RECHTBANK AMSTERDAM
[de terbeschikkinggestelde] ,
beslissing
Strafrecht
Parketnummer rechtbank: 13/013544-94
Parketnummer hof: 23/000207-95
beslissing van de meervoudige kamer op de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling van:
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1969,wonende op het adres [ad] , [woonplaats] ,
thans uit anderen hoofde gedetineerd in de [naam PI] ,begeleid door [naam] ,
hierna te noemen: de terbeschikkinggestelde.
Procesgang
Bij arrest van het gerechtshof Amsterdam van 26 mei 1995 is de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege opgelegd na bewezenverklaring van – kort gezegd – het misdrijf diefstal met geweld en bedreiging met geweld. Dit is een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De terbeschikkingstelling is daarom niet gemaximeerd tot een periode van vier jaar.
De terbeschikkingstelling is ingegaan op 27 juni 1995. Deze maatregel is voor het laatst bij beslissing van deze rechtbank van 26 juni 2025 met één jaar verlengd. Op 11 juli 2023 is de verpleging van overheidswege voorwaardelijk beëindigd. Bij beslissing van 16 december 2025 is de vordering tot hervatting van de dwangverpleging van de terbeschikkinggestelde afgewezen.
De rechtbank heeft de vordering van de officier van justitie van 19 mei 2026 op de openbare zitting van 9 juli 2026 behandeld. De vordering strekt tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met voorwaardelijk beëindigde dwangverpleging met twee jaar.
De rechtbank heeft de officier van justitie op zitting gehoord. De terbeschikkinggestelde heeft vanaf het moment van het betreden van de zittingszaal niets gezegd, heeft zijn raadsman genegeerd en heeft zich met zijn rug naar de rechtbank gekeerd. Daarop is de terbeschikkinggestelde door de beveiliging de zittingszaal uitgeleid.De raadsman, mr. S. de Korte, heeft de rechtbank daarna te kennen gegeven dat hij zich niet gemachtigd acht het woord namens de terbeschikkinggestelde te voeren, nu hij zijn cliënt verder niet heeft kunnen spreken.
Namens de reclassering is L. de Wild ter zitting als deskundige gehoord.
Stukken
De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
- een advies van de reclassering van 9 april 2026, opgemaakt door L. de Wild en
A. van der Veen, en een advies van psycholoog W.J.P. Gaertner van 22 maart 2026, zoals genoemd in artikel 6:6:12 lid 2 Sv;
- de voortgangsverslagen van 30 januari 2025, 1 augustus 2025 en 1 juli 2026.
Adviezen
Advies van de reclassering
Het advies van de reclassering luidt - zakelijk weergegeven - als volgt.
De terbeschikkinggestelde is een licht verstandelijk beperkte man met een persoonlijkheidsstoornis met narcistische- en borderline kenmerken. Daarnaast is er sprake van een stoornis in het gebruik van cannabis, opioïden en cocaïne. Eerder werd steeds gesproken over zwakbegaafdheid bij de terbeschikkinggestelde, echter zijn er nieuwe onderzoeken uitgevoerd en zijn er nieuwe conclusies getrokken. De problematiek uit zich in het verliezen van overzicht, prikkelgevoeligheid en een wantrouwende basishouding.
De terbeschikkinggestelde vervalt regelmatig in middelengebruik (voornamelijk bij oplopende spanningen), wegens zijn beperkte coping vaardigheden. Het afgelopen jaar is er meerdere keren ingezet op verschillende interventies. Er is, na de afwijzende beslissing van de rechtbank van 16 december 2025 op een vordering voorlopige hervatting van de dwangverpleging, ingezet op beschermd wonen. Totdat dit geregeld was, had de terbeschikkinggestelde elektronische monitoring om structuur aan te brengen. Een beschermde woonvoorziening is niet gevonden en in maart 2026 begon de terbeschikking-gestelde wederom te destabiliseren, waarbij er sprake leek te zijn van randpsychotische verschijnselen en een terugval in middelengebruik. Hierdoor is er wederom ingezet op een time-out in de Oostvaarderskliniek.
Ondanks de inzet van ambulante woonbegeleiding, wekelijkse afspraken bij de reclassering, urinecontroles, dagbesteding en elektronische monitoring, is gebleken dat de terbeschikkinggestelde het niet redt om zelfstandig te functioneren en op een adequate manier hulp in te schakelen als hij moeilijkheden ervaart. Door de beperkte sociaal-emotionele als ook de beperkte schrijf- en leesvaardigheden (analfabetisme) van de terbeschikkinggestelde, zal hij voor veel dagelijkse zaken afhankelijk van zijn omgeving blijven. De afgelopen periode is de familie iets nauwer betrokken geweest bij de terbeschikkinggestelde. Zij hebben geprobeerd om hem te ondersteunen waar nodig. Ook bij deze extra ondersteuning lijkt de terbeschikkinggestelde niet voldoende gebaat.
Het risico op recidive wordt als gemiddeld ingeschat. Er zijn signalen geweest van huiselijk geweld. Er staat een ambtshalve aangifte open, die nog behandeld moet worden. Mocht de terbeschikkinggestelde hiervoor worden veroordeeld, is hij gerecidiveerd met een geweldsdelict.
De verwachting is dat, gezien de (mogelijke) recidive en het zeer tumultueuze verloop van het afgelopen jaar, er langere tijd een forensisch kader nodig zal zijn. De terbeschikking-gestelde blijft gebaat bij een zeer gefaseerde resocialisatie waarbij de te zetten stappen overzichtelijk en afgebakend moeten zijn. Geadviseerd wordt om de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaar
De deskundige heeft het advies op de zitting bevestigd en waar nodig aangevuld.
Advies van de psycholoog
Het advies van de psycholoog die de terbeschikkinggestelde heeft onderzocht luidt - zakelijk
weergegeven - als volgt.
Bij de terbeschikkinggestelde is sprake van een licht verstandelijke beperking en analfabetisme, een persoonlijkheidsstoornis met borderline en antisociale kenmerken en fors middelengebruik in het verleden. Met de jaren is de terbeschikkinggestelde begeleiding en bewindvoering gaan accepteren en functioneert hij binnen de strakke structuur die de reclassering heeft aangebracht, relatief stabiel, maar het bereikte evenwicht is uiterst fragiel. De terbeschikkinggestelde overschat zijn eigen vaardigheden en is snel gekrenkt wanneer hij het gevoel heeft niet voor vol te worden aangezien. Wanneer spanningen toenemen, bij bijvoorbeeld onduidelijkheden op het gebied van wonen, werk of binnen intieme relaties, is begeleiding essentieel. Het ontbreekt de terbeschikkinggestelde nog altijd aan een range van adequate copingvaardigheden en middelengebruik ligt altijd op de loer. Wanneer het tbs-kader nu wegvalt, is het risico dat de terbeschikkinggestelde een geweldsdelict pleegt, op lange termijn hoog. Hierbij kan dan gedacht worden aan delicten zoals bedreiging en mishandeling.Behandeling is bij de terbeschikkinggestelde niet meer geïndiceerd. Begeleiding zal nog vele jaren noodzakelijk zijn. De insteek van de reclassering om de terbeschikkinggestelde in een beschermde woonvorm te plaatsen kan in die zin worden begrepen. Op dit moment gaat het relatief goed met de terbeschikkinggestelde in zijn woning, maar dit is een fragiel evenwicht. Wanneer er destabilisatie optreedt, zal de begeleiding die er nu is, niet toereikend zijn om de terbeschikkinggestelde voldoende te kunnen ondersteunen. Daarvoor is dan dagelijks beschikbare begeleiding noodzakelijk. In de aankomende periode dient alles ingezet te worden op plaatsing binnen een beschermende woonvoorziening met zoveel mogelijk behoudt van autonomie.
Geadviseerd wordt om de tbs-maatregel te verlengen met één jaar en de voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging te continueren.
Voortgangsverslag van de reclassering van 1 juli 2026
Het voortgangsverslag luidt - zakelijk weergegeven - als volgt.
De terbeschikkinggestelde is tot half maart 2026 goed op weg. Daarna volgt een mondelinge waarschuwing van de reclassering, omdat hij extra uren voor zijn werk had geregeld, terwijl daar geen toestemming voor was gegeven. Op 26 maart 2026 belt de terbeschikkinggestelde toezichthouder en lijkt hij verward. Hij geeft een dag later aan dat hij die avond cocaïne heeft gebruikt en alcohol heeft gedronken. Eind maart vraagt de terbeschikkinggestelde om een time-out. Op 2 april 2026 is de terbeschikkinggestelde opgenomen in de Oostvaarderskliniek voor een time-out. Gedurende de time-out stabiliseert de terbeschikkinggestelde relatief snel. Vanuit de Oostvaarderskiniek, wordt geen inhoudelijk behandelaanbod gedaan, omdat zij geen behandelmogelijkheden (meer) zien. De terbeschikkinggestelde zit aan zijn behandelplafond en het is van belang om middels structuur en regelmaat de terbeschikkinggestelde zo stabiel mogelijk te krijgen en houden. Op 12 mei 2026 wordt de time-out positief beëindigd. Op 26 mei 2026 krijgt de terbeschikkinggestelde een officiële waarschuwing, omdat hij cocaïne heeft gebruikt. Op 1 juni 2026 oogt de terbeschikkinggestelde rustiger op zijn meldplicht. Hij komt vrolijker over dan de week daarvoor. Er is een urinecontrole uitgevoerd en die is wederom positief op cocaïne en alcohol.
Op 2 juni 2026 wordt de reclassering gebeld door de politie met het verzoek om de elektronische monitoring uit te lezen. De terbeschikkinggestelde wordt verdacht van het neersteken van zijn ex-schoonmoeder en de politie was op zoek naar hem, omdat het op dat moment onduidelijk was wat het psychisch toestandsbeeld was van de terbeschikking-gestelde en omdat hij mogelijk een mes bij zich zou dragen. Op 2 juni 2026 wordt de terbeschikkinggestelde aangehouden en sindsdien zit hij in voorlopige hechtenis.
De terbeschikkinggestelde heeft, ondanks een verzoek daartoe, geen contact meer opgenomen met de reclassering. Van de casemanager heeft de reclassering vernomen dat hij geen contact wenst met de reclassering.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden toegewezen en dat de termijn van de terbeschikkingstelling moet worden verlengd met twee jaar, omdat aan de voorwaarden voor verlenging is voldaan. De officier van justitie heeft aangegeven dat voor het feit waarvoor de terbeschikkinggestelde zich thans in voorlopige hechtenis bevindt een nieuwe maatregel in de rede ligt. Mocht daarover echter anders worden beslist, dan loopt de onderhavige tbs-maatregel sowieso door.
Beoordeling
De rechtbank heeft kennisgenomen van alle voorgenoemde stukken. Zij komt op grond van de stukken en hetgeen is besproken ter zitting tot het volgende oordeel.
De stoornissen van de terbeschikkinggestelde zijn nog steeds aanwezig en het recidiverisico is hoog. De rechtbank stelt vast dat de terbeschikkinggestelde inmiddels wordt verdacht van het neersteken van zijn ex-schoonmoeder op 2 juni 2026, waarvoor hij thans in voorlopige hechtenis zit.
Gelet hierop is de rechtbank dan ook van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de maatregel met een termijn van twee jaar vereist.
Beslissing
De rechtbank verlengt de termijn van de maatregel van terbeschikkingstelling met
voorwaardelijk beëindigde verpleging van overheidswege met twee jaar.
Deze beslissing is gegeven door
mr. M. Somsen, voorzitter,
mrs. W.M.C. van den Berg en C.M. Noomen, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. V.R. Hofstee, griffier
en in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2026.
Tegen de beslissing staat voor de terbeschikkinggestelde hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beslissing.