ECLI:NL:RBAMS:2026:9832

ECLI:NL:RBAMS:2026:9832

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 29-09-2026
Datum publicatie 05-10-2026
Zaaknummer 13-198674-26
Rechtsgebied Strafrecht; Europees strafrecht
Procedure Tussenuitspraak
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Tussenuitspraak om de uitvaardigende justitiële autoriteit een vraag te stellen om te kunnen beoordelen of de opgeëiste persoon zijn verdedigingsrechten als bedoeld in artikel 12 OLW heeft kunnen uitoefenen

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-198674-26

Datum uitspraak: 29 september 2026

TUSSEN-

UITSPRAAK

op de vordering van 24 juli 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 10 juni 2026 door the Regional Court in Gdánsk, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[de opgeëiste persoon] ,

geboren op [geboortedag] 1989 in [geboorteplaats] (Polen),

feitelijk verblijfsadres: [adres] ,

nu gedetineerd in [detentieadres] , afdeling PPC.

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1. Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 22 september 2026, in aanwezigheid van mr. J.I.P. Hofstee, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door mr. M.H. Aalmoes, advocaat in Amsterdam, en door een tolk in de Poolse taal.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.

Ook heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.

2. Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

[nummer]

3. Grondslag en inhoud van het EAB

Grondslag

Het EAB vermeldt een vonnis van the District Court Gdańsk -South in Gdańsk van 29 maart 2018 met kenmerk II K 1324/17.

Standpunt van de raadsvrouw

De raadsvrouw heeft primair betoogd dat de officier van justitie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, omdat het EAB ziet op een vonnis in eerste aanleg, terwijl er een procedure in hoger beroep is geweest. Er wordt om overlevering verzocht voor de tenuitvoerlegging van een uitspraak die niet is gedaan door de latere instantie. Onderdeel B van het EAB had opnieuw moeten worden ingevuld door de uitvaardigende justitiële autoriteit. Subsidiair moet het overleveringsverzoek worden afgewezen op dezelfde grond.

Standpunt van officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het Openbaar Ministerie wel ontvankelijk is en dat de overlevering kan worden toegestaan. Uit het EAB blijkt duidelijk welke straf is opgelegd en waar de overlevering voor wordt gevraagd. Het komt vaker voor dat uit de aanvullende informatie blijkt dat er tevens een procedure in hoger beroep is geweest. Dat maakt niet dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is of dat de overlevering moet worden geweigerd.

Het oordeel van de rechtbank

Uit onderdeel D) onder 2 van het EAB blijkt dat sprake is geweest een procedure in hoger beroep. Daarnaast blijkt uit de aanvullende informatie van 21 augustus 2026 dat the Regional Court in Gdańsk (V Ka 1844/18) op 18 september 2018 arrest heeft gewezen. De omstandigheid dat sprake is geweest van een procedure in hoger beroep, brengt niet met zich dat daarmee de grondslag van het EAB zoals vermeld in onderdeel B) niet juist is. In onderdeel B is namelijk ook vermeld dat het vonnis van 29 maart 2018 valid and final is. Gelet op het vertrouwensbeginsel gaat de rechtbank uit van de juistheid van deze informatie zodat met dit vonnis sprake is van een voor tenuitvoerlegging vatbare beslissing. Het betoog van de raadsvrouw dat niet duidelijk is of het vonnis in hoger beroep is gewijzigd, leidt niet tot een ander oordeel. De raadsvrouw heeft namelijk niet met objectieve gegevens aannemelijk gemaakt dat getwijfeld moet worden aan de gegevens zoals vermeld in onderdeel B) van het EAB. De rechtbank verwerpt daarom zowel het primaire als het subsidiaire verweer van de raadsvrouw.

Inhoud

De overlevering wordt verzocht voor de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van één jaar. De opgeëiste persoon is tot deze straf veroordeeld in het hiervoor genoemde vonnis en hij moet deze straf ondergaan in Polen. Die volledige straf resteert volgens het EAB nog.

De hiervoor genoemde veroordeling ziet op de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.

4. Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW

Inleiding

Het EAB vermeldt in onderdeel D) het volgende:

“b. the person was not summoned in person, however was actually served the official notification of the place and date set for the trial which resulted in pronouncement of the judgement, and this was done in a way which allows concluding beyond any doubt that the person was aware of the scheduled trial and was cautioned that the court might issue the judgement even if he/she did not appear at the trial;

(…)

The accused was notified of the trial date set for 21 March 2018. The notification was not collected, postal advice notices were left, and the notification was deemed effectively

served on 23 January 2018. Present at the trial was the court-appointed defence counsel

of the accused, who was informed when the judgement would be pronounced. The

verdict was passed on 29 March 2018, nobody was present. The defence counsel lodged

an appeal. Notification of the trial date was sent to the accused, postal advice notices

were left, and the notification was deemed served on 11 September 2018. Present at the

appeal trial was the court-appointed defence counsel of the accused.”

Het Internationaal Rechtshulp Centrum (IRC) heeft op 20 augustus 2026 vragen gesteld aan de uitvaardigende justitiële autoriteit over de uitoefening van de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon.

Op 21 augustus 2026 heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit de volgende informatie verstrekt:

“In reply to the letter of 20/08/2026 in the case of [de opgeëiste persoon] , this Regional Court in Gdańsk, Criminal Division IV, informs as below:

a. the judgement of the Regional Court in Gdańsk in the appeal case ref. V Ka 1844/18 was passed on 18 September 2018,

b. it was possible in the course of the appeal proceedings to re-examine both the guilt, and the length of the sentence imposed on the accused:

c. the person the proceedings concern was obliged to provide his home address and he did provide it, the obligation was also binding on him in the appeal procedure;

d. the person the proceedings concern was informed of his obligation to provide his current home address, inform of any change thereof, and cautioned of the consequences of his failure to satisfy these obligations already at the onset of the proceedings, and the instruction was repeated to him in the course of the proceedings before the court:

e. the above instruction applied to the entire criminal proceedings, both in the pre-trial stage, the proceedings before the court, and the enforcement proceedings, of which the concerned was expressly informed.”

Het IRC heeft op 31 augustus 2026 aanvullende vragen gesteld aan de uitvaardigende justitiële autoriteit.

Op 2 september 2026 heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit de volgende informatie verstrekt:

“In reply to the letter of 31/08/2026, this Regional Court in Gdańsk, Criminal Division TV, informs that in the case of [de opgeëiste persoon] :

-

he was represented by a single court-appointed defence counsel throughout the entire

proceedings (the appellate proceedings included),

-

section D of the European Arrest Form has already been completed and sent together with the EAW form.”

Standpunt van de verdediging

De raadvrouw heeft–samengevat – betoogd dat de opgeëiste persoon zich nooit bewust heeft willen onttrekken aan een adresinstructie. Voor zover hij niet heeft gehandeld zoals hij had moeten handelen, was dit het gevolg van zijn psychische toestand. Verder had hij niet de mogelijkheid om een adres op te geven omdat hij destijds in een psychiatrische instelling verbleef. De opgeëiste persoon heeft hoe dan ook als gevolg van deze psychische toestand niet effectief zijn verdedigingsrechten kunnen uitoefenen.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat geen van de situaties als beschreven in artikel 12, onder a tot en met d, OLW, zich voordoen. Van weigering kan echter worden afgezien, omdat de opgeëiste persoon een adresinstructie heeft gekregen. Uit de aanvullende informatie van 21 augustus 2026 volgt dat de opgeëiste persoon erop is gewezen dat deze adresinstructie voor de hele procedure gold.

Oordeel van de rechtbank

Als het proces in twee opeenvolgende instanties heeft plaatsgevonden, namelijk een procedure in eerste aanleg gevolgd door een procedure in hoger beroep, dan is de beslissing in de laatste van die procedures relevant voor de beoordeling of is voldaan aan de vereisten van artikel 4 bis, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ en artikel 12 OLW, voor zover daartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat en daarom de zaak ten gronde definitief is afgedaan. De rechtbank zal daarom de beslissing van the Regional Court in Gdańsk (V Ka 1844/18) van 18 september 2018 toetsen aan artikel 12 OLW.

De rechtbank stelt vast dat de opgeëiste persoon niet aanwezig was bij het proces dat tot het arrest van 18 september 2018 heeft geleid. Ook is – kort gezegd – niet gebleken dat

dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan en evenmin een garantie als bedoeld in artikel 12, sub d, OLW is verstrekt.

De rechtbank kan in dit geval de overlevering weigeren.

De rechtbank leidt uit de aanvullende informatie van 21 augustus 2026 af dat de opgeëiste persoon een adresinstructie heeft gekregen, dat deze zich ook uitstrekte over de procedure in hoger beroep en dat de opgeëiste persoon daar nadrukkelijk op is gewezen. De opgeëiste persoon heeft daadwerkelijk een adres opgegeven. Verder blijkt uit het EAB dat een oproep voor de zitting in hoger beroep aan de opgeëiste persoon is verstuurd. De rechtbank kan echter niet vaststellen of de oproep voor de zitting in hoger beroep is verstuurd naar het adres dat de opgeëiste persoon heeft opgegeven. Het IRC heeft op 20 augustus 2026 de uitvaardigende justitiële autoriteit wel om die informatie gevraagd, maar daar is geen antwoord op gegeven.

