RECHTBANK Amsterdam
Civiel recht, voorzieningenrechter
Zaaknummer: C/13/793362 / KG ZA 26-791 NB/GR
Vonnis in kort geding van 15 september 2026
in de zaak van
[eisende partij] ,
te [plaats] ,
eisende partij bij dagvaarding van 7 september 2026,
hierna te noemen: [eisende partij] ,
advocaat: mr. T. Hovers,
tegen
HEN DIE VERBLIJVEN AAN DE [adres],
te [plaats] ,
gedaagden,
niet verschenen.
1. De procedure
Op de mondelinge behandeling van 15 september 2026 verscheen [eisende partij] met haar bouwbegeleider, makelaar en aannemer, en met mr. Hovers. Gedaagden zijn niet verschenen en hebben zich ook niet laten vertegenwoordigen door een advocaat. Vonnis is bepaald op vandaag.
2. Het geschil
[eisende partij] vordert bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis:
Gedaagden te veroordelen om, binnen drie dagen na betekening van dit vonnis, met het hunne en de hunnen de woning en het perceel met de zich daarop bevindende opstallen, plaatselijk bekend als [adres] tot en met [adres] , kadastraal bekend Amstelveen sectie W, nummers 723, 724 en 477, te ontruimen en onder afgifte van sleutels aan [eisende partij] ter vrije beschikking te stellen en vervolgens ontruimd en verlaten te houden, met bepaling dat het vonnis ex artikel 557a lid 3 Rv gedurende een jaar, althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen termijn, ook ten uitvoer gelegd zal kunnen worden tegen een ieder die ten tijde van de tenuitvoerlegging zich daar bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer zich dat voordoet, alles met veroordeling van gedaagden hoofdelijk, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, te veroordelen in de kosten van dit geding, te vermeerderen met de kosten van de op grond van artikel 61 Rv voorgeschreven advertentie en met de nakosten, een en ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van dit vonnis, te vermeerderen met de wettelijke rente.
3. De beoordeling
Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht genomen, zodat het gevraagde verstek jegens de niet verschenen gedaagden zal worden verleend.
[eisende partij] heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.
Het gevorderde komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal worden toegewezen.
Gedaagden zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief de kosten van de op grond van artikel 61 Rv voorgeschreven advertentie en de nakosten) betalen. De proceskosten van [eisende partij] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€ 151,94
- griffierecht
€ 341,00
- salaris advocaat
€ 1.177,00
- nakosten
€ 189,00
Totaal
€ 1.858,94 (plus de kosten van de op grond van artikel 61 Rv voorgeschreven advertentie)
4. De beslissing
De voorzieningenrechter
verleent verstek tegen de niet verschenen gedaagden,
veroordeelt gedaagden binnen drie dagen na betekening van dit vonnis de woning en het perceel met de zich daarop bevindende opstallen, plaatselijk bekend als [adres] tot en met [adres] , kadastraal bekend Amstelveen sectie W, nummers 723, 724 en 477, met het hunne en de hunnen te ontruimen, onder afgifte van de sleutels,
bepaalt dat de veroordeling onder 4.2. tegen een ieder die zich tot en met 15 september 2027 aan de [adres] tot en met [adres] , kadastraal bekend Amstelveen sectie W, nummers 723, 724 en 477, bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer zich dat voordoet, ook ten uitvoer kan worden gelegd,
veroordeelt gedaagden hoofdelijk in de proceskosten van € 1.858.94, plus de kosten van de op grond van artikel 61 Rv voorgeschreven advertentie, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als gedaagden niet tijdig aan deze veroordeling voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt gedaagden tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. N.C.H. Blankevoort, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. G.P. Raats, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 15 september 2026.