ECLI:NL:RBAMS:2026:8879

ECLI:NL:RBAMS:2026:8879

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 04-09-2026
Datum publicatie 03-09-2026
Zaaknummer 13/274196-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Veroordeling voor doodslag. Verdachte heeft het slachtoffer, haar 77-jarige voormalige huurbaas, met 13 messteken om het leven gebracht. Rechtbank legt op een gevangenisstraf van 4 jaar en tbs met dwangverpleging. Vorderingen benadeelde partijen (affectieschade) toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

vonnis

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 13/274196-25

Datum uitspraak: 4 september 2026

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1995,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres] , [woonplaats] ,

gedetineerd in de [naam PI] .

1. Onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 21 augustus 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. S.M. van der Veen, en van wat verdachte en haar raadsvrouw, mr. S.D. Polat, naar voren hebben gebracht.

2. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat zij op of omstreeks 14 oktober 2025 te Amsterdam [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven heeft beroofd, door meermalen met een mes in de halsstreek en/of borststreek en/of buikstreek, althans het lichaam, van voornoemde [slachtoffer] te steken.

3. Waardering van het bewijs

De rechtbank acht op grond van de hierna vermelde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte het slachtoffer [slachtoffer] van het leven heeft beroofd door hem meermaals met een mes te steken. Verdachte heeft dat bekend en de verdediging heeft op dit punt geen verweer gevoerd. De rechtbank is net als de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat niet kan worden bewezen dat verdachte dit met voorbedachten rade heeft gedaan. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van moord, maar veroordelen voor doodslag.

Aangezien verdachte het bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, worden de bewijsmiddelen niet uitgewerkt in dit vonnis, maar volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen.

De bewijsmiddelen:

De bekennende verklaring die verdachte op de terechtzitting van 21 augustus 2026 heeft afgelegd zoals neergelegd in het proces-verbaal van die terechtzitting.

Een geschrift van het Nederlands Forensisch Instituut, te weten een rapport van forensisch pathologisch onderzoek naar aanleiding van een mogelijk niet-natuurlijke aard van overlijden van 27 januari 2026, opgemaakt door drs. A.I.C. Christiaens, doorgenummerde pag. 314 t/m 322.

4. Bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat verdachte op 14 oktober 2025 te Amsterdam, [slachtoffer] opzettelijk van het leven heeft beroofd, door meermalen met een mes in de halsstreek en borststreek, althans het lichaam, van voornoemde [slachtoffer] te steken.

5. Strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6. Strafbaarheid van verdachte

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het bewezen verklaarde niet aan verdachte kan worden toegerekend. De rechtbank ziet echter, net als de officier van justitie, geen aanleiding om verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar te verklaren. De rechtbank ziet wel aanleiding om verdachte sterk verminderd toerekeningsvatbaar te verklaren. De overwegingen hierover zijn in rubriek 7.3 uiteengezet.

Er is ook geen andere omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7. Motivering van de straf en maatregel

Eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het bewezen verklaarde in sterk verminderde mate aan verdachte kan worden toegerekend. De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte een gevangenisstraf van 4 jaren, met aftrek van voorarrest en de maatregel van terbeschikkingstelling (hierna: tbs) met verpleging van overheidswege (hierna: dwangverpleging) wordt opgelegd. Tot slot heeft de officier van justitie gevorderd dat aan verdachte aansluitend aan de maatregel tbs een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel wordt opgelegd.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich, zoals hiervoor in rubriek 6 vermeld, op het standpunt gesteld dat verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar moet worden verklaard. Voorafgaand aan het bewezen verklaarde feit leek bij verdachte sprake van duidelijke stemmingswisselingen, wat aanleiding geeft tot het vermoeden van een bipolaire stoornis. Dit vermoeden wordt mede versterkt doordat de moeder van verdachte met deze stoornis is gediagnosticeerd. Sinds verdachte in de P.I. lithium gebruikt, reageert zij rustiger en stabieler. Vanuit deze veronderstelling kan worden beredeneerd dat verdachte destijds psychotisch ontregeld was. Subsidiair heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat verdachte sterk verminderd toerekeningsvatbaar moet worden verklaard. De verdediging heeft zich verder op het standpunt gesteld dat aan verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf moet worden opgelegd, dan wel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf de duur van het voorarrest niet zou moeten overstijgen. Tot slot zou wat de verdediging betreft tbs met dwangverpleging niet nodig of passend zijn. De verdediging verzoekt eventueel bijzondere voorwaarden bij een voorwaardelijk strafdeel te bepalen en subsidiair om de maatregel tbs met voorwaarden op te leggen.

Oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Aard en ernst van de feiten

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan doodslag van het slachtoffer [slachtoffer] . Zij heeft op gewelddadige wijze het slachtoffer, een man van 77 jaar, in zijn eigen woning doodgestoken. Familieleden en vrienden van [slachtoffer] moeten nu verder zonder hun vader, broer en vriend, in de wetenschap dat hij op een gruwelijke wijze om het leven is gebracht. Aan hen is een onherstelbaar verlies, een groot verdriet en veel leed toegebracht, zoals onder meer blijkt uit de nabestaandenverklaringen die door zijn zonen en zus ter zitting zijn voorgedragen. Dat verdachte de ernst en de gevolgen van haar handelen voor het slachtoffer en de nabestaanden, niet inziet of dit inzicht in ieder geval niet kan tonen, zal extra moeilijk zijn voor de nabestaanden.

Daarnaast heeft dit ernstige geweldsdelict geleid tot onrust en een onveilige gevoel in de samenleving, vooral bij de omstanders en buren van [slachtoffer] , die nog geprobeerd hebben hem te helpen.

Verdachte werkte als sekswerker in Nederland. Zij heeft het slachtoffer beschuldigd van seksueel grensoverschrijdend gedrag in de tijd dat zij als huurder bij hem woonde en zich op het standpunt gesteld dat zij seksuele diensten aan het slachtoffer had verleend en in ruil daarvoor geen (of minder) huur zou hoeven betalen. Het slachtoffer heeft dit steeds ontkend. Verdachte heeft verklaard dat zij op 14 oktober 2025 naar het huis van het slachtoffer is gegaan in de hoop en de verwachting om tot een overeenkomst te komen over de te betalen huur. Ze hoopte ook dat het slachtoffer excuses zou aanbieden of in ieder geval begrip zou tonen voor de dingen die in haar beleving waren gebeurd. Het gesprek verliep echter anders dan verdachte wilde en zij is vervolgens furieus geworden. Zij heeft een (groot) mes gepakt en heeft het slachtoffer vervolgens naar haar zeggen eerst in zijn been en in zijn hand gestoken en daarna raakte zij de controle kwijt. Ze kon niet meer stoppen en ging door met steken tot ze de buren voor het raam zag staan. Uiteindelijk heeft ze hem 13 keer diep gestoken in onder andere zijn hals, zijn borst en zijn bovenarm. Als gevolg hiervan is het slachtoffer kort daarna overleden.

De rechtbank overweegt dat niet is komen vast te staan dat het door verdachte beschreven seksueel overschrijdend gedrag daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Voor zover verdachte bedoeld heeft dat dit strafverminderend zou moeten meewegen, gaat de rechtbank daar dus niet in mee.

Strafblad

De rechtbank heeft rekening gehouden met het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 19 december 2025. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder voor strafbare feiten is veroordeeld.

Rapportages en adviezen deskundigen

De rechtbank heeft acht geslagen op de volgende rapportages:

de Pro Justitia-rapportage triple geïntegreerd onderzoek over verdachte d.d. 19 juni 2026, opgemaakt door O.M. den Held (psychiater), R.L. Paris (psycholoog) en S. Timmer (forensisch milieuonderzoeker);

het reclasseringsadvies d.d. 13 augustus 2026, opgemaakt door K.H. Nieuwenhuis.

In de Pro Justitia-rapportage wordt beschreven dat verdachte een psychiatrische voorgeschiedenis heeft en voldoet aan de diagnostische criteria van autisme en post-traumatisch stresssyndroom (hierna: PTSS). De trauma’s die tot PTSS hebben geleid komen voort uit fysiek en seksueel geweld. Verdachte heeft verklaard dat zij in haar werk als sekswerker in 2025 opnieuw met fysiek en seksueel geweld te maken kreeg (revictimisatie). Deze negatieve ervaringen nam zij echter voor lief en zij hield zich vast aan de positieve ervaringen tijdens haar werk. Dat zij volhardde in haar keuze voor dit werk komt voort uit haar autistische manier van denken. Verdachte staat daarnaast door haar autisme verminderd in contact met haar gevoel, doet veel onjuiste aannames en heeft rigide denkpatronen. Haar probleemoplossend vermogen is beperkt te noemen, hetgeen verder werd verergerd door de verhoogde spanning vanwege de PTSS. De deskundigen beschrijven dat verdachte zich klemgezet voelde en meende dat zij het conflict met het slachtoffer moest oplossen voordat zij het land uit kon gaan. Op 14 oktober 2025 is zij naar het huis van het slachtoffer gegaan, om hem te confronteren en toe te laten geven dat hij fout zat. In aanloop naar deze laatste ontmoeting op 14 oktober 2025 had verdachte goede hoop dat het gesprek goed zou lopen en dat het slachtoffer het (in haar ogen) grensoverschrijdende gedrag toe zou geven. Dit gebeurde echter niet. Het slachtoffer begon op enig moment te lachen en dat heeft bij verdachte een hevige stressreactie opgeleverd. Het maakte haar razend, maar ook verdrietig. Zij werd toen overspoeld door alle opgebouwde spanning en razernij, die zij richtte op het slachtoffer door hem te steken.

De denk- en beoordelingsfouten, de beperkte probleemoplossende vaardigheden en geringe emotieregulatie, voortkomend uit autisme en PTSS, hebben de gedragskeuzemogelijkheden van verdachte ten tijde van het bewezenverklaarde voor een groot deel beïnvloed. Het advies van de onderzoekers is, gelet op het voorgaande, om verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde sterk verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen.

Recidiverisico en advies strafrechtelijk kader

De deskundigen schatten het risico op recidive in gewelddadig gedrag zonder zorgkader of behandeling in als matig. Zij is vatbaar voor revictimisatie waardoor de spanning bij haar weer kan oplopen. Wanneer dit langer duurt en zij zich onveilig voelt, kan ze deze spanning door agressie gaan afreageren op de persoon die zij daar verantwoordelijk voor houdt.

Verdachte zou na een periode van stabilisatie verder klinisch behandeld moeten worden om psychische problemen te beperken en ontregeling te voorkomen. Autisme is niet te genezen, maar met de juiste psychologische behandeling, eventueel ondersteund met medicatie gericht op verbetering van prikkelverwerking en gedragsregulatie, is verbetering van functioneren mogelijk, zodat het risico op recidive kan worden teruggebracht naar een acceptabel niveau. De onderzoekers adviseren om behandeling te laten plaatsvinden in het kader van tbs met voorwaarden.

Ter terechtzitting zijn de deskundigen Den Held en Paris gehoord en zij hebben hun conclusies uit het rapport gehandhaafd. Zij hebben op vragen van de rechtbank toegelicht dat zij in het kader van de veiligheid van personen de maatregel tbs nodig vinden om verdachte voldoende adequaat te kunnen behandelen. Aangezien verdachte op dit moment gemotiveerd is om mee te werken, zou tbs met voorwaarden wat hen betreft tot de mogelijkheden behoren.

De reclassering heeft de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van tbs met voorwaarden onderzocht. De reclassering schrijft in haar rapport dat ook zij motivatie bij verdachte ziet voor behandeling, dat verdachte zich kan vinden in de gestelde diagnoses en dat verdachte openstaat voor hulpverlening. Echter, de reclassering ziet wel problemen bij de uitvoerbaarheid van tbs met voorwaarden. Omdat verdachte Spaans staatsburger is, geen band met Nederland heeft en op termijn terug wil naar Spanje, wordt resocialisatie in het kader van tbs met voorwaarden problematisch. Bovendien is het overdragen van tbs met voorwaarden naar Spanje feitelijk niet mogelijk. Ter terechtzitting heeft de reclasseringsmedewerker Nieuwenhuis toegelicht dat het onmogelijk is om tbs met voorwaarden over te dragen, omdat voor overdracht van deze voorwaardelijke maatregel geen verdrag bestaat met Spanje. Er bestaat alleen een verdrag voor de overdracht van tbs met dwangverpleging of van gevangenisstraf. De verblijfsrechtelijke gevolgen van een veroordeling zijn bovendien onduidelijk. De mogelijkheid bestaat dat verdachte ongewenst wordt verklaard, zodat zij niet langer rechtmatig in Nederland zou kunnen verblijven, en een tbs met voorwaarden feitelijk onuitvoerbaar zou worden.

Oordeel ten aanzien van de toerekenbaarheid

Juridisch kader

In het strafrecht is het uitgangspunt dat men kan worden bestraft voor strafbare feiten die men begaat. In artikel 39 Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) is een uitzondering hierop geformuleerd. Hierin is – voor zover voor deze zaak relevant – bepaald dat hij die een feit begaat dat hem vanwege een psychische stoornis niet kan worden toegerekend, niet strafbaar is. Hiervoor moet aan drie vereisten zijn voldaan:

i) er moet sprake zijn van een psychische stoornis op het moment van het tenlastegelegde feit;

ii) er moet sprake te zijn van een causaal verband tussen deze stoornis en het feit;

iii) de stoornis moet zodanig zijn dat deze aan de toerekening van het feit aan de verdachte in de weg staat.

In het arrest van 17 oktober 2023 heeft de Hoge Raad aan dit toetsingskader een nadere invulling gegeven. De Hoge Raad heeft hierin bepaald dat de rechter kan beslissen dat het tenlastegelegde feit niet aan de verdachte kan worden toegerekend als ten tijde van dat feit bij de verdachte sprake was van een stoornis als bedoeld in deze bepaling en de verdachte als gevolg van die stoornis niet kon begrijpen dat dat feit wederrechtelijk was of niet in staat was in overeenstemming te handelen met zijn begrip van de wederrechtelijkheid van dat feit.

Beoordeling

De rechtbank is, anders dan de verdediging, van oordeel dat niet is voldaan aan de vereisten voor volledige ontoerekeningsvatbaarheid zoals hiervoor weergegeven. De rechtbank verklaart verdachte sterk verminderd toerekeningsvatbaar en overweegt hiertoe als volgt.

Allereerst neemt de rechtbank de conclusies met betrekking tot de toerekenbaarheid over uit het Pro Justitia-rapport.

Bij verdachte was sprake van psychische stoornissen ten tijde van het tenlastegelegde (i) en er was een causaal verband tussen deze stoornissen en het tenlastegelegde (ii). Echter, anders dan de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat de invloed van deze stoornissen niet zodanig was dat deze aan de toerekening van het feit aan de verdachte in de weg staat (iii). De keuzevrijheid van verdachte was beperkt, maar niet afwezig.

Bij het oordeel dat verdachte niet volledig ontoerekeningsvatbaar, maar sterk verminderd toerekeningsvatbaar was, weegt de rechtbank ook de volgende punten mee. Uit de opname van het gesprek dat verdachte met het slachtoffer had, waarin ook het bewezen verklaarde is te horen, blijkt dat verdachte tot kort voor het bewezen verklaarde coherent en samenhangend blijft spreken. Dat zij besef had van de aard en de wederrechtelijkheid van haar gedrag blijkt uit haar woorden tegen de politie op de plaats delict dat zij het slachtoffer had gestoken en uit het feit dat verdachte na het bewezen verklaarde direct haar zus heeft gebeld om te zeggen dat zij naar de gevangenis zou gaan. Tot slot is ook in het forensisch psychiatrisch consult kort na het bewezen verklaarde geen verdenking van een psychotische stoornis gerezen en heeft verdachte in haar verhoren bij de politie en de rechter-commissaris niet onsamenhangend of verward verklaard.

Gelet hierop komt de rechtbank tot het oordeel dat verdachte sterk verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht.

De verdediging heeft aangevoerd dat uit de medische geschiedenis van verdachte in het Penitentiair Psychiatrisch Centrum (PPC) blijkt dat wellicht sprake is van een bipolaire stoornis nu verdachte hiervoor immers behandeld wordt met lithium.

De rechtbank overweegt hierover als volgt. De verdenking van een bipolaire stoornis en behandeling met lithium door het PPC hebben de deskundige psychiater en psycholoog geen aanleiding gegeven om hun conclusies te veranderen, zo hebben zij op de terechtzitting verklaard. Het voorschrijven van lithium kan stabiliserend werken en zou ook bij de diagnoses die zij gesteld hebben bij verdachte, een passend medicijn kunnen zijn. De rechtbank ziet hierin dan ook geen aanleiding om anders te oordelen. Concluderend zal de rechtbank het bewezen verklaarde in sterk verminderde mate aan verdachte toerekenen.

Oplegging straf en maatregel

Gevangenisstraf

De rechtbank oordeelt dat gezien de ernst van het feit en gelet op de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd, in beginsel een gevangenisstraf van 12 jaar passend zou zijn wanneer de feiten volledig aan verdachte zouden kunnen worden toegerekend. Aangezien de feiten aan verdachte in sterk verminderde mate kunnen worden toegerekend, is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte een straf moet worden opgelegd ter hoogte van een derde van de gevangenisstraf die aan een verdachte zou worden opgelegd die volledig toerekeningsvatbaar is. De rechtbank legt daarom aan verdachte een gevangenisstraf op van 4 jaren, met aftrek van voorarrest. Een gevangenisstraf ter hoogte van het voorarrest, zoals door de verdediging is verzocht, vindt de rechtbank gezien het voorgaande dan ook niet passend.

Terbeschikkingstelling met dwangverpleging

De rechtbank neemt de conclusie uit het Pro Justitia-rapport over dat een tbs-kader nodig is. De rechtbank is van oordeel dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van de maatregel van terbeschikkingstelling noodzakelijk maakt. De rechtbank overweegt verder dat is voldaan aan de formele voorwaarden om de maatregel van terbeschikkingstelling op te leggen. In het geval van verdachte bestond tijdens het begaan van de bewezenverklaarde feiten een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens. Daarnaast betreft het bewezenverklaarde feit doodslag een misdrijf als vermeld in artikel 37a lid 1 sub 2° Sr.

De rechtbank oordeelt, anders dan de deskundigen, dat tbs met voorwaarden niet passend is en dat tbs met dwangverpleging in dit geval op zijn plaats is. Dat komt door de ernst van het feit en het recidivegevaar, dat de rechtbank hoger acht dan de deskundigen hebben geconcludeerd. Daarbij weegt mee dat verdachte er op de terechtzitting blijk van heeft gegeven dat zij de ernst en de gevolgen van haar handelen voor het slachtoffer en de nabestaanden, niet inziet of dit inzicht in ieder geval niet kan tonen. Dit, in samenhang bezien met het overige dat in het Pro Justitia-rapport is beschreven, maakt dat de rechtbank van oordeel is dat het onverantwoord zou zijn om verdachte zonder klinische behandeling terug te laten keren in de samenleving. Het is dan ook van belang dat voldoende tijd wordt genomen voor een intensieve klinische behandeling waarbij verdachte geleidelijk kan resocialiseren. De omstandigheid dat verdachte lang op de wachtlijst zou moeten staan, zoals de verdediging naar voren heeft gebracht, maakt dit niet anders.

Gelet op het vorenstaande zal de rechtbank verdachte ter beschikking stellen. De rechtbank zal voorts bevelen dat verdachte van overheidswege verpleegd wordt.

Ongemaximeerde tbs

Met het oog op het bepaalde in artikel 38e van het Wetboek van Strafrecht, stelt de rechtbank vast dat het bewezen verklaarde een misdrijf betreft dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, zodat de totale duur van de terbeschikkingstelling niet is beperkt tot de duur van vier jaren.

Advies

Gelet op artikel 37b lid 2 Sr adviseert de terbeschikkingstelling met dwangverpleging te laten beginnen na de termijn waarop verdachte, in het geval dat de maatregel tbs niet zou worden opgelegd, in aanmerking zou komen voor voorwaardelijke invrijheidsstelling. Dat moment is wanneer verdachte 2 jaar en 8 maanden van haar gevangenisstraf heeft uitgezeten.

De rechtbank geeft daarnaast in overweging dat overname van de maatregel tbs door Spanje op termijn wenselijk zou kunnen zijn.

Gedragsbeïnvloedende of vrijheidsbeperkende maatregel

De rechtbank ziet geen aanleiding voor het opleggen van de gedragsbeïnvloedende of vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38z Sr. Aan verdachte wordt een ongemaximeerde tbs-maatregel opgelegd. Dat impliceert dat beëindiging van de maatregel pas aan de orde is als het recidiverisico laag is. Daarbij kunnen er in het kader van een voorwaardelijke beëindiging van de tbs met dwangverpleging ook allerlei voorwaarden gesteld worden die het recidiverisico inperken. Daarom is de rechtbank er in dit geval niet op voorhand van overtuigd dat een verdere inperking van de bewegingsvrijheid van verdachte ook na beëindiging van de tbs-maatregel noodzakelijk is.

8. Beslag

In het onderzoek in onderhavige zaak is het volgende voorwerp in beslag genomen:

6722940 – mes

Nu met behulp van dit voorwerp het bewezen verklaarde is begaan, wordt dit voorwerp verbeurdverklaard.

9. Benadeelde partijen [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2]

Voor zowel de benadeelde partij [benadeelde partij 1] als [benadeelde partij 2] , beiden een zoon van het slachtoffer, geldt dat zij € 17.500,- aan immateriële schade (affectieschade) hebben gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente. Ten aanzien van beide benadeelde partijen overweegt de rechtbank als volgt.

Vast staat dat aan de benadeelde partijen door het bewezen verklaarde rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. De vorderingen zijn niet betwist. De gevorderde schadevergoedingen komen de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en zullen daarom worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.

Daarnaast dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partijen hebben gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zullen maken, tot op heden begroot op nihil.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal de hierna te noemen schadevergoedingsmaatregel opleggen, aangezien verdachte jegens de slachtoffers [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] , naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht. De rechtbank waardeert deze telkens op een bedrag van € 17.500,-.

In verband met de oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling ziet de rechtbank aanleiding het aantal dagen gijzeling op 0 te stellen.

10. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen en maatregelen zijn gegrond op de artikelen 33, 33a, 36f, 37a, 37b en 287 van het Wetboek van Strafrecht.

11. Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

doodslag

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 4 (vier) jaren.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Gelast dat verdachte ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat zij van overheidswege wordt verpleegd

De rechtbank adviseert dat genoemde maatregel begint nadat verdachte 2 jaar en 8 maanden van de gevangenisstraf heeft uitgezeten.

Verklaart verbeurd:

6722940 – mes

Benadeelde partij [benadeelde partij 1]

Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] toe tot een bedrag van € 17.500,- (zeventienduizendvijfhonderd euro) aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (14 oktober 2025) tot aan de dag van de algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde partij 1] voornoemd.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Schadevergoedingsmaatregel

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde partij 1] aan de Staat € 17.500,- (zeventienduizendvijfhonderd euro) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (14 oktober 2025) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 0 dagen.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Benadeelde partij [benadeelde partij 2]

Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] toe tot een bedrag van € 17.500,- (zeventienduizendvijfhonderd euro) aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (14 oktober 2025) tot aan de dag van de algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde partij 2] voornoemd.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Schadevergoedingsmaatregel

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde partij 2] aan de Staat € 17.500,- (zeventienduizendvijfhonderd euro) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (14 oktober 2025) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 0 dagen.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Dit vonnis is gewezen door

mr. C. Bruil, voorzitter,

mrs. W.M.C. van den Berg en C.C.J. Maas-van Es, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J.C. Roodenburg, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 4 september 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. C. Bruil

Griffier

  • mr. J.C. Roodenburg

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand