ECLI:NL:RBAMS:2026:8782

ECLI:NL:RBAMS:2026:8782

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 28-08-2026
Datum publicatie 02-09-2026
Zaaknummer 13/139682-26, 13/064647-23 (TUL) en 13/242699-25 (TUL)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Bewezenverklaring (winkel)diefstal met bedreiging van een beveiliger. ISD-maatregel voor 2 jaar zonder aftrek. Afwijzing vorderingen TUL ivm opleggen ISD-maatregel.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

vonnis

Strafrecht

Parketnummers: 13/139682-26, 13/064647-23 (TUL) en 13/242699-25 (TUL)

Datum uitspraak: 28 augustus 2026

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1963 in [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:

[BRP-adres] ,

nu gedetineerd in de [detentieplaats] ,

hierna te noemen: verdachte.

1. Onderzoek op de zitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 14 augustus 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. M.D. Braber en van wat verdachte en zijn raadsman mr. T.S. Finken naar voren hebben gebracht. Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van wat de getuige-deskundige [naam 1], reclasseringswerker bij Inforsa, op zitting naar voren heeft gebracht.

2. Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich op 12 mei 2026 in Amsterdam heeft schuldig gemaakt aan een (winkel)diefstal met geweld, dan wel bedreiging met geweld.

De volledige tenlastelegging is opgenomen in bijlage I die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3. Waardering van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde feit wettig en overtuigend kan worden bewezen.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen bewijsverweer gevoerd ten aanzien van het tenlastegelegde en heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt, op grond van de bekennende verklaring van verdachte en de andere bewijsmiddelen die in bijlage II bij dit vonnis staan, vast dat verdachte zich op 12 mei 2026 in Amsterdam heeft schuldig gemaakt aan een diefstal met bedreiging met geweld.

4. Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in bijlage II vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

op 12 mei 2026 te Amsterdam, levensmiddelen en gasnavullingen, die aan winkelketen Albert Heijn toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd gevolgd door bedreiging met geweld tegen [naam 2] en [naam 3], gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

- dreigend op die [naam 2] en/of [naam 3] af te lopen en/of te rennen en;

- tegen die [naam 2] en [naam 2] te zeggen dat hij hen zou neer schieten en steken als zij de politie zouden bellen, en;

- daarbij bewegingen naar zijn binnenzak en/of broeksband te maken.

Voor zover in het bewezenverklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5. Strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7. Plaatsing in inrichting voor stelselmatig daders

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) zal worden opgelegd voor de duur van twee jaar.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair verzocht aan verdachte een gevangenisstraf op te leggen, waarvan het onvoorwaardelijke deel niet hoger is dan de tijd die verdachte al in voorarrest heeft gezeten. Verdachte loopt nog steeds in drie proeftijden waarbij bijzondere voorwaarden zijn opgelegd, zodat de reclassering hem na vrijlating kan blijven begeleiden. Subsidiair heeft de raadsman verzocht de zaak aan te houden om de officier van justitie de opdracht te geven een zorgmachtiging voor te bereiden. In dat geval verzoekt de verdediging ook om de heer [naam 4], toezichthouder van verdachte, op te roepen als getuige voor de volgende zitting. Een zorgmachtiging is volgens de raadsman een beter alternatief dan de oplegging van een ISD-maatregel. Meer subsidiair heeft de raadsman verzocht de ISD-maatregel voor de duur van één jaar op te leggen, nu deze periode lang genoeg is om de verslavingsproblematiek van verdachte aan te pakken.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen maatregel gelet op de aard en de ernst van wat bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Ernst van het feit

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een winkeldiefstal bij de Albert Heijn en heeft daarbij een winkelmedewerker en een beveiliger bedreigd, toen hij op deze diefstal werd aangesproken. Een winkeldiefstal is een hinderlijk feit. En door het plegen van dit feit blijkt in ieder geval dat verdachte geen respect heeft voor andermans eigendommen. Maar de gewelddadige reactie van verdachte toen hij werd aangesproken op zijn handelen, acht de rechtbank in het bijzonder kwalijk.

Justitiële documentatie

De rechtbank heeft gekeken naar het uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) betreffende verdachte van 30 juni 2026. Hieruit blijkt dat verdachte veelvuldig is veroordeeld voor het plegen van onder meer vermogensdelicten en ook geweld of bedreiging daarbij niet schuwt.

Advies van de reclassering

De rechtbank heeft kennisgenomen van het rapport van de reclassering van 28 juli 2026, opgemaakt door mevrouw [naam 1]. Dit advies houdt – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende in. In de afgelopen jaren is verdachte veelvuldig veroordeeld voor vermogensdelicten al dan niet samen met anderen gepleegd en al dan niet met geweld. Daarnaast is verdachte sinds 2023 een aantal keer veroordeeld voor geweld tegen de politie. De reclassering spreekt op dit moment in ieder geval van een delictpatroon in vermogensdelicten. Daarnaast liep verdachte ten tijde van het plegen van dit feit in drie proeftijden.

Als grootste risicofactoren ziet de reclassering het middelengebruik en de houding van verdachte. Verdachte is al jarenlang verslaafd aan alcohol en base coke. Hij bagatelliseert zijn problematiek, maar geeft steeds op cruciale momenten – waaronder op de rechtbank – aan zijn medewerking te willen verlenen aan behandeling. Eenmaal weer op vrije voeten trekt verdachte weer zijn eigen plan en recidiveert met regelmaat om zichzelf in middelen te kunnen voorzien. De kans op recidive wordt ingeschat als hoog, gelet op de justitiële geschiedenis van verdachte, zijn middelenproblematiek en het gebrek aan beschermende factoren. Verdachte is ondanks verschillende toezichten, lopende proeftijden en andere straffen niet gestopt met het plegen van delicten. Hij blijft in beeld komen bij politie en justitie. Daarnaast heeft de houding van verdachte ervoor gezorgd dat er geen hulpverleningstrajecten van de grond zijn gekomen en alle interventies gericht op gedragsverandering en recidivevermindering zijn uitgeput.

De reclassering adviseert daarom om een onvoorwaardelijke ISD-maatregel op te leggen. In de intramurale fase dient ten behoeve van de trajectbepaling een psychologisch, psychiatrisch en IQ-onderzoek te worden gedaan. Met een volledig diagnostisch beeld kan de meest passende zorgmatch worden gemaakt, waar verdachte in de extramurale fase naartoe zou kunnen worden geleid.

De rechtbank heeft ter terechtzitting van 14 augustus 2026 reclasseringswerker mevrouw [naam 1], als deskundige gehoord. Zij heeft voornoemd advies ter terechtzitting bevestigd.

ISD-criteria

De rechtbank stelt vast dat ten aanzien van het bewezen geachte feit aan alle voorwaarden is voldaan die artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht aan het opleggen van de ISD-maatregel stelt. Hiervoor is bewezen verklaard dat verdachte misdrijven heeft begaan waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Uit het uittreksel Justitiële Documentatie van 30 juni 2026 blijkt dat verdachte gedurende de vijf jaren voorafgaand aan de pleegdatum van 12 mei 2026 ten minste driemaal wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een vrijheidsbenemende straf, terwijl het in dit vonnis bewezen verklaarde feit is begaan na tenuitvoerlegging van deze straffen en er, zoals blijkt uit de hiervoor genoemde rapportage, ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan. Blijkens het uittreksel Justitiële Documentatie is ook voldaan aan de eisen die de “Richtlijn voor Strafvordering bij meerderjarige veelplegers” van het Openbaar Ministerie stelt: verdachte is een zeer actieve veelpleger, die over een periode van vijf jaren processen-verbaal tegen zich zag opgemaakt worden voor meer dan tien misdrijven, waarvan ten minste één in de laatste twaalf maanden, terug te rekenen vanaf de pleegdatum van het laatst gepleegde feit.

Aan verdachte zijn meerdere onvoorwaardelijke gevangenisstraffen en reclasseringstoezichten opgelegd die hem er niet van hebben weerhouden om telkens nieuwe strafbare feiten te plegen. Verdachte heeft hiermee laten zien dat hij niet in staat is geweest om gedurende langere tijd niet in contact met politie en justitie te komen. De oorzaak van zijn recidiverende delictgedrag wordt gezien in zijn verslavingsproblematiek en zijn houding. Om deze problematiek aan te pakken en de recidive te beëindigen, heeft verdachte langdurige en intensieve behandeling en begeleiding nodig. De rechtbank ziet geen aanleiding om het advies van de reclassering in twijfel te trekken en is van oordeel dat deze hulp en begeleiding verdachte alleen effectief geboden kan worden binnen een ISD-kader, nu eerdere kaders niet hebben gewerkt.

De rechtbank wijst het verzoek van de raadsman om de officier van justitie opdracht te geven een zorgmachtiging voor te laten bereiden af. Bij verdachte is sprake van hardnekkige verslavingsproblematiek. Een andere psychische stoornis is bij verdachte niet vastgesteld. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de zorgmachtiging in dit geval niet het aangewezen middel is. Daarnaast acht de rechtbank het, gelet op het hoge recidiverisico, van belang dat de maatschappij voor langere tijd wordt beschermd tegen het veelvuldige strafbare handelen door verdachte. De rechtbank hoopt dat verdachte tijdens de ISD-maatregel zal profiteren van de hulp die hem zal worden aangeboden, zodat de ISD-maatregel ook op langere termijn effect zal hebben. Maar in ieder geval zal de maatregel als effect hebben dat verdachte langere tijd uit beeld van politie en justitie blijft. De rechtbank ziet verder geen contra-indicaties voor het opleggen van de ISD-maatregel, mede gelet op de verklaring van verdachte ter terechtzitting dat het tijd wordt voor een rustig leven. Omdat de rechtbank het verzoek van de raadsman om de officier van justitie opdracht te geven een zorgmachtiging voor te laten bereiden afwijst, zal de rechtbank het daaraan gekoppelde verzoek van de verdediging om de toezichthouder van verdachte op een volgende zitting op te roepen ook afwijzen.

Maximale termijn van twee jaren

Om de beëindiging van de recidive van verdachte en het leveren van een bijdrage aan de oplossing van zijn problematiek alle kansen te geven, is het van groot belang dat voldoende tijd wordt genomen om de ISD-maatregel ten uitvoer te leggen. Daarom zal de rechtbank, anders dan verzocht door de raadsman, de maatregel voor de maximale termijn van twee jaren opleggen en de tijd die door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht niet in mindering brengen op de duur van de maatregel.

8. Tenuitvoerleggingen voorwaardelijke veroordelingen

De rechtbank zal de vorderingen tot tenuitvoerlegging met de parketnummers 13/064647-23 en 13/242699-25 afwijzen omdat verdachte de ISD-maatregel opgelegd krijgt. Het ISD-traject moet, gelet op de problematiek van verdachte, zo snel mogelijk van start gaan. De tenuitvoerlegging van de twee voorwaardelijke veroordelingen zou een snelle start in de weg staan en dat vindt de rechtbank niet wenselijk.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 38m, 38n en 312 Sr van het Wetboek van Strafrecht.

10. Beslissing

[…]

[…]

[…]

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

diefstal, vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om de vlucht mogelijk te maken en of het bezit van het gestolene te verzekeren;

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Legt op de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD) voor de duur van 2 (twee) jaren.

Wijst af de vorderingen van de officier van justitie van 13 juli 2026 tot tenuitvoerlegging in de zaken met bovengenoemde parketnummers.

Dit vonnis is gewezen door

mr. P.K. Oosterling – van der Maarel, voorzitter,

mrs. B.C. Langendoen en A.M. Timorason, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. B.L. Briejer, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 28 augustus 2026.

[…]

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. B.L. Briejer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand