ECLI:NL:RBAMS:2026:8759

ECLI:NL:RBAMS:2026:8759

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 01-09-2026
Datum publicatie 02-09-2026
Zaaknummer 13-001774-26
Rechtsgebied Strafrecht; Europees strafrecht
Procedure Eerste en enige aanleg
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Pools executie-EAB. Afzien van weigeren t.a.v. artikel 12. Dubbele strafbaarheid. Niet voldaan aan eerste voorwaarde voor gelijkstelling. Evenredigheidsverweer. Overlevering toegestaan.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-001774-26

Datum uitspraak: 1 september 2026

UITSPRAAK

op de vordering van 30 juni 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 12 december 2025 door the Circuit Court of Law in Świdnica, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[de opgeëiste persoon] ,

geboren op [geboortedag] 1982 te [geboorteplaats] (Polen),

inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:

[BRP-adres] ,

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1. Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 18 augustus 2026 in aanwezigheid van mr. W.L.M van Poll, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door haar raadsman mr. L.J.H Kortz, advocaat in Utrecht, en door een tolk in de Poolse taal.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.

Ook heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak.

2. Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat zij de Poolse nationaliteit heeft.

3. Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een vonnis van the Circuit Court of Law in Świdnica van 7 mei 2025, met referentie: III K 20/18.

De overlevering wordt verzocht voor de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van één jaar. De opgeëiste persoon is tot deze straf veroordeeld in het hiervoor genoemde vonnis en zij moet deze straf ondergaan in Polen. Van deze straf resteren volgens het EAB nog tien maanden.

De hiervoor genoemde veroordeling ziet op de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.

4. Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW

Standpunt van raadsman

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering op grond van artikel 12 OLW moet worden geweigerd, omdat de opgeëiste persoon bij geen van de achttien zittingen in persoon is verschenen en zich geen van de in artikel 12, sub a tot en met d, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan.

Er is sprake geweest van gefragmenteerde rechtsbijstand door verschillende advocaten. Tijdens een aantal zittingen is de opgeëiste persoon niet vertegenwoordigd door een advocaat. De zelfgekozen advocaat die haar tijdens de tiende zitting tot en met de dertiende zitting heeft vertegenwoordigd, heeft zich voorafgaand aan de veertiende zitting teruggetrokken omdat hij het contact met haar had verloren. Het is onduidelijk of de vervangend raadsman, die haar tijdens de vijftiende tot en met de achttiende zitting heeft vertegenwoordigd, door haar was gemachtigd.

Evenmin is gebleken dat de opgeëiste persoon daadwerkelijk op de hoogte was van de zittingsdata. De oproepingen zijn naar het adres van haar raadsman en mede naar een adres in Polen verzonden, terwijl de opgeëiste persoon permanent in Nederland verbleef. Naar haar Nederlandse adres zijn geen oproepingen verzonden.

De op 6 augustus 2026 door het Internationale Rechtshulpcentrum (IRC) gestelde vragen zijn nog niet door de uitvaardigende justitiële autoriteit beantwoord. De nog bestaande onduidelijkheid over de wijze waarop is gedagvaard in Polen kan niet ten nadele van de opgeëiste persoon worden uitgelegd.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft erop gewezen dat de opgeëiste persoon op de hoogte was van de strafprocedure omdat zij een adresinstructie heeft ontvangen en een advocaat heeft gemachtigd. Het is echter onvoldoende duidelijk op welke wijze de opgeëiste persoon voor de verschillende zittingen is opgeroepen. De officier van justitie heeft daarom verzocht de behandeling van het EAB aan te houden om de beantwoording van de daarover op 6 augustus 2026 gestelde aanvullende vragen af te wachten.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat de overlevering van de opgeëiste persoon is gevraagd voor de tenuitvoerlegging van een vonnis, terwijl de opgeëiste persoon niet aanwezig was bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid. Ook is niet gebleken dat de opgeëiste persoon – kort gezegd – in persoon is gedagvaard of op andere wijze daadwerkelijk officieel in kennis is gesteld van het proces, dat zij op alle zittingen die tot het vonnis hebben geleid is vertegenwoordigd door een gemachtigd advocaat, of dat de beslissing in persoon aan haar is betekend en zij daartegen geen rechtsmiddel heeft ingesteld of daarvan uitdrukkelijk heeft afgezien. De uitvaardigende autoriteit heeft niet gegarandeerd dat de opgeëiste persoon alsnog in verzet of in hoger beroep kan gaan.De rechtbank kan in dit geval de overlevering weigeren.

De rechtbank ziet in dit geval aanleiding om af te zien van haar bevoegdheid om de overlevering te weigeren. Hiervoor is het volgende van belang.

Uit de aanvullende informatie van 24 juli 2026 volgt dat de opgeëiste persoon tijdens het voorbereidend onderzoek is verhoord en een adresinstructie heeft ontvangen, waarbij zij is gewezen op de verplichting om adreswijzigingen door te geven en op de gevolgen van het nalaten daarvan. De opgeëiste persoon heeft voor ontvangst van de adresinstructie getekend. Gelet hierop stelt de rechtbank dan ook vast dat de opgeëiste persoon op de hoogte was van de verdenking en er rekening mee moest houden dat er een strafrechtelijke procedure tegen haar als verdachte zou volgen. Uit voornoemde aanvullende informatie blijkt tevens dat de opgeëiste persoon voorafgaand aan haar eerste verhoor een adres aan de Poolse autoriteiten heeft opgegeven en dat zij in de loop van de procedure ook andere adressen heeft opgegeven, waarnaar de oproepingen voor de zittingen zijn verzonden.

De opgeëiste persoon heeft ter zitting ten overstaan van de rechtbank bevestigd dat zij tijdens de lopende strafprocedure in Polen naar Nederland is vertrokken zonder een adreswijziging door te geven aan de Poolse autoriteiten. Verder heeft zij verklaard dat het door haar opgegeven Poolse adres het adres was waar haar moeder destijds woonde, maar haar moeder inmiddels vijf jaar geleden is overleden, zodat dat waarschijnlijk de reden is dat de oproepingen haar niet hebben bereikt.

Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat de overlevering geen schending van de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon inhoudt, omdat zij, zo zij al niet uit eigen beweging stilzwijgend afstand heeft gedaan van haar recht om in persoon te verschijnen bij het proces, op zijn minst kennelijk onzorgvuldig is geweest met betrekking tot haar bereikbaarheid voor officiële correspondentie. Artikel 12 OLW staat dan ook niet aan overlevering in de weg. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding de behandeling van het EAB aan te houden om de beantwoording van de door het IRC gestelde vragen af te wachten.

5. Strafbaarheid; feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de strafbare feiten niet aangeduid als lijstfeiten. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, als – kort gezegd – voldaan is aan het vereiste dat voor de feiten een vrijheidsstraf van ten minste vier maanden is opgelegd aan de opgeëiste persoon en de feiten ook naar Nederlands recht strafbaar zijn.

De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.

De feiten leveren naar Nederlands recht op:

deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven;

telkens: oplichting.

6. Artikel 11 OLW: artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de EU

De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat, vanwege structurele of fundamentele gebreken in de Poolse rechtsorde, in Polen een algemeen reëel gevaar bestaat van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld. Het is aan de opgeëiste persoon om omstandigheden aan te voeren en aan te tonen waaruit blijkt dat zij dit gevaar ook daadwerkelijk loopt.

Omdat de opgeëiste persoon geen elementen heeft aangevoerd waaruit blijkt dat die structurele of fundamentele gebreken een concrete invloed hebben gehad op de behandeling van haar strafzaak, is niet aangetoond dat sprake is van een individueel reëel gevaar van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld.

7. Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 6a OLW

Standpunt van de raadsman

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de opgeëiste persoon met een Nederlander gelijk gesteld kan worden, omdat zij sinds 2019 ononderbroken rechtmatig in Nederland verblijft. Ter onderbouwing hiervan heeft de raadsman onder meer een grote hoeveelheid bankafschriften overgelegd waaruit volgens de raadsman blijkt dat de opgeëiste persoon vanaf 2019 over voldoende inkomsten heeft beschikt om in haar levensonderhoud te voorzien. Deze inkomsten bestonden uit inkomsten uit loondienst, uitkeringen en toeslagen, aangevuld met financiële ondersteuning van haar ex-partner en vrienden.

Standpunt van de officier van justitie

Volgens de officier van justitie slaagt het gelijkstellingsverweer niet, omdat niet is aangetoond dat de opgeëiste persoon gedurende een aaneengesloten periode van vijf jaar voldoende inkomen heeft genoten. Hoewel zij sinds 21 april 2020 onafgebroken in de Basisregistratie Personen (BRP) staat ingeschreven op een adres in Nederland, blijkt uit de overgelegde inkomensgegevens dat pas vanaf 2022 sprake is van voldoende inkomen. De over de jaren 2020 en 2021 ontvangen toeslagen kunnen niet als middelen van bestaan worden meegerekend.

Oordeel van de rechtbank

De overlevering van de opgeëiste persoon is gevraagd voor de tenuitvoerlegging van een onherroepelijk opgelegde vrijheidsstraf. De rechtbank kan de overlevering weigeren als de opgeëiste persoon gelijk kan worden gesteld met een Nederlander en de opgelegde straf door Nederland kan worden overgenomen.

