ECLI:NL:RBAMS:2026:9257

ECLI:NL:RBAMS:2026:9257

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 19-03-2026
Datum publicatie 16-09-2026
Zaaknummer 13-017106-26
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

OM niet-ontvankelijk

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

vonnis

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 13-017106-26

Datum uitspraak: 19 maart 2026

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboortedatum] 1972,

wonende op het adres [adres] .

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 19 maart 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officieren van justitie mr. A. Kerkhoff en mr. M.M. van den Berg (hierna samen: de officier van justitie) en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. J.F. van der Brugge, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.

2. Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich in de periode van 1 oktober 2020 tot en met 11 januari 2021 te Amsterdam en/of Halfweg en/of Spaarnwoude en/of Vroomshoop en/of elders in Nederland en/of in Duitsland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, schuldig heeft gemaakt aan voorbereidingshandelingen als bedoeld in artikel 10a van de Opiumwet met betrekking tot (meth)amfetamine.

De volledige tenlastelegging is opgenomen in een bijlage die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3. Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging en heeft daartoe het volgende aangevoerd.

De rechtbank heeft in de strafzaak van verdachte met parketnummer 13-011588-21 op 26 april 2022 vonnis gewezen waarin de dagvaarding nietig is verklaard. Tegen dit vonnis loopt nog een procedure in hoger beroep, na cassatie. De Hoge Raad heeft op 6 januari 2026 het arrest van het gerechtshof vernietigd en de zaak teruggewezen naar het gerechtshof Amsterdam, alwaar de zaak op 7 juli 2026 opnieuw zal worden behandeld. Deze procedure is dus nog niet onherroepelijk afgerond.

De onderhavige dagvaarding ziet op dezelfde feiten als de eerdere dagvaarding in de zin van artikel 68 van het Wetboek van Strafrecht. Dat betekent dat het Openbaar Ministerie prematuur is met het opnieuw aanbrengen van de zaak. Het is in strijd met het systeem van de wet en met vaste jurisprudentie van de Hoge Raad om vooruit te lopen op een nog lopende procedure.

Er is sprake van een gerechtvaardigd belang bij het afwachten van de uitkomst van de procedure bij het gerechtshof. In de lopende strafzaak heeft de verdediging, op basis van voortschrijdend inzicht, het standpunt ingenomen dat de dagvaarding niet nietig had moeten worden verklaard, maar dat een inhoudelijke behandeling tot vrijspraak had moeten leiden. Na vernietiging door de Hoge Raad ligt de zaak opnieuw in volle omvang ter beoordeling voor aan het gerechtshof en daarna eventueel wederom aan de Hoge Raad.

Van een vertragingstactiek is geen sprake. De verdediging maakt gebruik van haar procesrechten en beoogt een uitkomst die recht doet aan de strafvorderlijke waarborgen en internationale verdragen. Het Openbaar Ministerie kan niet vooruitlopen op de uitkomst van de lopende procedure door een nieuwe vervolging aan te vangen ter zake van dezelfde feiten.

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in de vervolging en heeft daartoe het volgende aangevoerd.

In de eerdere procedure is de dagvaarding door de rechtbank nietig verklaard. Het Openbaar Ministerie heeft zich daarbij neergelegd en besloten de tenlastelegging aan te passen en de zaak opnieuw aan te brengen. De aangepaste tenlastelegging vormt nu de grondslag van de vervolging, ongeacht de uitkomst van de nog lopende procedure bij het gerechtshof.

Er bestaat geen rechtens te respecteren belang bij het aanhouden van de behandeling van de zaak. Niet valt in te zien welk belang van de verdediging wordt geschaad als de zaak nu inhoudelijk wordt behandeld. Het enkele belang dat de zaak later wordt behandeld en mogelijk tot een lagere straf leidt, kan niet als een dergelijk belang worden aangemerkt.

Er is sprake van een bijzondere situatie. De eerdere dagvaarding is op verzoek van de verdediging nietig verklaard, waarna de verdediging tegen die beslissing rechtsmiddelen heeft aangewend. Het is niet gerechtvaardigd dat deze procedure ertoe leidt dat de inhoudelijke behandeling van de zaak langdurig wordt vertraagd. Dit wordt aangemerkt als een vertragingstactiek.

De jurisprudentie van de Hoge Raad, inhoudende dat in beginsel geen tweede dagvaarding mag worden uitgebracht zolang in de eerste zaak nog geen onherroepelijke beslissing is genomen, is hier niet zonder meer van toepassing. De oorspronkelijke tenlastelegging zal niet langer de basis vormen van de vervolging, nu de aangepaste tenlastelegging leidend is.

Indien het gerechtshof alsnog tot een inhoudelijke behandeling van de eerdere zaak komt, zal aldaar geen vervolgingsbelang meer bestaan, nu de zaak reeds op basis van de nieuwe dagvaarding wordt behandeld.

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte is in verband met verdenkingen voortkomend uit het onderzoek Ketchikan gedagvaard voor de zitting van 4 april 2022. Bij vonnis van 26 april 2022 (ECLI:NL:RBAMS:2022:3700) heeft de rechtbank de dagvaarding in die procedure nietig verklaard. Tegen die beslissing is hoger beroep ingesteld. Het gerechtshof heeft bij arrest van 7 november 2024 (ECLI:NL:GHAMS:2024:3418) het vonnis van de rechtbank bevestigd. Vervolgens is tegen dat arrest cassatie ingesteld. De Hoge Raad heeft bij arrest van 6 januari 2026 (ECLI:NL:HR:2026:18) het arrest van het gerechtshof vernietigd, omdat uit het proces-verbaal van de zitting niet bleek dat aan verdachte het recht is gelaten als laatst te spreken. De Hoge Raad heeft het er daarom voor gehouden dat dit voorschrift niet is nageleefd en het onderzoek ter terechtzitting bij het gerechtshof nietig verklaard. De zaak is teruggewezen naar het gerechtshof Amsterdam. Ter zitting is gebleken dat de behandeling aldaar is gepland op 7 juli 2026. Op die dagvaarding is dan ook nog niet onherroepelijk beslist.

Nadien is verdachte, eveneens in verband met verdenkingen voortkomend uit het onderzoek Ketchikan, gedagvaard voor de zitting van 19 maart 2026 (en opvolgende data). Met de verdediging en de officieren van justitie is de rechtbank van oordeel dat het hier gaat om hetzelfde feit als in de eerste procedure, zij het dat de tenlastelegging is aangepast naar aanleiding van de eerdere beslissing van de rechtbank dat de destijds uitgebrachte dagvaarding nietig was. Verdachte wordt met het doen uitgaan van de tweede dagvaarding dus andermaal vervolgd ter zake van hetzelfde feit.

Uitgangspunt is dat zogenoemde inhaaldagvaardingen niet geoorloofd zijn, omdat het uitbrengen van een dagvaarding ter zake van een feitelijk gebeuren waarvoor eerder een dagvaarding is uitgebracht waarop nog niet onherroepelijk is beslist, in strijd is met het systeem van de wet.

Slechts in uitzonderlijke gevallen heeft de Hoge Raad uitzonderingen op dit wettelijk systeem toegelaten. Van een dergelijk uitzonderlijk geval is in deze zaak geen sprake. Ook overigens ziet de rechtbank geen gronden om van het wettelijk uitgangspunt af te wijken.

De rechtbank zal daarom de officieren van justitie niet-ontvankelijk verklaren in hun vervolging in onderhavige zaak.

4. Beslissing

De rechtbank komt op grond hiervan tot de volgende beslissing.

Verklaart de officieren van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging van verdachte.

Dit vonnis is gewezen door

mr. M. Smit, voorzitter,

mrs. H.J. Bos en M. Wiewel, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S.F. Coskun, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 19 maart 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M. Smit

Griffier

  • mr. S.F. Coskun

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand