ECLI:NL:RBDHA:2015:5535

ECLI:NL:RBDHA:2015:5535, Rechtbank Den Haag, 05-01-2015, AWB - 14 _ 2956

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 05-01-2015
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer AWB - 14 _ 2956
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Den Haag
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:GHDHA:2015:1893
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 3 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002320

Samenvatting

Aan eiser zijn op één aanslagbiljet verenigde aanslagen in de Watersysteemheffing ingezetenen en de Zuiveringsheffing woonruimten voor het jaar 2013 opgelegd. Daarna is aan eiser voor hetzelfde jaar een aanslag in de Watersysteemheffing eigenaren (de aanslag) opgelegd. In geschil is onder meer of de aanslag is aan te merken als een navorderingsaanslag en of de aanslag onrechtmatig is nu uit de tariefstelling in de Verordening geen belastingbedrag is af te leiden. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Wel draagt de rechtbank verweerder op het griffierecht te vergoeden omdat de uitspraak op bezwaar onvoldoende is gemotiveerd.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

uitspraak van de meervoudige kamer van 5 januari 2015 in de zaak tussen

[eiser], wonende te [woonplaats], eiser,

de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland, verweerder.

Team belastingrecht

zaaknummer: SGR14/2956

en

Procesverloop

Verweerder heeft aan eiser voor het jaar 2013 een aanslag (aanslagnummer [nummer]) in de Watersysteemheffing eigenaren (de aanslag) opgelegd ten bedrage van € 130,38.

Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar de aanslag gehandhaafd.

Eiser heeft daartegen beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting (enkelvoudige kamer) heeft plaatsgevonden op 15 juli 2014.

Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [persoon A] en [persoon B].

Eiser heeft ter zitting een pleitnota overgelegd aan de rechtbank en aan verweerder.

Naar aanleiding van het verhandelde ter zitting heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting geschorst.

Bij brief van 16 juli 2014 heeft eiser een verzoek tot wraking van de behandelend rechter mr. E.I. Batelaan-Boomsma ingediend. Dit verzoek is bij beschikking van de meervoudige wrakingskamer van 11 augustus 2014 afgewezen.

Een nader onderzoek ter zitting (meervoudige kamer) heeft plaatsgevonden op 13 oktober 2014. Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door J. Bosch en [persoon B].

Partijen hebben vóór laatstgenoemde zitting nadere stukken ingediend.

Eiser heeft ter nadere zitting een pleitnota overgelegd aan de rechtbank en aan verweerder.

Overwegingen

Feiten

1. Eiser is eigenaar van een gebouwde onroerende zaak aan de [adres] te [woonplaats] (de onroerende zaak).

2. Ter zake van de onroerende zaak zijn aan eiser met dagtekening 31 maart 2013 op één aanslagbiljet verenigde aanslagen in de Watersysteemheffing ingezetenen en de Zuiveringsheffing woonruimten voor het jaar 2013 opgelegd ten bedrage van respectievelijk € 90,40 en € 157,14 (hierna: de aanslagen).

3. Ter zake van de onroerende zaak is met dagtekening 31 oktober 2013 de aanslag opgelegd met als heffingsmaatstaf een WOZ-waarde van de onroerende zaak van € 745.000.

4. Tot de gedingstukken behoort een door eiser als bijlage bij zijn beroepschrift overgelegde uitdraai (de uitdraai) van de Verordening Watersysteemheffing Rijnland 2013 (de Verordening). Op de uitdraai staat onderaan de bladzijden het volgende vermeld: “http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/XHTMLoutput/Historie/Hoogheemraadsc... 9-4-2014”.

5. De Verordening, gebaseerd op de artikelen 110, 113 en 117 van de Waterschapswet (de Wet), is op 21 november 2012 door de Verenigde Vergadering van het Hoogheemraadschap van Rijnland vastgesteld. In de uitdraai staat, voor zover hier van belang, het volgende:

“(. . .)

Artikel 1 Begripsbepalingen

Deze verordening verstaat onder :

a. ingezetene: degene die blijkens de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens bij het begin van het kalenderjaar woonplaats heeft in het gebied van het waterschap en die aldaar gebruik heeft van woonruimte;

(. . .)

d. woonruimte: een ruimte die blijkens zijn inrichting bestemd is om als een afzonderlijk geheel te voorzien in woongelegenheid en waarvan de delen blijkens de inrichting van die ruimte niet bestemd zijn om afzonderlijk in gebruik te worden gegeven;

(. . .)

m. de heffing: de watersysteemheffing als genoemd in artikel 117, aanhef, Waterschapswet.

Artikel 2 Belastbaar feit en belastingplichtigen

Pagina 1 van 15

1. Ter bestrijding van kosten die zijn verbonden aan de zorg voor het watersysteem wordt onder de naam watersysteemheffing een directe belasting geheven.

2. De heffing wordt geheven van hen die:

a. ingezetenen zijn als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, met dien verstande dat gebruik van woonruimte door de leden van een gezamenlijke huishouding wordt aangemerkt als gebruik door een door de heffingsambtenaar aan te wijzen lid van dat huishouden;

(. . .)

d. krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot hebben van gebouwde onroerende zaken in het gebied van het waterschap.

Artikel 3 Heffingsmaatstaf

Voor de heffing geldt als heffingsmaatstaf:

a. ter zake van ingezetenen: de woonruimte;

(. . .)

c. ter zake van gebouwde onroerende zaken: de waarde die voor het kalenderjaar voor de onroerende zaak wordt bepaald op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken.

Hoofdstuk II Watersysteemheffing ingezetenen

Artikel 4 Tarief ingezetenen

Met inachtneming van het bepaalde dienaangaande in de Kostentoedelingsverordening, bedraagt het tarief van de watersysteemheffing voor de categorie ingezetenen E 90,40 per woonruimte.

(. . .)

Hoofdstuk V Watersysteemheffing gebouwde onroerende zaken

Artikel 9 Belastingobject

1. Voor de toepassing van dit hoofdstuk en van artikel 2, tweede lid, onderdeel d, van deze verordening, wordt als één gebouwde onroerende zaak aangemerkt:

a. een gebouwd eigendom;

(. . .)

Artikel 10 Tarief

Met inachtneming dienaangaande van het bepaalde in de Kostentoedelingsverordening, bedraagt het tarief van de heffing voor gebouwde onroerende zaken 0,0 HS1/^ van de heffingsmaatstaf als bedoeld in artikel 3, onderdeel c, van deze verordening.

(. . .)”

6. Bij brief van 15 juli 2014 heeft verweerder, naar aanleiding van een verzoek daartoe van de rechtbank op de laatstgenoemde datum gehouden zitting, gereageerd op de uitdraai en het daarin onder het kopje ”Artikel 10 Tarief” vermelde tarief 0,0 HS1/^. In de brief vermeldt verweerder, voor zover hier van belang, het volgende:

“(. . .)

Uit nader onderzoek is gebleken dat dit (de vermelding van 0,0 HS1/^, rechtbank) is veroorzaakt door een technisch euvel. De verordeningen zijn door het Hoogheemraadschap van Rijnland ter publicatie digitaal doorgegeven aan de redactie van de website www.overheid.nl. Helaas worden door het aangeleverde “bestandsformaat” en bestandstype bepaalde leestekens niet goed weergegeven.

Op de internetsite www.overheid.nl (is, rechtbank) onder het kopjes (kopje, rechtbank) “sitemap” en “over deze site” de volgende disclaimer weergegeven:

“In het algemeen geldt dat er veel zorg en aandacht is voor de kwaliteit van de informatie die wordt aangeboden, maar dat deze desondanks nooit geheel vrij is van gebreken. Hiermee moet u rekening houden. Als de informatie essentieel voor u is, dient u deze bij de verantwoordelijke instantie te verifiëren”.

Op de website www.bsgr.nl wordt overigens een afschrift van de ondertekende verordening in PDF formaat weergegeven. En (Een, rechtbank) afdruk is tevens als bijlage bij deze brief gevoegd (bijlage 1).

(. . .)”

7. Als bijlage bij de onder 6 vermelde brief heeft verweerder een uitdraai van de Verordening gevoegd, afkomstig van de website van de Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland (BSGR). In deze uitdraai staat in artikel 10 van de Verordening als tarief vermeld: “0,0175%” in plaats van 0,0 HS1^, zoals vermeld onder 5. Voorts heeft verweerder als bijlage 2 een kopie van het Waterschapsblad van 5 december 2012 gevoegd. Op bladzijde 1 van dat blad staat, voor zover hier van belang, het volgende vermeld:

“Officiële bekendmaking hoogheemraadschap van Rijnland

Hoogheemraadschap van Rijnland publiceert vanaf 1 januari 2012 de officiële bekendmakingen alleen nog maar digitaal via een waterschapsblad. In het Waterschapsblad vindt u onder meer nieuwe verordeningen, beleidsregels, (voorgenomen) besluiten van vergunningen en aankondigingen van openbare vergaderingen van het algemeen bestuur.

(. . .)”

Op de laatste bladzijde van het blad staat, voor zover hier van belang, het volgende vermeld:

“De Verenigde Vergadering heeft op 21 november 2012 de volgende belastingverordeningen voor 2013, met de daarin opgenomen tarieven, vastgesteld:

- Verordening Watersysteemheffing Rijnland 2013: (. . .) gebouwd 0,0175% van de WOZ-waarde (. . .)

Het hoogheemraadschap van Rijnland heeft zijn taken en bevoegdheden op het terrein van de belastingheffing en –inning met ingang van 2011 overgedragen aan de Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland (BSGR). Daarom vindt de verzending van de aanslagen voor 2013 door de BSGR plaats. Door het hoogheemraadschap worden dus geen aanslagen verzonden. Ook bezwaarschriften tegen de opgelegde belastingaanslagen moeten bij de BSGR worden ingediend.

Leiden, 5 december 2012”

8. Bij brief van 19 juli 2014 heeft eiser gereageerd op de onder 6 vermelde brief van verweerder en op de daarbij behorende, onder 7 vermelde, bijlage. Bij zijn brief heeft eiser een uitdraai gevoegd, afkomstig van de website van het Hoogheemraadschap van Rijnland. Op die uitdraai staat onderaan de bladzijden dezelfde vermelding als onder 4 is geciteerd met alleen een andere datumvermelding, te weten 18 juli 2014. Bij artikel 10 staat als tarief vermeld “0,0HS1/^”.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 45 aan eiser te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.E. Postema, voorzitter, mr. E.E. Schotte en mr. J.W. van den Berge, leden, in aanwezigheid van F.J. Crabbendam, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 januari 2015.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20021,

2500 EA Den Haag.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl Belastingblad 2015/356 met annotatie van M.R.P. de Bruin
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?