De rechtbank zal daarom het onderzoek heropenen om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen opnieuw de volgende vraag voor te leggen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit:

- Is de oproep voor de zitting in hoger beroep verstuurd naar het door de opgeëiste persoon opgegeven adres?

5. Strafbaarheid: feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de strafbare feiten niet aangeduid als lijstfeiten. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, als – kort gezegd – voldaan is aan de vereisten dat voor de feiten een vrijheidsstraf van ten minste vier maanden is opgelegd aan de opgeëiste persoon en de feiten ook naar Nederlands recht strafbaar zijn.

De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.

De feiten leveren naar Nederlands recht op:

ten aanzien van feit 1:

de meerdaadse samenloop van: mishandeling, begaan tegen zijn moeder en eenvoudige belediging

en

ten aanzien van feit 2:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht

Het overtreden van een contactverbod

Het overtreden van een contactverbod is naar Nederlands recht niet strafbaar. Artikel 7, tweede lid, OLW bevat echter een facultatieve weigeringsgrond. Dat houdt in dat de rechtbank de overlevering van de opgeëiste persoon kan weigeren als een niet-lijstfeit naar Nederlands recht niet strafbaar is, maar dat de rechtbank niet verplicht is om de overlevering te weigeren.

In deze zaak ziet de rechtbank aanleiding om van deze weigeringsgrond af te zien. Het feit heeft geen aanknopingspunten met de Nederlandse rechtsorde en is begaan in Polen door een onderdaan van Polen tegen een andere onderdaan van Polen. Weigering van de overlevering ten aanzien van dit feit zou leiden tot straffeloosheid, wat in beginsel moet worden voorkomen.

6. Artikel 11 OLW: detentieomstandigheden

Standpunt van de raadsvrouw

Volgens de raadsvrouw moet op grond van een rapport van the Comittee for the prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treament or Punishment (hierna: het CPT) een algemeen gevaar worden aangenomen door de rechtbank voor de zorg voor psychiatrische patiënten in detentie in Polen. De opgeëiste persoon heeft deze zorg nodig, zodat er nadere vragen gesteld moeten worden over waar de opgeëiste persoon gedetineerd wordt in Polen en of de opgeëiste persoon daar de benodigde zorg kan krijgen.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht de overlevering toe te staan, omdat zij geen aanleiding ziet voor het stellen van nadere vragen. Op basis van het vertrouwensbeginsel moet ervan uitgegaan worden dat Polen de juiste psychiatrische zorg kan bieden aan de opgeëiste persoon. Indien de opgeëiste persoon daartoe toestemming geeft, kan het Openbaar Ministerie op voorhand de medische gegevens delen met de Poolse autoriteiten, zodat zij op de hoogte zijn van het benodigde zorgkader voor de opgeëiste persoon.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat artikel 11 OLW niet aan de overlevering in de weg staat. De rechtbank heeft eerder geoordeeld dat geen sprake is van een algemeen gevaar van onmenselijke of vernederende behandeling in gevangenissen in Polen voor gedetineerden die een gevangenisstraf moeten ondergaan. De raadsvrouw heeft ook geen objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens overgelegd waaruit blijkt dat, in tegenstelling tot wat de rechtbank eerder heeft geoordeeld, wel sprake is van een algemeen gevaar voor veroordeelde gedetineerden in Polen. Daarnaast heeft de raadsvrouw ook niet dergelijke gegevens overgelegd waaruit volgt dat een algemeen gevaar bestaat van schending van grondrechten voor veroordeelde gedetineerden in Polen die kampen met psychiatrische problemen. De enkele verwijzing naar een CPT-rapport acht de rechtbank in dat verband onvoldoende. De rechtbank beschikt ook ambtshalve niet over dergelijke gegevens.

Nu geen sprake is van een dergelijk algemeen gevaar, is de rechtbank niet gehouden om vragen te stellen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit over de detentieomstandigheden voor de opgeëiste persoon. De rechtbank verwerpt het verweer.

7. Beslissing

HEROPENT en SCHORST het onderzoek voor onbepaalde tijd, om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de onder 4 geformuleerde vraag aan de uitvaardigende justitiële autoriteit te stellen.

BEPAALT dat de zaak opnieuw wordt ingepland op een zitting uiterlijk op 8 oktober 2026.

BEVEELT de oproeping van de opgeëiste persoon tegen een nader te bepalen datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving aan de advocaat.

BEVEELT de oproeping van een tolk in de Poolse taal tegen een nader te bepalen datum en tijdstip.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. L. Sanders, voorzitter,

mrs. M.C.M. Hamer en D.L.S. Ceulen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M.D. Dijkstra griffier,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 29 september 2026.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. L. Sanders

Griffier

  • mr. M.D. Dijkstra

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand