ECLI:NL:RBAMS:2026:8867

ECLI:NL:RBAMS:2026:8867

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 01-09-2026
Datum publicatie 03-09-2026
Zaaknummer 13-074742-26
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Een 20-jarige man wordt vrijgesproken van het medeplegen van oplichting. Geen sprake van een voltooide oplichting, omdat het slachtoffer (een undercoveragent) niet door de door verdachte en zijn medeverdachte(n) gebruikte oplichtingsmiddelen is bewogen tot afgifte van goederen en het ter beschikking stellen van gegevens. Vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf wordt afgewezen. Opheffing van het - geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

vonnis

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 13/074742-26 Parketnummer vordering tul: 15/205692-24

Datum uitspraak: 11 september 2026

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 2006 in [geboorteplaats] ([geboorteland]),

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:

[adres] .

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 18 augustus 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. C. Nij Bijvank, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. H. Blaauw, naar voren hebben gebracht.

2. Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich op 10 maart 2026 in Amsterdam heeft schuldig gemaakt aan het medeplegen van oplichting van [persoon] , althans een politieagent van het team heimelijke opsporing die zich voordeed als [persoon] .

De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in bijlage I die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3. Vrijspraak

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft op grond van de bewijsmiddelen in het dossier – waaronder de door verdachte ter terechtzitting afgelegde bekennende verklaring – gerekwireerd tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde medeplegen van oplichting. Terwijl de undercoveragent telefonisch onder valse voorwendselen werd bewogen om waardevolle goederen en inloggegevens van een bankrekening over te dragen, is verdachte, die zich door middel van een code kenbaar maakte als veiligheidsmedewerker, aan de deur gekomen om de spullen op te halen. Hierop heeft de undercoveragent de spullen daadwerkelijk aan verdachte overhandigd. Daarmee is volgens de officier van justitie de voltooide oplichting bewezen. Het opzet van verdachte en zijn medeverdachte(n) was er op gericht om de goederen te verkrijgen. Daarnaast heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat op basis van de door verdachte afgelegde bekennende verklaring en de bevindingen van het onderzoek aan zijn telefoon kan worden vastgesteld dat verdachte aan deze oplichting met zijn gedragingen een zodanige intellectuele en materiële bijdrage van voldoende gewicht heeft geleverd dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking met zijn medeverdachte(n). Tot slot heeft de officier van justitie zich ten aanzien van de rechtmatigheid van de gebruikte opsporingsmethode op het standpunt gesteld dat er geen sprake is van uitlokking, omdat de undercoveragent heeft afgewacht tot hij werd gebeld en vervolgens enkel heeft meegewerkt met de beller en vragen heeft beantwoord.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat verdachte vrijgesproken moet worden omdat de ten laste gelegde voltooide oplichting niet kan worden bewezen. De undercoveragent heeft de envelop met goederen namelijk afgegeven, terwijl hij wist dat er fraude werd gepleegd. Hij is dus niet door het gebruikte oplichtingsmiddel bewogen om de goederen af te geven. Daarmee kan niet worden gesproken van een voltooide oplichting.

Het oordeel van de rechtbank

Feiten en omstandigheden

De rechtbank leidt uit de inhoud van het dossier de volgende feiten en omstandigheden af. Naar aanleiding van het grote aantal aangiftes van bankhelpdeskfraude is een opsporingsonderzoek gestart onder de naam ‘ [naam operatie] ’ dat zich richtte op de heterdaadaanpak van voornoemde vorm van fraude. Binnen die operatie heeft de politie vanaf 9 maart 2026 proactief onderzoek uitgevoerd door op actieve phishing websites unieke persoons- en contactgegevens in te vullen, die werden aangeleverd door Team Heimelijk Operaties, en vervolgens af te wachten of er telefonisch contact zou worden opgenomen. Dit gebeurde uiteindelijk op 10 maart 2026 toen een undercoveragent – die lid was van Team Heimelijk Operaties – werd gebeld door een man die zich voorstelde als een medewerker van de [naam bank] Veiligheidsdesk. De man gaf aan dat de undercoveragent slachtoffer was geworden van phishing, waardoor er een geldbedrag van zijn rekening zou worden overgemaakt naar een rekening in Duitsland. Om dat te voorkomen wilde de man de bankrekening van de undercoveragent blokkeren. Vervolgens werden de persoons-, verzekerings- en bankgegevens van de undercoveragent geverifieerd en vroeg de zogenaamde bankmedewerker of de undercoveragent waardevolle spullen in huis had. Toen de undercoveragent hierop bevestigend antwoordde, droeg de bankmedewerker hem op deze spullen samen met de inloggegevens van zijn bankrekening in een enveloppe te doen en, na vermelding van de code [naam bank] [code] mee te geven aan een veiligheidsmedewerker die de spullen vervolgens veilig zou stellen. Nog tijdens het telefoongesprek werd er aangebeld door iemand die door de bankmedewerker werd geïntroduceerd. Nadat deze persoon de code [naam bank] [code] opnoemde, heeft de undercoveragent een tas met daarin de enveloppe aan hem overhandigd. Hierop werd de telefoonverbinding verbroken en zijn zowel de ‘ophaler’ als de ‘beller’ aangehouden. Verdachte bleek de ophaler te zijn, hetgeen hij tijdens raadkamer gevangenhouding op 23 maart 2026 en ter terechtzitting ook heeft bekend.

Vrijspraak medeplegen van oplichting

De rechtbank acht – anders dan de officier van justitie – het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

Voor een veroordeling voor oplichting is vereist dat de verdachte bij een ander door een specifieke, voldoende ernstige vorm van bedrieglijk handelen een onjuiste voorstelling van zaken in het leven heeft willen roepen teneinde daarvan misbruik te maken. Daartoe moet de verdachte een of meer van de in artikel 326, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) bedoelde oplichtingsmiddelen hebben gebruikt, en moet die ander daardoor zijn bewogen tot de afgifte van een goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld of het teniet doen van een inschuld. In de onderhavige zaak ging het om de afgifte van goederen, te weten een bankpas en waardevolle spullen, en het ter beschikking stellen van inloggegevens, persoonsgegevens en bankgegevens.

Het antwoord op de vraag of het slachtoffer in een concreet geval door een oplichtingsmiddel is bewogen tot één van de eerder genoemde handelingen, is in sterke mate afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Enerzijds kan de in het algemeen in het maatschappelijk verkeer vereiste voorzichtigheid het slachtoffer aanleiding geven om de onjuiste voorstelling van zaken te onderkennen of zich daardoor niet te laten bedriegen. Anderzijds kan de persoonlijkheid van het slachtoffer, waaronder de leeftijd en de verstandelijke vermogens, een rol spelen.

Oplichting in de zin van artikel 326, eerste lid, Sr is niet aan de orde wanneer het slachtoffer – gelet op alle omstandigheden van het geval, waaronder de eigen gedragingen en kennis van zaken – de in een bepaalde gedraging van de verdachte besloten liggende onjuiste voorstelling van zaken had moeten doorzien.

In de onderhavige zaak betrof het slachtoffer een undercoveragent die van meet af aan wist dat de door verdachte en zijn medeverdachte(n) gedane mededelingen, zoals die in de tenlastelegging staan omschreven, niet op waarheid berustten. Daaruit volgt dat de undercoveragent niet door de door verdachte en zijn medeverdachte(n) gebruikte oplichtingsmiddelen is bewogen tot afgifte van de bankpas en de waardevolle goederen en het ter beschikking stellen van zijn inloggegevens, persoonsgegevens en bankgegevens. De rechtbank is dan ook van oordeel dat van voltooide oplichting, zoals ten laste is gelegd, geen sprake is en spreekt verdachte daarvan vrij.

Ten overvloede overweegt de rechtbank dat de omstandigheid dat het slachtoffer in onderhavige zaak van meet af aan op de hoogte was van de onjuiste voorstelling die verdachte en zijn medeverdachte(n) in het leven hadden geroepen, op zichzelf niet in de weg staat aan het aannemen van een poging tot oplichting. Aangezien een poging tot oplichting echter niet (subsidiair) aan verdachte is ten laste gelegd, kan de rechtbank zich niet uitlaten over de vraag of daar in onderhavige zaak sprake van is.

4. Tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling

Bij de stukken bevindt zich de op 20 juli 2026 ter griffie van deze rechtbank ontvangen vordering van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam in de zaak met parketnummer 15/205692-24, betreffende het onherroepelijk geworden vonnis van 13 augustus 2024 van de meervoudige strafkamer te Haarlem, waarbij verdachte onder meer is veroordeeld tot jeugddetentie voor de duur van tien maanden, met bevel dat van deze straf een groot gedeelte, te weten acht maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich voor het einde van een op twee jaren bepaalde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Tevens bevindt zich bij de stukken een geschrift waaruit blijkt dat de mededeling als bedoeld in artikel 366a van het Wetboek van Strafvordering aan verdachte per post is toegezonden.

De officier van justitie heeft gevorderd om de proeftijd te verlengen met één jaar en aan het eerder opgelegde voorwaardelijke strafdeel de bijzondere voorwaarden te verbinden, zoals door de reclassering geadviseerd in het rapport van 1 juli 2026, te weten een meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling, begeleid wonen of maatschappelijke opvang, dagbesteding, meewerken aan het aflossen van schulden, meewerken aan middelencontroles en een contactverbod met medeverdachte [medeverdachte] . De raadsman heeft zich primair aangesloten bij hetgeen de officier van justitie heeft gevorderd en subsidiair heeft hij verzocht om een gedeelte van het eerder opgelegde voorwaardelijke strafdeel, bijvoorbeeld twee maanden, ten uitvoer te leggen en om te zetten naar een taakstraf van 120 uren.

De tenuitvoerlegging van het eerder opgelegde voorwaardelijke strafdeel is gevorderd op de grond dat verdachte zich voor het einde van de hierboven genoemde proeftijd heeft schuldig gemaakt aan het ten laste gelegde strafbare feit. Aangezien verdachte hiervan wordt vrijgesproken, zal de rechtbank om die reden de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging afwijzen.

5. Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte, [verdachte] , daarvan vrij.

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling

Wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging in de zaak met parketnummer 15/205692-24.

Voorlopige hechtenis

Heft op het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte.

Dit vonnis is gewezen door

mr. R.A. Sipkens, voorzitter,

mrs. D.M.S. Gribling en G.J.M. Kruizinga, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. N. Pont, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 1 september 2026.

[…]

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. R.A. Sipkens

Griffier

  • mr. N. Pont

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand