ECLI:NL:RBAMS:2026:9032

ECLI:NL:RBAMS:2026:9032

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 04-09-2026
Datum publicatie 08-09-2026
Zaaknummer 12132707 \ CV EXPL 26-3527
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Consumentenkoop; cessie. Geen reële mogelijkheid geboden om voorafgaande aan de dagvaarding aan de betaalverplichting te voldoen, afwijzing proceskostenveroordeling. Niet voldaan aan vereisten van 6:96 lid 6 BW, afwijzing incassokosten.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht

Kantonrechter

Zaaknummer: 12132707 \ CV EXPL 26-3527

Vonnis van 4 september 2026

in de zaak van

de rechtspersoon naar buitenlands recht

LIQUANDUM CAPITAL GMBH,

gevestigd te Berlijn (Duitsland),

eisende partij,

hierna te noemen: Liquandum,

gemachtigde: [gemachtigde] (Rosmalen Gerechtsdeurwaarders),

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

procederend in persoon.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- het proces-verbaal van mondeling antwoord- de conclusie van antwoord- de conclusie van repliek.

[gedaagde] is in de gelegenheid gesteld op de conclusie van repliek te reageren, maar zij heeft van die gelegenheid geen gebruik gemaakt. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De vordering

Liquandum vordert veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 144,33, vermeerderd met rente en kosten.

Liquandum legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde] op 27 juli 2023 een paar schoenen (Jordan basketbalschoenen, maat 37.5) heeft gekocht via de website van Zalando SE (hierna: Zalando) en dat [gedaagde] de koopprijs van € 89,95 niet heeft betaald. Liquandum stelt dat zij de vordering van Zalando op [gedaagde] heeft overgenomen.

[gedaagde] erkent dat zij het betreffende paar schoenen heeft gekocht en dat zij daarvoor niet heeft betaald. Zij stelt dat zij de betaling is vergeten en niet bekend is geraakt met aanmaningen omdat zij niet op het adres woont waarnaar aanmaningen per post zijn verzonden. [gedaagde] stelt dat zij zich voor schuldhulpverlening heeft gemeld bij het Buurtteam [plaats] en dat de vordering van Zalando niet in het schuldhulptraject per juni 2025 is betrokken omdat zij daarmee onbekend was en deze niet bleek uit haar Zalando-account.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

3. De beoordeling

Bevoegdheid

Vanwege de buitenlandse vestigingsplaats van Liquandum moet ambtshalve de bevoegdheid van de Nederlandse rechter worden getoetst. Geoordeeld wordt dat de kantonrechter op grond van artikel 4 lid 1 van de in deze toepasselijke Verordening (EU) nr. 1215/2012 bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. Nederlands recht is van toepassing op grond van artikel 17 lid 1 van de toepasselijke algemene voorwaarden.

De koopovereenkomst

De vordering van Liquandum tot betaling van € 89,95 is toewijsbaar. De kantonrechter licht dat hieronder toe.

De vordering van Zalando op [gedaagde] tot betaling van € 89,95 is door [gedaagde] erkend. Liquandum heeft gesteld dat zij deze vordering van Zalando heeft overgenomen door middel van cessie. Liquandum heeft, in elk geval in de dagvaarding, melding gedaan van deze cessie zoals bedoeld in artikel 3:94 BW.

De vordering is mede gebaseerd op een overeenkomst op afstand tussen de Zalando als handelaar en [gedaagde] als consument. Bij het sluiten daarvan moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van de artikelen 6:230m lid 1 en verder van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dit moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, ook als de vordering wordt erkend. De kantonrechter is van oordeel dat Liquandum voldoende heeft toegelicht en onderbouwd dat Zalando heeft voldaan aan de (pre)contractuele informatieplichten. Liquandum heeft ter onderbouwing van haar stelling dat Zalando aan haar informatieplichten heeft voldaan een voorbeeld bestelproces uit kalenderjaar 2023 overgelegd. Zij stelt dat het bestelproces van Zalando in dat jaar niet is gewijzigd. Vastgesteld wordt dat de schermafdrukken van het voorbeeld bestelproces dateren van hetzelfde jaar als waarin de overeenkomst tussen partijen is gesloten. De overgelegde schermafdrukken hebben dan ook betrekking op het door gedaagde partij doorlopen bestelproces ten tijde van de totstandkoming van de overeenkomst. Uit de schermafdrukken blijkt dat Zalando heeft voldaan aan haar essentiële informatieplichten.

De gevorderde hoofdsom is gebaseerd op een transparant prijsbeding, zodat toetsing van dit beding op oneerlijkheid (zie Richtlijn 93/13/EG) niet aan de orde is.

Het voorgaande leidt tot toewijzing van de gevorderde hoofdsom. De wettelijke rente daarover is toewijsbaar zoals gevorderd.

Buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten

Liquandum vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. Op grond van artikel 6:96 lid 6 BW is in beginsel vereist dat Liquandum de aanmaning als bedoeld in artikel 6:96 lid 6 BW (hierna: veertiendagenbrief) heeft verstuurd. Liquandum is voor het eerst als vorderingsgerechtigde genoemd in een brief van 15 januari 2024. Het betreft een brief van PAIR Finance waarin aan [gedaagde] een termijn is gegeven van tien dagen om een “openstaande rekening bij Liquandum Capital te betalen”. Blijkens de brief betreft het een bedrag van € 129,95. Vervolgens is op 13 mei 2025 door de huidige gemachtigde van Liquandum om betaling verzocht van een “onbetaald gebleven vordering, betreffende koop/cessie/overname van een vordering. De vordering gaat over één of meerdere bestelling(en) via de website Zalando”. Volgens deze brief betreft het een vordering van € 140,55 en wordt [gedaagde] verzocht binnen vijf dagen te betalen. Vervolgens is op 16 februari 2026 gedagvaard.

De hiervoor genoemde aanmaningen voldoen niet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW zodat de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen. Voor zover Liquandum heeft bedoeld dat Zalando zelf reeds een geldige veertiendagenbrief heeft gestuurd als gevolg waarvan [gedaagde] aan Zalando buitengerechtelijke incassokosten ter hoogte van € 40,00 verschuldigd is geworden en Liquandum (naast de vordering uit de koopovereenkomst) ook deze vordering via cessie heeft verkregen, is dit onvoldoende gemotiveerd gesteld.

Ten aanzien van de gevorderde proceskosten overweegt de kantonrechter als volgt. Liquandum beroept zich op een aan haar gecedeerd vorderingsrecht. Uit de voornoemde brieven die door (of namens) Liquandum aan [gedaagde] zijn verstuurd valt niet op voldoende duidelijke wijze af te leiden welk vorderingsrecht het betrof. In deze brieven is geen verwijzing opgenomen naar de gekochte goederen en/of de overeengekomen hoofdsom. Alleen een verwijzing in de brief van 13 mei 2025 naar één of meer bestelling(en) via de website Zalando is onvoldoende, zeker omdat [gedaagde] mogelijk meerdere bestellingen bij Zalando deed, het bedrag niet herleidbaar was tot de koopsom en de betreffende schoenen reeds in juli 2023 waren gekocht. Pas bij dagvaarding heeft Liquandum voor het eerst aan [gedaagde] duidelijk gemaakt welk vorderingsrecht het precies betrof en dat zij als gevolg van cessie tot die vordering gerechtigd was. Als zij dat eerder had gedaan, dan had [gedaagde] wellicht alsnog de vordering buitengerechtelijk willen voldoen. Uit het verweer van [gedaagde] volgt ook dat zij deze hoofdsom alsnog had willen betalen. Omdat Liquandum aan [gedaagde] geen reële mogelijkheid heeft geboden om voorafgaande aan de dagvaarding aan haar betaalverplichting te voldoen, wordt de vordering om [gedaagde] in de proceskosten te veroordelen afgewezen.

Uit het voorgaande volgt dat in totaal het volgende bedrag wordt toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 4 februari 2026:

- hoofdsom - wettelijke rente t/m 3 februari 2026

€€

89,9514,38

+

Totaal

104,33

4. De beslissing

De kantonrechter

veroordeelt [gedaagde] om aan Liquandum te betalen een bedrag van € 104,33, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de hoofdsom van € 89,95, met ingang van 4 februari 2026, tot de dag van volledige betaling,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Veldman en in het openbaar uitgesproken op 4 september 2026.

67982

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand