ECLI:NL:RBDHA:2019:4648

ECLI:NL:RBDHA:2019:4648, Rechtbank Den Haag, 11-04-2019, NL19.5461

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 11-04-2019
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer NL19.5461
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 1 zaken

Verwijst naar

Aangehaald door

Samenvatting

Asielaanvraag niet-ontvankelijk. Status verleend in Griekenland. Interstatelijk vertrouwen. Beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

[naam] , eiser

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL19.5461

V-nummer: [nummer]

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

(gemachtigde: mr. M.P.J.W.M. Govers),

en

(gemachtigde: mr. S. Aboulouafa).

Procesverloop Bij besluit van 5 maart 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure niet-ontvankelijk verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen (NL19.5462).

Het onderzoek op zitting heeft, samen met de behandeling van het verzoek, plaatsgevonden op 11 april 2019. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

Na afloop van de behandeling van de zaak op zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Eisers asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard, omdat eiser in Griekenland bescherming geniet. Redengevend hiervoor is een brief van de Griekse autoriteiten van 15 oktober 2018 waarin zij meedelen dat eiser en zijn gezin in Griekenland zijn toegelaten als vluchteling. Verweerder heeft naar het oordeel van de rechtbank hiermee voldoende onderbouwd dat eiser een zodanige band heeft met Griekenland dat van hem kan worden verlangd daarheen te gaan.

2. De rechtbank volgt eisers betoog niet dat de brief van 15 oktober 2018 onvoldoende helderheid zou verschaffen over eisers verblijfsstatus in Griekenland. Uit bedoelde brief volgt ondubbelzinnig dat aan eiser en zijn gezin de vluchtelingenstatus is verleend en dat alleen eisers gezinsleden het daaraan verbonden verblijfsdocument hebben opgehaald. Voor zover eiser heeft gesteld dat een vluchtelingenstatus na verlening ook kan worden ingetrokken, stelt de rechtbank vast dat in dit geval niet is gebleken van enige aanwijzing hiervoor en dat verweerder zich baseert op recente informatie van de Griekse autoriteiten. Er was voor verweerder dan ook geen aanleiding om nader onderzoek te doen.

3. Voor zover eiser stelt dat ten onrechte is uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, heeft verweerder ter zitting terecht gewezen op de uitspraak van de Afdeling van 22 juni 2018. Daarin heeft de Afdeling bevestigt dat ten aanzien van statushouders in Griekenland wordt uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Verder heeft verweerder er terecht op gewezen dat eisers verklaringen geen aanleiding geven voor twijfel aan het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Immers bevatten die geen aanwijzingen dat eiser zijn rechten als toegelaten vluchteling niet zal kunnen effectueren. In zoverre verschilt eisers situatie van die van de vreemdeling in de uitspraak van de rechtbank zittingsplaats Groningen van 29 mei 2018, waar eiser naar heeft verwezen. Deze vreemdeling had persoonlijke omstandigheden gesteld, waarop verweerder ten onrechte niet gemotiveerd op had gereageerd. Dat de vreemdeling daarnaast ook had gewezen op recente rapporten over de situatie van statushouders in Griekenland, betekent niet dat daarmee aannemelijk is gemaakt dat ten aanzien van Griekse statushouders in het algemeen niet langer kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Eiser heeft dat in dit geval evenmin aannemelijk gemaakt door slechts te stellen dat hij een beroep doet “de onderdelen van de genoemde zaak”.

4. Eisers stelling dat hij moet vrezen voor de Turkse autoriteiten bij terugkeer naar Griekenland kan niet worden gevolgd. Zoals verweerder heeft overwogen, heeft eiser die vrees niet onderbouwd.

5. De aanvraag is terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is ongegrond.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van S.A.K. Kurvink, griffier.

griffier rechter

Deze uitspraak is in het openbaar gedaan en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?