ECLI:NL:RBAMS:2026:9213

ECLI:NL:RBAMS:2026:9213

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 15-09-2026
Datum publicatie 15-09-2026
Zaaknummer 13.059747.21
Rechtsgebied Strafrecht; Europees strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Onderzoek Ketchikan. Veroordeling voor betrokkenheid bij een methamfetaminelaboratorium. Gevangenisstraf van 14 maanden.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

vonnis

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 13-059747-21

Datum uitspraak: 15 september 2026

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1984,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen op 19, 20, 23, 27 en 30 maart 2026, 3 en 10 april 2026 (inhoudelijke behandeling) en 15 september 2026 (sluiting).

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officieren van justitie mr. A. Kerkhoff en mr. M.M. van den Berg (hierna samen: de officier van justitie) en van wat de raadsman van verdachte, mr. L.J.B.G. van Kleef, advocaat te Amsterdam, naar voren heeft gebracht.

De rechtbank heeft de zaak tegen verdachte gelijktijdig, maar niet gevoegd, behandeld met de zaken tegen de overige verdachten in het onderzoek Ketchikan, te weten [medeverdachte 1] (13-011544-21), [medeverdachte 2] (13-011674-21), [medeverdachte 3] (13-012666-21), [medeverdachte 4] (13-222962-21), [medeverdachte 5] (13-222976-21), [medeverdachte 6] (13-017117-26), [medeverdachte 7] (13-090055-25), [medeverdachte 8] (13-090082-25) en [medeverdachte 9] (13-090094-25). De rechtbank doet gelijktijdig uitspraak in deze zaken.

2. Tenlastelegging

Verdachte wordt – kort samengevat – beschuldigd van de volgende strafbare feiten:

primair: medeplegen van het opzettelijk vervaardigen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken, althans het opzettelijk aanwezig hebben van (meth)amfetamine in de periode van 7 december 2020 tot en met 18 december 2020 te Amsterdam en/of Amstelveen, en/of elders in Nederland en/of te [plaatsnaam 1] en/of elders in België,

subsidiair: het tezamen en in vereniging medeplichtig zijn aan het medeplegen van het opzettelijk vervaardigen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken, althans het opzettelijk aanwezig hebben van (meth)amfetamine in de periode van 7 december 2020 tot en met 18 december 2020, te Amsterdam en/of Amstelveen en/of elders in Nederland en/of te [plaatsnaam 1] en/of elders in België.

De volledige tenlastelegging is opgenomen in bijlage I die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3. Inleiding

Deze zaak maakt deel uit van de mega Ketchikan. Onderzoek Ketchikan is gericht op een groep personen die zich in georganiseerd verband bezig zou houden met de productie en handel in synthetische drugs, met name methamfetamine, ook wel crystal meth genoemd. Er werd onderzoek gedaan naar onder meer het opzetten, faciliteren en exploiteren van drugslaboratoria. Lopende het onderzoek zijn er op verschillende locaties, waaronder [plaatsnaam 2] , [plaatsnaam 3] en [plaatsnaam 1] (België) drugslaboratoria ontmanteld.

Er zijn in totaal elf verdachten gedagvaard. Het Openbaar Ministerie ziet deze elf verdachten als een samenwerkingsverband dat een belangrijke schakel vormt in de grootschalige productie van methamfetamine in Nederland. [verdachte] is één van die verdachten. Hij wordt ervan verdacht een faciliterende en financiële rol te hebben gespeeld bij het laboratorium in [plaatsnaam 1] .

Die verdenking heeft, nadat de rechtbank de dagvaarding in zijn zaak in 2022 nietig heeft verklaard (Ketchikan I), geresulteerd in de hierboven weergegeven tenlastelegging. De zaak is vervolgens in 2026 opnieuw door het Openbaar Ministerie aangebracht (Ketchikan II).

4. Waardering van het bewijs

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair tenlastegelegde medeplegen wettig en overtuigend kan worden bewezen en heeft daartoe, kort samengevat, het volgende aangevoerd.

[verdachte] heeft een faciliterende en financiële rol gespeeld bij het laboratorium in [plaatsnaam 1] . De koks zijn voorafgaand aan het werken in het laboratorium meerdere keren op zijn verblijfadres aan de [verblijfadres] geweest en zijn ook door hem vervoerd. Toen problemen ontstonden, heeft [verdachte] een bemiddelende rol gespeeld. Nadat [medeverdachte 4] uit het laboratorium was vertrokken, heeft [verdachte] hem teruggebracht naar een hotel en ervoor gezorgd dat hij de volgende dag weer richting België werd gebracht.

Uit de observaties, gesprekken en overige bevindingen volgt dat [verdachte] niet slechts een toevallige chauffeur was, maar onderdeel uitmaakte van de samenwerking rondom het laboratorium in [plaatsnaam 1] . Zijn handelingen waren van voldoende gewicht om te spreken van medeplegen.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het primair en subsidiair tenlastegelegde en heeft daartoe, kort samengevat, het volgende aangevoerd.

[verdachte] komt pas op een laat moment in de onderzoeksperiode en slechts gedurende enkele dagen in beeld. Hij komt niet voor in het onderzoek Matanuska, niet in de aanloop van Ketchikan en ook niet in de SkyECC-communicatie. Uit het dossier blijkt niet dat hij tot de groep behoorde die zich met het laboratorium in [plaatsnaam 1] bezighield. Hij is ook niet bij dat laboratorium gezien.

De aan [verdachte] toegeschreven gedragingen zijn onvoldoende voor medeplegen of medeplichtigheid. De ontmoeting op 15 december 2020 bij de [locatie] in Amstelveen zegt niets over zijn betrokkenheid bij het laboratorium. Wat daar is besproken, is onbekend. Op de beelden is geen boosheid of verzoenende rol te zien. Het geven van een lift aan [medeverdachte 4] en de aanwezigheid bij enkele ontmoetingen leveren geen nauwe en bewuste samenwerking of opzettelijke behulpzaamheid bij het laboratorium op.

Ook de gestelde geldoverdracht op 18 december 2020 kan niet als belastend bewijs tegen [verdachte] worden gebruikt. Uit de observatie en de foto daarvan volgt niet dat hij geld aan [medeverdachte 1] heeft gegeven; hij stond juist op afstand. Daaruit kan dus evenmin worden afgeleid dat hij wist van een verband met het laboratorium in [plaatsnaam 1] .

Daarnaast kan de uitwerking van OVC-sessie 1034 niet voor het bewijs worden gebruikt. De opname was niet of onvoldoende verstaanbaar, ook niet bij beluistering op het politiebureau. Daardoor heeft de verdediging geen effectieve mogelijkheid gehad om de inhoud van de uitwerking te controleren en eventueel te betwisten. Als de rechtbank die uitwerking toch voor het bewijs wil gebruiken, moet de zaak worden aangehouden zodat de door de politie gebruikte filterende software aan de verdediging beschikbaar wordt gesteld en de opname opnieuw kan worden beluisterd.

Oordeel van de rechtbank

Op grond van de in bijlage II opgenomen bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde feit heeft begaan. De rechtbank overweegt daarover als volgt.

Algemene overweging

Het onderzoek Ketchikan is op 20 augustus 2020 gestart. De aanleiding voor dit onderzoek lag in informatie die naar voren kwam uit het eerdere onderzoek Matanuska. Dat onderzoek was op 29 juli 2020 gestart. Er zijn verschillende opsporingsmiddelen ingezet, waaronder observaties, het opnemen van vertrouwelijke communicatie in voertuigen en het tappen van telecommunicatie.

In de afgeluisterde gesprekken wordt door verschillende personen en in wisselende samenstelling onder meer gesproken over locaties, personen die zouden moeten werken, betalingen en het opzetten of inrichten van productielocaties. Daarbij wordt gebruikgemaakt van termen die, gelet op de inhoud en context van de gesprekken en de overige bevindingen in het dossier, duiden op versluierd taalgebruik voor de productie van methamfetamine.

Uit de inhoud van deze gesprekken, bezien in samenhang met de observaties en de overige bevindingen in het dossier komt dan ook in algemene zin het beeld naar voren dat de verdachten betrokken waren bij het opzetten van laboratoria voor de productie van methamfetamine op verschillende locaties. Dit algemene beeld is, hoe verdacht dit beeld ook is, echter niet voldoende om zonder meer tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit te komen. De rechtbank moet in deze zaak beoordelen of er in het dossier bewijs voorhanden is dat [verdachte] als medepleger of medeplichtige betrokken is bij het laboratorium in [plaatsnaam 1] .

Identificatie [verdachte]

Voor zover in het dossier gesprekken worden toegeschreven aan [verdachte] , zal de rechtbank die koppeling tussen stem en persoon alleen volgen als daarvoor steun bestaat in andere bewijsmiddelen. Conclusies in overzichtsprocessen-verbaal of in het requisitoir die niet of onvoldoende steun vinden in de onderliggende bewijsmiddelen, zal de rechtbank niet zonder meer volgen. Verder is van belang dat een stemherkenning bij een bepaald gesprek, op zichzelf nog geen bewijs oplevert dat die persoon ook in andere gesprekken als spreker kan worden aangemerkt. De vraag in hoeverre [verdachte] kan worden gekoppeld aan de inhoud van specifieke, voor de tenlastelegging relevante gesprekken, zal de rechtbank, hierna onder 4.3.3. beoordelen. Daarbij betrekt de rechtbank de volgende vaststellingen.

[verdachte] komt volgens het dossier op 12 december 2020 in beeld. Op die datum is bij een observatie een persoon waargenomen die in een Renault Twingo met kenteken [kenteken] stapte. Deze persoon is later als [verdachte] herkend.

Deze herkenning wordt ondersteund door de koppeling met de woning aan de [verblijfadres]. Bij de doorzoeking van die woning heeft de aldaar verblijvende [naam 1] verklaard dat [verdachte] soms in de woning verbleef en gebruikmaakte van slaapkamer 2. In die slaapkamer zijn documenten op naam van [verdachte] aangetroffen. De rechtbank stelt op grond daarvan vast dat [verdachte] vanaf 12 december 2020 in het onderzoek naar voren komt.

Bewijsoverweging primair (ZD04)

4.3.3.1. Drugslab in [plaatsnaam 1]

Het laboratorium in [plaatsnaam 1] is aan het licht gekomen nadat [medeverdachte 4] op 17 december 2020 en [medeverdachte 5] op 18 december 2020 in de omgeving van dat laboratorium zijn aangetroffen. [medeverdachte 4] heeft verklaard dat hij naar een plaats was gebracht waar hij moest werken, dat hij daar met anderen verbleef en dat hij uiteindelijk heeft kunnen ontsnappen. Hij heeft vervolgens de Belgische politie de locatie aangewezen. Op het terrein aan [adres] te [plaatsnaam 1] , is daarna in een loods een synthetisch drugslaboratorium aangetroffen.

Uit het Belgische procesdossier volgt dat in de loods een productietent aanwezig was. Daarnaast zijn onder meer kookpotten, waskommen, maatbekers, maskers, filters, een centrifuge, koolstoffilters, tonnen, diepvriezers en chemicaliën aangetroffen, waaronder aceton, natriumhydroxide, zoutzuur en wijnsteenzuur. In een tweede tent zijn matrassen en slaapspullen aangetroffen.

Uit het proces-verbaal van de Clan Lab Response Unit volgt dat het aanwezige materiaal en de stoffen wezen op de scheiding van d- en l-methamfetamine en het (her)kristallisatieproces van methamfetamine-olie. Op het moment van de huiszoeking had het scheidingsproces al gedeeltelijk plaatsgevonden, maar het kristallisatieproces nog niet. Uit het deskundigenrapport van het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie volgt dat grondstoffen, materialen, resten en afval van de scheiding van d- en l-methamfetamine zijn aangetroffen, waaronder d/l-methamfetamineolie, wijnsteenzuur, natriumhydroxide, reactietonnen, centrifuges, l-methamfetaminetartraat en d-methamfetamineolie. Volgens de deskundige was ongeveer 170 liter d/l-methamfetamineolie gescheiden tot ongeveer 85 liter d-methamfetamineolie, die nog op de locatie aanwezig was.

De rechtbank stelt op basis daarvan vast dat aan [adres] te [plaatsnaam 1] , een drugslaboratorium aanwezig was dat was ingericht en werd gebruikt voor de bereiding en bewerking van methamfetamine. Verder stelt de rechtbank vast dat [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] in dit laboratorium aanwezig zijn geweest. Uit de OVC-gesprekken van 13 december 2020 volgt dat [medeverdachte 1] hen naar de [locatie] in Amstelveen heeft gebracht, waar zij zijn overgedragen aan de persoon die hen verder zou vervoeren. Op 14 december 2020 zegt [medeverdachte 1] dat de jongens al aan het “schilderen” zijn. In de OVC-gesprekken van 15 december 2020 vertelt [medeverdachte 4] vervolgens over hun verblijf in België, het laboratorium en de omstandigheden waaronder zij daar moesten verblijven. Deze feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de vaststelling dat [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] naar de locatie in [plaatsnaam 1] zijn gebracht om daar werkzaamheden in het laboratorium te verrichten.

De vraag die de rechtbank vervolgens moet beantwoorden, is of wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte als medepleger bij dit laboratorium betrokken is geweest. Daarbij geldt dat de rechtbank niet zonder meer alle door de officier van justitie getrokken conclusies volgt. De officier van justitie heeft in het requisitoir bij dit feit op onderdelen grote stappen gezet en ook gesprekken aangehaald waarvan onvoldoende kan worden vastgesteld dat zij op het laboratorium in [plaatsnaam 1] betrekking hebben. De rechtbank zal bij haar beoordeling alleen uitgaan van de bewijsmiddelen die naar het oordeel van de rechtbank rechtstreeks steun bieden voor betrokkenheid bij dit laboratorium.

4.3.3.2. Betrokkenheid verdachte bij drugslab in [plaatsnaam 1]

De rechtbank beoordeelt de betrokkenheid van [verdachte] bij het laboratorium in [plaatsnaam 1] in het licht van de OVC-gesprekken van 15 december 2020, bezien in samenhang met de observaties en de gesprekken met [medeverdachte 4] . De rechtbank stelt voorop dat niet alle door de officier van justitie genoemde omstandigheden dragend zijn voor de bewezenverklaring. Zo bieden de door de officier van justitie genoemde bevindingen over gebaren, boosheid, verzoening en geld onvoldoende zelfstandige steun voor de conclusie dat [verdachte] als medepleger bij het laboratorium in [plaatsnaam 1] betrokken was. De bewezenverklaring rust daarom op de OVC-gesprekken van 15 december 2020, bezien in samenhang met de observaties en de gesprekken met [medeverdachte 4] . Meer specifiek zijn de volgende feiten en omstandigheden redengevend voor het bewijs.

Uit OVC-sessies 1024 en 1025 volgt dat [medeverdachte 4] aan [medeverdachte 1] heeft verteld over de locatie waar hij vandaan kwam. Hij spreekt over België, over een caravan waarin hij heeft geslapen, over de “ [bijnaam] ”, over slechte omstandigheden en over het feit dat hij en [medeverdachte 5] daar moesten werken. De rechtbank stelt vast dat deze gesprekken betrekking hebben op het laboratorium in [plaatsnaam 1] .

Later op 15 december 2020 vinden OVC-gesprekken plaats tussen [medeverdachte 1] en een NN-man. De rechtbank stelt vast dat deze NN-man [verdachte] is. Daarvoor is redengevend dat uit de observatie van 15 december 2020 volgt dat het [verdachte] was die op die momenten bij [medeverdachte 1] in of bij de Mazda aanwezig was. De tijdstippen van de observatie sluiten aan bij de OVC-gesprekken. Daarmee bestaat voldoende steun om de stem van de NN-man in de sessies 1034 en 1035 aan [verdachte] te koppelen.

In die gesprekken wordt gesproken over het werk, over wat de jongens de volgende dag gaan doen, over het laten werken van mensen, over het financieren of voorfinancieren van groepen, over [naam 2] , over de ‘ [bijnaam] ’, over een harde werker en over het onderbrengen van de jongens in een hotel in plaats van in een caravan zodat zij kunnen slapen. Ook wordt besproken dat het product, zodra de ‘rijst’ klaar is, van de locatie moet worden weggehaald, dat het werk elders moet worden afgemaakt en dat het product direct moet worden gekoeld vanwege de chemische reactie en de rook die daarbij kunnen ontstaan. De rechtbank beziet deze gesprekken in samenhang met de eerdere gesprekken waarin [medeverdachte 4] klaagde over de caravan, de omstandigheden op de locatie en de aanwezigheid van de ‘ [bijnaam] ’. Op grond daarvan stelt de rechtbank vast dat de gesprekken waaraan [verdachte] deelnam betrekking hadden op het laboratorium in [plaatsnaam 1] .

Uit de inhoud van de gesprekken volgt bovendien dat [verdachte] niet slechts een chauffeur of toevallige aanwezige was. Hij praatte mee over wat nodig was om te kunnen beginnen, het laten werken en onderbrengen van de koks, de duur van de werkzaamheden en de verdere behandeling en verplaatsing van het product. Ook zou hij met de betrokken personen spreken en de instructies over het product aan hen doorgeven. Daarmee had hij een actieve en inhoudelijke bijdrage aan het organiseren en voortzetten van de werkzaamheden in [plaatsnaam 1] . Zijn bijdrage was daarmee van voldoende gewicht om hem als medepleger aan te merken. Hij heeft daarbij samengewerkt met [medeverdachte 1] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] .

4.3.3.3. Conclusie

Bewezen is dat [verdachte] het primair tenlastegelegde feit heeft begaan.

Voorwaardelijk aanhoudingsverzoek

Zoals hiervoor is overwogen, komt de rechtbank tot een bewezenverklaring en betrekt zij daarbij mede de inhoud van OVC-sessie 1034, bezien in samenhang met de observatie van 15 december 2020 en OVC-sessie 1035. De rechtbank moet daarom beoordelen of de verdediging alsnog in de gelegenheid moet worden gesteld de opname op een andere wijze te beluisteren. De rechtbank ziet daarvoor geen aanleiding.

De rechtbank stelt voorop dat het voor de verdediging mogelijk moet zijn om belastend bewijsmateriaal effectief te betwisten. Dat betekent echter niet dat een uitwerking van een OVC-gesprek alleen voor het bewijs kan worden gebruikt als de verdediging de opname op dezelfde wijze en met dezelfde technische middelen heeft kunnen beluisteren als de politie.

In dit geval is OVC-sessie 1034 uitgewerkt door een beëdigde tolk en vervolgens herbeluisterd en waar nodig aangepast. Uit de uitwerking blijkt bovendien dat onderdelen die niet of onvoldoende verstaanbaar waren als zodanig zijn aangeduid. De verdediging heeft geen concrete aanknopingspunten aangevoerd die reden geven om te twijfelen aan de juistheid van de inhoudelijke uitwerking van de voor het bewijs relevante onderdelen.

De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat de inhoud van sessie 1034 niet op zichzelf staat. De rechtbank beoordeelt deze sessie in samenhang met de observatie van 15 december 2020 en OVC-sessie 1035. Ook vanwege die samenhang bestaat geen aanleiding om aan de juistheid van de uitwerking van sessie 1034 te twijfelen.

Gelet daarop ziet de rechtbank geen noodzaak om het onderzoek aan te houden om de verdediging in de gelegenheid te stellen de opname opnieuw met andere software te beluisteren.

Het verzoek wordt daarom afgewezen.

5. Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in bijlage II opgenomen bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

ZD04

in de periode van 7 december 2020 tot en met 18 december 2020 te [plaatsnaam 1] , tezamen en in vereniging met anderen, te weten met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 6] en [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] , opzettelijk heeft vervaardigd en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, één of meer hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende methamfetamine en/of amfetamine, zijnde een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6. De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8. Motivering van de straf

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door haar bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 44 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. De officier van justitie heeft daarbij onder meer betrokken dat verdachte niet slechts chauffeur was, maar aanwezig was bij besprekingen, vervoer en onderdak regelde en hielp bij het oplossen van problemen. De officier van justitie heeft in strafmatigende zin rekening gehouden met overschrijding van de redelijke termijn.

Het strafmaatverweer van de verdediging

De raadsman heeft bepleit om bij een eventuele bewezenverklaring in strafmatigende zin rekening te houden met de omstandigheid dat verdachte slechts kort in beeld komt, niet in het laboratorium is gezien, niet voorkomt in SkyECC-communicatie en dat zijn rol hooguit bestaat uit aanwezigheid bij enkele ontmoetingen en het geven van een lift. Verder heeft de raadsman gewezen op de overschrijding van de redelijke termijn en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Ernst van het feit

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan medeplegen van de productie van methamfetamine in een drugslaboratorium in [plaatsnaam 1] .

Methamfetamine is een zeer schadelijke harddrug. De productie daarvan brengt grote risico’s mee voor de volksgezondheid, de veiligheid van de directe omgeving en het milieu. Bij de productie worden gevaarlijke chemicaliën gebruikt. Drugslaboratoria leveren risico’s op voor brand, explosies, lekkages en blootstelling aan giftige stoffen. Dat gevaar geldt niet alleen voor de personen die in de laboratoria werken, maar ook voor omwonenden, hulpverleners en anderen die met de gevolgen van dergelijke productieplaatsen worden geconfronteerd. Daarnaast gaat de productie van synthetische drugs vaak gepaard met andere vormen van criminaliteit, zoals geweld, intimidatie, witwassen en dumping van chemisch afval.

De bewezenverklaarde betrokkenheid van verdachte ziet op één laboratorium en op een relatief korte periode. Verdachte is niet in het laboratorium zelf aangetroffen en heeft niet zelf de bewerkingshandelingen verricht. Hij heeft echter inhoudelijk meegesproken over de inzet, de huisvesting en het vervoer van de koks, de voortgang van de werkzaamheden en de verdere behandeling en verplaatsing van het product. Daarmee heeft hij een wezenlijke bijdrage geleverd aan het kunnen voortzetten van de werkzaamheden in [plaatsnaam 1] .

Persoon van verdachte

De rechtbank houdt rekening met de overschrijding van de redelijke termijn. Verdachte is op 4 maart 2021 in verzekering gesteld. De rechtbank doet uitspraak op 15 september 2026. Daarmee is de redelijke termijn in aanzienlijke mate overschreden. Deze overschrijding is niet in overwegende mate aan verdachte toe te rekenen. De rechtbank zal daarom strafvermindering toepassen.

Strafoplegging

Gelet op de ernst van het bewezenverklaarde feit, de rol van verdachte en de omstandigheden waaronder het feit is gepleegd, is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden.

De door de officier van justitie gevorderde gevangenisstraf vindt de rechtbank te hoog. Die eis gaat uit van een zwaardere rol van verdachte dan de rechtbank bewezen acht. De rechtbank acht bewezen dat verdachte als medepleger betrokken was bij het laboratorium in [plaatsnaam 1] , maar ziet zijn rol als beperkter dan door het Openbaar Ministerie is gesteld.

Vóór toepassing van strafvermindering wegens de overschrijding van de redelijke termijn zou de rechtbank een gevangenisstraf van 18 maanden passend hebben geoordeeld. De aanzienlijke overschrijding van de redelijke termijn geeft aanleiding deze straf te verminderen met 4 maanden.

De rechtbank acht daarom een gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, passend en geboden.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.

10. Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod en het in artikel 2 onder D van de Opiumwet gegeven verbod.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 14 (veertien) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidsstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.

Dit vonnis is gewezen door

mr. M. Smit, voorzitter,

mr. H.J. Bos en mr. M. Wiewel, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S.F. Coşkun, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 15 september 2026.

[…]

[…] […]

[…] […]

[…] […]

[…] […] […] […] […] […] […] […] […] […]

[…] […]

[…] […] […] […]

[…] […] […]

[…] […] […]

[…] […] […]

[…]

[…] […]

[…]

[…] […]

[…]

[…]

[…]

[…] […]

[…]

[…]

[…] […] […] […] […] […] […] […] […]

[…] […] […] […] […] […]

[…] […] […] […] […] […]

[…] […]

[…] […] […] […]

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. M. Smit
  • mr. H.J. Bos
  • mr. M. Wiewel

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand