ECLI:NL:RBAMS:2026:9071

ECLI:NL:RBAMS:2026:9071

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 08-09-2026
Datum publicatie 08-09-2026
Zaaknummer 12074801 \ CV EXPL 26-1148
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Loonvordering, inschaling, tijdelijke functie in hogere schaal, na jaar vaste functie. Voor zover de werkzaamheden daarna zijn gewijzigd, is dit gebeurd op instigatie van de Gemeente. Ook dan recht op beloning conform hogere schaal. Vordering toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht

Kantonrechter

Zaaknummer: 12074801 \ CV EXPL 26-1148

Vonnis van 8 september 2026

in de zaak van

[eiseres] ,

te [woonplaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: werkneemster,

gemachtigde: mr. N. Adnani en mr. L. Smit,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE AMSTERDAM,

te Amsterdam,

gedaagde partij,

hierna te noemen: de gemeente,

procederend bij mr. R.D. Honing en mr. A.P. van den Broek-Darsan.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 13 maart 2026 waarbij een mondeling behandeling is bepaald;

- het e-mailbericht van 22 juni 2026 met nadere producties en een vermeerdering van eis van werkneemster;- het e-mailbericht van 2 juli 2026 van de gemeente met een reactie op de vermeerdering van eis;

- de mondelinge behandeling van 8 juli 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

Bij de mondelinge behandeling is werknemer verschenen, onder meer vergezeld door haar gemachtigden. Namens de gemeente zijn verschenen de gemachtigden, mevrouw [naam 1] (HR) en mevrouw [naam 2] ( [functie] ). Partijen hebben hun standpunt nader toegelicht, mede aan de hand van spreekaantekeningen, en vragen van de kantonrechter beantwoord.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

Bij de gemeente worden functies ingedeeld volgens een generiek functiegebouw, waarbij elke functie binnen een generieke functie valt. Die generieke functies worden weer onderverdeeld in functietyperingen met daarbinnen weer salarisschalen.

Werkneemster, geboren op [geboortedag] 1966, is op 1 september 2016 in dienst getreden bij de gemeente als management assistente (team onderwijshuisvesting en maatschappelijke voorzieningen, generieke functie administratie, salarisschaal 8). Voor deze functie bestaat geen salarisschaal 9.

Werkneemster heeft op 22 november 2018 gesolliciteerd op de interne vacature voor de functie medewerker procesondersteuner subsidies onderwijs. In de vacature stond onder meer vermeld dat het een tijdelijke functie van zes maanden voor 24 uur per week betrof, er geen formatie bestond, het vooralsnog ging om extra taken waarbij de medewerker werd gedetacheerd vanuit de toenmalige werkplek en dat de procesondersteuner functioneel werd toegevoegd aan ‘het subsidieteam onderwijs dat opereert vanuit het team primair onderwijs’. Ook was in de vacature concreet beschreven welke werkzaamheden moesten worden uitgevoerd. Verder stond in de vacaturetekst:“Wij bieden: Afhankelijk van je opleiding en werkervaring bedraagt het salaris minimaal € 2591,- en maximaal € 3805,- bruto per maand (salarisschaal 9)* op basis van 24 uur per week. *Bedragengids, versie 50 – 1 augustus 2018”

In de bij de gemeente geldende regels en afspraken bij tijdelijke inzet, te vinden op het intranet van de gemeente, is onder meer het volgende vermeld:

“(…) Bij tijdelijke inzet buiten het eigen organisatieonderdeel langer dan een jaar, gaat de werknemer formeel over naar het nieuwe organisatieonderdeel. (…). Als de werknemer tijdelijk in een hoger ingeschaalde functie gaat werken, ontvangt diegene een waarnemingstoelage naar de hogere functie (artikel 3.10 PGA). De werknemer moet in principe de schaal ontvangen die bij het werk hoort, tenzij sprake is van het niet volledig uitvoeren van de functie (artikel 3.3 PGA). Als er niets is vastgelegd en niet tussentijds is geëvalueerd heeft de werknemer recht op bevordering naar de functionele rang. Advies is om bij uitzicht op instroom tussentijds te beoordelen. (…).”

Op 20 december 2018 is werkneemster telefonisch meegedeeld dat zij werd aangenomen voor de functie waarop zij had gesolliciteerd en met ingang van januari 2019 is zij de functie gaan uitoefenen. Werkneemster kreeg nog steeds haar oude salaris betaald (van schaal 8).

De inzet van werkneemster is na de eerste zes maanden verlengd. Het eerste zogenoemde reflectieverslag van 9 april 2019 over werkneemster was positief en na een jaar is werkneemster formeel overgeplaatst naar het team primair onderwijs. In een intern e-mailbericht van 12 januari 2020 van de gemeente staat hierover het volgende vermeld: “(…) Uiteindelijk zijn we uitgekomen op het creeeren van extra formatie voor deze medewerker bij team PO. Deze oplossing is ontstaan na verschillende gesprekken tussen (…) 2 afdelingshoofden (…), teammanagers en ook 2 P&O adviseurs (..). Er is wel voldoende personeelsbudget aanwezig voor betaling van de formatieplek. Deze formatieplek, schaal 8, bestond echter nog niet, vandaar het verzoek om een nul-formatie te creeeren. (…).” Dit e-mailbericht is niet aan werkneemster verstuurd.

Bij brief van 10 februari 2020 heeft de gemeente werkneemster bericht dat zij met ingang van 1 januari 2020 werkzaam was op de afdeling Team PO bij Onderwijs, Jeugd en Zorg en dat haar functie, arbeidsuren, salaris en werktijdenregeling ongewijzigd bleven. Inmiddels waren de uren van werkneemster van 24 naar 32 verhoogd.

Werkneemster heeft jaarlijks zogenoemde plannings-, voortgangs- en beoordelingsgesprekken gehad. Werkneemster heeft voor het planningsgesprek van 12 januari 2021 onder meer de volgende input gegeven: “(…) Graag zou ik willen weten wat ik verder nodig heb of wat ik zou moeten laten zien om verder door te kunnen groeien om in het generieke functiegebouw tot de medewerker Administratie F te behoren met het HBO werk- en denkniveau. (…).” In het van het gesprek opgemaakte verslag staat als eindoordeel vermeld dat werkneemster goed heeft gefunctioneerd.

In het beoordelingsgesprek van 11 februari 2022 heeft werkneemster dit opnieuw aan de orde gesteld: “(…) Zoals in de vacature tekst eind 2018 stond omschreven (bijlage), waar ik destijds op solliciteerde als tijdelijke functie voor 6 maanden bij het subsidieteam, zitten alle werkzaamheden in mijn arbeidsproces. Ik heb daarnaast veel andere extra werkzaamheden opgepakt zoals communicatie op internet, subsidiepagina etc. In deze vacaturentekst stond ook dat deze functie salarisschaal 9 met zich meebrengt. Ik heb na 3 jaar nog steeds schaal 8. Kijkend naar het functieprofiel van Ondersteuning (F) vallen mijn werkzaamheden daaronder. (…).” Verder is ook in dit verslag van het beoordelingsgesprek vermeld dat werkneemster goed functioneerde.

In het beoordelingsgesprek van 3 april 2023 heeft werkneemster bij haar nieuwe leidinggevende opnieuw aangekaart dat zij vond dat ze niet correct was ingeschaald. Deze leidinggevende heeft op 6 juni 2023 aan werkneemster meegedeeld waarom zij naar zijn mening niet de werkzaamheden uitvoerde zoals die horen bij de functie van procesondersteuner subsidies. Ook was hij van mening dat werkneemster geen duidelijk takenpakket had en dat dat moest veranderen. Op 19 augustus 2023 heeft de leidinggevende een concept takenpakket opgesteld voor werkneemster. Daarin werd de functie van werkneemster aangeduid als medewerker administratie D/medewerker ondersteuning.

Vanaf september 2023 is werkneemster opnieuw (deels) voor andere afdelingen gaan werken. Daardoor kreeg zij minder taken toebedeeld die bij haar werk voor het subsidieteam hoorden. In april 2024 is een reorganisatie aangekondigd waarbij het subsidieteam (waar werkneemster formeel onder viel) en andere ondersteunende functies voor primair onderwijs per 1 juni 2024 onder het nieuwe team staf en expertise werden geplaatst. Werkneemster kreeg nog steeds salaris conform schaal 8.

Op 4 april 2024 heeft werkneemster de inschalingskwestie voorgelegd aan de (toen nieuwe) HR adviseur. Deze kreeg vervolgens van de gemeente de opdracht om voor werkneemster een functie-inventarisatie te doen.

Bij e-mailbericht van 28 augustus 2024 heeft de HR adviseur werkneemster als volgt bericht: “(…) Vanuit jouw gezichtspunt kan ik me dus voorstellen dat jij op grond van jouw gesprekken, mailberichten en documenten bent uitgegaan van het feit dat je vanaf januari 2019 op de functie procesbegeleider subsidies aan de slag bent gegaan. (…). De bevindingen van [naam 3] starten in april 2023. Precies het moment dat het beoordelingsgesprek op basis van jouw planning en voortgangsgesprekken in 2022 afrondend zouden worden besproken. Maar opnieuw en nogmaals: de pvb gesprekken zijn gevoerd in het kader van jouw functioneren in de functie van procesbegeleider subsidies. Voor zover ik kan nagaan, heeft dit niet geleid tot het overgaan naar een andere functie. Wel is er gaandeweg een aantal taken uit de functie bij jou weggehaald en op den duur vervangen door andere taken. (…).”

De directeur onderwijs van de gemeente heeft werkneemster op 4 oktober 2024 het volgende bericht: “(…) het is naar jou niet goed duidelijk gemaakt welke rol je had, hoe het werkt rondom het reageren op vacatures en het officieel krijgen van functies en dat is niet goed geweest. (…). je hebt een baan of een functie nadat je in een open sollicitatieprocedure door een teammanager aangenomen bent en je daarbij ook een overeenkomst / contract daarop hebt ontvangen van de gemeente als werkgever met daarin functie, schaal etc. Het uitvoeren van extra taken en werkzaamheden geven je geen recht op een functie - dit verloopt altijd via de procedure zoals ik net beschrijf (…). Omdat ik jouw geval niet deze 3 stappen zijn gezet voor de functie op schaal 9 (…) zie ik geen grond voor wijziging. (…). Dat neemt niet weg dat ik vind dat we dit als organisatie niet goed hebben gedaan naar jou, en dat is niet goed. (..)”

Eind oktober 2024 heeft de gemeente besloten om deze functie-inventarisatie stop te zetten.

Werkneemster heeft de kwestie van haar inschaling daarna voorgelegd aan de geschillencommissie bij de gemeente. De HR adviseur ondersteunde haar daarbij. In dat kader heeft de HR adviseur de geschillencommissie bij e-mailbericht van 15 januari 2025 als volgt bericht: “(…) Vanuit mijn rol als HR-adviseur (…) van het team Staf en Expertise heb ik het volgende beeld van de situatie. Dit beeld weerspiegelt de aanleiding voor het bezwaar van de medewerker dat zij bij de commissie heeft neergelegd. 1. De taken van het functiebeeld Medewerker financiële administratie komen niet overeen met de werkzaamheden die de medewerker heeft uitgevoerd in de periode 2018 t/m heden. 2. De taken van het functiebeeld Medewerker procesondersteuning subsidies komen vanaf medio 2022 door interventies van opvolgende functioneel en/of hiërarchisch leidinggevenden in steeds mindere mate overeen met de werkzaamheden die medewerker uitvoert. (…). De reden, dat er naast deze inhoudelijke functie en taken onduidelijkheid een verschil van inzicht is ontstaan tussen de medewerker en het management, bestaat uit het feit dat enerzijds de medewerker zich beroept op de feitelijke situatie van de uitvoering van haar taken en werkzaamheden. Het management anderzijds, geeft aan begrip te hebben voor de situatie, maar beroept zich op datgene wat er in de administratieve systemen van de organisatie is opgeslagen. Verwarrend is dat in de periode van eind 2022 / start 2023 en eind 2024 een periode van verschuivingen in de sturing van het team en subteam van medewerker heeft plaatsgevonden. Hierdoor is het zicht op en de historische kennis van de ontwikkeling van het takenpakket van medewerker verloren gegaan. (…).”

De geschillencommissie heeft meegedeeld het bezwaar van werkneemster niet in behandeling te kunnen nemen, omdat de gemeente eerst het takenpakket diende vast te stellen dat door een functiedeskundige aan het generieke functiegebouw gekoppeld moest worden.

In maart 2025 heeft werkneemster haar rechtsbijstandsverzekeraar ingeschakeld, die op 19 maart 2025 een brief heeft gestuurd waarin zij (onder meer) de vordering tot salaris stuit. De gemeente heeft de rechtsbijstandverlener van werkneemster op 24 juni 2025 onder meer het volgende bericht: “In het getekende beoordelingsformulier van 2020 zijn de werkzaamheden van mevrouw [eiseres] beschreven, en is opgenomen dat zij de generieke functie administratie D (schaal 8) met de werknaam functie procesbegeleider subsidies vervult. Dit is een andere generieke functie en werknaam dan de functie van procesondersteuner subsidies (medewerker ondersteuning F, schaal 9). (…)

Wij zijn van mening dat mevrouw [eiseres] :

Niet is aangenomen en ingeschaald is op de functie van procesondersteuner subsidies, medewerker Ondersteuning F;

Niet is aangenomen op het takenpakket van deze functie;

De taken die onder deze functie horen niet heeft uitgevoerd;

De taken en werkzaamheden die zij wel heeft uitgevoerd (regulier ondersteunende taken), niet vallen onder de functie procesondersteuner subsidies, medewerker Ondersteuning F;

Juist is ingeschaald in de functie procesbegeleider subsidies, medewerker administratie D, schaal 8. (…).”

De gemeente heeft de rechtsbijstandverlener van werkneemster op 17 juli 2025 geïnformeerd dat tot de taken van de medewerker ondersteuning F/schaal 9 onder andere behoren het verzorgen van ondersteuning voor het gehele proces van aanvraag en toekenning van subsidies, het ondersteunen bij het opstellen van subsidiebeschikkingen, het zorgen voor noodzakelijke afstemming en monitoring en resultaat. Volgens de gemeente heeft werkneemster die taken niet uitgevoerd.

3. Het geschil

Werkneemster vordert dat de kantonrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,

voor recht verklaart dat werkneemster vanaf 1 januari 2019 is aangenomen als medewerker procesondersteuner subsidies onderwijs in salarisschaal 9;

voor recht verklaart dat werkneemster vanaf die datum valt in ondersteuning F;

en verder de gemeente veroordeelt,

om werkneemster te belonen conform salarisschaal 9, periodiek 11;

om binnen vijf werkdagen na datum van dit vonnis over te gaan tot betaling van achterstallig loon vanaf 1 januari 2019 tot heden, op basis van die schaal en periodiek;

om binnen vijf werkdagen na datum van dit vonnis over te gaan tot betaling van achterstallige emolumenten op basis van de cao gemeenten, waaronder achterstallige opbouw van IKB;

tot het corrigeren van de gemiste pensioenopbouw op basis van het achterstallige salaris (iv) en de emolumenten (v) en daarvan een berekening te verstrekken, op straffe van verbeurte van een dwangsom;

tot (voor zover mogelijk) betaling van de wettelijke rente en de wettelijke verhoging;

tot het toesturen aan werkneemster van de aangepaste loonstroken vanaf 1 januari 2019 tot heden, binnen vijf dagen na datum van dit vonnis, op straffe van verbeurte van een dwangsom;

tot betaling van de werkelijke advocaatkosten;

tot betaling van € 882,50 netto voor het eigen risico en de kosten van een psycholoog, almede van de in dat verband in de toekomst te maken kosten en

(naar de kantonrechter begrijpt) tot betaling van de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

Werkneemster legt aan die vorderingen kort gezegd ten grondslag dat zij op basis van een door de gemeente opgestelde vacature met ingang van 1 januari 2019 is aangenomen voor functie van procesondersteuner subsidies in salarisschaal 9. In de vacature is weliswaar geen generieke functie vermeld, maar aangezien het ging om een ondersteunende functie in salarisschaal 9, moest het wel gaan om de generieke functie ondersteuning F. In de generieke functie administratie D - waarin werkneemster tot dat moment was ingeschaald - bestaat immers geen salarisschaal 9. Daarmee is een arbeidsovereenkomst voor die functie tot stand gekomen en vormen de werkzaamheden behorend bij die functie de bedongen arbeid. Daarna heeft werkneemster de functie ook uitgeoefend. De gemeente heeft niet tijdens de sollicitatieprocedure en ook niet daarna mededelingen gedaan waaruit werkneemster heeft moeten afleiden dat zij geen recht zou hebben op schaal 9. Werkneemster kreeg pas voor het eerst in 2023 te horen dat zij volgens de gemeente niet werkzaam zou zijn (geweest) als procesondersteuner subsidies. Gelet op haar positie ten opzichte van de positie van de gemeente (een professionele overheidsorganisatie) heeft werkneemster er dan ook gerechtvaardigd op mogen vertrouwen dat zij vanaf 1 januari 2019 viel in de functie ondersteuning F met salarisschaal 9 en behoort zij het daarbij passend salaris te ontvangen.

Volgens de voor de gemeente geldende cao wordt het salaris van een werknemer (voor zover hier van belang) jaarlijks verhoogd als deze voldoende functioneert en het maximum van de salarisschaal nog niet is bereikt. Werkneemster heeft na de overgang naar schaal 9 per 1 januari 2019 altijd voldoende gefunctioneerd. Er vanuit gaande dat zij op die datum gestart zou zijn in periodiek 8 van schaal 9, zou zij op basis van het voorgaande momenteel in periodiek 11 van schaal 9 zitten.

De gemeente voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van werkneemster in de kosten van deze procedure.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

De vorderingen van werkneemster worden grotendeels toegewezen. Hierna wordt uitgelegd waarom.

Formele rechtskracht

De gemeente heeft in de eerste plaats aangevoerd dat werkneemster tot 1 januari 2020 was aangesteld als ambtenaar, zodat tot dat moment het ambtenarenrecht op haar van toepassing was. Besluiten over haar functie, inschaling en bezoldiging waren besluiten in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht waartegen destijds bezwaar en beroep open stonden. Als werkneemster van mening was dat zij met ingang van 1 januari 2019 had moeten worden geplaatst in de functie procesondersteuner subsidies, behorend bij salarisschaal 9, had het op haar weg gelegen op te komen tegen de rechtspositionele besluiten (zoals haar salarisstroken). Bij gebreke daarvan hebben die besluiten formele rechtskracht, zodat van in deze procedure van de rechtmatigheid van deze besluiten dient te worden uitgegaan.

Dit verweer wordt verworpen. Daargelaten dat dit verweer tardief is gevoerd, geldt dat op 1 januari 2020 is de Wet normalisering rechtpositie ambtenaren (WNRA) in werking is getreden. Als gevolg van die wet is de publiekrechtelijke aanstelling van werkneemster met ingang van 1 januari 2020 omgezet in een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht. Het overgangsrecht op dit punt is vastgelegd in onder meer artikel 14 lid 1 van de Ambtenarenwet 2017. Daarin is bepaald dat van de arbeidsovereenkomst deel uitmaken de op dat tijdstip ten aanzien van de ambtenaar bestaande beslissingen, afspraken en toezeggingen inzake arbeidsvoorwaarden, waaronder in ieder geval zijn begrepen: duur van het dienstverband, bezoldiging, werktijden, rooster, verlof, faciliteiten voor de uitoefening van de functie en studiefaciliteiten. Op het geheel daarvan is dan ook het civiele recht van toepassing. Dat betekent dat sinds de inwerkingtreding van de WNRA de door de gemeente genoemde rechtspositionele besluiten (zoals de salarisstroken) uitgelegd moeten worden naar burgerlijk recht. Een uitleg naar bestuursrecht is immers achterhaald.

Verjaring

De gemeente heeft verder gesteld dat de vordering tot betaling van salaris volgens schaal 9 over de periode vóór maart 2020 is verjaard, omdat de verjaringstermijn voor het eerst is gestuit bij brief van 19 maart 2025. Ook die stelling wordt gepasseerd. Uit de hiervoor weergegeven feiten volgt dat werkneemster de inschalingskwestie meermaals bij de gemeente onder de aandacht heeft gebracht. De gemeente heeft dat vervolgens zelf ook (schriftelijk) in de verslagen vastgelegd, onder meer in het beoordelingsverslag van 11 februari 2021. Ook in een beoordelingsgesprek op 3 april 2023 is werkneemster over de kwestie begonnen, waarna daarover meerdere vervolggesprekken zijn gevoerd, zo volgt uit e-mailberichten van 25 juli 2024 en 4 november 2024. Daarmee was voor de gemeente meer dan duidelijk dat de kwestie nog steeds speelde en is sprake geweest van voldoende duidelijke waarschuwingen aan de gemeente op basis waarvan zij, ook na het verstrijken van de verjaringstermijn, rekening kon houden met een alsnog door werkneemster in te stellen vordering. Werkneemster mocht er harerzijds op vertrouwen dat met de vastlegging door de gemeente een (eventuele) vordering was gestuit en zij niet ook nog weer schriftelijk daarvan mededeling hoefde te doen. De gemeente heeft haar handelingen met betrekking tot het bewaren van gegevens en bewijsmateriaal hierop kunnen afstemmen. De gemeente heeft dat verder ook niet weersproken. Bovendien staan deze omstandigheden naar redelijkheid en billijkheid aan het beroep van de gemeente op verjaring in de weg.

Aangenomen en recht op beloning voor een schaal 9 functie?

Werkneemster heeft gesolliciteerd op de vacature procesondersteuner subsidies onderwijs, die viel onder het team primair onderwijs. De gemeente heeft niet betwist dat deze functie in generieke ondersteuning F met salarisschaal 9 valt, zoals overigens ook in de tekst van de vacature staat. Werkneemster is na het doorlopen van de sollicitatieprocedure voor deze functie aangenomen (zie 2.3). Aanvankelijk was dit voor de duur van een half jaar, met ingang van januari 2019, die vervolgens met een half jaar is verlengd. Daarbij ging het om extra taken waarbij werkneemster gedetacheerd werd vanuit haar toenmalige werkplek, maar wel werd toegevoegd aan het subsidieteam onderwijs dat opereert vanuit het team primair onderwijs. Na een jaar is werkneemster formeel overgeplaatst naar dat team. Bij brief van 10 februari 2020 (zie 2.7) heeft de gemeente aan werkneemster bevestigd dat zij met ingang van 1 januari 2020 werkzaam bleef bij het team primair onderwijs en dat de functie en arbeidsuren (inmiddels uitgebreid naar 32 uur per week) ongewijzigd bleven. Deze overplaatsing is conform de geldende regels en afspraken bij tijdelijke inzet, waaruit volgt dat een werknemer overgaat naar het nieuwe organisatieonderdeel als de tijdelijke inzet langer dan een jaar duurt (zie 2.4). Uit dat beleid blijkt verder dat een werknemer die tijdelijk in een hoger ingeschaalde functie gaat werken, een waarnemingstoelage naar de hogere functie ontvangt. De werknemer moet in principe de schaal ontvangen die bij het werk hoort, tenzij sprake is van het niet volledig uitvoeren van de functie. Als niets is vastgelegd en niet tussentijds is geëvalueerd heeft de werknemer recht op bevordering naar de functionele rang, waarbij het advies is om bij “uitzicht op instroom” tussentijds te beoordelen.

Naar de kantonrechter begrijpt beroept de gemeente zich er op dat werkneemster de schaal 9 functie niet (volledig) heeft uitgevoerd en daarom geen recht heeft op bijbehorend salaris. De gemeente heeft in dit verband verwezen naar het beoordelingsformulier over 2019 (ondertekend in januari 2020) waaruit volgens haar blijkt dat de daarin opgenomen taken van werkneemster niet overeenkomen met de taken van een medewerker procesondersteuner subsidies onderwijs. Uit het beoordelingsverslag blijkt echter niet dat werkneemster de functie niet (volledig) heeft uitgevoerd. In het beoordelingsverslag wordt wel een aantal van de door werkneemster uitgevoerde taken genoemd, maar er wordt niet in duidelijke bewoordingen benoemd dat deze taken niet behoren bij de schaal 9 functie. De stelling van de gemeente zou bovendien betekenen dat werkneemster van meet af aan de extra taken waarvoor zij was aangenomen niet zou hebben uitgevoerd. Die stelling is niet aannemelijk, gelet op het feit dat de gemeente daarvoor een sollicitatieprocedure had uitgeschreven en er dus kennelijk behoefte bestond aan een extra kracht om die werkzaamheden te verrichten. De gemeente heeft in dit verband verder geen enkele onderbouwde toelichting kunnen geven, ook niet over wie die werkzaamheden dan wel heeft uitgevoerd. Daarbij komt dat werkneemster aan de hand van producties uitgebreid heeft onderbouwd dat zij (ook) taken uitvoerde die wel tot de schaal 9 functie behoorden. De gemeente heeft dat verder niet gemotiveerd weersproken, zodat voldoende vaststaat dat werkneemster (in ieder geval) in 2019 de extra taken uit de vacature heeft uitgevoerd.

Er is dan ook geen sprake van de uitzondering van artikel 3.3 PGA, zoals is vastgelegd in het beleid (zie 2.4), en werkneemster had na 1 januari 2020 dus recht op bevordering naar de schaal 9 functie waarvoor zij eerder op tijdelijke basis was aangenomen. Tegen die achtergrond en gelet op het feit dat werkneemster al op tijdelijke basis de schaal 9 functie vervulde, mocht zij de brief van 10 februari 2020 dan ook zo begrijpen dat zij in die functie bleef. Dat geldt temeer nu werkneemster in oktober 2019 aan de gemeente heeft gevraagd om de tijdelijke inzet op papier te zetten en de gemeente daarop reageerde dat dit alleen niet gebeurd was omdat zij het was vergeten. Het enkele feit dat in de aanhef van het beoordelingsverslag over 2019 de oude (generieke) functie van werkneemster staat vermeld, maakt dat niet anders. In 2019 was immers nog sprake van detachering vanuit haar oude functie naar het team primair onderwijs. Dat geldt ook voor het feit dat werkneemster in 2019 volgens schaal 8 werd beloond. Dit betekent immers slechts dat werkneemster dat salaris heeft ontvangen, en niet dat zij niet recht kon hebben op meer.

Voor zover in de werkzaamheden van werkneemster vanaf 1 januari 2020 wijzigingen zijn doorgevoerd, is dit gebeurd op instigatie van de gemeente. Ook in dat geval had werkneemster recht op beloning conform schaal 9, nu haar niet is meegedeeld dat die werkzaamheden niet behoorden tot een schaal 9 functie en het voorts niet mogelijk is om een werknemer zonder overleg daarover te demoveren. Los hiervan heeft de gemeente ook niet aangetoond dat werkneemster geen werkzaamheden meer verrichtte die behoorden bij een schaal 9 functie, zij het dat uit berichten van de toenmalig HR adviseur onder meer blijkt dat gaandeweg door verschuivingen in de aansturing van het team primair onderwijs een aantal taken uit de schaal 9 functie bij werkneemster is weggehaald en op den duur is vervangen door andere taken. Maar daaruit blijkt ook dat dit volgens de HR adviseur niet heeft geleid tot het overgaan naar een andere functie en dat door allerlei verschuivingen in de sturing van het team van werkneemster zicht op de ontwikkeling van haar takenpakket verloren is gegaan (zie 2.13 en 2.16). Dit zijn omstandigheden die - mede gelet op het feit dat de gemeente zelf heeft besloten om de functie-inventarisatie met betrekking tot werkneemster stop te zetten - voor rekening en risico van de gemeente komen. De conclusie van het voorgaande is dat werkneemster vanaf 1 januari 2019 recht heeft op salaris conform schaal 9.

Beslissingen

Het voorgaande leidt tot de volgende beslissingen. De onder i) en ii) gevorderde verklaringen voor recht dat werkneemster vanaf 1 januari 2019 is aangenomen als medewerker procesondersteuning subsidies onderwijs in salarisschaal 9 en vanaf die datum valt in ondersteuning F worden toegewezen. De gemeente heeft niet betwist dat werkneemster in dat geval vanaf 1 januari 2019 had moeten worden ingeschaald in periodiek 8 en vanwege haar goed functioneren jaarlijks conform de toepasselijke cao een periodiek had moeten worden verhoogd waardoor zij momenteel in periodiek 11 van schaal 9 zou zijn uitgekomen. De vordering zal daarom dienovereenkomstig worden toegewezen. Dat geldt ook voor de gevorderde betaling van achterstallig salaris (iv), achterstallige emolumenten (v), correctie van de gemiste pensioenopbouw (vi) en aangepaste loonstroken (viii) waartegen de gemeente geen zelfstandig verweer heeft gevoerd. De gevorderde dwangsommen worden gematigd en gemaximeerd zoals onder de beslissing vermeld. Omdat de gemeente het loon niet tijdig heeft betaald, heeft werkneemster op grond van artikel 7:625 BW recht op een wettelijke verhoging en tevens op de wettelijke rente (vii). Gelet op de omstandigheden zal een wettelijke verhoging van 25% worden toegewezen. De vorderingen tot betaling van de werkelijke proceskosten (ix) en de kosten voor het eigen risico en de psycholoog (x) worden afgewezen. De gemaakte kosten voor een psycholoog zijn onvoldoende onderbouwd. Een vordering tot volledige vergoeding van de proceskosten is alleen toewijsbaar in geval van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen. Daarvan is pas sprake als het instellen van de vordering, of zoals in dit geval: het voeren van het verweer, gelet op de evidente ongegrondheid ervan, in verband met de betrokken belangen van de wederpartij achterwege had behoren te blijven. Hiervan kan eerst sprake zijn als de gedaagde (in dit geval de gemeente) zijn verweer baseert op feiten en omstandigheden waarvan hij de onjuistheid kende dan wel behoorde te kennen of op stellingen waarvan hij op voorhand moest begrijpen dat deze geen kans van slagen hadden (HR 29 juni 2007, LJN BA3516, NJ 2007/353). Aan die strenge maatstaf is niet voldaan. De proceskosten worden daarom toegewezen overeenkomstig het geldende liquidatietarief (xi). Deze worden (inclusief nakosten) begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

151,94

- griffierecht

€

93,00

- salaris gemachtigde

€

1.154,00

(2 punten × € 577,00)

- nakosten

€

144,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

1.542,94

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5. De beslissing

De kantonrechter:

verklaart voor recht dat werkneemster vanaf 1 januari 2019 is aangenomen als medewerker procesondersteuner subsidies onderwijs in schaal 9,

verklaart voor recht dat werkneemster valt in ondersteuning F vanaf 1 januari 2019,

veroordeelt de gemeente om werkneemster vanaf 1 januari 2019 te belonen conform schaal 9, periodiek 8, jaarlijks te verhogen conform de toepasselijke cao,

veroordeelt de gemeente om over te gaan tot betaling van achterstallige salaris van werkneemster vanaf 1 januari 2019 tot heden met inachtneming van 5.3, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de opeisbaarheid tot de dag van betaling en een wettelijke verhoging van 25% voor zover deze reeds is verschuldigd,

veroordeelt de gemeente tot betaling van achterstallige emolumenten aan werkneemster op basis van de cao gemeente, waaronder (maar niet beperkt tot) achterstallige opbouw van IKB, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de opeisbaarheid tot dag van betaling en een wettelijke verhoging van 25% voor zover deze reeds is verschuldigd,

veroordeelt de gemeente om binnen een maand na betekening van dit vonnis over te gaan tot het corrigeren van de gemiste pensioenopbouw op basis van het achterstallig(e) salaris en de emolumenten zoals genoemd onder 5.4 en 5.5 en daarvan een berekening te verstrekken, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 50,- voor iedere dag dat de gemeente hiermee in gebreke blijft, met een maximum van € 5.000,-,

veroordeelt de gemeente tot het toesturen aan werkneemster van de aangepaste loonstroken vanaf 1 januari 2019 tot heden binnen een maand na betekening van dit vonnis, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 50,- voor iedere dag dat de gemeente hiermee in gebreke blijft, met een maximum van € 5.000,-,

veroordeelt de gemeente in de proceskosten van € 1.542,94, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de gemeente niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

veroordeelt de gemeente tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

verklaart dit vonnis wat betreft de onder 5.3 tot en met 5.9 genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. B. Brokkaar, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 8 september 2026.

42146

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. B. Brokkaar

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand