ECLI:NL:RBAMS:2026:956

ECLI:NL:RBAMS:2026:956

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 27-01-2026
Datum publicatie 02-02-2026
Zaaknummer 11960696 \ EA VERZ 25-1297
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst van een werknemer die een jaar lang van de radar was verdwenen bij zijn werkgever, maar al die tijd wel was doorbetaald.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht

Kantonrechter

Zaaknummer / rekestnummer: 11960696 \ EA VERZ 25-1297

Beschikking van 27 januari 2026

in de zaak van

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoeker, verweerder in het tegenverzoek,

hierna te noemen: [verzoeker] ,

gemachtigde: mr. T. Stevovic,

tegen

de besloten vennootschap HEALTH DATA SPECIALISTS B.V.,

gevestigd te Etten-Leur,

verweerster, verzoekster in het tegenverzoek,

hierna te noemen: HEADS,

gemachtigden: mr. M.M.A. van Berckel Smit en mr. S. Schmeets

Kern van de beslissing Werkgever HEADS heeft haar werknemer [verzoeker] op staande voet ontslagen. Daaraan heeft zij ten grondslag gelegd dat de werknemer na zijn betermelding een jaar geen werkzaamheden heeft verricht maar wel loon heeft ontvangen. Dit ontslag wordt door de kantonrechter op verzoek van de werknemer vernietigd omdat het niet onverwijld is gegeven, en de werkgever treft van de situatie een ernstig verwijt. Het voorwaardelijk tegenverzoek van de werkgever tot ontbinding wordt op de g-grond toegewezen, zonder transitievergoeding. Werknemer heeft tijdens het jaar namelijk ook geruime tijd elders gewerkt, zonder overleg met zijn werkgever. Beide partijen treft dus in deze situatie een ernstig verwijt.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift met producties van 5 november 2025,

- het verweerschrift met producties en (voorwaardelijke) tegenverzoeken,

- de mondelinge behandeling van 6 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

Op 6 januari 2026 is de mondelinge behandeling gehouden. [verzoeker] is verschenen en werd bijgestaan door mr. Stevovic. Namens HEADS is verschenen [naam] , CEO van Veeda Life Sciences, bijgestaan door mr. Van Berckel Smit en mr. Schmeets. Voor HEADS was tevens een tolk aanwezig. Partijen hebben vragen van de kantonrechter beantwoord en hun standpunten nader toegelicht, HEADS mede aan de hand van spreekaantekeningen. Na verder debat is beschikking gevraagd en is een datum voor beschikking bepaald.

2. De feiten

HEADS is een internationaal klinisch onderzoeksbureau gericht op oncologie met vestigingen in acht landen. HEADS heeft in Nederland geen fysiek kantoor, zodat de drie werknemers van HEADS hun werkzaamheden altijd vanuit huis verrichten.

[verzoeker] is op 1 september 2022 in dienst getreden bij HEADS in de functie van Clinical Research Associate. De arbeidsovereenkomst bevat een nevenwerkzaamheden-, geheimhoudings-, non-concurrentie- en relatiebeding. Het salaris van [verzoeker] bedraagt € 3.858,02 bruto per maand vermeerderd met 8% vakantiegeld op basis van een 40-urige werkweek.

Op 23 augustus 2023 is [verzoeker] ziek uitgevallen.

In maart 2024 is HEADS overgenomen door (de rechtsvoorganger van) Veeda Life Sciences (hierna: Veeda).

Bij e-mail van 8 april 2024 heeft [verzoeker] HEADS geïnformeerd dat hij aan de bedrijfsarts heeft voorgesteld gemiste trainingen in te halen om op die manier te re-integreren en zich voor te bereiden op zijn terugkeer bij HEADS, en dat de bedrijfsarts hiermee akkoord was. [verzoeker] heeft HEADS gevraagd een lijst met trainingen te sturen.

Op 9 april 2024 heeft de bedrijfsarts geadviseerd dat [verzoeker] kan starten met re-integreren in passende werkzaamheden voor enkele uren per week.

Bij e-mail van 24 april 2024 heeft [verzoeker] aan HEADS geschreven dat hij nog geen reactie heeft gehad op zijn e-mail van 8 april 2024. Diezelfde dag heeft de contact-persoon van [verzoeker] bij HEADS geantwoord dat zij zijn e-mail van 8 april 2025 in goede orde had ontvangen en dat zij de terugkoppeling van zijn manager zou afwachten over de vormgeving en start van de re-integratie. Hieraan heeft HEADS verder geen vervolg gegeven.

Bij e-mail van 2 augustus 2024, toen duidelijk was dat [verzoeker] op korte termijn volledig zou zijn hersteld, heeft hij HEADS gevraagd om trainingen en materialen te sturen, zodat hij soepel kon terugkeren in zijn werk.

Op 5 september 2024 heeft de bedrijfsarts [verzoeker] volledig hersteld verklaard. HEADS heeft hiervan een bericht van de bedrijfsarts ontvangen.

Bij e-mail van 6 september 2024 heeft [verzoeker] HEADS verzocht met hem de benodigde trainingen en stappen voor zijn terugkeer naar werk te delen. HEADS heeft die e-mail niet beantwoord.

[verzoeker] heeft na zijn hersteld melding geen werkzaamheden verricht voor HEADS, maar wel steeds zijn salaris ontvangen.

Van januari 2025 tot en met mei 2025 heeft [verzoeker] gewerkt voor de firma Allergan. Van juni 2025 tot en met augustus 2025 heeft [verzoeker] gewerkt voor (een onderdeel van) de firma AbbVie.

Op 13 augustus 2025 heeft [naam] , CEO bij Veeda, gebeld met [verzoeker] , omdat hij had ontdekt dat [verzoeker] wel op de loonlijst stond maar in het voorafgaande jaar geen werkzaamheden voor HEADS had verricht. In dat gesprek is ter sprake gekomen dat [verzoeker] werkzaamheden verrichtte voor AbbVie.

Bij e-mail van 14 augustus 2025 heeft [naam] aan [verzoeker] gevraagd wanneer hij verwacht zijn werkzaamheden voor AbbVie af te ronden.

Bij e-mail van 15 augustus 2025 heeft [verzoeker] aan [naam] geschreven dat zijn samenwerking met AbbVie eindigde op 28 augustus 2025, dat hij ongeveer 20 uur per week werkte voor AbbVie, hij flexibele werktijden had en ondertussen ook werkzaamheden voor HEADS kon verrichten.

Bij e-mail van 19 augustus 2025 heeft [naam] aan [verzoeker] verzocht het netto salaris dat hij van oktober 2024 tot en met juli 2025 heeft ontvangen aan HEADS terug te betalen. Bij e-mail van 25 augustus 2025 heeft [verzoeker] gereageerd en zich op het standpunt gesteld dat hij meerdere keren heeft aangeboden werkzaamheden te verrichten, dat het niet aanbieden van werkzaamheden voor rekening van de werkgever komt en dat hij niet tot terugbetaling van het salaris zal overgaan.

Op 11 september 2025 is er een gesprek geweest tussen [verzoeker] en HEADS. Na dat gesprek heeft [verzoeker] zich ziek gemeld.

Bij brief van 12 september heeft HEADS [verzoeker] op staande voet ontslagen. Aan het ontslag heeft zij ten grondslag gelegd dat [verzoeker] ondanks zijn hersteld melding geen werkzaamheden heeft verricht, maar wel salaris heeft ontvangen en dat hij in strijd met verschillende artikelen in de arbeidsovereenkomst heeft gehandeld door zonder toestemming werkzaamheden te verrichten voor AbbVie, een concurrent van HEADS.

Het salaris over september 2025 heeft HEADS niet uitbetaald aan [verzoeker] .

[verzoeker] heeft op 3 oktober 2025 de werktelefoon en -laptop ingeleverd bij HEADS, door deze conform het verzoek van HEADS per pakketpost naar een vestiging in Griekenland te sturen.

3. Het verzoek en het (voorwaardelijke) tegenverzoek

Het verzoek van [verzoeker]

verzoekt bij wijze van voorlopige voorziening voor de duur van de procedure HEADS te veroordelen vanaf 1 september 2025 zijn salaris van € 3.858,02 bruto per maand te betalen te vermeerderen met vakantiebijslag en overige emolumenten tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd, dit op straffe van een dwangsom.

Verder verzoekt [verzoeker] :

primair:

I. het ontslag op staande voet te vernietigen;

II. HEADS te verplichten, op straffe van een dwangsom, [verzoeker] zodra hij beter is toe te laten tot de overeengekomen werkzaamheden, tot het moment dat de arbeidsovereen-komst tussen partijen rechtsgeldig is geëindigd;

III. HEADS te veroordelen tot betaling van het salaris van [verzoeker] van € 3.858,02 bruto per maand vanaf 1 september 2025 tot het moment dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig is geëindigd, te vermeerderen met de wettelijke verhoging;

subsidiair:

IV. HEADS te veroordelen tot betaling van € 110.000,00 bruto aan billijke vergoeding;

V. HEADS te veroordelen tot betaling van € 5.962,37 bruto aan gefixeerde schadevergoeding;

VI. HEADS te veroordelen tot betaling van € 4.211,65 aan transitievergoeding als het dienstverband geëindigd is met het ontslag op staande voet;

primair en subsidiair:

VII. HEADS te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente vanaf het tijdstip van opeisbaarheid van de hiervoor genoemde bedragen;

VIII. HEADS te veroordelen in de proceskosten.

[verzoeker] stelt daartoe, samengevat, het volgende. Het ontslag op staande voet is niet onverwijld gegeven. Ook is het ontslag onterecht. [verzoeker] heeft meerdere keren per e-mail en telefonisch HEADS verzocht om werkzaamheden. HEADS heeft niet gereageerd op die verzoeken. Ook tijdens zijn arbeidsongeschiktheid heeft HEADS ondanks meerdere verzoeken van [verzoeker] hem geen re-integratiewerkzaamheden aangeboden. Het is niet aan [verzoeker] te wijten dat hij geen werkzaamheden heeft verricht en wel loon heeft ontvangen. Het onderdeel van AbbVie waarvoor [verzoeker] werkzaamheden heeft verricht, is geen concurrent van HEADS en bovendien betroffen het (deels) vrijwilligers-werkzaamheden.

HEADS heeft, samengevat, als volgt verweer gevoerd. HEADS heeft [verzoeker] terecht op staande voet ontslagen. [verzoeker] heeft een jaar langs salaris ontvangen zonder enig werk te verrichten voor HEADS. Het is onaannemelijk dat hij dit nooit heeft opgemerkt. Desondanks heeft hij nooit (meer) contact opgenomen met HEADS. Ondertussen heeft hij wel werk verricht voor AbbVie, een concurrent van HEADS en naar het blijkt ook voor Allergan. Hiermee heeft hij het nevenwerkzaamheden-, non-concurrentie- en mogelijk ook het geheimhoudingsbeding in zijn arbeidsovereenkomst geschonden.

Het (voorwaardelijk) tegenverzoek van HEADS

HEADS verzoekt:

voorwaardelijk, voor het geval het ontslag op staande voet wordt vernietigd:

I. de arbeidsovereenkomst met [verzoeker] op de kortst mogelijke termijn te ontbinden;

II. te bepalen dat [verzoeker] ter zake de ontbinding van de arbeidsovereenkomst geen (transitie)vergoeding toekomt als bedoeld in artikel 7:673 lid 7 sub c BW of artikel 7:671b lid 8 BW;

III. te bepalen dat [verzoeker] ter zake de ontbinding van de arbeidsovereenkomst geen billijke vergoeding toekomt als bedoeld in artikel 7:671 lid 9 sub c BW;

IV. [verzoeker] te veroordelen in de proceskosten;

en als zelfstandig tegenverzoek [verzoeker] te veroordelen tot:

V. betaling van € 1.650,00 aan schade aan de telefoon en laptop;

VI. terugbetaling van € 37.859,81 netto aan onverschuldigd betaald salaris.

Voor hetgeen HEADS aan het ontbindingsverzoek ten grondslag heeft gelegd, wordt verwezen naar hetgeen zij onder 3.4. heeft aangevoerd.

Aan het zelfstandig tegenverzoek heeft HEADS, samengevat, het volgende ten grondslag gelegd. [verzoeker] heeft vanaf september 2024 zijn werkzaamheden niet verricht wegens redenen die in redelijkheid voor zijn rekening behoren te komen. [verzoeker] had daarom geen recht op loon en HEADS heeft het salaris onverschuldigd aan hem betaald. Dat salaris dient [verzoeker] aan HEADS terug te betalen. [verzoeker] heeft voorts de werktelefoon en -laptop zwaar beschadigd ingeleverd. De waarde van de telefoon wordt begroot op € 650,00 en van de laptop op € 1.000,00. Beide apparaten hebben hun waarde volledig verloren door de ontstane schade.

Voor het verweer van [verzoeker] tegen het ontbindingsverzoek wordt verwezen naar zijn stellingen onder 3.3.

Tegen het zelfstandig tegenverzoek heeft [verzoeker] , samengevat, als volgt verweer gevoerd. [verzoeker] heeft meerdere keren per e-mail en telefonisch HEADS verzocht om werkzaamheden. HEADS heeft vervolgens geen werkzaamheden aangeboden. Op grond van artikel 7:628 Burgerlijk Wetboek (BW) komt dit voor rekening en risico van HEADS. [verzoeker] heeft de werktelefoon en -laptop in goede staat per pakketpost naar Griekenland gestuurd. Mogelijk dat de schade tijdens het transport is ontstaan. HEADS heeft de waarde van de verouderde spullen niet onderbouwd.

4. De beoordeling van het verzoek en het (voorwaardelijke) tegenverzoek

Voorlopige voorziening

Omdat in deze zaak direct een eindbeslissing zal worden genomen, behoeft het verzoek van [verzoeker] tot het treffen van een voorlopige voorziening geen beoordeling.

Het ontslag op staande voet

De eerste vraag die zal worden beantwoord is of het aan [verzoeker] gegeven ontslag op staande voet van 12 september 2025 rechtsgeldig is.

Op grond van artikel 7:677 Burgerlijk Wetboek (BW) is de werkgever bevoegd de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen om een dringende reden, onder onverwijlde mededeling van die reden aan de werknemer.

Voor het antwoord op de vraag of onverwijld is opgezegd, is beslissend het tijdstip waarop de dringende reden, die aan het ontslag op staande voet ten grondslag wordt gelegd, ter kennis is gekomen van degene die bevoegd was het ontslag te verlenen. Een na dit tijdstip ‘dralen’ met het geven van ontslag op staande voet is in het algemeen onverenigbaar met de voor het ontslag op staande voet vereiste dringendheid van de aangevoerde reden voor het ontslag. Als bij een werkgever een vermoeden is gerezen dat zich een dringende reden voor een ontslag op staande voet voordoet en hij zich, alvorens tot dat ontslag over te gaan, van de juistheid van dat vermoeden wil vergewissen, dan is de daarbij van de werkgever te vergen mate van voortvarendheid bij dat onderzoek afhankelijk van de omstandigheden van het geval (Hoge Raad 1 december 2023, ECLI:NL:HR:2023:1668).

Nadat [naam] begin augustus 2025 had ontdekt dat [verzoeker] op de loonlijst stond, maar al geruime tijd geen werkzaamheden verrichtte voor HEADS, heeft hij op 13 augustus 2025 met [verzoeker] gebeld. Tijdens dat gesprek is ter sprake gekomen dat [verzoeker] werkte voor AbbVie. [naam] heeft hierover per e-mail vragen gesteld die [verzoeker] op 15 augustus 2025 heeft beantwoord. Op 15 augustus 2025 was dus duidelijk dat [verzoeker] na zijn hersteld melding in september 2024 al een jaar geen werkzaamheden had verricht voor HEADS, maar wel loon had ontvangen en dat hij op dat moment werkte voor AbbVie. Deze gedragingen liggen ten grondslag aan het op 12 september 2025 gegeven ontslag op staande voet. Tussen het bekend worden met de dringende reden en het geven van het ontslag op staande voet zitten 28 dagen. HEADS heeft geen afdoende verklaring gegeven die dit lange tijdsverloop rechtvaardigen. De conclusie is dat HEADS onvoldoende voortvarend heeft gehandeld en het ontslag op staande voet niet onverwijld is gegeven.

[verzoeker] heeft ter zitting desgevraagd uitdrukkelijk verklaard zijn primaire verzoek tot vernietiging en wedertewerkstelling te handhaven. Het ontslag op staande voet zal daarom worden vernietigd. Omdat daarmee het primaire verzoek van [verzoeker] wordt toegewezen, wordt aan zijn subsidiaire verzoeken niet toegekomen en behoeven deze niet te worden beoordeeld. Op het primaire verzoek van [verzoeker] tot wedertewerkstelling en betaling van het salaris zal worden beslist, nadat het ontbindingsverzoek is beoordeeld.

Nu het ontslag op staande voet wordt vernietigd, wordt toegekomen aan het ontbindingsverzoek van HEADS.

Ontbinding van de arbeidsovereenkomst

Een arbeidsovereenkomst kan alleen worden ontbonden als daar een redelijke grond voor is. Ook is voor ontbinding in beginsel vereist dat herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt.

Voor de beantwoording van de vraag of de arbeidsovereenkomst zal worden ontbonden is het volgende van belang. [verzoeker] is in augustus 2023 ziek uitgevallen. Toen hij in april 2024 in staat was enkele uren per week te re-integreren heeft hij HEADS verzocht om trainingen te kunnen volgen. HEADS heeft hieraan geen gevolg gegeven. HEADS heeft [verzoeker] überhaupt geen re-integratiewerkzaamheden aangeboden. Vlak voor (op 2 augustus 2024) en kort na zijn hersteld melding (op 6 september 2024) heeft [verzoeker] opnieuw aangeboden werkzaamheden te verrichten. HEADS heeft hieraan alweer geen gevolg gegeven en kennelijk is [verzoeker] vervolgens van de radar geraakt tot halverwege augustus 2025 toen [naam] contact met hem opnam.

Voorts is van belang dat [verzoeker] van januari 2025 tot en met mei 2025 heeft gewerkt voor Allergan en van juni 2025 tot en met augustus 2025 voor Abbvie. Hij heeft hiervan geen melding gemaakt bij HEADS en heeft daarvoor geen toestemming gevraagd. Partijen verschillen van mening of Abbvie wel of niet een concurrent van HEADS is. Dat [verzoeker] ook nog betaalde werkzaamheden heeft verricht voor Allergan heeft hij pas tijdens de mondelinge behandeling verteld.

E-grond

HEADS verzoekt primair ontbinding op de e-grond. Daaronder wordt verstaan het verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer, zodanig dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Als hiervan sprake is, heeft de werkgever geen herplaatsingsplicht, omdat een ontbinding op deze grond een sanctie is op ontoelaatbaar gedrag van de werknemer.

[verzoeker] stelt dat hij ook na 6 september 2024 (telefonisch) contact heeft gezocht met HEADS en heeft gevraagd om werk, maar die stelling heeft hij niet (nader) onderbouwd en wordt door HEADS gemotiveerd betwist. Dat [verzoeker] na 6 september 2024 op enig moment contact heeft gezocht met HEADS om te werken, kan ook niet worden vastgesteld. Het valt [verzoeker] te verwijten dat hij niet vaker contact heeft gezocht met HEADS. Hij had moeten begrijpen dat het niet de bedoeling kan zijn dat een jaar lang maandelijks het loon wordt betaald, zonder dat daar werkzaamheden tegenover staan, ook als HEADS op haar beurt niks van zich laat horen. Of het werk bij Abbvie (gehonoreerd) vrijwilligerswerk was zoals [verzoeker] stelt en HEADS heeft betwist, kan in het midden worden gelaten. Feit is dat [verzoeker] zijn werkzaamheden bij Allergan en Abbvie niet heeft gemeld bij HEADS, terwijl dit wel van hem mocht worden verwacht. Dit handelen van [verzoeker] is verwijtbaar.

Daar staat tegenover dat ook HEADS verwijtbaar heeft gehandeld. Niet gebleken is van enige re-integratie inspanningen van de zijde van HEADS ondanks meerdere verzoeken van [verzoeker] om trainingen te mogen volgen. Verder is HEADS zelf ook verantwoor-delijk voor de situatie die is ontstaan waarbij [verzoeker] van de radar is verdwenen. Van HEADS als (goed) werkgever mag worden verwacht dat zij weet wie zij in dienst heeft en er zorg voor draagt dat haar werknemers werkzaamheden verrichten. Dat HEADS was overgenomen door Veeda is geen excuus en komt bovendien voor rekening en risico van HEADS. Onder deze omstandigheden wordt geoordeeld dat het verwijtbaar handelen van [verzoeker] niet zodanig is dat van HEADS in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Het ontbindingsverzoek op de e-grond zal daarom worden afgewezen.

G-grond

Subsidiair verzoekt HEADS om ontbinding vanwege een verstoorde arbeids-verhouding. Voor een ontbinding wegens een verstoorde arbeidsverhouding is vereist dat de verhouding zodanig ernstig en duurzaam is verstoord dat van de werkgever in redelijkheid niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.

Ter zitting is de kantonrechter duidelijk geworden dat de arbeidsrelatie tussen partijen ernstig en duurzaam is verstoord. Partijen wijzen ieder de ander aan als verantwoor-delijk voor de situatie die is ontstaan en kijken nauwelijks naar hun eigen aandeel daarin. Ter zitting werd ook duidelijk dat partijen geen vertrouwen meer hebben in elkaar.

Herplaatsing ligt dan niet in de rede. Daar komt bij dat HEADS in Nederland slechts drie werknemers in dienst heeft, die zelfstandig dienen te werken, en dat er geen functie is waarin [verzoeker] herplaatst kan worden waar dit niet speelt. De conclusie is dan ook dat het verzoek van HEADS tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van een verstoorde arbeidsverhouding zal worden toegewezen.

Ernstig verwijtbaar handelen

Beide partijen stellen dat de ander ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Volgens HEADS dient dit ertoe te leiden dat de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang moet worden ontbonden en dat aan [verzoeker] geen transitievergoeding toekomt. Volgens [verzoeker] is echter HEADS een billijke vergoeding verschuldigd, althans de kantonrechter begrijp de stellingen van [verzoeker] aldus dat hij in het kader van het ontbindingsverzoek toekenning van een billijke vergoeding beoogt.

Geoordeeld wordt dat beide partijen een even groot verwijt valt te maken en dat dit verwijt ook (even) ernstig is. Voor de motivatie hiervoor wordt verwezen naar 4.11 en 4.12.

Dit betekent dat de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 maart 2026 zonder dat aan [verzoeker] een billijke vergoeding wordt toegekend. Overigens weegt in dit verband mee dat [verzoeker] een jaar lang salaris heeft gekregen, zonder daarvoor een arbeidsprestatie te hebben geleverd. Een eerdere datum dan de datum waarop de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging zou zijn geëindigd, verminderd met de duur van deze procedure, komt de kantonrechter – gelet op de wederzijdse verwijten - niet redelijk voor. Anderzijds geldt dat de kantonrechter het subsidiaire verzoek van [verzoeker] ten aanzien van de transitievergoeding - de kantonrechter vat het subsidiaire verzoek van [verzoeker] zo op, dat hij bij deze ontbinding aanspraak maakt op een transitievergoeding - afwijst.

HEADS hoeft geen gelegenheid te krijgen het verzoek in te trekken, omdat aan de ontbinding geen billijke vergoeding wordt verbonden.

Wedertewerkstelling en betaling loon

Gelet op de toewijzing van het ontbindingsverzoek, waardoor de arbeidsover-eenkomst op korte termijn zal eindigen heeft [verzoeker] onvoldoende belang bij zijn verzoek tot wedertewerkstelling. Dit verzoek zal daarom worden afgewezen.

Omdat [verzoeker] tot 1 maart 2026 in dienst blijft, dient HEADS zijn salaris tot die datum te betalen. Dit verzoek van [verzoeker] zal daarom worden toegewezen.

De kantonrechter ziet in de omstandigheden van het geval aanleiding het verzoek van [verzoeker] om HEADS te veroordelen tot betaling van de wettelijke verhoging van 50% af te wijzen.

Terugbetaling loon

Artikel 7:628 BW bepaalt dat de werkgever verplicht is het vastgestelde loon te voldoen als de werknemer de overeengekomen arbeid geheel of gedeeltelijk niet heeft verricht, tenzij het geheel of gedeeltelijk niet verrichten van de overeengekomen arbeid in redelijkheid voor rekening van de werknemer behoort te komen.

De hoofdregel is dus dat de werkgever het loon ook moet voldoen als de werknemer de overeengekomen arbeid niet heeft verricht. Dat is alleen anders als de werknemer de arbeid niet heeft verricht door een oorzaak die in redelijkheid voor zijn risico moet komen.

De kantonrechter stelt vast dat artikel 7:628 BW eigenlijk niet op de onderhavige situatie ziet. Het is bedoeld voor situaties waarin de werkzaamheden niet zijn verricht vanwege een gebrek aan werk, een technische storing, onwerkbaar weer, of op non-actief-stelling, en soortgelijke situaties. In dit geval konden de overeengekomen werkzaamheden gewoon worden verricht en was [verzoeker] beschikbaar en bereid de werkzaamheden te verrichten, maar toch is dat niet gebeurd. Hoewel van [verzoeker] verlangd had kunnen worden na verloop van tijd nogmaals contact met HEADS op te nemen, is het primair de verantwoordelijkheid van HEADS om te weten wie zij in dienst heeft en om ervoor zorg te dragen dat haar werknemers arbeid verrichten. Helemaal als de werknemer meerdere keren om voorbereidende trainingen voor zijn re-integratie vraagt. Aldus wordt geoordeeld dat, gelet op de hoofdregel van 7:628 BW, het niet verrichten van de arbeid in redelijkheid niet voor rekening van [verzoeker] behoort te komen. Dit betekent dat hij in beginsel over de periode september 2024 tot en met augustus 2025 recht had op loon, en nadien ook tot het einde van de arbeidsovereenkomst.

[verzoeker] heeft anderzijds in strijd met het nevenwerkzaamhedenbeding in de arbeidsovereenkomst en zonder dit te melden aan HEADS van januari tot en met mei 2025 gewerkt voor Allergan en van juni 2025 tot en met augustus 2025 voor AbbVie. Over deze werkzaamheden heeft hij de kantonrechter niet of nauwelijks informatie verschaft. Over zijn werkzaamheden bij Allergan heeft hij ter zitting slechts verklaard dat hij daarmee ongeveer € 2.000,00 bruto per maand verdiende. In zijn e-mail van 15 augustus 2025 heeft [verzoeker] aan [naam] geschreven dat hij ongeveer 20 uur per week voor AbbVie werkte. Zijn latere verklaring dat het maar om 8 à 10 uur per week zou gaan is in het licht van zijn e-mail van 15 augustus 2025 niet geloofwaardig. Hoeveel [verzoeker] betaald kreeg voor zijn werk bij AbbVie heeft hij – ook na vragen van de kantonrechter – niet verduidelijkt, maar kan ook verder in het midden blijven, omdat vooral het aantal uren dat [verzoeker] voor Allergan en AbbVie werkte van belang is.

Geoordeeld wordt namelijk dat [verzoeker] voor de uren die hij voor Allergan en AbbVie heeft gewerkt, zich feitelijk niet beschikbaar heeft gehouden werkzaamheden voor HEADS te verrichten. Dit betekent dat dat [verzoeker] zich in de periode van januari 2025 tot en met augustus 2025 (in totaal 8 maanden) voor de helft van zijn arbeidstijd (20 uur) niet beschikbaar is geweest voor HEADS en hij over die (8 maanden à) 20 uren het door hem ontvangen netto salaris zal moeten terugbetalen. Dit betekent dat [verzoeker] zal worden veroordeeld tot terugbetaling aan HEADS het netto equivalent van een bedrag van (8x € 1.929,01 bruto =) € 15.432,08 bruto. HEADS mag dit bedrag verrekenen met het bedrag dat [verzoeker] nog van haar te vorderen heeft.

Schade aan telefoon en laptop

[verzoeker] heeft gemotiveerd betwist dat de gestelde schade aan de telefoon en laptop door hem is veroorzaakt. Gezien die gemotiveerde betwisting heeft HEADS onvoldoende onderbouwd dat [verzoeker] de schade heeft veroorzaakt. Kennelijk was het niet mogelijk om de telefoon en laptop in Nederland in te leveren, maar moest [verzoeker] die per pakketpost opsturen naar Griekenland. Niet uitgesloten is dat de telefoon en laptop tijdens het transport beschadigd zijn geraakt. Het verzoek tot betaling van de gestelde schade aan de telefoon en laptop zal daarom worden afgewezen.

Proceskosten

Gezien de uitkomst van de zaak, zal worden bepaald dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen.

5. BESLISSING

De kantonrechter

op het verzoek en het tegenverzoek

vernietigt het door HEADS aan [verzoeker] op 12 september 2025 gegeven ontslag op staande voet,

ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 maart 2026,

veroordeelt HEADS tot betaling aan [verzoeker] van het salaris van € 3.858,02 bruto per maand vanaf 1 september 2025 tot 1 maart 2026, te vermeerderen met de wettelijke rente over de maanden september 2025 tot en met februari 2026 vanaf het tijdstip van opeisbaarheid tot aan de dag van volledige betaling,

veroordeelt [verzoeker] om aan HEADS te voldoen het netto equivalent van een bedrag van € 15.432,08 bruto, waarmee de salarisbetalingen door HEADS aan [verzoeker] mogen worden verrekend,

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt,

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.V. Ulrici, kantonrechter, bijgestaan door mr. M.F. van Grootheest, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2026.57170.MVU

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?