ECLI:NL:RBAMS:2026:9046

ECLI:NL:RBAMS:2026:9046

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 08-09-2026
Datum publicatie 08-09-2026
Zaaknummer 1316976326
Rechtsgebied Strafrecht; Europees strafrecht
Procedure Eerste en enige aanleg
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Pools executie-EAB, artikel 12 OLW: de beslistermijn biedt onvoldoende ruimte voor het stellen van nadere vragen. Overlevering geweigerd.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-169763-26

Datum uitspraak: 8 september 2026

UITSPRAAK

op de vordering van 16 juni 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 4 juli 2022 door the Circuit Court in Katowice, Polen, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon],

geboren op [geboortedatum] 1979 in [geboorteplaats] (Polen),

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

nu gedetineerd in het [detentieplaats],

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1. Procesgang

Zitting van 8 augustus 2026

De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 8 augustus 2026, in aanwezigheid van mr. T. Kolman, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn advocaat, mr. L.J. Woltring, advocaat in Haarlem, en door een tolk in de Poolse taal.

De rechtbank heeft de behandeling van het EAB voor bepaalde tijd aangehouden om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit aanvullende vragen te stellen in het kader van artikel 12 OLW.

Zitting van 25 augustus 2026 Op deze zitting heeft de rechtbank – met instemming van partijen – de behandeling van het EAB in gewijzigde samenstelling voortgezet in aanwezigheid van mr. J.I.P Hofstee, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door mr. A.C.M. van Dijk, advocaat in Haarlem, die waarneemt voor mr. Woltring, en door een tolk in de Poolse taal.

2. Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3. Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een vonnis van the Circuit Court in Katowice van 2 november 2017 met kenmerk XXI K 51/13. Uit de aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit blijkt dat er een procedure in hoger beroep heeft plaatsgevonden in dit proces, dat is geëindigd met een arrest van the Court of Appeal in Katowice van 12 februari 2020, met referentie II Aka 50/19.

De overlevering wordt verzocht voor de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van zes jaar. De opgeëiste persoon is tot deze straf veroordeeld in het hiervoor genoemde arrest en hij moet deze straf ondergaan in Polen. Van deze straf resteren volgens het EAB nog vijf jaar en vijf maanden.

De hiervoor genoemde veroordeling ziet op de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.

4. Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW

Standpunt van de verdediging

De advocaat heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering moet worden geweigerd. Het openbaar ministerie heeft gerichte en duidelijke vragen gesteld aan de Poolse autoriteiten over de procedure in hoger beroep. De antwoorden die hierop zijn gekomen zijn onvoldoende duidelijk. Het is niet duidelijk of het voor de opgeëiste persoon duidelijk was dat de adresinstructie ook gold voor de procedure in hoger beroep en hoe hij verder is opgeroepen voor deze procedure. Ook is het onduidelijk of de advocaat in hoger beroep was gemachtigd door de opgeëiste persoon en of de advocaat hem daadwerkelijk heeft verdedigd.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich primair op het standpunt gesteld dat artikel 12 OLW niet aan de overlevering in de weg staat, nu er een situatie als in artikel 12 sub b aan de orde is. Uit de antwoorden van de uitvaardigende justitiële autoriteit blijkt dat de opgeëiste persoon niet bij de procedure in hoger beroep is verschenen, maar dat hij wel een advocaat had, die gemachtigd was. Verder zijn de oproepingen voor de opgeëiste persoon naar het door hem opgegeven adres verstuurd en heeft hij een adresinstructie gehad. Uit de aanvullende informatie blijkt ook dat de opgeëiste persoon bij eerdere zittingen aanwezig is geweest en dus op de hoogte was van de lopende procedure. Subsidiair stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat er kan worden afgezien van weigeren, aangezien de opgeëiste persoon op de hoogte was van het proces dat tegen hem liep.

Oordeel van de rechtbank

Als het proces in twee opeenvolgende instanties heeft plaatsgevonden, namelijk een procedure in eerste aanleg gevolgd door een procedure in hoger beroep, dan is de beslissing in de laatste van die procedures relevant voor de beoordeling of is voldaan aan de vereisten van artikel 4 bis, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ en artikel 12 OLW, voor zover daartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat en daarom de zaak ten gronde definitief is afgedaan. De rechtbank zal daarom de beslissing van the Court of Appeal in Katowice van 12 februari 2020 met referentie II Aka 50/19 toetsen aan artikel 12 OLW.

De rechtbank stelt vast dat de overlevering van de opgeëiste persoon is gevraagd voor de tenuitvoerlegging van een beslissing in hoger beroep. De opgeëiste persoon was niet aanwezig bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid. Ook is ondanks de door het Internationaal Rechtshulp Centrum (IRC) gestelde vragen, niet gebleken dat de opgeëiste persoon – kort gezegd – in persoon is gedagvaard of op andere wijze daadwerkelijk officieel in kennis is gesteld van het proces, dat hij is vertegenwoordigd door een gemachtigd advocaat, of dat de beslissing aan hem is betekend en hij daartegen geen rechtsmiddel heeft ingesteld of daarvan uitdrukkelijk heeft afgezien. De uitvaardigende autoriteit heeft niet gegarandeerd dat de opgeëiste persoon alsnog in verzet of in hoger beroep kan gaan.De rechtbank kan in dit geval de overlevering weigeren.

De rechtbank ziet geen aanleiding om af te zien van haar bevoegdheid om de overlevering te weigeren om de navolgende reden.

Uit de verstrekte aanvullende informatie van 8 juli 2026 blijkt weliswaar dat de opgeëiste persoon een instructie heeft ontvangen dat hij wijzigingen in zijn adres moest doorgeven, maar deze instructie is gegeven voorafgaand aan het proces in eerste aanleg. Ondanks concrete vragen op dit punt van het IRC, is niet gebleken dat de adresinstructie zich ook uitstrekte over het hoger beroep. Op grond van het EAB en de door de uitvaardigende justitiële autoriteit verstrekte aanvullende informatie kan, ondanks de door het Internationaal Rechtshulp Centrum gestelde vragen, niet worden beoordeeld of de opgeëiste persoon, al dan niet stilzwijgend, afstand heeft gedaan van zijn aanwezigheidsrecht bij het proces dat heeft geleid tot het arrest van the Court of Appeal in Katowice van 12 februari 2020. Evenmin kan worden vastgesteld of hij al dan niet kennelijk onzorgvuldig heeft gehandeld met betrekking tot zijn bereikbaarheid voor de Poolse justitiële autoriteiten. De rechtbank kan zich er daarom niet van vergewissen dat overlevering geen schending van de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon inhoudt.

Nu de beslistermijn op 9 september 2026 verloopt, kunnen verdere vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit over het proces in hoger beroep niet meer worden afgewacht. De Poolse autoriteiten zijn ruimschoots in de gelegenheid gesteld om de benodigde informatie in verband met de weigeringsgrond van artikel 12 OLW te verschaffen. Naar het oordeel van de rechtbank is er geen sprake van uitzonderlijke omstandigheden die een verdere verlenging van de beslistermijn als bedoeld in artikel 22, vierde lid, OLW rechtvaardigen.

Nu de rechtbank reeds op grond van artikel 12 OLW de overlevering weigert, komt zij niet toe aan bespreking van de overige weigeringsgronden.

5. Slotsom

De rechtbank stelt vast dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW van toepassing is. De rechtbank ziet geen aanleiding om af te zien van toepassing van die weigeringsgrond. Daarom wordt de overlevering geweigerd.

6. Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 2, 5 en 12 OLW.

7. Beslissing

WEIGERT de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the Circuit Court in Katowice (Polen) voor de feiten zoals die zijn omgeschreven in onderdeel e) van het EAB.

HEFT OP de overleveringsdetentie van [opgeëiste persoon].

Deze uitspraak is gedaan door

mr. I. Verstraeten, voorzitter,

mr. L. Baroud en mr J.T.H. Zimmerman, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E.H. Wisgerhof, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 8 september 2026.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. I. Verstraeten
  • mr. L. Baroud

Griffier

  • mr. E.H. Wisgerhof

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand