Arrondissementsrechtbank te Arnhem
Sector civiel recht
Vonnis
[gedaagde] ,
Rolnummer: 2000/1312
Datum: 28 SEP, 2000
in de zaak van
1. de vennootschap onder firma
[eiser 1]
gevestigd te [plaats 1] , alsmede haar vennoten
2. [eiser 2],
wonende te [plaats 1] , 3. [eiser 3],
wonende te [plaats 1] , eisers in het vrijwaringsincident bij oproepingsexploit na verwijzing van 2 augustus 2000, procureur: mr J.M.J. Huver te Arnhem, advocaat: mr F.J. Schop te Almere,
tegen
wonende te [plaats 1]
verweerster in het vrijwaringsincident,
procureur: mr. P.C. Plochg te Arnhem,
advocaat: mr. O.P. van Tricht te Utrecht
Bij de stukken bevindt zich een onder rolnummer 233/2000 tussen de partijen gewezen vonnis van 31 mei 2000 van de kantonrechter te Wageningen, waarin deze zich onbevoegd heeft verklaard en de zaak in het incident in de stand waarin die zich bevindt heeft verwezen naar deze rechtbank.
Het verloop van de procedure
Voor het eerdere verloop van de procedure wordt naar bovengenoemd vonnis van de kantonrechter verwezen. Na oproeping van [gedaagde] voor deze rechtbank hebben de partijen de stukken overgelegd voor vonnis in het incident.
De beoordeling van het geschil in het incident
Ambtshalve
De kantonrechter heeft zich naar het oordeel van de rechtbank ten onrechte onbevoegd verklaard van de vordering in het incident kennis te nemen. Weliswaar behoort de vordering die [eisers] in de vrijwaring voornemens zijn in te stellen tegen de heren [betrokkene 1] en [betrokkene 2] naar het oordeel van de kantonrechter kennelijk niet tot de absolute competentie van de kantonrechter, zodat alsdan de vordering in vrijwaring, indien de oproeping in vrijwaring wordt toegestaan, te zijner tijd voor de rechtbank als de absoluut bevoegde rechter moet worden ingesteld (HR 21 april 2000 NJ 2000,410). Maar dat neemt niet weg dat de kantonrechter de absoluut bevoegde rechter is om van de vordering van [eisers] in het incident kennis te nemen. Dat is immers een incident in de procedure tussen [gedaagde] en [eisers] , waarin [gedaagde] een vordering heeft ingesteld die tot de absolute competentie van de kantonrechter behoort. Dat brengt met zich dat de kantonrechter dus ook de bevoegde rechter is om van incidenten in die procedure kennis te nemen. Dat ligt in de aard van de regeling van tussengeschillen als incident in de aanhangige procedure besloten. De bepalingen van art. 68 e.v. Rv en art. 247 e.v. Rv gaan daarvan ook uit. Voor een andere opvatting is geen steun te vinden in enige rechtsregel (ook niet in de voor de kantongerechtsprocedure geldende bepalingen van de artt. 97 en 113 Rv) en is ook geen argument van richtige rechtsbedeling . In tegendeel is het nodeloos omslachtig, tijdrovend en kostenverhogend de beslissing in een incident op te dragen aan een andere rechter dan die over de hoofdzaak bevoegd is te oordelen. De rechtbank is dus niet bevoegd van het incident kennis te nemen. De zaak moet daarom terug naar de kantonrechter om te beslissen in het incident tot vrijwaring. De beslissing omtrent de kosten in de procedure na verwijzing laat de rechtbank over aan de kantonrechter. Beide partijen hebben f400,- vast recht moeten betalen en de kosten van het oproepingsexploot na verwijzing hebben voor [eisers] f 144,52 bedragen.
De beslissing
De rechtbank, recht doende in het incident:
1. verklaart zich onbevoegd van de incidentele vordering van [eisers] kennis te nemen;
2. verwijst de zaak terug naar de kantonrechter ter verdere behandeling en beslissing;
3. laat de beslissing omtrent de kosten over aan de kantonrechter.
Dit vonnis is gewezen door mr R.J.B. Boonekamp, rechter en is in het openbaar uitgesproken op donderdag 28 SEP. 2000