ECLI:NL:RBAMS:2026:8722

ECLI:NL:RBAMS:2026:8722

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 18-08-2026
Datum publicatie 01-09-2026
Zaaknummer 13-157222-24 (tussenbeslissing)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Proces-verbaal van de terechtzitting van verdachte. Afwijzing procesafspraken. De rechtbank acht de overeengekomen gevangenisstraf voor de duur van 38 maanden op voorhand niet passend.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 13-157222-24 (inclusief ontneming)

Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van bovengenoemde rechtbank, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken op 18 augustus 2026.

Tegenwoordig zijn:

mr. M. Vaandrager, voorzitter,

mr. A.H.E. van der Pol en mr. C. Işitman, rechters en

mr. M.T. de Hertog, griffier

Het Openbaar Ministerie wordt vertegenwoordigd door mr. C. Cnossen, officier van justitie.

De voorzitter belast de oudste rechter met de leiding van het onderzoek.

De oudste rechter doet de zaak tegen na te noemen verdachte uitroepen.

De verdachte antwoordt op de vragen van de oudste rechter, gesteld ten behoeve van het vaststellen van de identiteit van de verdachte, te zijn:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1974,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:

[adres],

nu gedetineerd in [detentieadres].

Als raadsvrouw van verdachte is op de zitting aanwezig mr. E.J. Teeuwen, advocaat te Amsterdam.

De oudste rechter vermaant verdachte oplettend te zijn op wat hij zal horen en deelt hem mee dat hij niet tot antwoorden is verplicht.

De officier van justitie draagt de zaak voor en maakt melding van de ontnemingsvordering.

De officier van justitie vordert dat na te noemen, op schrift gestelde nadere omschrijving van de tenlastelegging zal worden toegelaten. Na verdachte en de raadsvrouw daarover te hebben gehoord, wijst de rechtbank deze vordering toe en beveelt dat de tenlastelegging wordt gewijzigd zoals omschreven in de vordering, die als bijlage I aan dit proces-verbaal is gehecht en waarvan de inhoud als hier ingevoegd geldt. Nadat de rechtbank heeft beslist dat daarmee kan worden volstaan, verstrekt de griffier een door hem gewaarmerkt afschrift van de nadere omschrijving aan verdachte. Met toestemming van verdachte en de raadsvrouw wordt het onderzoek direct voortgezet.

De oudste rechter maakt melding van de gemaakte procesafspraken, die als bijlage II aan dit proces-verbaal zijn gehecht. Ook maakt de oudste rechter melding van een e-mail die de rechtbank op 7 augustus 2026 aan de officier van justitie en de verdediging heeft gestuurd, die als bijlage III aan dit proces-verbaal is gehecht. In deze mail heeft de rechtbank - kort gezegd - aangegeven dat de rechtbank ten aanzien van de ontnemingsvordering vragen heeft over de hoogte van het wederrechtelijk verkregen voordeel en de toegepaste korting op de betalingsverplichting. De officier van justitie heeft op 7 augustus 2026 per e-mail gereageerd. Deze e-mail is als bijlage IV aan dit proces-verbaal gehecht. De officier van justitie heeft in de e-mail - kort gezegd - aangegeven dat het genoemde bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel € 213.869,- een kennelijke verschrijving betreft en dat dient dan ook € 231.869,- te zijn. Verder is er omwille van een efficiënte en een snelle procesgang gekozen een korting van 1/3e overeen te komen op de betalingsverplichting.

De oudste rechter maakt daarna melding van een e-mail die de rechtbank op 17 augustus 2026 aan de officier van justitie en de verdediging heeft gestuurd, die als bijlage V aan dit proces-verbaal is gehecht. In deze mail heeft de rechtbank - kort gezegd - aangegeven dat de rechtbank op zitting om een nadere toelichting zal vragen ten aanzien van de achterliggende reden van het maken van procesafspraken en ten aanzien van de overeengekomen strafeis.

Verdachte verklaart:

Ik ken de inhoud van de procesafspraken. Deze inhoud heb ik via mijn raadsvrouw ontvangen. Zelf ben ik niet bij de onderhandelingen geweest. Dat is via mijn raadsvrouw gegaan. Ik begrijp de inhoud. Het is zeker vrijwillig gegaan en ik heb niet onder enige druk of iets dergelijks gestaan. Ik begrijp dat ik afstand doe van verdedigingsrechten en dat ik daarmee bijvoorbeeld geen getuigen meer kan horen.

De oudste rechter benadrukt dat de rechtbank geen partij is bij de procesafspraken en dat zij niet gebonden is aan de inhoud daarvan. De rechtbank heeft als taak de strafzaak te behandelen en te beoordelen zoals dat bij wet is voorzien. De rechtbank moet beoordelen of de tenlastegelegde feiten kunnen worden bewezen en welke straf daarbij past.

Verdachte verklaart:

Ik begrijp de eigen taak van de rechtbank. Ik ben het nog steeds met de gemaakte procesafspraken eens, inclusief de afspraken ten aanzien van de ontnemingsvordering.

De oudste rechter vraagt de officier van justitie een toelichting te geven op het algemeen geformuleerde doel om efficiency en juridische kwaliteit bijeen te brengen en op de overeengekomen strafeis.

De officier van justitie voert het woord:

De raadsvrouw heeft aangegeven dat zij onderzoekswensen heeft. De ervaring leert dat nadere getuigenverhoren of het uitlezen van SKY-ECC-berichten tijdrovend zijn en leiden tot aanzienlijke vertraging van het strafproces. Voor de feiten op de definitieve tenlastelegging is daarentegen voldoende bewijs. Dit betreft de juridische kwaliteit. Het feit op de voorlopige tenlastelegging met betrekking tot het voorhanden hebben van twee kilo cocaïne is vervallen op de definitieve tenlastelegging, omdat hieromtrent te veel vragen bestonden. Enkel de feiten waarvan het Openbaar Ministerie met droge ogen kan zeggen dat deze bewezen kunnen worden verklaard staan op de definitieve tenlastelegging. Daarnaast gaat de zaak voor een deel om oude feiten. Dit tijdsverloop speelt dan ook mee. Omdat onderzoekswensen vertraging opleveren, worden verdachten op een gegeven moment in vrijheid gesteld. Het is ook van belang dat een verdachte zijn straf uitzit en zijn leven weer op kan bouwen. Het voorgaande heeft gemaakt dat het Openbaar Ministerie en de verdediging om de tafel zijn gaan zitten. Het Openbaar Ministerie is zelf tot het oordeel gekomen dat een gevangenisstraf van 54 maanden een passende straf zou zijn die enerzijds recht doet aan de feiten en anderzijds recht doet aan het feit dat verdachte aangeeft zich bij deze straf neer te leggen. Hetzelfde geldt ten aanzien van de ontnemingszaak.

De oudste rechter merkt op dat verdachte heeft bekend de gebruiker te zijn van verschillende Sky-ECC-accounts en vraagt de officier van justitie of er daadwerkelijk concrete onderzoekswensen zijn besproken of dat enkel is medegedeeld dat er onderzoekswensen geformuleerd gaan worden. Ten aanzien van de ontnemingszaak merkt de oudste rechter dat daarvoor andere beoordelingskaders gelden voor het toewijzen van onderzoekswensen.

De officier van justitie voert het woord:

Door de verdediging zijn optionele onderzoekswensen genoemd en ook wensen die ingediend zouden worden over zowel de strafzaak als de ontnemingsvordering. Daar is een inhoudelijk debat over geweest. De verdediging zou onder andere vragen hebben over de goederen op de beslaglijst en onderzoeken of daarvoor bonnen voorhanden zijn. Deze weg wilde het Openbaar Ministerie niet bewandelen. Daarmee heeft het Openbaar Ministerie zeker iets gewonnen. Er raken heel veel zaken verstopt door een actieve verdediging. Nu blijft er veel werk bespaard.

De oudste rechter vraagt de officier van justitie naar de betalingsverplichting van € 124.317,- die is overeengekomen in het kader van de ontnemingszaak en of hierin ook de waarde van het beslag is meegenomen. Volgens het financieel rapport is er immers conservatoir beslag gelegd op de inbeslaggenomen goederen, die een aankoopwaarde van € 51.556,47 vertegenwoordigen.

De officier van justitie voert het woord:

Dit vormt geen onderdeel van de overeenkomst. Indien dit wel een onderdeel zou zijn, was de betalingsverplichting misschien lager uitgevallen. Aan verdachte is gevraagd of hij het bedrag kan afbetalen. Verdachte heeft gesteld niet in staat te zijn te betalen. Het gevolg daarvan is dat het CJIB de betalingen afhandelt en dat verdachte de rest van zijn leven het bedrag moet gaan afbetalen.

De raadsvrouw voert het woord:

Het is wel over de inhoud van mogelijke onderzoekswensen gegaan. Niet tot in de details hoe het bij een reguliere regiezitting zou gaan. Gelet op de inhoud van het dossier en de verdenking laten de onderzoekswensen zich ook raden. Zo zijn data uit andere onderzoeken gebruikt, spelen de feiten zich af in verschillende landen en zijn meerdere verdachten betrokken. Ten aanzien van de ontneming bestaan ook onderzoekswensen, mede gelet op de tweede verklaring van verdachte over ontvangen cadeaus. In totaal bestaan er wel twintig wensen. Verdachte wil ook dat de zaak ten einde komt. Daar is een afweging gemaakt.

Verdachte verklaart:

Ik ben bereid te betalen. Daarvoor heb ik binnen de PI een goed plannetje gemaakt en ik wil direct aan de slag zodra ik op vrije voeten ben. De laatste periode in de PI heb ik ook al de gelegenheid te gaan werken.

De oudste rechter benadrukt dat de rechtbank verdachte niet mag veroordelen voor iets dat hij niet heeft gedaan, of vrijspreken van iets dat hij wel heeft gedaan en vraagt de verdachte daarop of hij een verklaring wil afleggen over de ten laste gelegde feiten.

Verdachte verklaart:

Ik schaam mij heel erg hoe ik geleefd heb. Ik had gewoon normaal moeten leven. Achteraf sta ik er niet helemaal achter. Mijn vrouw werkt gewoon en ik heb kinderen. Het is net zoals wanneer je een alcoholist uit de kroeg trekt. Ik heb er vrede mee dat ik ben gearresteerd. Ik heb een stommiteit begaan maar het gaat erom dat ik weer een normaal leven kan leiden.

De oudste rechter houdt de bewijsmiddelen die zijn opgenomen in de procesafspraken voor. Daarbij merkt de oudste rechter op dat het bewijsmiddelenoverzicht in de procesafspraken niet zodanig gedetailleerd is dat daarmee een duidelijk en direct verband kan worden gelegd met de relevante onderdelen van de tenlastelegging. In het bewijsmiddelenoverzicht wordt niet of nauwelijks verwezen naar specifieke pagina’s van omvangrijke processen-verbaal. Verder zijn verschillende voetnoten onjuist. De oudste rechter vraagt waarom bij feit 1 is gekozen voor de einddatum van 31 december 2020 en uit welk bewijsmiddel volgt dat verdachte voorbereidingshandelingen heeft gepleegd in Peru. Op pagina 6 van de procesafspraken staat dat verdachte voorbereidingshandelingen heeft gepleegd met betrekking tot de invoer van cocaïne per vliegtuig uit Suriname maar waaruit blijkt dat verdachte is geïdentificeerd als gebruiker van de in het daaronder opgenomen chatbericht van 14 augustus 2020 opgenomen accounts. Op 8 juli 2025 (de einddatum op de tenlastelegging bij feit 2) zou het gaan om een lading verdovende middelen van of naar Noorwegen. De oudste rechter wil graag weten waar dit in het dossier is terug te vinden.

De officier van justitie voert het woord:

Indien en voor zover de rechtbank meent dat onderdelen van de tenlastelegging weggestreept moeten worden, vormt dit geen beletsel voor het volgen van de overige procesafspraken zoals deze voorliggen. Het Openbaar Ministerie kan ook niet precies zeggen welke drugs waar uit Zuid-Amerika komen. Ook het vervaardigen van verdovende middelen kan door uw rechtbank weggestreept worden zonder dat dit de overige procesafspraken aantast. Het gaat om het totaalpakket dat er drugs uit Zuid-Amerika is ingevoerd. De procesafspraken zijn op dit niveau met de verdediging overeengekomen. De kern van de beschuldiging blijft gelijk. Op pagina 088 van ZD -01 staat een bericht met als datum 30 december 2020. Wat betreft Noorwegen verwijs ik naar pagina 395 van ZD-01. Het gaat om OVC-gesprek 9135

De officier van justitie rekwireert tot een bewezenverklaring conform de overeengekomen procesafspraken en vordert de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 38 maanden met aftrek van het voorarrest.

Ten aanzien van de ontnemingszaak vordert de officier van justitie het wederrechtelijk verkregen voordeel vast te stellen op € 231.869,- en een betalingsverplichting op te leggen van €124.317,-.

De raadsvrouw voert het woord tot verdediging en verzoek de gemaakte procesafspraken te volgen. Daarbij merkt de raadsvrouw op dat een enkele afwijking van de procesafspraken voor wat betreft de pleegplaats en de duiding van gesprekken geen beletsel vormt.

Aan verdachte wordt het recht gelaten om te spreken.

Verdachte verklaart:

Ik wacht uw besluit af.

De oudste rechter geeft aan dat de rechtbank eerst in beraad zal gaan over de vraag of zij vonnis zal wijzen op basis van de gemaakte procesafspraken.

De rechtbank onderbreekt de zitting om zich in raadkamer te beraden.

Na onderbreking in raadkamer deelt de oudste rechter als beslissing van de rechtbank mee dat zij geen vonnis zal wijzen op basis van de procesafspraken. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

De overeengekomen straf in de procesafspraken zoals deze voorligt is voor de rechtbank in een vonnis niet goed uitlegbaar. Uit het dossier leidt de rechtbank af dat verdachte zich in 2020 en van 2024 tot en met 2025 heeft beziggehouden met voorbereidingshandelingen voor de grootschalige invoer van verdovende middelen vanuit Zuid-Amerika en Ghana. Verdachte zou naar deze landen zijn afgereisd en de transporten van duizenden kilo’s cocaïne hebben gecoördineerd. In het dossier bevinden zich berichten over uithalers, de wijze van het verpakken van de drugs en zoekgeraakte, dan wel in beslag genomen kilo’s cocaïne. De Sky-ECC-ID’s die worden toegeschreven aan verdachte brengen kopers en verkopers met elkaar in contact. Naast de gesprekken over drugstransporten gaat het in veel chats ook over te plegen (excessieve) geweldshandelingen in verband met criminele conflicten. De officier van justitie van justitie heeft hier bij de voorgeleiding aan de rechter-commissaris nadrukkelijk een beroep op gedaan.

De rechtbank moet bij de strafoplegging in aanmerking nemen welke straf de rechtbank in soortgelijke zaken aan andere verdachten oplegt. De rechtbank acht de overeengekomen gevangenisstraf voor de duur van 38 maanden op voorhand niet passend De rechtbank vindt het noodzakelijk dat verdachte met het hele dossier wordt geconfronteerd, zodat zijn rol bij de tenlastegelegde feiten kan worden geduid. Pas daarna kan zij tot een afgewogen oordeel komen over een bewezenverklaring en een passende straf.

Een en ander maakt dat de rechtbank een vervolg zal plannen waarop eventuele verzoeken van de verdediging ten aanzien van het onderzoek, alsmede vorderingen van het openbaar ministerie, zullen worden besproken.

De raadsvrouw wordt in de gelegenheid gesteld verzoeken met betrekking tot de voorlopige hechtenis toe te lichten. De raadsvrouw verklaart op dit moment geen verzoeken te doen.

De officier van justitie vordert dat de voorlopige hechtenis voortduurt.

De oudste rechter deelt als beslissing van de rechtbank mee dat de voorlopige hechtenis voortduurt en verwijst voor de motivering daarvan naar de eerdere beslissingen van de rechtbank.

Vervolgens deelt de voorzitter als beslissing van de rechtbank mee dat het onderzoek wordt geschorst voor bepaalde tijd en dat na de zitting door de Verkeerstoren contact zal worden opgenomen over een datum.

De oudste rechter beveelt de oproeping van verdachte tegen het nader te bepalen tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan de raadsvrouw van verdachte.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de rechtbank en de griffier is vastgesteld en ondertekend.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand