ECLI:NL:RBAMS:2026:8874

ECLI:NL:RBAMS:2026:8874

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 03-09-2026
Datum publicatie 03-09-2026
Zaaknummer 13-110022-26
Rechtsgebied Strafrecht; Europees strafrecht
Procedure Eerste en enige aanleg
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Vervolgings-EAB uit Frankrijk. Na tussenuitspraak. Artikel 11 OLW: het vastgestelde individuele reële gevaar is voor de opgeëiste persoon weggenomen. Overlevering toegestaan.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-110022-26

Datum uitspraak: 3 september 2026

UITSPRAAK

op de vordering van 30 april 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 9 april 2026 door de Openbaar aanklager bij de justitiële rechtbank te Lille, Frankrijk, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon] ,

geboren op [geboortedag] 1999 in [geboorteplaats] (Eritrea),

inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:

[adres],

nu gedetineerd in [detentieadres],

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1. Procesgang

Zitting van 30 juni 2026

De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 30 juni 2026, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door mr. D.S. Altena, advocaat in Utrecht.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.

Ook heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.

Tussenuitspraak van 14 juli 2026

In deze tussenuitspraak heeft de rechtbank vastgesteld dat er voor de opgeëiste persoon, in geval van overlevering aan Frankrijk, een individueel gevaar bestaat van schending van zijn grondrechten. De rechtbank heeft de beslissing op het verzoek tot overlevering daarom aangehouden op grond van artikel 11, tweede lid, OLW zodat bij een volgende zitting kan worden nagaan of een wijziging van de omstandigheden is opgetreden binnen een

redelijke termijn.

Voorts heeft de rechtbank op basis van artikel 22, vierde lid en onder c, OLW de termijn waarbinnen zij uitspraak moet doen met 60 dagen verlengd, onder gelijktijdige verlenging van de overleveringsdetentie op grond van artikel 27, derde lid, OLW.

Zitting van 20 augustus 2026

Op deze zitting heeft de rechtbank - met instemming van partijen - de behandeling van het EAB in gewijzigde samenstelling voortgezet in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door mr. W.F.J. Kramer, als waarnemer voor mr. D.S. Altena, beiden advocaat in Utrecht.

2. Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist

zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft.

3. Tussenuitspraak van 14 juli 2026

In deze tussenuitspraak heeft de rechtbank al geoordeeld over de grondslag en inhoud van het EAB (onder 3), de strafbaarheid van de feiten (onder 4), de garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW (onder 5) en de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 13 OLW (onder 6). Deze overwegingen van de rechtbank moeten hier als herhaald en ingelast worden beschouwd.

4. Artikel 11 OLW: Franse detentieomstandigheden

Inleiding De rechtbank verwijst in dit kader allereerst naar haar overwegingen onder punt 7 van de tussenuitspraak van 14 juli 2026. De overwegingen uit deze tussenuitspraak dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd.

Naar aanleiding van de tussenuitspraak heeft het Internationaal Rechtshulp Centrum (IRC) op 24 juli 2026 de volgende vraag gesteld aan de uitvaardigende justitiële autoriteit:

Could you please guarantee that [opgeëiste persoon] will be placed in a single-person cell (in isolation), meaning that he would be placed in a cell with 10-11 m2 surface area with a sanitary area between 1,4 and 1,8 m2?

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft op 24 juli 2026 hierop als volgt geantwoord:

As indicated in the email dated June 15, 2026, should [opgeëiste persoon] be handed over and placed in pretrial detention, the investigating judge in charge of the proceedings has committed to issuing an order for judicial isolation.

In that case, [opgeëiste persoon] will indeed be alone in a cell measuring 10 to 11 m2. surface area with a sanitary area between 1,4 and 1,8 m2

Standpunt van de raadsman

De raadsman heeft de rechtbank verzocht de officier van justitie niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB. De aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 24 juli 2026 moet zo worden gelezen dat de Franse onderzoeksrechter zijn uiterste best zal doen om ervoor te zorgen dat de opgeëiste persoon in een eenpersoonscel zal worden geplaatst. Dat laat ruimte voor de mogelijkheid dat de opgeëiste persoon niet in een eenpersoonscel zal worden geplaatst. De vrees dat de opgeëiste persoon met medegedetineerden op een cel zal worden geplaatst is gegrond, gelet op de bezettingsgraad in de detentie-instelling van Lille-Annoeullin van 171%. De aanvullende informatie van 24 juli 2026 is geen ondubbelzinnige garantie en houdt niet meer in dan dat het mogelijk is dat de opgeëiste persoon in een eenpersoonscel zal worden geplaatst.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de aanvullende informatie van 24 juli 2026 het vastgestelde algemene reële gevaar van een onmenselijke of vernederende behandeling voor de opgeëiste persoon heeft weggenomen. Uit de aanvullende informatie blijkt dat de Franse onderzoeksrechter zich committeert aan het uitvaardigen van een bevel tot plaatsing in isolatie op het moment dat de opgeëiste persoon is overgeleverd aan Frankrijk en in voorlopige hechtenis is genomen. Dat vormt een voldoende garantie dat de opgeëiste persoon in isolatie zal worden geplaatst.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of een wijziging van de omstandigheden is opgetreden binnen een redelijke termijn op grond waarvan het algemeen reëel gevaar van onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie ten aanzien van de opgeëiste persoon kan worden uitgesloten. Hiervoor is het volgende van belang.

Uit de aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 24 juli 2026 volgt dat de Franse onderzoeksrechter zich ertoe heeft verbonden om ten aanzien van de opgeëiste persoon een bevel tot plaatsing in isolatie uit te vaardigen. Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat sprake is van een ondubbelzinnige garantie dat de Franse onderzoeksrechter een bevel tot plaatsing in isolatie zal uitvaardigen op het moment dat de opgeëiste persoon is overgeleverd aan Frankrijk en aldaar in voorlopige hechtenis is genomen. De aanvullende informatie van 24 juli 2026 biedt geen ruimte om te veronderstellen dat de Franse onderzoeksrechter het bevel tot plaatsing in isolatie niet zal uitvaardigen.

Naar het oordeel van de rechtbank is, gelet op de aanvullende informatie van 24 juli 2026, het vastgestelde individuele reële gevaar alsnog voor de opgeëiste persoon weggenomen. Artikel 11 OLW staat daarom niet aan de overlevering in de weg. Het verweer van de raadsman wordt verworpen.

5. Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. De rechtbank staat daarom de overlevering toe.

6. Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5, 6 en 7 OLW.

7. Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan de Openbaar aanklager bij de justitiële rechtbank te Lille (Frankrijk) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. A.R.P.J. Davids, voorzitter,

mrs. W.A.J.P. van den Reek en E.M. de Bie, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. G. Riedijk, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 3 september 2026.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.R.P.J. Davids

Griffier

  • mr. G. Riedijk

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand