RECHTBANK AMSTERDAM
[gemachtigde] (Boete.nu B.V.)
[betrokkene]
CJIB-nummer: [nummer]
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
Afdeling privaatrecht
kantonrechter: mr. H.D. Coumou
zaaknummer: 11337205 WM VERZ 24-7642
beslissing van: 27 mei 2026
func.: 60687
Afschrift van de aantekening in het proces-verbaal van de openbare zitting van 27 mei 2026 inzake het beroep ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (verder: de Wahv) van:
[adres]
verder: gemachtigde
welk beroep is ingesteld bij verzoekschrift, ingekomen bij de CVOM te Utrecht op 3 juli 2023 en is gericht tegen de beslissing van 26 juni 2023 van de officier van justitie (verder: verweerder) ten aanzien van betrokkene, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1998.
[adres 2]
verder: betrokkene
Aan betrokkene is bij beschikking van 29 oktober 2022 (verder: de inleidende beschikking) een sanctie in het kader van de Wahv opgelegd. Betrokkene heeft tegen de inleidende beschikking beroep ingesteld bij verweerder. Deze heeft dat beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene vervolgens beroep ingesteld bij de kantonrechter. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende gegevens overgelegd. Het beroep is behandeld op de openbare zitting van 27 mei 2026. Partijen zijn voor deze zitting opgeroepen.
Gemachtigde is ter zitting verschenen.
Ter zitting heeft verweerder gereageerd op de inhoud van het beroepschrift. Verweerder heeft geconcludeerd dat het beroep gedeeltelijk gegrond is.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
“(…) Ik, verbalisant, zag daadwerkelijk dat de bestuurder van genoemd voertuig een mobiel elektronisch apparaat vast hield tijdens het besturen van genoemd voertuig. Ik zag dat hij het mobiel elektronisch apparaat vast hield met zijn rechter hand ter hoogte van het stuur. Ik zag dat bestuurder tijdens het keek naar het mobiel elektronisch apparaat. Ik zag tevens dat het mobiel elektronisch apparaat zacht licht uitstraalde. Ik, verbalisant, constateerde genoemd feit terwijl ik betrokken links inhaalde op de Ringweg A10. Op dat moment had ik vrij zicht op bestuurder en zijn voertuig. Bij staandehouding zag ik, verbalisant, een mobiele telefoon in het voertuig welke ik herkende als het mobiel elektronische apparaat dat bestuurder vast hield tijdens het besturen van genoemd motorvoertuig. (…)”
1. Aan betrokkene is bij de inleidende beschikking wegens een verkeersgedraging een administratieve sanctie opgelegd ingevolge de Wahv. Betrokkene wordt verweten dat de bestuurder van het motorvoertuig, met [kentekennummer] , waarvoor betrokkene als kentekenhouder aansprakelijk is, tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat heeft vastgehouden op 20 oktober 2022 om 10:53 uur op de Amsteldijk te Amsterdam. Hierop is betrokkene staande gehouden.
2. Het beroep is tijdig ingesteld.
3. Namens betrokkene is een beroepschrift ingesteld en hierin is aangevoerd dat de gedraging wordt ontkend. De gedraging kan niet worden vastgesteld op basis van de verklaring van de verbalisant. Verder merkt betrokkene nog op dat hij graag een fysieke hoorzitting had gewild bij de officier van justitie. De officier heeft enkel het dossier toegezonden en vervolgens de gelegenheid gegeven om de gronden schriftelijk verder aan te vullen. Dit kan niet worden gekwalificeerd als een hoorzitting als bedoeld in artikel 7:16 Awb. Structureel schendt de CVOM de hoorplicht vanwege capaciteitsproblemen. Betrokkene verzoekt u daarom om daar gevolgen aan te verbinden zoals het hof heeft gedaan in het meervoudige arrest met vindplaats ECLI:NL:GHARL:2022:9934. Tot slot wordt verzocht om een proceskostenvergoeding.
4. Ter zitting heeft gemachtigde aangegeven de gronden uit het beroepschrift te handhaven en heeft hieraan toegevoegd dat de redelijke termijn van berechting is overschreden. Ook heeft gemachtigde aangegeven dat hij het aanvullend proces-verbaal niet heeft ontvangen. Gemachtigde verzoekt een matiging van het sanctiebedrag met 50%, aangezien de pleegdatum dateert van ruim drie jaren geleden.
5. Ter zitting heeft verweerder voorgesteld het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren. De gedraging kan, gelet op de verklaring van de verbalisant, worden vastgesteld. Er is geen reden om hieraan te twijfelen. Er is aan betrokkene een schriftelijke ronde aangeboden. Hoewel dit geen hoorzitting is, hoeft dit niet te leiden tot de vernietiging van de beschikking. Er is geen sprake van een structurele schending van de hoorplicht. Wel is de redelijke termijn van berechting overschreden en dit dient te leiden naar een matiging van het sanctiebedrag met 25%.
6. Het volgende wordt overwogen.
7. De onderhavige gedraging betreft een overtreding van het bepaalde in artikel 61a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), inhoudende: "Het is degene die een voertuig bestuurt verboden tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat dat gebruikt kan worden voor communicatie of informatieverwerking vast te houden.”
8. In WAHV-zaken biedt de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de verklaring dan wel indien uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken (Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 12 oktober 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:8983).
Naast de in de inleidende beschikking vermelde gegevens, houdt de verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht onder meer het volgende in:
“Ik zag dat de bestuurder tijdens het rijden een betrokkene weigert hier antwoord op te geven met de rechterhand vasthield. Ik zag namelijk dat ik zag dat de bestuurder van genoemd voertuig een mobiele telefoon vast hield tijdens het besturen van genoemd voertuig. Bij de staandehouding zag ik dat het een onbekend. Betrokkene wenst hier niet over te verklaren betrof die ik herkende als het apparaat dat de bestuurder rijdend heeft vastgehouden. Verklaring betrokkene: verdachte/betrokkene gaf geen verklaring. Omschrijving door de verbalisant: geen verklaring.”
9. De verklaring van de verbalisant in het aanvullend proces-verbaal houdt onder meer het volgende in:
10. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. De verklaring van de verbalisant is duidelijk en uitgebreid. De verbalisant heeft duidelijk kunnen zien dat betrokkene een mobiele telefoon vasthield met zijn rechterhand tijdens het rijden. De gedraging staat naar het oordeel van de kantonrechter dan ook vast en rechtvaardigt de opgelegde boete.
11. Betrokkene heeft zich verweerd met de stelling dat de officier van justitie de hoorplicht heeft geschonden. De officier van justitie heeft per brief d.d. 19 juni 2023 aan gemachtigde medegedeeld waarom er is afgezien van het horen van betrokkene. Per 1 augustus 2022 is besloten om in zaken waarin de burger wordt bijgestaan door een professioneel gemachtigde de procedure tijdelijk schriftelijk te laten plaatsvinden. Er heeft daarom geen hoorzitting plaatsgevonden. Betrokkene is wel in de gelegenheid gesteld om het beroep schriftelijk aan te vullen. De kantonrechter is van oordeel dat betrokkene niet is geschaad in zijn belang en de schending van de hoorplicht leidt dan ook niet tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie.
12. In de kantonfase is door verweerder een aanvullend proces-verbaal van de verbalisant opgevraagd. Dit aanvullend proces-verbaal is vervolgens door de verbalisant opgemaakt. Ter zitting is gebleken dat dit aanvullend proces-verbaal echter niet aan de gemachtigde van betrokkene is verstrekt. Dit betekent dat de gemachtigde op zitting voor het eerst wordt geconfronteerd met de inhoud van dit aanvullend proces-verbaal. De kantonrechter is van oordeel dat betrokkene hierdoor in zijn verdediging wordt geschaad. De gemachtigde van betrokkene heeft zich hierop namelijk niet kunnen voorbereiden. Niet duidelijk is geworden wat de reden is dat dit aanvullend proces-verbaal niet op voorhand aan gemachtigde is verzonden. Nu ter zitting is gebleken dat dit in meerdere zaken is gebeurd, is de kantonrechter van oordeel dat aan deze schending een sanctie dient te worden verbonden. De boete zal daarom worden gematigd met 25%. Dit komt neer op een matiging tot € 262,50 exclusief administratiekosten. De kantonrechter geeft verweerder in overweging om ervoor zorg te dragen dat in zaken waarin een aanvullend proces-verbaal is opgemaakt, deze aan (de gemachtigde van) betrokkenen voorafgaand aan de zitting worden verstrekt.
13. Verder stelt de kantonrechter vast dat de redelijke termijn van berechting bij de kantonrechter is overschreden. De lange duur van de procedure is niet aan betrokkene toe te rekenen. De kantonrechter zal het sanctiebedrag daarom nogmaals matigen met 25% gelet op het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden van 28 juli 2023 (met vindplaats: ECLI:NL:GHARL:2023:6369). Dit komt neer op een matiging tot € 196,88 exclusief administratiekosten.
14. Nu het bedrag van de sanctie wordt gematigd, wordt betrokkene gedeeltelijk in het gelijkgesteld als bedoeld in het arrest van het hof van 28 april 2020, ECLI:NL:GHARL:3336 en komen de proceskosten voor vergoeding in aanmerking. Daarbij gaat het alleen om de kosten in de fase waarin de redelijke termijn is overschreden, dus de kosten van het beroep bij de kantonrechter. Ook speelt de matiging met betrekking tot het aanvullend proces-verbaal in de kantonfase.
15. Aan het indienen van een beroepschrift bij de kantonrechter (1 punt) en het verschijnen ter zitting van de kantonrechter (1 punt) dienen in totaal 2 punten te worden toegekend. De waarde per punt voor de fase bij de kantonrechter bedraagt per 1 januari 2026 € 934,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal de kantonrechter de officier van justitie veroordelen in de kosten tot een bedrag van 2 x 934 x 0,5 = € 934,-.
15. Daarom wordt beslist als volgt.
BESLISSING
De kantonrechter:
- kent aan betrokkene ten laste van verweerder een kostenvergoeding toe van € 934,-.
De griffier De kantonrechter
Datum verzending
Bent u het met deze beslissing niet eens, dan kunt u binnen zes weken na de hierboven vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen indien de als gevolg van deze beslissing te betalen administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt. Het beroepschrift dient schriftelijk (niet per e-mail) te worden ingediend bij rechtbank Amsterdam, afdeling privaatrecht, team kanton, postbus 70515, 1007 KM, Amsterdam en dient door degene die het beroep instelt of een gemachtigde te worden ondertekend. De procedure bij het gerechtshof verloopt schriftelijk, tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling wordt gevraagd.