ECLI:NL:RBAMS:2026:9696

ECLI:NL:RBAMS:2026:9696

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 11-09-2026
Datum publicatie 29-09-2026
Zaaknummer 13-085246-26
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Veroordeling voor het voorhanden hebben en opslaan van een zeer grote hoeveelheid professioneel vuurwerk en het voorhanden hebben van een gasdrukwapen en munitie. Het vuurwerk betreft 5 vuurpijlen, 15 shells, 1 Rocket Volley, 7 enkelschotsbuizen, 10 Pyropatronen en 2.127 stuks knalvuurwerk. De rechtbank legt een voorwaardelijke gevangenisstraf op voor de duur van 6 maanden en een proeftijd van 2 jaar. Daanraast let de rechtbank een taakstraf op voor de duur van 240 uren met aftrek van het voorarrest.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

vonnis

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 13-085246-26

Datum uitspraak: 11 september 2026

Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige economische kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1976,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:

[adres],

hierna: verdachte.

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Dit (verkort) vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 11 september 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. K. Hara en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. J. van Weers, naar voren hebben gebracht.

2. Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort weergegeven – tenlastegelegd dat hij zich op 29 november 2025 in Amsterdam heeft schuldig gemaakt aan

Feit 1

het opzettelijk voorhanden hebben en opslaan van een grote hoeveelheid illegaal vuurwerk;

Feit 2

het voorhanden hebben van een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie;

Feit 3

het voorhanden hebben van munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie.

De volledige tenlastelegging is opgenomen in een bijlage die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3. Waardering van het bewijs

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van alle aan verdachte tenlastegelegde feiten.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het voorhanden hebben van het vuurwerk (feit 1), omdat er geen deugdelijk onderzoek is gedaan naar het vuurwerk. Er is enkel gekeken naar de verpakkingen van het vuurwerk, maar geen daadwerkelijk onderzoek gedaan naar de precieze samenstelling. Verdachte heeft op de zitting verklaard dat er ook dummy’s tussen het vuurwerk zitten. Dat volgt niet uit de rapporten van de politie.

Ten aanzien van het aangetroffen gasdrukpistool en de munitie (feiten 2 en 3) heeft de raadsman geen verweer gevoerd.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht alle tenlastegelegde feiten bewezen. Ten aanzien van het voorhanden hebben van het vuurwerk overweegt de rechtbank het volgende.

Verdachte heeft bekend dat het aangetroffen vuurwerk van hem is. Het inbeslaggenomen vuurwerk is door een vuurwerkdeskundige van de politie gecategoriseerd in een proces-verbaal. Het is een vaste en geaccepteerde werkwijze dat dit vuurwerk daarna vergeleken wordt met vuurwerk dat in eerdere onderzoeken is aangetroffen. Het NFI heeft voor een groot aantal soorten vuurwerk deskundigenverklaringen opgesteld. Voor zover het onder een verdachte inbeslaggenomen vuurwerk voorzien is van een merk- en typeaanduiding die overeenkomt met de merk- en typeaanduiding van door het NFI onderzocht vuurwerk, zoals in deze zaak het geval is, kan het NFI-rapport tot bewijs van de samenstelling van het inbeslaggenomen vuurwerk dienen.

Uit het proces-verbaal gevaarzetting volgt dat er in de woning en in de box behorende bij de woning in totaal 659 kilogram professioneel vuurwerk is aangetroffen. Uit het proces-verbaal van onderzoek aan het inbeslaggenomen vuurwerk blijkt niet dat zich tussen het vuurwerk ook dummy’s bevonden. Andere omstandigheden, anders dan de verklaring van verdachte, die hij overigens pas op de zitting heeft afgelegd, waaruit de aanwezigheid van dummy’s zou blijken zijn er niet. Bij die stand van zaken gaat de rechtbank uit van de geverbaliseerde hoeveelheid en de juistheid van de categorisering door de vuurwerkdeskundige van de politie.

4. Bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat verdachte

Feit 1

op 29 november 2025 te Amsterdam opzettelijk in de woning en een kelderbox behorend bij het adres [adres]

- 5 stuks vuurpijlen, en

- 15 stuks shells, en

- 1 stuk Rocket Volley, en

- 7 stuks enkelschotsbuis, en

- 10 stuks Pyropatronen, en

- 2.127 stuks knalvuurwerk,

voorhanden heeft gehad en heeft opgeslagen;

Feit 2

op 29 november 2025 te Amsterdam, een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk een gasdrukwapen van het merk Walther, model CP88, kaliber 4,5mm, zijnde een voorwerp, welke staat vermeld op lijst a of lijst b van de bij de Regeling wapens en munitie behorende

bijlage I of niet in die bijlage genoemde voorwerpen die voor wat betreft hun vorm en afmetingen daarmee een sprekende gelijkenis vertonen, voorhanden heeft gehad;

Feit 3

op 29 november 2025 te Amsterdam munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 3 stuks van de soort CCI (Cascade Cartridge, INC van het kaliber 22LR (LongRifle), voorhanden heeft gehad.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5. Het bewijs

De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Indien tegen dit verkort vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort vonnis gehecht.

6. De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8. Motivering van de straffen en maatregelen

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar bewezen geachte feiten wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van tien maanden met een proeftijd van twee jaren, met aftrek van het voorarrest. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat aan verdachte een taakstraf voor de duur van 240 uren wordt opgelegd.

Het strafmaatverweer van de verdediging

De raadsman heeft de rechtbank verzocht geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.

Het oordeel van de rechtbank

Ernst van de feiten

Verdachte heeft op onnadenkende wijze een zeer grote hoeveelheid vuurwerk opgeslagen in zijn kelderbox. Het betrof ongeveer 650 kilogram vuurwerk. Daarbij heeft verdachte geen veiligheidsmaatregelen getroffen. Het ongecontroleerd bezit van dergelijk zwaar vuurwerk in een woonwijk vormt een gevaar voor zowel goederen als personen. Het handelen van verdachte was bijzonder gevaarzettend voor hemzelf, zijn familie en voor omwonenden. Met dezelfde achteloosheid heeft verdachte een gasdrukwapen en munitie voorhanden gehad. Nadat hij het wapen en de munitie volgens eigen zeggen van een collega had gekregen heeft hij dit in huis gehouden, zonder dat hij hiervan de bezwaren inzag.

De persoon van verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van 11 augustus 2026 en het reclasseringsadvies van 26 augustus 2026 betreffende verdachte. Verdachte is niet eerder met politie en justitie in aanraking gekomen en lijkt zijn leven op orde te hebben. Waar verdachte eerder verontrustend weinig oog had voor de gevaren van illegaal vuurwerk- en wapenbezit, ziet hij inmiddels wel tot op zekere hoogte het kwalijke van zijn handelen in.

Strafoplegging

Bij het bepalen van de op te leggen straf beoogt de rechtbank recht te doen aan de ernst van de feiten, rekening houdend met wat in soortgelijke zaken wordt opgelegd. Daarbij heeft de rechtbank ook oog voor de persoon van verdachte. De rechtbank acht het niet opportuun om aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Wel legt de rechtbank een voorwaardelijk gevangenisstraf op voor de duur van zes maanden. Dit is lager dan door de officier van justitie is gevorderd, maar volgens de rechtbank doet deze straf voldoende recht aan de ernst van de feiten en geeft tegelijkertijd een signaal af aan de maatschappij dat dergelijke gedragingen in beginsel met gevangenisstraf worden bestraft. Daarnaast legt de rechtbank aan verdachte de maximale taakstraf op van 240 uren, met aftrek van de dag die verdachte in verzekering heeft doorgebracht.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen

9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36b, 36c en 57 van het Wetboek van Strafrecht;

13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie;

1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten;

9.2.2.1 van de Wet milieubeheer;

1.2.2 van het Vuurwerkbesluit.

10. Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op:

Feit 1

overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan;

Feit 2

handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

Feit 3

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 6 (zes) maanden.

Bepaalt dat deze straf niet ten uitvoer gelegd zal worden, tenzij later anders wordt bevolen.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden bevolen als de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 240 (tweehonderdveertig) uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 (honderdtwintig) dagen, met bevel dat de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van deze straf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 (twee) uren per dag.

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.C.H. Broesterhuizen, voorzitter,

mrs. H.B.W. Beekman en M. Wiewel, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M.T. de Hertog, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 11 september 2026.

[…]

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.C.H. Broesterhuizen

Griffier

  • mr. M.T. de Hertog

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand