RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13-310069-25
Datum uitspraak: 3 februari 2026
TUSSEN-UITSPRAAK
op de vordering van 21 november 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 6 november 2025 door de Rechtbank van Eerste Aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, België, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1973 te [geboorteplaats] ,
inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:
[BRP-adres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1. Procesgang
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 20 januari 2026, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. J.P.A. van Schaik, advocaat in Veenendaal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met dertig dagen verlengd.
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen, met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak.
2. Identiteit van de opgeëiste persoon
Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft.
3. Grondslag en inhoud van het EAB
Het EAB vermeldt een afzonderlijk bevel tot aanhouding bij verstek afgeleverd door onderzoeksrechter Fabienne Nackaerts loco Katrien Boonen van 6 november 2025, referentie OR 11/2025/012.
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Belgisch recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB.
4. Strafbaarheid
De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld, te weten:
illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen.
Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van België een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.
5. De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW
De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit en beroept zich op de garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW. De rechtbank stelt vast dat de opgeëiste persoon zodanige banden heeft met Nederland, dat de tenuitvoerlegging van een eventueel na overlevering opgelegde straf, uit het oogpunt van maatschappelijke re-integratie beter in Nederland kan plaatsvinden dan in de uitvaardigende lidstaat. De opgeëiste persoon heeft immers het centrum van zijn gezinsleven en zijn belangen in Nederland gevestigd.Zijn overlevering kan daarom worden toegestaan, wanneer is gewaarborgd dat de opgeëiste persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf na overlevering, deze straf in Nederland mag ondergaan.
De Internationale Dienst van het Parket van de procureur des Konings Antwerpen, afdeling Turnhout, heeft op 27 november 2025 de volgende garantie gegeven:
“Overeenkomstig artikel 5 §3 van het kaderbesluit van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel, bied ik u de garantie voor de terugkeer naar Nederland van de door u over te leveren Nederlandse onderdaan of ingezetene, in casu [de opgeëiste persoon] .
Deze garantie houdt in dat, eens betrokkene in België onherroepelijk tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel is veroordeeld, deze persoon naar Nederland zal terugkeren om zijn straf of maatregel aldaar te ondergaan. De terugkeer zal gebeuren op basis van het Europees Kaderbesluit inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op de vrijheidsbenemende straffen of maatregelen uitgesproken in een lidstaat van de Europese Unie (2008/909/JBZ).”
Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie voldoende.
6. Artikel 11 OLW Belgische detentieomstandigheden
Inleiding
Bij uitspraak van 14 december 2022 heeft de rechtbank geoordeeld dat op dit moment een algemeen gevaar bestaat dat gedetineerden in alle detentie-instellingen in België worden onderworpen aan een onmenselijke behandeling gelet op de detentieomstandigheden in die instellingen.
De rechtbank stelt vast dat bij bericht van 3 december 2025, afkomstig van het Directoraat-generaal Wetgeving Fundamentele rechten en Vrijheden, Dienst internationale samenwerking in strafzaken, Centrale autoriteit van de Federale Overheidsdienst Justitie te Brussel de volgende detentiegarantie is gegeven, die de opgeëiste persoon betreft:
“1. In welke detentie-instelling zal de opgeëiste persoon gedetineerd worden?
[de opgeëiste persoon] zal worden opgesloten in de gevangenis van Mechelen indien na overlevering door de bevoegde gerechtelijke autoriteit wordt beslist dat de persoon in voorlopige hechtenis dient te blijven.
2. Welke waarborgen worden gegarandeerd inzake de detentieomstandigheden in de detentie-instelling?
België garandeert dat de opgeëiste persoon na overlevering zal worden opgesloten in een instelling en op een wijze die in overeenstemming is met de fundamentele rechten en in het bijzonder relevante internationale standaarden (o.a. CPT standaarden) met in begrip van voldoende individuele leefruimte, afgescheiden sanitair en dagactiviteiten buiten de cel.
In deze zaak garandeert België de volgende waarborgen inzake de detentieomstandigheden waar [de opgeëiste persoon] aan zal worden onderworpen na overlevering:
- De opgeëiste persoon zal niet worden opgesloten in een cel met minder dan 3 m2 individuele levensruimte. Dit geldt zowel indien de opgeëiste persoon in een eenpersoons- als in een meerpersoonscel zou worden opgesloten.
- De gemiddelde minimum leefruimte van elke cel is 9 m2 inclusief vast meubilair.
o De sanitair blokken omvatten een wasbak en een toilet dat is afgescheiden van de rest van de cel door een muur of scherm
o Het vast meubilair omvat onder andere een tafel, kast, bed en bureau.
- De opgeëiste persoon zal een bed ter beschikking hebben en zal bijgevolg niet op grond hoeven te slapen.
- Er worden verschillende dagactiviteiten buiten de cel voorzien. Deze activiteiten omvatten in ieder geval regelmatige wandelingen in een open koer en familiebezoeken alsook toegang tot gemeenschappelijke ruimtes. Aanvullende activiteiten zoals sport en arbeid zijn onderhevig aan aanzienlijke wachtlijsten.
3. Sanitaire en hygiëne omstandigheden
Als algemene regel, voorziet de Basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden in algemene rechten en plichten voor gedetineerden, o.a. het recht op dagelijkse persoonlijke hygiëne, het recht op toegang tot gezondheidszorg en -bescherming evenredig aan dewelke wordt voorzien buiten de gevangenismuren. In dit verband, is een penitentiaire gezondheidsraad opgericht bij wet die adviseert bij het verbeteren van de kwaliteit de gezondheidszorg binnen de gevangenismuren. De medische zorg binnen de
gevangenismuren is van gelijke kwaliteit als de medische zorg die wordt verstrekt buiten de gevangenismuren.”
Standpunt van de raadsman
De raadsman stelt zich op het standpunt dat het risico dat de opgeëiste persoon in detentie in de gevangenis in Mechelen onmenselijk of vernederend zal worden behandeld als de overlevering zou worden toegestaan, niet is weggenomen door de verstrekte detentiegarantie.
De raadsman verwijst hierbij naar een reactie van de Belgische raadsman van de opgeëiste persoon en naar een interview met de gevangenisdirecteur van de gevangenis te Mechelen van 16 december 2025. Dit interview onderstreept de slechte leefomstandigheden in de Mechelse detentie-instelling en is na de onderhavige detentiegarantie gegeven, waardoor de huidige detentiegarantie niet voldoet.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de detentiegarantie het algemene gevaar van schending van grondrechten in detentie in België voor de opgeëiste persoon wegneemt.
Op 31 december 2025 heeft de rechtbank de overlevering toegestaan in een zaak met een vergelijkbare detentiegarantie.
Oordeel van de rechtbank
Zoals deze rechtbank eerder heeft geoordeeld gaat de rechtbank aan de hand van een globale beoordeling van alle gegevens waarover zij beschikt uit van de geboden zekerheid in voorgaande garantie.
Het vastgestelde algemene gevaar voor de detentie-instellingen in België ziet – kort gezegd – op de problematiek rondom overbevolking, gebrek aan personeel, beperkte bewegingsvrijheid, sanitair en hygiëne. De door de raadsman aangehaalde e-mail en interview bevestigen dat deze problematiek actueel is. Vanwege dit algemene gevaar heeft de rechtbank, alvorens de overlevering kan worden toegestaan, een individuele detentiegarantie nodig waarmee het algemene gevaar wordt weggenomen. Op grond van het vertrouwensbeginsel moet de rechtbank in beginsel uitgaan van de informatie en de garanties die door de Belgische autoriteiten worden gegeven.
Hoewel de rechtbank van oordeel is dat nieuwsberichten op zichzelf niet als objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens kunnen worden aangemerkt, zoals bedoeld in het arrest Aranyosi en Căldăraru, is de rechtbank in deze zaak geconfronteerd met een nieuwsbericht met daarin een interview waarin de directeur van de PI Mechelen, alsmede de directeur-generaal van het Gevangeniswezen in België uitlatingen doen over de detentieomstandigheden in Mechelen. De rechtbank overweegt daarbij dat de door de uitvaardigende justitiële autoriteit verstrekte detentiegarantie van eerdere datum is dan het voornoemde interview, dat plaatsvond op 16 december 2025.In het interview wordt de mate van overbevolking in de detentie-instelling geconcretiseerd. De rechtbank begrijpt uit het interview dat – zakelijk weergegeven – per 16 december 2025 in Mechelen 151 gedetineerden worden gehuisvest, terwijl slechts ruimte is voor 84 gedetineerden. Volgens de directeur van het Gevangeniswezen zullen er doden vallen, als er niets gebeurt.
Deze nieuwe concrete informatie over de detentie-instelling in Mechelen waar de opgeëiste persoon volgens de verstrekte detentiegarantie zal worden gedetineerd, is voor de rechtbank aanleiding nadere vragen te stellen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit over de detentieomstandigheden in Mechelen waar de opgeëiste persoon mee te maken zal krijgen. De rechtbank verzoekt de officier van justitie om aan de uitvaardigende justitiële autoriteit de volgende vragen te stellen:
Gelet op de gestelde vragen zal de rechtbank het onderzoek heropenen en schorsen.
7. Beslissing
HEROPENT en SCHORST het onderzoek voor onbepaalde tijd om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de door de rechtbank onder 6 geformuleerde vragen aan de Belgische uitvaardigende justitiële autoriteit te stellen;
VERLENGT de termijn waarbinnen de rechtbank uitspraak moet doen op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW met dertig dagen, onder gelijktijdige verlenging van de – geschorste – gevangenhouding op grond van artikel 27, derde lid, OLW;
BEPAALT dat de zaak uiterlijk veertien dagen vóór 19 maart 2026 (einde van de verlengde beslistermijn) weer op zitting wordt gepland;
BEVEELT de oproeping van de opgeëiste persoon tegen een nader te bepalen datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan zijn raadsman.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. M. Westerman, voorzitter,
mrs. M. Scheeper en L. Baroud, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D. Kloos, griffier.
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 3 februari 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.