ECLI:NL:RBDHA:2013:11042

ECLI:NL:RBDHA:2013:11042, Rechtbank Den Haag, 22-08-2013, 13_3195 KINDER

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 22-08-2013
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 13_3195 KINDER
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Den Haag
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RVS:2014:2737
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 3 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

Eiseres heeft drie verschillende versies van haar overeenkomst met het gastouderbureau overgelegd. Gezien de gerechtvaardigde twijfels over de authenticiteit van de later overgelegde overeenkomsten dient alleen gekeken worden naar het eerste overgelegde contract.

Uitspraak

[X], wonende te [Z], eiseres

(gemachtigde: [A]),

en

de inspecteur van de Belastingdienst[te P], verweerder.

De bestreden uitspraak op bezwaar

De uitspraak van verweerder van 22 maart 2012 op het bezwaar van eiseres tegen de herziene voorschotbeschikking kinderopvangtoeslag 2009 van 29 augustus 2012 met beschikkingsnummer [nummer].

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 augustus 2013.

Eiseres is wegens omstandigheden niet verschenen en wordt vertegenwoordigd door haar gemachtigde. Namens verweerder is verschenen [B].

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

Verweerder heeft bij beschikking van 11 december 2008 aan eiseres voor 2009 een voorschot kinderopvangtoeslag van € 20.975 toegekend.

Verweerder heeft bij besluit met dagtekening 29 augustus 2012 het voorschot kinderopvangtoeslag voor 2009 vastgesteld op nihil.

Eiseres heeft op 28 september 2012 een bezwaarschrift ingediend. In de uitspraak op bezwaar van 22 maart 2013 heeft verweerder het bezwaar kennelijk ongegrond verklaard.

De opvang liep via het [gastouderbureau].

In geschil is of het voorschot kinderopvangtoeslag 2009 terecht is vastgesteld op

nihil.

Eiseres beantwoordt deze vraag ontkennend en stelt – zakelijk weergegeven – dat zij recht heeft op een volledig voorschot kinderopvangtoeslag voor de opvang middels het [gastouderbureau]. Er is sprake van een contract in de zin van art. 52 Wet op de kinderopvang (Wko).

Verweerder beantwoordt deze vraag bevestigend en stelt – zakelijk weergegeven – dat eiseres geen schriftelijke overeenkomst heeft overlegd welke voldoet aan de eisen van art. 52 van de Wet kinderopvang (Wko).

Ingevolge artikel 52 van de Wko (zie ABRvS 19 oktober 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BT8569) dient tussen het gastouderbureau en de ouder een overeenkomst te zijn gesloten die voldoet aan de in dat artikel gestelde eisen. Op grond van artikel 11, derde lid, onder c, van de Regeling Wko moet die schriftelijke overeenkomst vermelden de voor de gastouder opvang te betalen prijs per uur, en, indien van toepassing, de bemiddelingskosten, naam geboortedatum, adres, postcode en woonplaats van het kind, het aantal uren gastouderopvang per kind per jaar evenals de duur van de overeenkomst. Indien in de overeenkomst de datum van ondertekening ontbreekt, staat niet vast dat de kinderopvang op basis van die overeenkomst heeft plaatsgevonden en kan de overeenkomst niet als bewijs dienen dat de kinderopvang plaatsvond op basis van een schriftelijke overeenkomst als bedoeld in artikel 52 van de Wko (zie ABRvS 16 november 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BU4595).

Verweerder heeft ter zitting gesteld dat er meerdere gewijzigde versies van het contract zijn overgelegd. Verweerder heeft daarbij aangegeven dat het tweede exemplaar van het contract in tegenstelling tot het eerste van een dagtekening is voorzien. Voorts stelt verweerder dat het in de bezwaarfase overgelegde derde exemplaar afkomstig is van de in 2012 opgezette website http://gastouderdocumenten.nl/. Eiseres heeft ter zitting geen verklaring gegeven voor de geconstateerde onderlinge verschillen. Gelet op het voorgaande heeft verweerder op goede gronden de authenticiteit van de overeenkomsten in twijfel mogen trekken. Daaruit volgt dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat alleen gekeken kan worden naar het op 6 november 2011 als eerste overgelegde contract. Nu in dit eerste contract het uurtarief, de dagtekening en het aantal opvanguren ontbreken is dit geen contract als bedoeld in art. 52 van de Wko (zie ABRvS 29 augustus 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX5975). Dat bepaalde gegevens de Belastingdienst, als gesteld, langs andere weg bekend zijn, betekent niet dat de overeenkomst wel aan de daaraan te stellen eisen voldoet. (zie ABRvS 23 januari 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BY9185). Eiseres voldoet derhalve niet aan de voorwaarden die worden gesteld aan toekenning van een voorschot in de kinderopvangtoeslag en verweerder heeft dan ook terecht het voorschot herzien tot nihil.

Ingevolge artikel 7:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) stelt het bestuursorgaan voordat het op een bezwaar beslist de belanghebbende in de gelegenheid te worden gehoord. Ingevolge artikel 7:3, aanhef, onder b, van de Awb, kan van het horen worden afgezien indien het bezwaar kennelijk ongegrond is. Daarvan is sprake wanneer uit het bezwaarschrift zelf reeds aanstonds blijkt dat de bezwaren van de indiener van het bezwaarschrift ongegrond zijn en er redelijkerwijs geen twijfel mogelijk is over die conclusie. Gelet op de inhoud van het bezwaarschrift, de daarbij overgelegde stukken en de eerder overgelegde stukken, heeft verweerder zich op het standpunt kunnen stellen dat redelijkerwijs geen twijfel mogelijk was over de ongegrondheid van het bezwaar. Verweerder heeft daarom kunnen afzien van het horen van eiseres.

Uit artikel 26 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) volgt dat verweerder geen discretionaire bevoegdheid heeft met betrekking tot de terugvordering van te veel uitbetaalde bedragen. Van een gebrekkige belangenafweging in het kader van artikel 8:84 Awb zoals door eiseres bepleit en strijdigheid met het evenredigheidsbeginsel kan dan ook geen sprake zijn.

Ook de overige door eiseres aangevoerde gronden treffen geen doel en kunnen evenmin tot gegrondverklaring van het beroep leiden.

Gelet op wat hiervoor is overwogen is het beroep ongegrond verklaard.

De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A. Dirks, rechter, in aanwezigheid van

mr. R.J. de Jong, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 augustus 2013.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019,

2500 EA Den Haag. (Nadere informatie www.raadvanstate.nl)

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M.A. Dirks

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl V-N Vandaag 2013/1449 FutD 2013-2255 Viditax (FutD) 2013090504
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?