Om in aanmerking te komen voor gelijkstelling met een Nederlander moet op grond van artikel 6a, negende lid, OLW zijn voldaan aan de volgende twee vereisten:

De eerste voorwaarde

De rechtbank is van oordeel dat de opgeëiste persoon aan de hand van de overgelegde stukken niet heeft aangetoond dat zij ten minste vijf jaren ononderbroken rechtmatig in Nederland verblijft als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e en l, Vw 2000 en daarmee een duurzaam verblijfsrecht heeft verworven.

Uit de BRP blijkt dat de opgeëiste persoon sinds 21 april 2020 onafgebroken ingeschreven staat in Nederland. Uit de overgelegde stukken blijkt echter niet dat zij vanaf dat moment gedurende vijf jaar over voldoende middelen van bestaan heeft beschikt of anderszins ononderbroken rechtmatig in Nederland verbleef, bijvoorbeeld als werknemer of zelfstandige. In de periode tot 21 oktober 2021 bestonden haar middelen onder meer uit ontvangen toeslagen. Deze toeslagen kunnen op grond van artikel 3.74, eerste lid, Vreemdelingenbesluit 2000 niet als middelen van bestaan worden meegerekend. Uit de stukken volgt dat de opgeëiste persoon vanaf 21 oktober 2021 een inkomensvervangende uitkering ontvangt. Deze bijstandsuitkering betreft echter geen uitkering waarover premies zijn afgedragen en geldt dus ook niet als de vereiste middelen van bestaan. Er is derhalve geen sprake van reële en daadwerkelijke arbeid als werknemer of zelfstandige en evenmin is er sprake van de toepasselijkheid van de categorie economisch niet-actieven, nu de toeslagen en bijstandsuitkering niet meetellen als middelen van bestaan en er overigens onvoldoende onderbouwing is met betrekking tot het spaargeld en/of giften die zij gekregen zou hebben.

Wegens het ontbreken van voldoende middelen van bestaan kan derhalve niet worden geoordeeld dat er sprake is van 5 jaar ononderbroken rechtmatig verblijf.

Nu niet aan de eerste voorwaarde voor gelijkstelling is voldaan, komt de rechtbank niet toe aan bespreking van de tweede voorwaarde.

8. Evenredigheid

Standpunten van partijen

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering gelet op het evenredigheidsbeginsel moet worden geweigerd en Nederland de tenuitvoerlegging van de straf dient over te nemen, omdat de opgeëiste persoon en haar kind sterk verweven zijn met de Nederlandse samenleving. Het kind van de opgeëiste persoon gaat in Nederland naar school en zijn vader, die veel zorgtaken op zich neemt en het kind bijna dagelijks ziet, verblijft eveneens in Nederland. Overlevering zou tot gevolg hebben dat de opgeëiste persoon van haar kind wordt gescheiden en de samenhang van het gezin wordt doorbroken.

De officier van justitie heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van de evenredigheid van de overlevering.

Oordeel van de rechtbank

In lijn met eerdere uitspraken van deze rechtbank moet voor de vraag of sprake is van (on)evenredigheid van de overlevering een onderscheid worden gemaakt tussen de zogenoemde stelselevenredigheid van de OLW en de evenredigheid in een concreet geval.

Het stelsel van de OLW is, op de voet van het daaraan ten grondslag liggende Kaderbesluit 2002/582/JBZ (het Kaderbesluit), gebaseerd op het uitgangspunt dat het gebruik van de bevoegdheid tot overlevering, in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel, niet verder gaat dan nodig is om de doelstelling van het Kaderbesluit te verwezenlijken. Daarbij is het in beginsel aan de uitvaardigende autoriteit om de evenredigheid van het uitvaardigen van een EAB te toetsen. Het is niet aan de rechtbank om te bepalen of er een minder vergaand middel dan een EAB voorhanden is.

Een beroep op de onevenredigheid van een EAB kan in een concreet geval slechts onder uitzonderlijke omstandigheden slagen. De rechtbank heeft oog voor de omstandigheid dat de opgeëiste persoon al meerdere jaren in Nederland verblijft en haar zoon in Nederland is geboren en geworteld. Maar deze omstandigheden zijn onvoldoende om als uitzonderlijk aangemerkt te worden. Daarvan is hier geen sprake. Daarom slaagt het beroep op onevenredigheid niet, zodat het verweer van de raadsman wordt verworpen.

9. Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. De rechtbank staat daarom de overlevering toe.

10. Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 140 en 326 Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 OLW.

11. Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [de opgeëiste persoon] aan the Circuit Court of Law in Świdnica, Polen, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. E. de Rooij, voorzitter,

mrs. A.B.M. Wijnveldt en C.M.S. Loven, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D.F.A. Reuvekamp, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 1 september 2026.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. E. de Rooij

Griffier

  • mr. D.F.A. Reuvekamp

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand