ECLI:NL:RBDHA:2017:16769

ECLI:NL:RBDHA:2017:16769, Rechtbank Den Haag, 17-07-2017, NL17.3487

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 17-07-2017
Datum publicatie 04-12-2025
Zaaknummer NL17.3487
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

Opvolgende aanvragen, niet-ontvankelijk verklaard, geen nieuwe elementen of bevindingen, beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

[eiser],

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummers: NL17.3487 en NL17.3489

in de zaken tussen

geboren op [geboortedatum 1] 1976,

v-nummer [nummer 1],

eiser,

[eiseres],

geboren op [geboortedatum 2] 1983,

v-nummer [nummer 2],

eiseres,

mede namens hun minderjarige kinderen,

[naam kind 1],

geboren op [geboortedatum 3] 2014,

v-nummer [nummer 3],

[naam kind 2],

geboren op [geboortedatum 4] 2010,

v-nummer [nummer 4],

allen van Oezbeekse nationaliteit,

tezamen eisers,

(gemachtigde: mr. R.P.M. Ngasirin),

en

Immigratie- en Naturalisatiedienst,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluiten van 14 juni 2017 heeft verweerder de opvolgende aanvragen van eisers van 12 juni 2017 tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk verklaard.

Op 20 juni 2017 hebben eisers beroep ingesteld tegen deze besluiten.

Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd.

De openbare behandeling van de beroepen heeft plaatsgevonden ter zitting van 11 juli 2017. Eisers en hun gemachtigde zijn, met voorafgaande kennisgeving, niet verschenen. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door mr. E. Izaks.

Overwegingen

2.Ingevolge artikel 8:1, gelezen in samenhang met artikel 8:69 van de Algemene wet bestuursrecht, dient de rechtbank het bestreden besluit - de motivering waarop dit besluit berust daaronder begrepen - te toetsen aan de hand van de tegen dat besluit aangevoerde beroepsgronden.

3. Eisers hebben eerder, namelijk op 19 maart 2014, aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Deze aanvragen zijn bij afzonderlijke besluiten van 16 september 2014 afgewezen. Deze rechtbank, zittingsplaats Groningen, heeft bij uitspraak van 15 juli 2016 (ECLI:NL:RBNNE:2016:3820), de hiertegen ingestelde beroepen ongegrond verklaard.

Op 17 augustus 2017 hebben eisers opnieuw een aanvraag ingediend. Verweerder heeft deze aanvragen bij besluiten van 19 januari 2017 niet-ontvankelijk verklaard. Tevens is aan eiser en eiseres een inreisverbod voor de duur van twee jaren opgelegd. Omdat eisers het hiertegen ingestelde beroep op 7 februari 2017 hebben ingetrokken, zijn voornoemde besluiten onherroepelijk geworden.

4. Ter onderbouwing van hun oorspronkelijke asielrelaas hebben eisers de volgende documenten aan hun onderhavige asielaanvragen ten grondslag gelegd:

1. Een brief van eisers advocaat Timtsjenko van 23 februari 2017 aan het Hoofd Directoraat Binnenlandse Zaken van Oezbekistan te Tashkent (inclusief vertaling);

2. Een brief van het Hoofd Directoraat Binnenlandse Zaken in Oezbekistan (in antwoord op de brief van eisers advocaat Timtsjenko) van 16 maart 2017 (inclusief vertaling).

5.Verweerder heeft deze aanvragen met toepassing van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vw 2000 niet-ontvankelijk verklaard, omdat er geen nieuwe elementen of bevindingen aan de orde zijn gekomen die relevant kunnen zijn voor de beoordeling van de aanvragen.

6.De rechtbank is van oordeel dat verweerder terecht heeft overwogen dat de brief van advocaat Timtsjenko van 23 februari 2017 en het antwoord daarop, in de vorm van de brief van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van de Republiek Oezbekistan van

16 maart 2017, geen nieuwe elementen of bevindingen betreffen. Uit het, in opdracht van verweerder, verrichte onderzoek van Bureau Documenten van 9 mei 2017 is namelijk gebleken dat deze documenten niet op authenticiteit kunnen worden onderzocht omdat er onvoldoende, betrouwbaar vergelijkingsmateriaal beschikbaar is. Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling; zie bijvoorbeeld de uitspraak van 23 mei 2011, 201007949/1) blijkt vervolgens dat een door de vreemdeling overgelegd document geen nieuw element of bevinding is indien de authenticiteit daarvan niet kan worden vastgesteld.

De stelling van eisers dat er wel degelijk referentiemateriaal beschikbaar is, omdat zij in voorgaande procedures ook al documenten hebben ingebracht, heeft verweerder niet hoeven volgen. Daarbij heeft verweerder in aanmerking mogen nemen dat uit de opgestelde verklaring van onderzoek van Bureau Documenten is gebleken dat er onvoldoende vergelijkingsmateriaal beschikbaar is. Zoals volgt uit onder meer de uitspraken van de Afdeling van 3 juni 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1768 en 3 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:258, is een door Bureau Documenten opgestelde verklaring van onderzoek namelijk een deskundigenadvies aan verweerder ten behoeve van de uitvoering van zijn bevoegdheden, waarvan hij in beginsel mag uitgaan. Indien verweerder een deskundigenadvies aan zijn besluitvorming ten grondslag legt, dient hij zich er ingevolge artikel 3:2 van de Awb wel van te vergewissen dat dit advies - naar wijze van totstandkoming - zorgvuldig en - naar inhoud - inzichtelijk en concludent is. Indien dit het geval is, kan de desbetreffende vreemdeling de uitkomst van het advies slechts met succes bestrijden door een andersluidende contra-expertise van een deskundige in te brengen.

Voor zover eisers hebben willen aanvoeren dat het, omdat zij (nog) niet in Nederland mogen werken en geen geld hebben om een contra-expertise te betalen, op de weg van Bureau Documenten had gelegen om contact met de Oezbeekse autoriteiten te leggen, kan hen dit niet baten. Immers, uit vaste jurisprudentie van de Afdeling (zie onder meer de uitspraken van 8 oktober 2007, met zaaknr. 200704465/1 en 19 februari 2014 met zaaknr. 201306536/1/V1) volgt dat het niet aan het bestuursorgaan is om de eventuele valsheid van een overgelegd document aan te tonen, maar dat het aan de betreffende asielzoeker is om de gestelde authenticiteit te onderbouwen.

Voor zover eisers hebben willen aanvoeren dat zij in bewijsnood verkeren, slaagt hun betoog niet. Eisers verblijven inmiddels ruim drie jaar in Nederland. Zij krijgen opvang en zijn in staat om een Oekraïense advocaat in te schakelen. Eisers zijn niet ter zitting verschenen en hebben hun stelling niet nader toegelicht. De rechtbank concludeert bij deze stand van zaken dat eisers voldoende gelegenheid hebben gehad om in voldoende mate weerwoord te bieden aan de verklaring van onderzoek van Bureau Documenten.

7. Verweerder heeft zich kortom terecht op het standpunt gesteld dat er geen sprake is van nieuwe elementen of bevindingen die relevant kunnen zijn voor de beoordeling van de aanvragen. Verweerder heeft de opvolgende aanvragen van eisers terecht niet-ontvankelijk verklaard.

8. Derhalve zijn de beroepen ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

verklaart het beroep ongegrond.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. R. Raat

Griffier

  • mr. R.G. van den Berg

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?