RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 3 april 2014 in de zaken tussen
[X], wonende te [Z], eiser
Team belastingrecht
zaaknummers: SGR 13/8633 en SGR 13/8635
(gemachtigde: [A]),
en
de inspecteur van de Belastingdienst/Belastingen, kantoor [te P], verweerder.
Procesverloop
Verweerder heeft aan eiser voor het jaar 2008 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 78.032. Daarbij is een aftrek ter voorkoming van dubbele belasting verleend van € 5.963.
Verweerder heeft voorts aan eiser voor het jaar 2009 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 84.867. Daarbij is een aftrek ter voorkoming van dubbele belasting verleend van € 6.782.
Verweerder heeft bij uitspraken op bezwaar de aanslagen gehandhaafd.
Eiser heeft daartegen beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Eiser heeft vóór de zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn in afschrift verstrekt aan verweerder.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 februari 2014. Namens eiser is verschenen zijn gemachtigde. Namens verweerder is verschenen [B].
Overwegingen
Feiten
Eiser, geboren op [datum] 1962, heeft de Britse nationaliteit en stond van 23 februari 2005 tot 16 mei 2006 ingeschreven op een woonadres in het Verenigd Koninkrijk. Eiser heeft uit een vorig huwelijk twee kinderen.
Eiser beschikt vanaf 23 februari 2005 over een sofinummer. Van 21 maart 2006 tot 5 juni 2008 stond hij in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA) ingeschreven op het adres [adres 1] in [plaats]. Op voormeld adres stond van 1 april 1997 tot 5 juni 2008 eisers huidige levenspartner, [C] (zijn partner), ingeschreven.
Vanaf 2 juni 2006 heeft eiser in Nederland een auto, Audi TT coupe, op zijn naam staan.
Eiser heeft in 2008 samen met zijn partner een woning gekocht aan de [adres 2] in [Z]. Zij hebben daartoe twee hypotheken bij de MNF-bank afgesloten, bestaande uit een aflossingsvrije hypotheek ten bedrage van € 209.775 en een levenshypotheek ten bedrage van € 150.000. Eiser en zijn partner staan vanaf 5 juni 2008 op voormeld adres in [Z] in het GBA ingeschreven.
Eiser beschikt in 2008 over een Nederlandse bankrekening en in 2009 over twee Nederlandse bankrekeningen.
Eiser was in de onderhavige jaren in dienstbetrekking bij een Britse werkgever, waar hij zich bezig hield met de aankoop en installatie van raffinaderijen. In 2012 is eisers dienstbetrekking bij de Britse werkgever beëindigd. Tot de gedingstukken behoren een tweetal ten name van eiser gestelde zogenoemde P60-eindejaarsoverzichten van de Britse werkgever over de (Britse) fiscale jaren 2007-2008 (6 april 2007 – 5 april 2008) en 2008-2009 (6 april 2008- 5 april 2009). Op voormelde overzichten staan de adressen in [plaats] (2007-2008) en [Z] (2008-2009) als privéadres vermeld. Voorts vermelden die overzichten een genoten loon van respectievelijk £ 36.382,81 (2007-2008) en £ 63.369,84 (2008-2009) en een bedrag aan ingehouden belasting van respectievelijk £ 8.921,17 (2007-2008) en £ 16.760,40 (2008-2009). Het door eiser in die jaren van zijn Britse werkgever genoten loon is op een Nederlandse bankrekening van eiser gestort.
Eiser is in de onderhavige jaren in het Verenigd Koninkrijk verzekerd voor de sociale verzekeringen.
Eiser heeft in zijn aangiften voor de onderhavige jaren uitsluitend het loon van de Britse werkgever van respectievelijk € 78.032 (2008) en € 84.867 (2009) aangegeven. Hij heeft daarbij voor voormelde bedragen om aftrek ter voorkoming van dubbele belasting verzocht. Ook heeft hij om vrijstelling van premies volksverzekeringen verzocht. Bij de aanslagregeling heeft verweerder bij de berekening van de aftrek ter voorkoming van dubbele belasting rekening gehouden met een buitenlands inkomen van respectievelijk € 19.508 (2008: 25% x € 78.032) en € 21.217 (2009: 25% x € 84.867) en hiervoor een aftrek van respectievelijk € 5.963 (2008) en € 6.782 (2009) verleend.
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20021, 2500 EA Den Haag.
Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. een dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de gronden van het hoger beroep