ECLI:NL:RBDHA:2017:16770

ECLI:NL:RBDHA:2017:16770

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 27-06-2017
Datum publicatie 27-02-2026
Zaaknummer AWB 16 /6422-E
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Utrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBDHA:2017:6557

Samenvatting

Einduitspraak na tussenuitspraak AWB 16/6422-T d.d. 1 juni 2017.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de meervoudige kamer van 27 juni 2017 in de zaak tussen

[eiseres 1] , geboren op [geboortedag 1] 1978, eiseres 1,

[eiseres 2] , geboren op [geboortedag 2] 2009, eiseres 2,

beiden van Marokkaanse nationaliteit,

de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 16/6422

mede namens haar minderjarig kind

hierna: eiseressen

(gemachtigde: mr. J.B. Bierbach),

en

(gemachtigde: mr. J.E.J. ten Berg).

Procesverloop

Bij tussenuitspraak van 1 juni 2017 (tussenuitspraak) heeft de rechtbank verweerder in de gelegenheid gesteld om binnen zes weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van wat in de tussenuitspraak is overwogen, de geconstateerde gebreken in het bestreden besluit te herstellen.

Verweerder heeft in reactie op de tussenuitspraak bij faxbericht van 21 juni 2017 schriftelijk verklaard geen gebruik te maken van de gelegenheid de gebreken in het bestreden besluit te herstellen en tegen de einduitspraak hoger beroep te zullen instellen.

De rechtbank heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft.

Overwegingen

1. Deze uitspraak bouwt voort op de tussenuitspraak. De rechtbank blijft bij al wat zij in de tussenuitspraak heeft overwogen en beslist.

In haar tussenuitspraak heeft de rechtbank, kort gezegd, overwogen dat verweerder niet heeft aangetoond dat in geval van eiseressen sprake is van rechtsmisbruik, zodat de afwijzing van de gevraagde afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw niet daarop kan worden gebaseerd. Voorts heeft de rechtbank geoordeeld dat verweerder in het bestreden besluit niet (voldoende gemotiveerd) is ingegaan op de bezwaargrond van eieressen over het voldoen aan het middelenvereiste. Daarom kleeft aan het bestreden besluit een zorgvuldigheidsgebrek en een motiveringsgebrek. De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld om deze gebreken te herstellen.

2. Verweerder heeft de rechtbank meegedeeld dat hij geen gebruik maakt van de gelegenheid de gebreken in het bestreden besluit te herstellen.

3. De rechtbank verklaart het beroep gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met de artikelen 3:2 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank ziet geen aanleiding de rechtgevolgen in stand te laten of zelf in de zaak te voorzien, omdat de rechtmatige uitkomst naar de huidige stand van zaken nog te veel open ligt. De reden daarvoor is nu juist dat verweerder geen poging heeft ondernomen de gebreken te herstellen. Verweerder moet daarom een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak en de tussenuitspraak. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak. De rechtbank merkt op dat deze termijn pas begint nadat de termijn om hoger beroep in te stellen ongebruikt is verstreken of, indien hoger beroep wordt ingesteld, nadat op het hoger beroep is beslist.

4. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseressen gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 990,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 495,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

 verklaart het beroep gegrond;

 vernietigt het bestreden besluit;

 draagt verweerder op binnen zes weken nadat deze uitspraak gezag van gewijsde heeft gekregen een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak en de tussenuitspraak;

 veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseressen tot een bedrag van € 990,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Ramsaroep, voorzitter, mr. H. den Haan enmr. V.C. Kool, rechters, in aanwezigheid van mr. G.C. van de Ven-de Vries, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 juni 2017.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak en de tussenuitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. M. Ramsaroep
  • mr. H. den Haan enmr. V.C. Kool

Griffier

  • mr. G.C. van de Ven-de Vries

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?