ECLI:NL:RBAMS:2026:9224

ECLI:NL:RBAMS:2026:9224

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 15-09-2026
Datum publicatie 15-09-2026
Zaaknummer 13-090055-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Onderzoek Ketchikan. Vrijspraak van betrokkenheid bij een methamfetaminelaboratorium.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

vonnis

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 13-090055-25

Datum uitspraak: 15 september 2026

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1975,

wonende op het adres [adres] .

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen op 19, 20, 23, 27 en 30 maart 2026, 3 en 10 april 2026 (inhoudelijke behandeling) en 15 september 2026 (sluiting).

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officieren van justitie mr. A. Kerkhoff en mr. M.M. van den Berg (hierna samen: de officier van justitie) en van wat de raadsman van verdachte, mr. W. van Vliet, advocaat te Amsterdam, naar voren heeft gebracht.

De rechtbank heeft de zaak tegen verdachte gelijktijdig, maar niet gevoegd, behandeld met de zaken tegen de overige verdachten in het onderzoek Ketchikan, te weten [medeverdachte 1] (13-011544-21), [medeverdachte 2] (13-011674-21), [medeverdachte 3] (13-012666-21), [medeverdachte 4] (13-059747-21), [medeverdachte 5] (13-222962-21), [medeverdachte 6] (13-222976-21), [medeverdachte 7] (13-017117-26), [medeverdachte 8] (13-090082-25) en [medeverdachte 9] (13-090094-25). De rechtbank doet gelijktijdig uitspraak in deze zaken.

2. Tenlastelegging

Verdachte wordt – kort samengevat – beschuldigd van het volgende strafbare feit:

medeplegen van het opzettelijk vervaardigen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken, althans het opzettelijk aanwezig hebben van (meth)amfetamine in de periode van 20 augustus 2020 tot en met 1 november 2020 te [plaats 1] en/of te Amsterdam en/of elders in Nederland.

De volledige tenlastelegging is opgenomen in een bijlage die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3. Inleiding

Deze zaak maakt deel uit van de mega Ketchikan. Onderzoek Ketchikan is gericht op een groep personen die zich in georganiseerd verband bezig zou houden met de productie en handel in synthetische drugs, met name methamfetamine, ook wel crystal meth genoemd. Er werd onderzoek gedaan naar onder meer het opzetten, faciliteren en exploiteren van drugslaboratoria. Lopende het onderzoek zijn er op verschillende locaties, waaronder [plaats 1] , [plaats 2] en [plaats 3] (België) drugslaboratoria ontmanteld.

Er zijn in totaal elf verdachten gedagvaard. Het Openbaar Ministerie ziet deze elf verdachten als een samenwerkingsverband dat een belangrijke schakel vormt in de grootschalige productie van methamfetamine in Nederland. [verdachte] is één van die verdachten. Hij wordt ervan verdacht dat hij een organiserende en financierende rol had bij het laboratorium in [plaats 1] .

Die verdenking heeft, nadat de rechtbank de dagvaarding in zijn zaak in 2022 (Ketchikan I) nietig heeft verklaard, geresulteerd in de hierboven weergegeven tenlastelegging. De zaak is vervolgens in 2026 opnieuw door het Openbaar Ministerie aangebracht (Ketchikan II).

4. Waardering van het bewijs

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde feit wettig en overtuigend kan worden bewezen en heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 44 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. De officier van justitie heeft daartoe, kort samengevat, het volgende aangevoerd.

[verdachte] was betrokken bij het opzetten en laten draaien van het laboratorium in [plaats 1] . Hij had daarbij een organiserende en financierende rol. Uit de OVC-gesprekken, observaties, [chat-app] -berichten en overige bevindingen volgt dat hij in de samenwerking degene was die contact had met de eigenaar van de locatie, [persoon 1] , het laboratorium beschikbaar had, betrokken was bij de inrichting daarvan en inkocht wat volgens de anderen nodig was, waarna de koks van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] daar aan het werk konden.

Zijn betrokkenheid blijkt onder meer uit de gesprekken van 29 september 2020, waarin wordt gesproken over een sportschool als geschikte locatie, en uit de afspraak met [verdachte] . De aanwijzingen voor die betrokkenheid bestaan daarnaast uit de koppeling van [verdachte] aan de bijnamen “ [bijnaam 1] ” en “ [bijnaam 2] ”, het lijstje met chemicaliën van diezelfde datum en de [chat-app] -communicatie met het account “ [account] ” van [persoon 2] , die ook in verband wordt gebracht met het laboratorium in [plaats 1] . In samenhang bezien volgt hieruit dat [verdachte] als medepleger bij het laboratorium kan worden aangemerkt.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het tenlastegelegde en heeft daartoe, kort samengevat, het volgende aangevoerd.

Het dossier bevat onvoldoende bewijs om tot de overtuiging te komen dat [verdachte] als medepleger betrokken was bij het specifieke laboratorium in [plaats 1] . Dat hij in bredere zin in een verdachte context voorkomt, is daarvoor niet genoeg.

De herkenning van [verdachte] en de koppeling aan de bijnaam “ [bijnaam 1] ” zijn onvoldoende betrouwbaar. Ook als wordt aangenomen dat met “ [bijnaam 1] ” [verdachte] wordt bedoeld, volgt daaruit nog niet dat hij betrokken was bij het laboratorium in [plaats 1] . Het vermeende geven van geld kan niet zonder meer aan dat laboratorium worden gekoppeld.

Ook voor het regelen van de locatie ontbreekt voldoende bewijs. [verdachte] is niet bij de sportschool gezien, er is geen contact met de eigenaar gebleken en er zijn geen technische resultaten of camerabeelden waaruit een link met de sportschool volgt. Het lijstje met chemicaliën en de [chat-app] -communicatie zijn onvoldoende onderscheidend en kunnen niet zonder meer aan dit specifieke laboratorium worden gekoppeld. Bovendien blijkt niet dat [verdachte] het lijstje heeft gemaakt, chemicaliën heeft besteld of daadwerkelijk als financier of organisator heeft opgetreden.

Ook het ontbreken van onverklaarbaar vermogen past niet bij het beeld dat [verdachte] de financier of organisator van het laboratorium zou zijn geweest. Het bewijs blijft daarmee te veel hangen in vermoedens en algemene verdenkingen.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Algemene overweging

Het onderzoek Ketchikan is op 20 augustus 2020 gestart. De aanleiding voor dit onderzoek lag in informatie die naar voren kwam uit het eerdere onderzoek Matanuska. Dat onderzoek was op 29 juli 2020 gestart. Er zijn verschillende opsporingsmiddelen ingezet, waaronder observaties, het opnemen van vertrouwelijke communicatie in voertuigen en het tappen van telecommunicatie.

In de afgeluisterde gesprekken wordt door verschillende personen en in wisselende samenstelling onder meer gesproken over locaties, personen die zouden moeten werken, betalingen en het opzetten of inrichten van productielocaties. Daarbij wordt gebruikgemaakt van termen die, gelet op de inhoud en context van de gesprekken en de overige bevindingen in het dossier, duiden op versluierd taalgebruik voor de productie van methamfetamine.

Uit de inhoud van de gesprekken, bezien in samenhang met de observaties en de overige bevindingen in het dossier komt dan ook in algemene zin het beeld naar voren dat de verdachten betrokken waren bij het opzetten van laboratoria voor de productie van crystal meth op verschillende locaties. Dat algemene beeld is, hoe verdacht dit beeld ook is, echter niet voldoende om zonder meer tot bewezenverklaring te komen van het aan [verdachte] tenlastegelegde feit.

De rechtbank moet in deze zaak beoordelen of er in het dossier bewijs voorhanden is dat [verdachte] als medepleger betrokken is bij het laboratorium in [plaats 1] . OVC-gesprekken of observaties die niet voldoende concreet met het laboratorium in [plaats 1] in verband kunnen worden gebracht, kunnen niet zonder meer als bewijs voor het tenlastegelegde feit dienen.

Identificatie [verdachte]

Voor zover [verdachte] in OVC-gesprekken als spreker wordt aangeduid of herkend, zal de rechtbank die koppeling tussen stem en persoon alleen volgen als daarvoor steun bestaat in de inhoud van het gesprek of in andere bewijsmiddelen. Hetzelfde geldt voor zover het Openbaar Ministerie [verdachte] koppelt aan een bijnaam of aanduiding in de gesprekken. Conclusies in overzichtsprocessen-verbaal of in het requisitoir die niet of onvoldoende steun vinden in de onderliggende bewijsmiddelen, zal de rechtbank niet zonder meer volgen. Verder is van belang dat een stemherkenning bij een bepaald gesprek, op zichzelf nog geen bewijs oplevert dat die persoon ook in andere gesprekken als spreker kan worden aangemerkt. De vraag in hoeverre [verdachte] kan worden gekoppeld aan de inhoud van specifieke, voor de tenlastelegging relevante gesprekken, zal de rechtbank hierna beoordelen. Daarbij betrekt de rechtbank de volgende vaststellingen.

[verdachte] komt volgens het dossier op 10 augustus 2020 in beeld bij een observatie in het onderzoek Matanuska. Daarbij is een persoon waargenomen die gebruikmaakte van een Volkswagen Up met kenteken [kenteken] . Dit voertuig stond op naam van [verdachte] . Uit de politiesystemen bleek daarnaast dat verdachte [verdachte] eerder gebruik had gemaakt van dit voertuig.

De verdediging heeft kanttekeningen geplaatst bij de herkenning van [verdachte] en bij de koppeling van [verdachte] aan de aanduiding “ [bijnaam 1] ”. De rechtbank is van oordeel dat de identiteit van [verdachte] voldoende kan worden vastgesteld. Daarbij betrekt de rechtbank onder meer de hierna te bespreken OVC-gesprekken.

Uit OVC-gesprekken van 29 september 2020 volgt dat [medeverdachte 1] en [persoon 3] spreken over het ophalen van “ [naam] ” en het vervolgens gaan naar “ [bijnaam 1] ”. Uit de context van deze gesprekken leidt de rechtbank af dat met “ [bijnaam 1] ” wordt gedoeld op een persoon en niet op de plaats [bijnaam 1] .

In OVC-sessie 678 in de Ford Fiesta wordt gezegd dat zij eerst “ [naam] ” gaan halen en daarna naar “ [bijnaam 1] ” zullen gaan. Vervolgens wordt “ [naam] ” opgehaald. Nadat “ [naam] ” is ingestapt, wordt in OVC-sessie 685 gesproken over het gaan kijken wat “ [bijnaam 1] ” te zeggen heeft. Uit OVC-sessie 688 van diezelfde datum blijkt vervolgens dat naar Velp wordt gereden. Uit de daaropvolgende observatie volgt dat zij zich daadwerkelijk naar Velp begeven en dat daar [verdachte] wordt ontmoet.

Deze feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de vaststelling dat met “ [bijnaam 1] ” [verdachte] wordt bedoeld.

Deze vaststelling betekent echter op zichzelf nog niet dat [verdachte] ook als medepleger bij het laboratorium in [plaats 1] kan worden aangemerkt. Die vraag zal de rechtbank hierna beoordelen.

Vrijspraak (ZD01)

In een sportschool in [plaats 1] is op 1 november 2020 een in werking zijnde drugslaboratorium aangetroffen dat was ingericht voor de grootschalige productie van methamfetamine. Uit het dossier volgt niet dat [verdachte] in of bij de sportschool in [plaats 1] is geweest. Er is ook geen forensisch spoor, camerabeeld of ander objectief bewijsmiddel dat hem aan het laboratorium in [plaats 1] koppelt. Het bewijs van zijn betrokkenheid zou daarom moeten volgen uit de inhoud van gesprekken en observaties van ontmoetingen in de periode voorafgaand aan het aantreffen van het laboratorium. Daarbij gaat het met name om de koppeling van [verdachte] aan de aanduiding “ [bijnaam 1] ”, de gesprekken van 29 september 2020 over een sportschool als mogelijke locatie, de verplaatsing naar Velp, het lijstje met chemicaliën en de [chat-app] -communicatie.

Zoals hiervoor is vastgesteld, wordt met de aanduiding “ [bijnaam 1] ” [verdachte] bedoeld. Die vaststelling en de ontmoeting in Velp leveren een verdachte context op, maar daarmee kan nog niet worden vastgesteld dat [verdachte] als medepleger betrokken was bij het laboratorium in [plaats 1] .

Daarvoor is de inhoud van de gesprekken onvoldoende concreet om de daarin besproken rol van [verdachte] te koppelen aan het laboratorium in [plaats 1] . Anders dan de officier van justitie heeft betoogd, volgt naar het oordeel van de rechtbank uit de gesprekken niet buiten redelijke twijfel dat [verdachte] de locatie in [plaats 1] heeft geregeld, de inrichting daarvan heeft gefinancierd of anderszins concrete handelingen heeft verricht die rechtstreeks op dat laboratorium betrekking hadden. Ook bevat het dossier geen bewijs die de conclusie van de officier van justitie rechtvaardigt dat [verdachte] rechtstreeks contact had met de eigenaar van de sportschool.

Het lijstje met chemicaliën en de [chat-app] -communicatie maken dat niet anders. Die stukken passen wel in het algemene beeld dat [verdachte] betrokkenheid heeft bij de productie van synthetische drugs, maar bieden onvoldoende houvast om vast te stellen dat zij specifiek betrekking hadden op het laboratorium in [plaats 1] en dat [verdachte] daaraan een bijdrage van voldoende gewicht heeft geleverd.

De rechtbank acht daarom niet wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] als medepleger betrokken was bij het laboratorium in [plaats 1] .

5. Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart het tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door

mr. M. Smit, voorzitter,

mr. H.J. Bos en mr. M. Wiewel, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S.F. Coşkun, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 15 september 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. M. Smit
  • mr. H.J. Bos
  • mr. M. Wiewel

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand