€ p/m

286

286

286

286

286

Verschil

€ p/m

5

5

5

5

5

Draagkracht Alimentatieplichtige (na vergelijking met Nieuwe partner Alimentatieplichtige en correctie)

€ p/m

286

286

286

286

286

566

566

Alimentatiegerechtigde

Draagkracht verdeeld naar rato van behoefte

€ p/m

0

0

0

0

0

308

308

615

Draagkracht Alimentatiegerechtigde per kind

€ p/m

0

0

0

0

0

308

308

615

Draagkracht Alimentatiegerechtigde

€ p/m

0

0

0

0

0

308

308

615

Gezamenlijke draagkracht onderhoudsplichtige(n) per kind

€ p/m

873

873

1.746

Bijdrage kosten kinderen

Aandeel Alimentatieplichtige

€ p/m

462

462

924

Af: zorgkorting

€ p/m

- 0

- 0

- 0

- 0

- 0

- 250

- 250

- 500

Ten laste van Alimentatieplichtige na aftrek zorgkorting

€ p/m

212

212

424

Aandeel Alimentatiegerechtigde

€ p/m

251

251

502

Af: zorgkorting

€ p/m

- 0

- 0

- 0

- 0

- 0

- 0

- 0

- 0

Ten laste van Alimentatiegerechtigde na aftrek zorgkorting

€ p/m

251

251

502

Aandeel Nieuwe partner Alimentatieplichtige in de kosten van de stiefkinderen

€ p/m

0

0

0

Partij

Alimentatieplichtige

Zaak

Alimentatieplichtige / Alimentatiegerechtigde (768170)

Berekening

Draagkracht per 1 september 2022

Tarieven

2022-2

Datum uitdraai

31-08-2026

Box 1 Inkomen uit werk en woning

Loon volgens jaaropgaaf

(60)

60

Loon volgens jaaropgaaf

€

122.965

Op het bruto loon ingehouden

59

Inkomsten (transport)

€

122.965

Belastbaar loon (61-64)

64

Belastbaar loon

€

122.965

Heffing box 1 (94-95)

94

Belastbaar inkomen uit werk en woning

€

122.965

- Schijf 1a, 37,07% (19,17%) over € 0 t/m € 35.472 (€ 36.409)

€

13.149

- Schijf 1b, 37,07% over € 35.473 (€ 36.410) t/m € 69.398

€

12.576

- Schijf 2, 49,5% over € 69.399 of meer

€

26.515

95

Inkomensheffing box 1

€

52.240

Besteedbaar inkomen (113-120)

113

Inkomen voor aftrek inkomensheffing

€

122.965

114

Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3

€

52.240

117

Verschuldigde inkomensheffing

-

€

52.240

Inkomen na aftrek inkomensheffing

€

70.725

119a

Bij: Netto inkomsten

€

1.056

120

Besteedbaar inkomen

€

71.781

120a

Netto besteedbaar inkomen (per jaar)

€

71.781

120a

Netto besteedbaar inkomen (per maand)

€

5.982

Draagkracht tbv kinderalimentatie

Draagkracht tbv kinderalimentatie

120a

Netto besteedbaar inkomen tbv kinderalimentatie

€

5.982

Draagkracht wordt berekend op basis van

Formule

122a

Kosten van levensonderhoud

€

1.020

123a

Woonlasten

€

1.795

135a

Draagkrachtloos inkomen tbv kinderalimentatie

€

2.815

136a

Draagkrachtruimte

€

3.167

137a

Draagkrachtpercentage

%

70

Beschikbaar

€

2.217

140a

Draagkracht tbv kinderalimentatie

€

2.217

Partij

Nieuwe partner Alimentatieplichtige

Zaak

Alimentatieplichtige / Alimentatiegerechtigde (768170)

Berekening

Draagkracht per 1 september 2022

Tarieven

2022-2

Datum uitdraai

31-08-2026

Box 1 Inkomen uit werk en woning

Winst uit onderneming (65-75)

65

Winst uit onderneming (voor ondernemersaftrek)

€

19.630

70

Winst uit onderneming

€

19.630

Ondernemersaftrek

MKB Winstvrijstelling

-

€

2.748

75

Belastbare winst uit onderneming

€

16.882

Heffing box 1 (94-95)

94

Belastbaar inkomen uit werk en woning

€

16.882

- Schijf 1a, 37,07% (19,17%) over € 0 t/m € 35.472 (€ 36.409)

€

6.258

95

Inkomensheffing box 1

€

6.258

Besteedbaar inkomen (113-120)

113

Inkomen voor aftrek inkomensheffing

€

19.630

114

Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3

€

6.258

115/116

Heffingskorting en standaard heffingskorting

-

€

7.651

Inkomen na aftrek inkomensheffing

€

19.630

Specificaties voor post: 115/116

Algemene Heffingskorting

€

2.888

jaar

Arbeidskorting

€

3.112

jaar

Combinatiekorting

€

1.651

jaar

117a Op aanslag verschuldigde inkomensafhankelijke bijdrage ZVW

Winst uit onderneming

€

16.882

Totaal inkomen waarover op aanslag een bijdrage ZVW is verschuldigd

€

16.882

Maximum bijdrage loon

€

59.706

Maximum inkomen waarover bijdrage is verschuldigd

€

59.706

Inkomen waarover op aanslag een bijdrage ZVW is verschuldigd

€

16.882

Percentage Zvw

%

5,5

Totaal inkomensafhankelijke bijdrage ZVW

€

929

Saldo verschuldigde bijdrage inkomensafhankelijke bijdrage ZVW

-

€

929

120

Besteedbaar inkomen

€

18.701

120a

Netto besteedbaar inkomen (per jaar)

€

18.701

120a

Netto besteedbaar inkomen (per maand)

€

1.558

Draagkracht tbv kinderalimentatie

Draagkracht tbv kinderalimentatie

120a

Netto besteedbaar inkomen tbv kinderalimentatie

€

1.558

Draagkracht wordt berekend op basis van

Tabel

Afwijken van de tabel?

nee

140a

Draagkracht tbv kinderalimentatie

€

85

Partij

Alimentatiegerechtigde

Zaak

Alimentatieplichtige / Alimentatiegerechtigde (768170)

Berekening

Draagkracht per 1 september 2022

Tarieven

2022-2

Datum uitdraai

31-08-2026

Box 1 Inkomen uit werk en woning

Loon (41-50)

41

Bruto arbeidsinkomen uit dienstbetrekking

€

47.496

44

Vakantietoeslag

€

3.800

Bruto inkomsten

€

51.296

Notitie: 41 Arbeidsovereenkomst: € 4.699,92 per maand op basis van 38 uur.

Verdiencapaciteit: € 3.958 per maand op basis van 32 uur.

Premies (51-59)

Pensioenpremie

54

Loon voor de premies werknemersverzekeringen

€

51.296

59

Inkomsten

€

51.296

Belastbaar loon (61-64)

64

Belastbaar loon

€

51.296

Heffing box 1 (94-95)

94

Belastbaar inkomen uit werk en woning

€

51.296

- Schijf 1a, 37,07% (19,17%) over € 0 t/m € 35.472 (€ 36.409)

€

13.149

- Schijf 1b, 37,07% over € 35.473 (€ 36.410) t/m € 69.398

€

5.865

95

Inkomensheffing box 1

€

19.014

Besteedbaar inkomen (113-120)

113

Inkomen voor aftrek inkomensheffing

€

51.296

114

Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3

€

19.014

115/116

Heffingskorting en standaard heffingskorting

-

€

4.490

117

Verschuldigde inkomensheffing

-

€

14.524

Inkomen na aftrek inkomensheffing

€

36.772

Specificaties voor post: 115/116

Algemene Heffingskorting

€

1.088

jaar

Arbeidskorting

€

3.402

jaar

Bij: Kindgebonden budget

€

4.159

120

Besteedbaar inkomen

€

40.931

120a

Netto besteedbaar inkomen (per jaar)

€

40.931

120a

Netto besteedbaar inkomen (per maand)

€

3.411

Draagkracht tbv kinderalimentatie

Draagkracht tbv kinderalimentatie

120a

Netto besteedbaar inkomen tbv kinderalimentatie

€

3.411

Draagkracht wordt berekend op basis van

Formule

122a

Kosten van levensonderhoud

€

1.020

123a

Woonlasten

€

1.023

135a

Draagkrachtloos inkomen tbv kinderalimentatie

€

2.043

136a

Draagkrachtruimte

€

1.368

137a

Draagkrachtpercentage

%

70

Beschikbaar

€

958

140a

Draagkracht tbv kinderalimentatie

€

958

Berekening en verdeling van de kosten van de kinderen

Zaak

Alimentatieplichtige / Alimentatiegerechtigde

Tarieven

2022-2

Datum uitdraai

31-08-2026

Alimentatieplichtige

Nieuwe partner Alimentatieplichtige

Alimentatiegerechtigde

Kindgebonden budget na scheiding

€

0

€

0

€

160

Alleenstaande ouderkop

€

0

€

0

€

186

Totaal netto besteedbaar inkomen na scheiding (NBI incl. KGB/AOK)

€

5.982

€

1558

€

3.411

Aantal kinderen

7

Kind 1

Kind 2

Kind 3

Kind 4

Kind 5

Kind 6

Kind 7

Leeftijd

9

8

7

5

1

13

13

Punten

2

2

0

0

0

0

0

Woont bij

AP

1

1

1

1

1

0

0

AG

0

0

0

0

0

1

1

Ex-partner

0

0

0

0

0

0

0

Zorgkorting Alimentatiegerechtigde

%

0

0

0

0

0

0

0

Zorgkorting Alimentatieplichtige

%

0

0

0

0

0

35

35

Zorgkorting tbv.

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

AP

AP

Kind 1

Kind 2

Kind 3

Kind 4

Kind 5

Kind 6

Kind 7

Totaal

Bijdrage ouders in kosten kinderen

€ p/m

383

383

383

383

383

727

727

3.369

Netto kinderopvangkosten na scheiding

€ p/m

0

0

0

0

0

0

0

0

Overige kosten kinderen na scheiding

€ p/m

0

0

0

0

0

0

0

0

Totale kosten kinderen na scheiding

€ p/m

383

383

383

383

383

727

727

3.369

Zorgkorting

€ p/m

0

0

0

0

0

254

254

508

Draagkracht

Alimentatieplichtige

Draagkracht verdeeld naar rato van behoefte

€ p/m

252

252

252

252

252

478

478

2.217

Draagkracht Alimentatieplichtige per kind

€ p/m

252

252

252

252

252

478

478

2.217

Nieuwe partner Alimentatieplichtige

Draagkracht verdeeld naar rato van behoefte

€ p/m

17

17

17

17

17

0

0

85

Draagkracht Alimentatieplichtige

€ p/m

252

252

252

252

252

0

0

Totaal draagkracht Alimentatieplichtige & Nieuwe partner Alimentatieplichtige

€ p/m

269

269

269

269

269

1.345

Draagkracht Alimentatieplichtige (eventueel na vergelijking)

€ p/m

252

252

252

252

252

Verschil

€ p/m

0

0

0

0

0

Draagkracht Alimentatieplichtige (na vergelijking met Nieuwe partner Alimentatieplichtige en correctie)

€ p/m

252

252

252

252

252

478

478

Alimentatiegerechtigde

Draagkracht verdeeld naar rato van behoefte

€ p/m

0

0

0

0

0

479

479

958

Draagkracht Alimentatiegerechtigde per kind

€ p/m

0

0

0

0

0

479

479

958

Draagkracht Alimentatiegerechtigde

€ p/m

0

0

0

0

0

479

479

958

Gezamenlijke draagkracht onderhoudsplichtige(n) per kind

€ p/m

957

957

1.915

Bijdrage kosten kinderen

Aandeel Alimentatieplichtige

€ p/m

363

363

727

Af: zorgkorting

€ p/m

- 0

- 0

- 0

- 0

- 0

- 254

- 254

- 508

Ten laste van Alimentatieplichtige na aftrek zorgkorting

€ p/m

109

109

219

Aandeel Alimentatiegerechtigde

€ p/m

364

364

727

Af: zorgkorting

€ p/m

- 0

- 0

- 0

- 0

- 0

- 0

- 0

- 0

Ten laste van Alimentatiegerechtigde na aftrek zorgkorting

€ p/m

364

364

727

Aandeel Nieuwe partner Alimentatieplichtige in de kosten van de stiefkinderen

€ p/m

0

0

0

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand