ECLI:NL:RBDHA:2018:14205

ECLI:NL:RBDHA:2018:14205, Rechtbank Den Haag, 21-11-2018, NL18.19700

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 21-11-2018
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer NL18.19700
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Voorlopige voorziening+bodemzaak
Zittingsplaats 's-Gravenhage
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RVS:2019:1190
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 4 zaken
4 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0006358 CELEX:32003R0343 EU:32003R0343

Samenvatting

Dublin Italie, decreet, beroep gegrond, verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd dat in Italië geen sprake is van ernstige structurele tekortkomingen in de asielprocedure en opvangvoorzieningen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,

Zittingsplaats Amsterdam

Bestuursrecht

zaaknummers: NL18.19700 (beroep) en NL18.19701 (voorlopige voorziening)

[vreemdelingennummer]

uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[eiser] , geboren op [geboortedatum] , van Nigeriaanse nationaliteit, eiser tevens verzoeker (hierna: eiser)

(gemachtigde: mr.Y.E. Verkouter),

en

(gemachtigde: mr. E. van Hoof).

Procesverloop Bij besluit van 23 oktober 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en om een voorlopige voorziening gevraagd.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 november 2018. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen R. Daude. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser heeft op 11 juli 2018 in Nederland een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel. Op 24 juli 2018 heeft verweerder de autoriteiten van Italië verzocht eiser terug te nemen op grond van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder b, van de Dublinverordening. De autoriteiten van Italië hebben niet binnen twee weken op het verzoek gereageerd zodat sprake is van een fictief akkoord met ingang van 9 augustus 2018.

2. Verweerder heeft de asielaanvraag op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 niet in behandeling genomen, omdat hij heeft vastgesteld dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

3. Eiser voert onder meer aan dat hij niet aan Italië kan worden overgedragen, omdat er in Italië sprake is van ernstige structurele tekortkomingen in de asielprocedure en de opvangvoorzieningen. Eiser heeft onder andere een beroep gedaan op een decreet van de Italiaanse autoriteiten van 24 september 2018, in werking getreden op 5 oktober 2018. In dit decreet is onder andere de toegang tot het SPRAR-opvangsysteem beperkt tot personen die internationale bescherming genieten en niet-begeleide kinderen. Asielzoekers en personen met een humanitaire beschermingsstatus zouden daardoor van opvang in een SPRAR-locatie worden uitgesloten en alleen toegang hebben tot grootschalige eerstelijns en tijdelijke opvangcentra (CAS) waar de levensomstandigheden vaak kritiek zijn.

4. De rechtbank tevens voorzieningenrechter (hierna: de rechtbank) komt tot de volgende beoordeling.

5. Verweerder heeft op de zitting toegelicht dat hij nader gaat onderzoeken wat de gevolgen van genoemd decreet zijn voor gezinnen met minderjarige kinderen, die nu niet meer in de SPRAR-locaties terecht kunnen. Een onderzoek in alle andere gevallen, dus ook in het geval van eiser, wordt op dit moment niet gedaan. Verweerder vindt dat niet nodig. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser terecht betoogd dat het beperken van de toegang tot de SPRAR-opvanglocaties gevolgen kan hebben voor de andere opvangvoorzieningen. Uit de door eiser overgelegde stukken van Vluchtelingenwerk die een overzicht geven van de recente ontwikkelingen in Italië, blijkt dat in de eerste acht maanden van 2018 16.616 personen de humanitaire beschermingsstatus hebben verkregen. Deze personen moeten als gevolg van het decreet elders worden gehuisvest in de CAS, terwijl uit diverse (recente) rapporten blijkt dat die opvangvoorzieningen al behoorlijk onder druk stonden. Naar het oordeel van de rechtbank kan verweerder dan ook niet volstaan met het onderzoeken van de situatie voor gezinnen met minderjarige kinderen maar zullen de bredere gevolgen van het decreet voor de opvangsituatie in Italië moeten worden onderzocht.

6. Gelet hierop is de rechtbank is van oordeel dat verweerder onvoldoende gemotiveerd heeft dat in Italië geen sprake is van ernstige structurele tekortkomingen in de asielprocedure en opvangvoorzieningen.

7. Het beroep is gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit. Verweerder zal daarom een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van vier weken.

8. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.503,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 501,- en een wegingsfactor 1). Indien aan eiser een toevoeging is verleend, moet verweerder de proceskostenvergoeding betalen aan de rechtsbijstandverlener. Omdat de rechtbank op het beroep heeft beslist, is er geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen.

Beslissing

De rechtbank/voorzieningenrechter:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- draagt verweerder op binnen vier weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag met inachtneming van deze uitspraak;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.503,-.

- wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.H. Walller, tevens voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Leijen - Westra, griffier.

Deze uitspraak is in het openbaar gedaan, digitaal ondertekend en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?