RECHTBANK AMSTERDAM
[de terbeschikkinggestelde] ,
Strafrecht
Parketnummer rechtbank: 13/067279-03
Parketnummer hof: 23/002420-04
beslissing van de meervoudige kamer op de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling van:
geboren op [geboortedatum] 1983 in [geboorteplaats] (Suriname),
wonende op het adres [BRP adres] ,
begeleid door Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering,
hierna te noemen: de terbeschikkinggestelde.
Procesgang
Bij arrest van het gerechtshof Amsterdam van 15 juni 2005 is de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege opgelegd na bewezenverklaring van onder andere de misdrijven poging tot zware mishandeling en diefstal met geweld. Dit is telkens een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De terbeschikkingstelling is daarom niet gemaximeerd tot een periode van vier jaar.
De terbeschikkingstelling is ingegaan op 26 januari 2006. Deze maatregel is voor het laatst bij beslissing van deze rechtbank van 18 februari 2025 met één jaar verlengd met voorwaardelijke beëindiging van de verpleging.
De rechtbank heeft de vordering van de officier van justitie van 16 december 2025 op de openbare zitting van 20 januari 2026 behandeld. De vordering strekt tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met één jaar. Ter zitting heeft de officier van justitie haar vordering aangepast en gevorderd om de vordering af te wijzen.
De rechtbank heeft de terbeschikkinggestelde, zijn raadsvrouw mr. N. Harlequin en de officier van justitie mr. M.D. Braber op zitting gehoord.
Daarnaast is [naam 1] , reclasseringswerker, verbonden aan de reclassering, als deskundige gehoord.
Stukken
De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
Advies
Het advies van de reclassering luidt – zakelijk weergegeven – als volgt.
Er is bij de terbeschikkinggestelde weinig sprake van interne beschermende factoren, zo heeft hij geen ziekte-besef, onder andere door de matig verstandelijke beperking. Het ontbreekt de terbeschikkinggestelde aan zelf reflectieve vermogens en daadwerkelijk probleeminzicht. Tegelijkertijd kan hij wel de meest essentiële onderdelen van het risicomanagement benoemen en is hij voornemens ‘geen domme dingen meer te doen'. De beschermende factoren bestaan uit een goede inbedding bij [woonstichting] , zijn medicatietrouw en abstinentie van middelen. Daarnaast zijn zijn financiën in beheer van zijn mentor/bewindvoerder en is zijn dag- en vrijetijdsbesteding positief, evenals zijn sociale netwerk. Gezien het lage recidive risico binnen de huidige gecreëerde zorgprotheseachten wij het niet langer noodzakelijk om forensische begeleiding en of toezicht voort te zetten.
Het advies luidt de termijn van de terbeschikkingstelling met voorwaardelijk beëindigde dwangverpleging niet te verlengen en het verblijf binnen [woonstichting] voort te zetten middels een WLZ indicatie.
De deskundige heeft dit advies ter zitting toegelicht.
Advies van de externe gedragsdeskundige Het advies van de psycholoog E.I.J. Peeters die de terbeschikkinggestelde heeft onderzocht luidt – zakelijk weergegeven – als volgt.
Er is bij de terbeschikkinggestelde sprake van schizofrenie en een matig verstandelijke beperking. Tevens wordt een stoornis in cannabisgebruik vastgesteld, maar deze is al jarenlang in volledige remissie in de gereguleerde omgeving.Het recidiverisico wordt in de huidige situatie alsook bij het wegvallen van de maatregel ingeschat als laag. Het risicomanagement moet enerzijds bestaan uit het gebruik van antipsychotische medicatie en anderzijds uit intensieve psychosociale begeleiding (24-uurs wonen bij [woonstichting] , begeleiding, ondersteuning en toezicht op medicatie-inname, middelengebruik en het sociale netwerk). In zekere zin is de bewindvoering ook een onderdeel van het risicomanagement, daar hiermee ‘gedoe’ rondom geld wordt voorkomen en de spanningen daarmee laag worden gehouden.Het resocialisatietraject is in een vergevorderd stadium.
De psycholoog sluit zich aan bij het voornemen van reclassering en [woonstichting] om met een WLZ-indicatie het verblijf en de psychiatrische zorg van de terbeschikkinggestelde te (blijven) garanderen. Gezien het als laag ingeschatte recidiverisico is het naar de mening van de psycholoog niet langer noodzakelijk om forensische begeleiding of toezicht in te zetten. Bovendien is de terbeschikkinggestelde het eens met zijn plaatsing binnen [woonstichting] (hij wil er zelf graag blijven) en is hij op vrijwillige basis medicatietrouw (hij wil de clozapine blijven nemen). Er is nu geen aanleiding om tot een zorgmachtiging dan wel een rechterlijke machtiging over te gaan.
Standpunten
De officier van justitie heeft op de zitting de vordering gewijzigd en gevorderd om de vordering af te wijzen. De vordering tot verlenging was ingediend omdat er nog geen WLZ-indicatie was, wat nu wel het geval is.
De advocaat van de terbeschikkinggestelde heeft bepleit dat de vordering tot verlenging moet worden afgewezen.
Beoordeling
De rechtbank heeft kennisgenomen van alle voorgenoemde stukken. Zij komt op grond van de stukken en hetgeen is besproken ter zitting tot het volgende oordeel.
De stoornis van de terbeschikkinggestelde is nog steeds aanwezig, maar het recidiverisico is door inbedding in zorg teruggebracht tot laag.
De veiligheid van anderen en/of de algemene veiligheid van personen eist niet langer de verlenging van de maatregel.
Beslissing
De rechtbank
- wijst de vordering af.
Deze beslissing is gegeven door
mr. I. Timmermans, voorzitter,
mrs. A.Ş. Doğan en C.J.M. in ‘t Veld-Vernooij, rechters,
in tegenwoordigheid van G. Jenuwein, griffier
en in het openbaar uitgesproken op 20 januari 2026.
Tegen de beslissing staat voor het Openbaar Ministerie hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien (14) dagen na de dagtekening van deze beslissing.