RECHTBANK DEN HAAG
Team belastingrecht
zaaknummers: SGR 13/533 en SGR 13/3363
uitspraak van de meervoudige kamer van 13 februari 2014 in de zaken tussen
[X] N.V., gevestigd te [Z], eiseres, waarmee tevens bedoeld is haar rechtsvoorganger [Y] N.V.
(gemachtigden: [A] en [B]),
en
de inspecteur van de Belastingdienst/Belastingen, kantoor [te P], verweerder.
13/533
Procesverloop
(13/533)
Verweerder heeft aan eiseres als moedermaatschappij van de fiscale eenheid voor het jaar 2008 een aanslag vennootschapsbelasting (Vpb) opgelegd, berekend naar een belastbaar bedrag van € 65.712.137. Daarbij heeft verweerder bij afzonderlijke beschikkingen het verlies van het jaar 2008 gesteld op nihil, de achterwaartse verliesverrekening met het jaar 2007 herroepen, en een bedrag van € 1.378.426 aan heffingsrente in rekening gebracht.
(13/3363)
Verweerder heeft aan eiseres voor het jaar 2009 als moedermaatschappij van de fiscale eenheid een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd, berekend naar een belastbaar bedrag van € 585.104.873. Daarbij heeft verweerder bij afzonderlijke beschikkingen een verlies van € 4.051.606 uit eerdere jaren verrekend met de belastbare winst over 2009 (verliesverrekeningsbeschikking 2009) en een bedrag van € 2.888.520 aan heffingsrente in rekening gebracht.
Eiseres heeft tegen de aanslagen en de beschikkingen – met uitzondering van de verliesverrekeningsbeschikking 2009 – bezwaar gemaakt.
Verweerder heeft bij uitspraken op bezwaar de bestreden aanslagen en beschikkingen gehandhaafd.
Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld.
Verweerder heeft verweerschriften ingediend.
Partijen hebben vóór de zitting nadere stukken ingediend.
Eiseres heeft vóór de zitting een pleitnota ingediend. Deze is in afschrift verstrekt aan verweerder.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 september 2013. Namens eiseres zijn daar verschenen de gemachtigden, bijgestaan door [C]. Namens verweerder zijn verschenen [D] en [E].
Van deze zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.
Overwegingen
Voor zover niet anders aangegeven zijn de hierna vermelde bedragen in Euro of Britse valuta (GBP) afgerond op (een/tiende van) een miljoen of miljard.
Feiten
[F] Holdings BV, een (klein)dochtervennootschap van eiseres die met haar is opgenomen in een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting, houdt tot november 2008 een 100% deelneming in [G] Ltd. De deelneming staat in de boeken voor GBP 911 miljoen. Daarnaast heeft [F] Holdings BV een vordering van GBP 252.602.000 op [G] Ltd, die is ontstaan uit een renteloze achtergestelde kredietfaciliteit (Hybrid). [G] Ltd houdt deelnemingen in andere in het [land A] gevestigde vennootschappen ([land A] groep) en middellijk via de [land A] groep een deelneming in één Nederlandse vennootschap, [H] Holding BV ([H] BV). [H] BV heeft vorderingen op andere in de fiscale eenheid gevoegde dochtermaatschappijen van eiseres van respectievelijk € 273 miljoen, € 226 miljoen en € 945 miljoen.
Op 11 november 2008 heeft [F] Holdings BV haar deelneming in [G] ingebracht in haar dochtervennootschap [I] Ltd ([I]) tegen uitreiking van aandelen. De waarde in het economische verkeer van de deelneming bedroeg op dat moment GBP 1,6 miljard. Daarbij is ook de Hybrid overgedragen aan [I] onder schuldigerkenning voor hetzelfde bedrag en onder gelijkluidende leningcondities (New Hybrid).
Op 16 december 2008 zijn de aandelen [H] BV voor GBP 1,26 miljard vanuit de [land A] groep overgedragen aan [J] NV ([J]), een in de fiscale eenheid gevoegde dochtermaatschappij van eiseres. Op dezelfde datum heeft [I] een dividend uitgekeerd aan [F] Holdings BV van GBP 1,5 miljard.
Op 12 februari 2009 heeft [F] Holdings BV de aandelen in [I] overgedragen aan [J] voor een waarde in het economische verkeer van GBP 500 miljoen. Tegelijkertijd heeft [F] Holdings BV de New Hybrid overgedragen aan [J] voor het Euro equivalent van het uitstaande bedrag van GBP 252.601.553 (€ 280.964.966). Voor die zelfde bedragen heeft [J] vervolgens op dezelfde datum haar deelneming in [I] en de New Hybrid tegen schuldigerkenning overgedragen aan haar in [land B] gevestigde dochtervennootschap [K] Sarl.
Op 12 februari 2009 verstrekt [K] Sarl een winstdelende lening van GBP 252,6 miljoen aan haar op [land C] gevestigde dochtervennootschap [L]. Vervolgens verstrekt [L] een rentedragende lening voor een bedrag van GBP 309 miljoen aan [I] waarmee zij de New Hybrid aflost. Voorts lost [K] Sarl het Euro equivalent van de New Hybrid (€ 280.964.966) af aan [J] die voor hetzelfde bedrag haar schuld aflost aan [K] Holdings BV.
Eiseres heeft in haar aangifte Vpb voor het jaar 2008 valutaverliezen van in totaal € 223,9 miljoen in aanmerking genomen. In haar aangifte Vpb voor het jaar 2009 gaat het om een bedrag van in totaal € 126,3 miljoen aan valutaverliezen.
Bij het vaststellen van de aanslagen heeft verweerder deze valutaverliezen buiten aanmerking gelaten.
Beslissing
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C.H.M. Lips, voorzitter, en mr. T.A. de Hek en mr. J.P.F. Slijpen, leden, in aanwezigheid van mr. A.J. Kwestro, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2014.
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20021, 2500 EA Den Haag.
Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. een dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de gronden van het hoger beroep