Sector civiel recht
(ST)
Zaak-/rolnummer: 70623 / HA ZA 01-192
Datum uitspraak: 29 augustus 2002
Vonnis
in de zaak van
1. de naamloze vennootschap
GELREDOME N.V.,
2. de stichting
GELREDOME, beiden gevestigd te Arnhem, eiseressen, procureur mr. J.M. Bosnak, advocaat mr. B.J.M. van Meer en mr. R.J. Kwaak te Arnhem
tegen
De procedure
De volgende processuele handelingen hebben plaatsgevonden:
Eiseressen: conclusie van eis in overeenstemming met de dagvaarding.
Gedaagde: conclusie van antwoord.
Eiseressen: conclusie van repliek.
Gedaagde: conclusie van dupliek.
Eiseressen: akte houdende uitlating producties.
Gedaagde: antwoordakte.
Er is vonnis gevraagd. De rechtbank heeft bepaald dat heden vonnis wordt gewezen.
De partijen hebben bij hun conclusies en eiseressen hebben bij hun akte schriftelijke stukken in het geding gebracht.
Van de eiseressen wordt eiseres I (evenals haar rechtsvoorgangster Het
Gelders Stadion N.V.) hierna aangeduid als Gelredome, eiseres 2 als Stichting Gelredome. Gedaagde (evenals haar rechtsvoorgangster
Arcadis Heidemij Advies B.V.) wordt aangeduid als Heidemij Advies.
Vaststaande feiten
Heidemij Advies heeft in opdracht van Gelredome het bestek L 0152
d.d. 28 januari 1997 opgesteld voor de infrastructurele werkzaamheden ten behoeve de realisatie van wat thans heet het stadion Gelredome te Arnhem, voor de overeengekomen prijs van f.235.500,- excl. btw.
De opdracht d.d. 11 oktober 1996 (productie 3 bij conclusie van antwoord) is tot stand gekomen naar aanleiding van een offerte van Heidemij Advies d.d. 12 september 1996.
Ter uitvoering van een aanvullende opdracht van Gelredome heeft Heidemij Advies in november 1996 een aanvullende hoogtemeting en inmeting van de bouwwegen uitgevoerd voor de overeengekomen prijs van f.3.150,-.
Op de beide overeenkomsten (aanvaarde opdrachten) zijn van toepassing de "Algemene Voorwaarden I van Heidemij Advies B.V. van mei 1994" en de "Regeling van de verhouding tussen opdrachtgever en adviserend ingenieursbureau, RVOI 1987, herziene druk 1993" (hierna: RVOI). Door artikel 16 van de RVOI wordt de aansprakelijkheid van de opdrachtnemer (het adviesbureau) beperkt zoals in dat artikel beschreven.
Het geschil en de beoordeling
1. De eiseressen vorderen in deze procedure dat de rechtbank, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, Heidemij Advies veroordeelt tot betaling van de schade die Gelredome heeft geleden of* nog zal lijden als gevolg van de tekortkoming in de nakoming van* door Heidemij o Advies jegens Gelredome met betrekking tot het opstellen van het bestek L0152, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, en Heidemij Advies veroordeelt in de kosten van deze procedure. (* De rechtbank gaat er van uit dat i.p.v. "of" is bedoeld: en/of, en dat het woordje "van" moet vervallen)
Heidemij Advies voert gemotiveerd verweer tegen de vordering.
2. De eiseressen leggen aan hun vordering tot schadevergoeding ten grondslag hun stelling dat Heidemij Advies in de opstelling van het bestek op drie onderdelen ernstig tekortgeschoten is jegens Gelredome als haar opdrachtgever. Voor elk van de drie tekortkomingen afzonderlijk geldt dat zij te wijten zijn aan grove onzorgvuldigheid van Heidemij Advies, zodat Heidemij Advies geen beroep kan doen op de aansprakelijkheidsbeperking vervat in artikel 16 lid 3 RVOI, aldus de eiseressen.
3. In de stellingen van de eiseressen is geen grondslag te vinden voor een vordering van Stichting Gelredome. Zij zijn ook niet ingegaan op het standpunt van Heidemij Advies al bij conclusie van antwoord, dat zij geen contractuele band heeft of heeft gehad met die stichting. De vordering van Stichting Gelredome moet daarom worden afgewezen.
4. De drie ernstige tekortkomingen van het bestek hebben volgens de eiseressen betrekking op respectievelijk, wat zij noemen: de kleiproblematiek, de watergangen en de rioolpersleiding.
5. Kleiproblematiek
Krachtens een overeenkomst tussen Gelredome en
Wegenbouwmaatschappij J. Heijmans B.V. (hierna: Heijmans) was de af te graven grond voor Heijmans. Deze heeft een onderaannemingsovereenkomst gesloten met Ploegam B.V. (hierna: Ploegam) inhoudende onder meer dat 90.000 m3 vrijkomende klei voor Ploegam was. Ploegam heeft vervolgens de door Heijmans toegezegde klei doorverkocht ten behoeve van het dijkverbeteringstraject dijkvak Kesteren/Lienden.
Volgens de eiseressen is veel minder klei vrijgekomen dan in het bestek was voorzien, heeft Ploegam klei elders moeten betrekken om aan haar verplichtingen te voldoen en heeft Ploegam Heijmans aangesproken voor de daardoor geleden schade, vervolgens heeft Heijmans Gelredome aangesproken. Eiseressen stellen dat Gelredome hierdoor een schade lijdt die zij voorlopig ramen op f. 1.173.932,09 excl. btw.
De eiseressen zijn niet erg duidelijk over de hoeveelheid klei die volgens het bestek vrij zou komen. Bij conclusie van eis stellen zij dat 94.400 m3 grond zou worden afgevoerd en dat de klei daarin voor de aannemer was (cursievering door de rechtbank). Bij conclusie van repliek stellen de eiseressen dat 94.400 m3 klei zou vrijkomen. Volgens Heidemij Advies voorzag de grondbalans in 97.600 m3 vrijkomende grond, waarvan 87.650 m3 vrijkomende klei, na herberekening 89.425 m3 vrijkomende grond (rb.: maar hoeveel klei?). Een vindplaats in het bestek (overgelegde ordners) geven de partijen helaas niet. Duidelijk is wel dat de partijen het om te beginnen oneens zijn over de door Heidemij Advies berekende hoeveelheid vrij te komen klei. Daar zou een bewijsopdracht over te geven zijn.
De partijen zijn het echter ook oneens over de hoeveelheid klei die bij het afgraven is vrijgekomen. Volgens de eiseressen was dat slechts 36.215 m3, dat is niet daadwerkelijk vastgesteld maar berekend door DHV. Heidemij Advies betwist dat zo weinig klei is vrijgekomen, volgens haar slechts 10% minder dan geraamd en dat is, zo stelt zij, een aanvaardbaar verschil en wijst niet op grove onzorgvuldigheid van haar berekening vooraf. Heidemij Advies stelt dat 14.905 m3 (grond of klei?) ten onrechte is toegerekend aan ACE en door DHV niet is meegeteld. Verder zou er grond zijn ontvreemd. Ook over de hoeveelheid vrijgekomen klei zou een bewijsopdracht kunnen worden gegeven.
Doorslaggevend - om geen bewijsopdracht te geven - vindt de rechtbank echter het verweer van Heidemij Advies dat de grond ter plaatse van het Gelredometerrein aanvankelijk bestond uit lagen zand en klei, maar dat daarna veel grondverzet heeft plaatsgevonden en nog zou plaatsvinden voor de grond uiteindelijk terechtkwam ter plaatse van de dijkverzwaring. Voor de hand ligt dat daarbij de klei is vermengd met o.a. zand en granulaat en niet meer klei is van dijkverzwaringskwaliteit. Op die bewerkingen had Heidemij Advies geen invloed en zij heeft er ook niets mee te maken dat een contractspartij van Gelredome, Heijmans, het risico heeft genomen 90.000 m3 "klei" door te verkopen aan Ploegam die het op haar beurt heeft doorverkocht voor dijkverzwaring, laat staan dat Heidemij Advies grove onzorgvuldigheid kan worden verweten waarvoor zij jegens Gelredome aansprakelijk kan worden gehouden.
Op grond van het voorgaande ziet de rechtbank geen aanleiding bewijs op te dragen van feiten waaruit de aansprakelijkheid blijkt van Heidemij Advies wegens grove onzorgvuldigheid van haar op het onderdeel "grondproblematiek". Uit de stukken, waaronder de processen-verbaal van verhoren in een in 1998 gehouden voorlopig getuigenverhoor - waarbij overigens Heidemij Advies geen partij was zijn geen feiten gebleken die tot een ander oordeel leiden of, na aanvullende bewijslevering, kunnen leiden.
6. Watergangen6.1 Tussen de partijen staat vast dat onderdeel van het bestek uitmaakten: watergangen die gedeeltelijk kwamen te liggen in de zandlaag onder de kleilaag en dat het grondwater tot iets boven de zandlaag stond. Ook staat vast dat tengevolge van de samenloop van die omstandigheden tijdens het graafwerk de taluds zijn ingestort. Dit euvel is hersteld doordat door of in opdracht van Heijmans de watergangen zijn afgedicht met klei. Voor dit meerwerk heeft Heijmans aan Gelredome f.338.645,- in rekening gebracht.
Tussen de partijen staat ook vast dat in de aanbestedingsprocedure door een van de gegadigden expliciet de vraag is gesteld: "Moeten de taluds voor de watergangen in de zandlaag niet afgewerkt worden met klei of zoden?" Namens Heidemij Advies is daarop geantwoord: "neen".
De eiseressen staan op het standpunt dat het een grove onzorgvuldigheid van Heidemij Advies is geweest in het bestek geen voorziening op te nemen bestaande uit het afdichten van de watergangen met klei, te meer nu in de aanbestedingsprocedure uitdrukkelijk de vraag was gesteld of dat niet nodig was. Gelredome wil haar schade, voorlopig te stellen op het genoemde bedrag van f.338.645,-, op Heidemij Advies verhalen.
Heidemij Advies betoogt tot haar verweer dat in situaties als deze het algemeen gangbaar is geen maatregelen vooraf te nemen maar af te wachten of een talud instort. Dat laatste gebeurt namelijk niet altijd, en daarom is het onnodig vooraf dure maatregelen te nemen. Wat daarvan zij, terecht stellen de eiseressen dat Gelredome dat dan vantevoren had willen weten en dat een stelpost had moeten worden opgenomen. Het antwoord "neen" van Heidemij Advies op de desbetreffende vraag suggereert dat er geen gevaar voor instorting en dus geen noodzaak voor een stelpost is en getuigt, in samenhang met het bestek dat ook niets zegt over direct òf later misschien nodige voorzieningen, van grove onzorgvuldigheid waarvoor Heidemij Advies in verband met art. 16 lid 2 RVOI aansprakelijk is. Uit de toepasselijke regelingen, met name art. 16 lid 3 RVOI, blijkt niet dat ook in geval van grove onzorgvuldigheid van de opdrachtnemer diens aansprakelijkheid is beperkt tot het bedrag van de opdracht.
Heidemij Advies betoogt verder
- dat Gelredome een goedkopere oplossing had kunnen kiezen dan het afdichten van de watergangen met klei,
- dat Gelredome de kosten die zij heeft moeten maken nadat de taluds waren ingestort ook had gehad als de maatregelen uit voorzorg tevoren waren genomen,
- dat Gelredome haar kosten kon doorberekenen aan de gemeente Arnhem en dus zelf geen schade heeft.
Deze stellingen worden door de eiseressen gemotiveerd betwist en schade doen er voor - gelet Gelredome op die betwisting zeker aannemelijk - niet aan is. af dat Of en de welke mogelijkheid schade van
Gelredome heeft geleden en in hoeverre zij die wellicht heeft kunnen en had moeten beperken, moet worden uitgemaakt in de schadestaatprocedure die op de onderhavige procedure kan volgen.
7. Rioolpersleiding
Tussen de partijen staat vast dat Heidemij Advies in het bestek een riolerings- en afwateringssysteem heeft aangegeven en daarbij geen rekening heeft gehouden met een ter plaatse aanwezige rioolpersleiding. De oude en de nieuwe leidingen zouden elkaar kruisen, weliswaar op verschillende hoogte maar - naar Heidemij Advies niet heeft betwist - met het risico dat de rioolpersleiding zou breken. Er is toen voor gekozen een nieuwe rioolpersleiding te leggen zo dat die het nieuwe riolerings- en afwateringssyteem niet kruist.
De eiseressen vinden het een grove onzorgvuldigheid van Heidemij Advies dat die in het bestek geen rekening heeft gehouden met de bestaande leiding. Zij stellen dat Gelredome de kosten van de meerwerkopdracht aan Heijmans, f.233.118,-, van Heidemij Advies vergoed moet krijgen.
Heidemij Advies stelt
- dat zij de bestaande leiding niet had hoeven verwachten. Terecht stellen eiseressen dat dat verweer niet opgaat; Heidemij Advies is toch de deskundige die zich hoort af te vragen hoe de bestaande situatie is en daar een onderzoek naar moet instellen,
- dat uit een fax van de gemeente Arnhem blijkt dat de gemeente "eventuele problemen zelf zou oplossen"; zoals eiseressen terecht stellen blijkt uit de fax dat de gemeente zorgt voor bepaalde aansluitingen, maar niet wat Heidemij Advies erin wil lezen,
- dat de gemeente Arnhem het ontwerp van Heidemij Advies voorgelegd heeft gekregen en heeft nagelaten te waarschuwen voor het ontoelaatbare kruisen van leidingen; ook dit verweer slaagt niet, Heidemij Advies wil toch niet beweren dat zij zo'n slechte naam heeft dat er voor de gemeente aanleiding had moeten zijn zich erin te verdiepen of in het bestek de leidingen wel goed zijn geprojecteerd?
Ook op het punt van het probleem "rioolpersleiding" is de rechtbank van oordeel dat sprake is van grove onzorgvuldigheid van Heidemij Advies, waarvoor dat adviesbureau aansprakelijk is.
Wat betreft de overige verweren van Heidemij Advies - dat de kosten hoe dan ook hadden moeten worden gemaakt (dat is wel heel onaannemelijk); dat de kosten aan de gemeente konden worden doorberekend - oordeelt de rechtbank, mede gelet op het gemotiveerde verweer van eiseressen, dat de mogelijkheid van schade van Gelredome in elk geval aannemelijk is zodat in de onderhavige procedure Heidemij Advies moet worden veroordeeld tot vergoeding van schade, waarvan de hoogte in een schadestaatprocedure moet worden vastgesteld.
8. De partijen hebben geen feiten gesteld die indien bewezen tot een ander oordeel kunnen leiden, zodat aan hun bewijsaanbod zal worden voorbijgegaan. Uit het voorgaande volgt dat de vordering, moet worden toegewezen met de beperking tot twee van de drie gestelde tekortkomingen.
9. De proceskosten zullen worden gecompenseerd zo dat ieder van de partijen de eigen kosten draagt, omdat
- de schadevergoedingsplicht van Heidemij Advies is vastgesteld met betrekking tot twee van de drie door de eiseressen gestelde tekortkomingen van Heidemij Advies, maar niet met betrekking tot de derde gestelde schadepost (de hoogste van de drie),
- de vordering van Stichting Gelredome wordt afgewezen.
De beslissing
De rechtbank
1. veroordeelt Arcadis Heidemij Advies B.V. tot betaling aan
Gelredome N.V. van de schade die Gelredome N.V. heeft geleden en/of nog zal lijden als gevolg van de tekortkoming in de nakoming door Arcadis Heidemij Advies B.V. jegens Gelredome N.V. met betrekking tot het opstellen van het bestek L0152, namelijk op de onderdelen "watergangen" en "rioolpersleiding", de schade nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet,
2. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3. compenseert de proceskosten zo dat ieder van de partijen de eigen kosten draagt,
4. wijst af wat meer of anders is gevorderd.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.L. Drabbe en uitgesproken in het openbaar op 29 augustus 2002.