RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13-287581-24
Datum uitspraak: 24 september 2026
UITSPRAAK
op de vordering van 9 juli 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 17 juli 2024 door de Tribunale di Palermo, Italië (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon],
geboren op [geboortedag] 2000 te [geboorteplaats] (Nigeria),
inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:
[adres],
nu gedetineerd in [detentieadres],
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1. Procesgang
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 10 september 2026, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door mr. L.J.H. Kortz, advocaat in Utrecht, en door een tolk in de Engelse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.
Ook heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.
2. Identiteit van de opgeëiste persoon
Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nigeriaanse nationaliteit heeft.
3. Grondslag en inhoud van het EAB
Het EAB vermeldt een aanhoudingsbevel van the Magistrate in charge of preliminary investigations at the court of Palermo van 29 april 2024 met kenmerk 3593/2021 RGNR nr. 4365/2023 r.g. g.i.p.
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt, aan een naar Italiaans recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB.
4. Strafbaarheid
Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het strafbare feit aangewezen als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld, te weten:
deelneming aan een criminele organisatie;
witwassen van de opbrengsten van misdrijven.
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft op 10 augustus 2026 onder andere de volgende aanvullende informatie verstrekt:
“(…) In the EAW there is a merely typographical error, because the offence is mentioned as charge 16), but in the ordinance issued by the undersigned on 29.4.2024 the offence is mentioned at n.1) [opgeëiste persoon] is not, therefore, accused of the crime of money laundering punished in Italy by art.648 c.p. (…)”
Standpunt van de raadsman
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering moet worden geweigerd, omdat de uitvaardigende justitiële autoriteit twee lijstfeiten heeft aangekruist, terwijl in de feitenomschrijving en de aanvullende informatie van 10 augustus 2026 wordt vermeld dat de overlevering slechts wordt verzocht ten aanzien één lijstfeit, namelijk deelname aan een criminele organisatie. Dit schuurt met het specialiteitsbeginsel.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het lijstfeit deelneming aan een criminele organisatie is aangekruist en dat dit lijstfeit alle genoemde gedragingen uit het feitencomplex omvat. De dubbele strafbaarheid van het feit hoeft daarom niet getoetst te worden.
Oordeel van de rechtbank
Het is aan de uitvaardigende justitiële autoriteit om, aan de hand van het recht van die lidstaat, te beoordelen of het strafbare feit onder de hiervoor genoemde lijstfeit valt. Uitgangspunt is dat de rechtbank aan het oordeel van de uitvaardigende justitiële autoriteit is gebonden.
Op basis van de aanvullende informatie van 10 augustus 2026 moet ervan worden uitgegaan dat het EAB alleen betrekking heeft op het lijstfeit deelname aan een criminele organisatie en niet ook op het lijstfeit witwassen van de opbrengsten van misdrijven.
Uit het EAB volgt dat voor dit feit naar het recht van Italië een vrijheidsstraf van minstens drie jaren kan worden opgelegd.
Dit betekent dat de rechtbank geen onderzoek doet naar de vraag of het feit ook naar Nederlands recht strafbaar is.
Voorzover de raadsman heeft willen betogen dat de aanvullende informatie van 10 augustus 2026 het EAB ongenoegzaam maakt, faalt dit betoog nu de rechtbank - zoals hiervoor is overwogen - gebonden is aan het oordeel van de uitvaardigende justitiële autoriteit.
5. Slotsom
De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. De rechtbank staat daarom de overlevering toe.
6. Toepasselijke wetsartikelen
De artikelen 2, 5 en 7 OLW.
7. Beslissing
STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan de Tribunale di Palermo, Italië voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. E.M. de Bie, voorzitter,
mrs. W.A.J.P. van den Reek en A. Pahladsingh, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.J. Gauneau, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 24 september 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.