RECHTBANK DEN HAAG
[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer]
uitspraak
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL19.31836
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
(gemachtigde: mr. M.J.A. Bakker), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. L. Verhaegh).
Procesverloop
Bij besluit van 12 december 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het verzoek om herziening van het besluit van 27 november 2002, waarbij de aan eiser verleende verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is ingetrokken, afgewezen.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL19.28691, plaatsgevonden op 30 juli 2020. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Een voorlopige voorziening is alleen mogelijk als de rechtbank nog niet op het beroep heeft beslist. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL19.28691, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer mogelijk. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.A. Banga, rechter, in aanwezigheid van
mr. A. Wilpstra-Foppen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2020.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
13 oktober 2020
Documentcode: [documentcode]
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.