ECLI:NL:RBAMS:2026:9035

ECLI:NL:RBAMS:2026:9035

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 09-09-2026
Datum publicatie 08-09-2026
Zaaknummer AMS 25/5659
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Pw. Bijzondere bijstand. Beroepen ongegrond. De rechtbank oordeelt dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die maken dat verweerder de woonkostentoeslag per een eerdere datum had moeten toekennen. Verweerder mocht daarnaast de tweede aanvraag voor een woonkostentoeslag afwijzen omdat eiseres al een woonkostentoeslag ontving.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 september 2026 in de zaak tussen

[eisers] , uit [woonplaats] , eiseres

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, verweerder

Samenvatting

Bestuursrecht

zaaknummers: AMS 25/5659 en AMS 25/6982

en

(gemachtigde: mr. H.H.J. ten Hoope).

1. Deze uitspraak gaat over de bijzondere bijstand voor woonlasten (de woonkostentoeslag) die aan eiseres op grond van artikel 35 van de Participatiewet is toegekend. Eiseres is het niet eens met de ingangsdatum van deze toekenning. Daarnaast heeft zij nogmaals een woonkostentoeslag aangevraagd vanwege het ontbreken van een inkomen. Het geschil spitst zich toe op de vraag of verweerder aanleiding had moeten zien om de woonkostentoeslag met terugwerkende kracht toe te kennen vanwege bijzondere omstandigheden en of de gehele (financiële) situatie van eiseres reden had moeten zijn om de woonkostentoeslag nogmaals toe te kennen.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die maken dat verweerder de woonkostentoeslag per een eerdere datum had moeten toekennen. Verweerder mocht daarnaast de tweede aanvraag van eiseres voor een woonkostentoeslag afwijzen omdat zij al een woonkostentoeslag ontving. Eiseres krijgt in beide zaken geen gelijk en de beroepen zijn dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot deze oordelen komt en welke gevolgen die oordelen hebben.

Procesverloop

AMS 25/5659

2. Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een woonkostentoeslag. Verweerder heeft deze aanvraag met het primaire besluit van 28 mei 2025 (het primaire besluit 1) toegewezen over de periode van 1 mei 2025 tot en met 30 april 2026. Met het bestreden besluit van 22 augustus 2025 (het bestreden besluit 1) op het bezwaar van eiseres heeft verweerder het primaire besluit 1 gehandhaafd.

AMS 25/6982

3. Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor bijzondere bijstand voor een woonkostentoeslag. Verweerder heeft deze aanvraag met het primaire besluit van 29 augustus 2025 (het primaire besluit 2) afgewezen. Met het bestreden besluit van 27 oktober 2025 (het bestreden besluit 2) op het bezwaar van eiseres heeft verweerder het primaire besluit 2 gehandhaafd.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten 1 en 2. Verweerder heeft hierop gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft de beroepen op 25 augustus 2026 gelijktijdig op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres vergezeld door haar moeder en de gemachtigde van verweerder.

Eiseres heeft na afloop van de zitting het formulier proceskosten ingediend met een onderbouwing van haar reis- en parkeerkosten.

Beoordeling door de rechtbank

Wat vooraf ging aan de bestreden besluiten 1 en 2

4. Met een besluit van 17 december 2024 is aan eiseres met ingang van 2 december 2024 een bijstandsuitkering toegekend naar de norm van een alleenstaande

5. Eiseres heeft op 13 mei 2025 een aanvraag woonkostentoeslag ingediend. Verweerder heeft deze aanvraag beoordeeld en zijn bevindingen vastgelegd in een rapport van 28 mei 2025. Met het primaire besluit heeft verweerder de aanvraag toegewezen. Eiseres heeft recht op een woonkostentoeslag van € 1.119,59 vanaf 1 mei 2025 tot en met 30 april 2026. Deze bijzondere bijstand is een gift.

6. Met een besluit van 25 juli 2025 is de bijstandsuitkering van eiseres ingetrokken per 1 mei 2025. Deze uitkering is gestopt omdat eiseres een Ziektewetuitkering van het Uwv ontvangt.

7. Met het bestreden besluit 1 heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen de toekenning van de woonkostentoeslag ongegrond verklaard. Deze wordt niet met terugwerkende kracht verleend. Gelet op de hoofdregel wordt alleen bijzondere bijstand verleend voor kosten die zich voordoen na de aanvraag. Hiervan kan slechts in uitzonderlijke gevallen worden afgeweken. Verweerder ziet in de situatie van eiseres geen bijzondere omstandigheden. Eiseres moet zelf tijdig een aanvraag indienen. Dat zij niet eerder is geïnformeerd of zelf niet op de hoogte was van de mogelijkheid een aanvraag in te dienen, vormt geen bijzondere omstandigheid.

8. Eiseres heeft op 25 augustus 2025 een aanvraag ingediend voor bijzondere bijstand voor een aanvullende woonkostentoeslag. Eiseres ontvangt deze toeslag al maar volgens haar is deze onvoldoende en zij heeft helemaal geen inkomen meer.

9. Verweerder heeft deze aanvraag beoordeeld in een rapport van 29 augustus 2025. Met het primaire besluit 2 heeft verweerder de aanvraag van 25 augustus 2025 afgewezen, omdat verweerder al bijzondere bijstand voor woonkosten heeft toegekend over de periode 1 mei 2025 tot en met 30 april 2026.

10. Met een besluit van 9 september 2025 heeft verweerder een bijstandsuitkering aan eiseres toegekend ingang van 6 augustus 2025. Eiseres ontvangt vanaf die datum geen andere uitkering meer.

11. Met het bestreden besluit 2 heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen de afwijzing van de woonkostentoeslag ongegrond verklaard. Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiseres deze al ontvangt en dat het niet mogelijk is om tweemaal woonkostentoeslag toe te kennen over dezelfde periode. Verweerder overweegt verder dat de woonkostentoeslag al is verhoogd na een huurverhoging. Dat eiseres geen bijstand ontving in juli 2025, is geen grond om de woonkostentoeslag te verhogen. Deze toeslag is bedoeld als tegemoetkoming in de woonlasten en niet als compensatie voor het tijdelijk ontbreken van inkomen. Gelet op het feit dat eiseres al woonkostentoeslag ontvangt tot en met 30 april 2026 en er geen gewijzigde omstandigheden zijn die een aanvullende toekenning rechtvaardigen bestaat er geen recht op extra woonkostentoeslag.

Het standpunt van eiseres

12. Eiseres voert aan dat verweerder haar ten onrechte niet heeft gewezen op het bestaan van de woonkostentoeslag. Ten tijde van de aanvraag om algemene bijstand in december 2024 is zij hier niet op gewezen terwijl op het aanvraagformulier duidelijk staat vermeld wat haar inkomen en huur is. Eiseres heeft voortdurend kenbaar gemaakt dat zij zich zorgen maakte over de huur en opbouwende schulden. Pas in april/mei 2025 is eiseres door een medewerker van verweerder op het bestaan van de woonkostentoeslag gewezen, waarna zij dit direct aanvroeg. Eiseres heeft daarnaast toegelicht waarom zij in augustus 2025 nogmaals een woonkostentoeslag heeft aangevraagd. Zij is ziek geworden en haar inkomen was onder bijstandsniveau. Eiseres ondervindt veel problemen in het contact met haar ex-werkgever, het re-integratiebureau, het Uwv en de gemeente Amsterdam. Eiseres vindt dat zij recht heeft op woonkostentoeslag gelet op deze hele situatie en dat verweerder het individualiserings- en maatwerkprincipe had moeten toepassen in augustus 2025.

Is sprake van bijzondere omstandigheden op grond waarvan bijzondere bijstand met terugwerkende kracht vanaf augustus 2024 (met uitzondering van september 2024) moet worden toegekend?

13. Uit vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep volgt dat in beginsel geen bijstand wordt verleend over een periode voorafgaand aan de datum waarop de betrokkene zich heeft gemeld om bijstand aan te vragen of – in voorkomende gevallen – een aanvraag om bijstand heeft ingediend. Van dit uitgangspunt kan worden afgeweken als bijzondere omstandigheden dat rechtvaardigen. Dat geldt ook voor bijzondere bijstand.

14. Eiseres voert aan dat sprake is van bijzondere omstandigheden om van het hiervoor genoemde uitgangspunt af te wijken. Deze beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank volgt verweerder in zijn standpunt dat het in de eerste plaats op de weg van eiseres ligt om uit te zoeken of zij recht heeft op een woonkostentoeslag. Daarnaast heeft verweerder inzichtelijk toegelicht dat begin december 2024 met eiseres is gesproken over het verstrekken van een uitkering in de vorm van een lening. Dit is gedaan omdat destijds de verwachting was dat het loon van eiseres over de maanden oktober en november 2024 met terugwerkende kracht aan haar zou worden uitbetaald. Het informeren over, laat staan het verstrekken van een woonkostentoeslag lag daarom niet voor de hand

15. Tot slot overweegt de rechtbank het volgende. De woonkostentoeslag is door verweerder toegekend om eiseres te helpen met het betalen van haar huur, die niet in verhouding stond met de hoogte van haar inkomen. Omdat zij over de periode 1 mei 2025 tot en met 30 april 2026 al een woonkostentoeslag ontving, kon zij hier in augustus 2025 niet nogmaals aanspraak op maken. Verweerder heeft de aanvraag van augustus 2025 dan ook kunnen afwijzen.

Conclusie en gevolgen

16. De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.C. Loman, rechter, in aanwezigheid van

mr. S.E. Berghout, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 9 september 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand