ECLI:NL:RBDHA:2020:15521

ECLI:NL:RBDHA:2020:15521

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 31-08-2020
Datum publicatie 08-09-2026
Zaaknummer C/09/595066 / KG ZA 20-580
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

volgt

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel - voorzieningenrechter

zaak-/ rolnummer: C/09/595066 / KG ZA 20-580

Vonnis in kort geding van 31 augustus 2020

in de zaak van

INTERGEMEENTELIJKE SOCIALE DIENST BOLLENSTREEK te Lisse,

eiseres,

advocaat mr. V.L.T. van Roy te Leiden,

tegen:

[gedaagde] te [woonplaats] , gedaagde,

advocaat mr. S.L. Sarin te Haarlem.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als 'ISO' en ' [gedaagde] '.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding;

- de brief van [gedaagde] van 10 augustus 2020, met producties;

- de brief van ISO van 12 augustus 2020, met producties;

- de brief van ISO van 14 augustus 2020, met productie;

- de op 17 augustus 2020 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door beide partijen pleitnotities zijn overgelegd.

Ter zitting is vonnis bepaald op heden.

2. De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan. •

ISO is een publiekrechtelijke rechtspersoon op basis van een samenwerkingsverband van de gemeenten Hillegom, Lisse, Noordwijk, Noordwijkerhout en Teylingen. Zij voert ten behoeve van al deze gemeenten de taken uit op het gebied van de sociale zekerheid, waaronder de Participatiewet ('Pw') en de Wet Maatschappelijke Ondersteuning ('WMO').

Bij - uitvoerbaar bij voorraad verklaard - kort gedingvonnis van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 7 februari 2019 is het [gedaagde] verboden om, binnen 24 uur na de betekening van dat vonnis, zich gedurende een aaneengesloten periode van twee jaar per kalendermaand meer dan twee keer met brieven, faxen en e-mails of op welke wijze dan ook (SMS, telefonisch, balie etc.) te richten tot ISO en/of haar

medewerkers of andere organen of instellingen die zich vanwege de in art. 4 van de Wet openbaarheid van bestuur en/of andere wettelijke bepalingen opgenomen doorzendplicht moeten wenden tot ISO, daarbij uitdrukkelijk voor bezwaar vatbare beschikkingen niet inbegrepen, waarbij de betreffende correspondentie niet meer dan één aanvraag, bezwaar, klacht of herzieningsverzoek mag bevatten en niet mag zien op meer dan één procedure naar aanleiding van een dergelijke aanvraag, bezwaar, klacht of herzieningsverzoek, zulks op verbeurte van een dwangsom van € 250,-- voor elke keer dat dit verbod wordt overtreden, met een maximum van€ 25.000,--, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

Bij arrest van 25 februari 2020 heeft het gerechtshof Den Haag het onder 2.2 vermelde kort gedingvonnis bekrachtigd, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten. In dit arrest heeft het gerechtshof onder andere het volgende overwogen:

"5.3 Het hof oordeelt in het kader van dit kort geding dat [gedaagde] wel misbruik van recht maakt op grond van het volgende:

-1- De JSD heeft in hoger beroep met een overzicht van werkprocessen onderbouwd dat [gedaagde] per 27 juni 2019 ruim 700 werkprocessen op zijn naam heeft staan. Volgens de ISD is dit inmiddels opgelopen tot meer dan 800. Hoewel [gedaagde] de gestelde aantallen heeft betwist, staat voldoende vast dat hij zich zeer vaak tot de ISD heeft gewend, soms honderden keren per jaar en tientallen keren per week. Dit is vele malen meer dan klanten van de IDS gemiddeld nodig hebben (volgens de JSD: ongeveer 3,07 werkprocessen per jaar voor een gemiddelde klant). [gedaagde] heeft niet aangevoerd dat zijn persoonlijke situatie in belangrijke mate afwijkt van die van 'een gemiddelde klant' van de ISD.

-Il- In dit kort geding staat vast dat [gedaagde] in het verleden misbruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid om verzoeken aan de JSD te doen. Zowel de Afdeling als bestuursrechters in de rechtbank Den Haag hebben dit misbruik al vastgesteld (zie onder 1.5 en 1.6). [gedaagde] algemene stellingen dat zijn (overige) WOB-verzoeken nodig waren voor zijn bezwaarschriftprocedures of voor 'waarheidsvinding' zijn zeker tegen die achtergrond te vaag voor het oordeel dat hij zijn recht niet misbruikte. Wat hij ter onderbouwing van enkele van zijn verzoeken

concreet heeft aangevoerd - namelijk dat hij informatie wilde over de wijze van behandelen van zijn kredietaanvragen en stukken over de extra personeelsinzet voor hem, over de deskundigheid van een bepaalde JSD-medewerker en over de reiskostendeclaraties van ISD-medewerkers voor zittingen - kan het beeld van misbruik van recht niet wegnemen. Er lijkt hierbij niet steeds sprake te zijn van rechtmatige doelen. Bovendien zegt het niets over zijn bedoelingen bij de overige (vele) verzoeken. In elk geval kan dit niet rechtvaardigen dat [gedaagde] buitensporig vaak per maand contact met de ISD zoekt. Het feit dat eerdere WOB-verzoeken zijn gehonoreerd door aan [gedaagde] op 27 maart 2018 alles uit zijn dossier te overhandigen, vormt geen aanwijzing voor de stelling dat de talrijke andere verzoeken van [gedaagde] niet misbruikelijk waren.

(...)

Volgens het hof is het door de voorzieningenrechter opgelegde contactverbod nog steeds noodzakelijk en proportioneel vanwege het volgende:

Twee contactmomenten per maand met de ISD, uitgezonderd bezwaar tegen een voor bezwaar vatbaar besluit, komt het hof ruim voldoende voor voor iemand die alleen vanwege de verleende financiële bijstand in contact met de JSD moet kunnen treden om verzoeken en aanvragen te doen, klachten in te dienen of in gebreke te stellen. Bijzondere omstandigheden die de situatie van [gedaagde] anders zouden maken dan wat normaliter voldoende is, zijn niet naar voren gekomen. Daarbij neemt het hof mede in aanmerking dat [gedaagde] ook niet concreet heeft gemaakt welk reëel aantal maandelijkse contactmomenten voor hem wel werkbaar zou zijn. Het hof merkt op dat van het door de voorzieningenrechter opgelegde verbod uitdrukkelijk is uitgesloten - zoals beide partijen ook zo hebben begrepen - het richten tot de ISD "vanwege voor bezwaar vatbare beschikkingen" en het voldoen aan wettelijke verplichtingen. [gedaagde] kan dus (naast de twee contacten per maand) door de JSD gevraagde gegevens overleggen en bezwaar indienen tegen de zojuist genoemde besluiten van de ISD en het opgelegde verbod staat ook niet in de weg aan toegang tot de rechter wanneer [gedaagde] in beroep wil gaan tegen een beslissing op zo'n voor bezwaar vatbaar besluit.

Het verbod van de voorzieningenrechter laat aan [gedaagde] de mogelijkheid open om twee keer per maand contact met de ISD te zoeken. Hij mag dus twee keer per maand een brief. verzoek, aanvraag of ingebrekestelling aan de ISD ter behandeling geven. Dat de JSD (ook) die sinds 10 september 2019 niet meer wil behandelen en dus verder gaat dan het in vonnis opgelegde verbod, maakt niet dat dat opgelegde verbod een disproportionele reikwijdte heeft."

Tegen het arrest is geen rechtsmiddel ingesteld.

3. Het geschil

ISO vordert, zakelijk weergegeven:

I. [gedaagde] te verbieden om - binnen 24 uur na de betekening van het te wijzen vonnis - zich per kalendermaand, gedurende een aaneengesloten periode van drie jaar, meer dan twee keer, met brieven faxen en e-mails, of op welke wijze dan ook (SMS, telefonisch, balie etc.) tot ISO en/of haar medewerkers of andere organen of instellingen die zich vanwege de in artikel 4 van de Wet openbaarheid van bestuur ('WOB') en/of andere wettelijke bepalingen opgenomen doorzendplicht moeten wenden, te wenden, waarbij de correspondentie niet meer dan één aanvraag, bezwaar, klacht of herzieningsverzoek mag bevatten of niet mag zien op meer dan één procedure naar aanleiding van een dergelijke aanvraag, bezwaar, klacht of herzieningsverzoek, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,-- voor iedere overtreding daarvan, tot een maximum van € 5.000,--;

II. te bepalen dat, indien [gedaagde] voormeld verbod blijft overtreden en hij het maximum aan dwangsommen heeft verbeurd, het te wijzen vonnis uitvoerbaar is bij lijfsdwang voor de duur van één dag, voor iedere keer dat hij het verbod overtreedt, tot een maximum van één jaar;

een en ander met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

Daartoe voert ISO - samengevat - het volgende aan.

Ondanks het - door het gerechtshof Den Haag bekrachtigde - kort gedingvonnis van 7 februari 2019 is [gedaagde] blijven volharden in zijn, bij dat vonnis verboden, gedrag. Inmiddels staat het aantal werkprocessen op zijn naam op 1471. Hiervan is het aantal alleen dit jaar al toegenomen met 595. Bovendien heeft [gedaagde] tegen iedere medewerker van ISO, met wie hij in contact kwam, minstens één klacht ingediend en benadert hij sommige bestuurders van ISO in de privésfeer. De overbelasting door het gedrag van [gedaagde] , wat tot schade leidt bij ISO, heeft zich dus - ondanks het vonnis - onverminderd voortgezet. Als gevolg hiervan is het maximum van de door [gedaagde] verbeurde dwangsommen van

€ 25.000,-- bereikt, welk bedrag inmiddels is opgeëist. ISO heeft ook al executoriaal beslag laten leggen op de woning van [gedaagde] , welke executie vervolgens is overgenomen door de hypotheekbank in verband met een ontstane achterstand in de betalingsverplichtingen uit hoofde van de op de woning rustende hypothecaire geldlening. Gelet op een en ander, waaruit volgt dat [gedaagde] complete maling heeft aan het hem opgelegde verbod, resteert ISO niets anders dan te verlangen dat het verbod andermaal wordt opgelegd aan [gedaagde] op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,-- voor iedere keer dat het verbod wordt overtreden, met een maximum van€ 5.000,-- en dat - voor zover [gedaagde] ook dan op de oude voet blijft doorgaan met zijn onrechtmatige handelen jegens ISO - na het bereiken van dat nieuwe maximum lijfsdwang mag worden toegepast.

[gedaagde] voert verweer, dat - voor zover nodig- hierna zal worden besproken.

4. De beoordeling van het geschil

Vooropgesteld wordt dat het kort gedingvonnis van 7 februari 2019 nog steeds van kracht is, in die zin dat de daarin bepaalde termijn van twee jaar waarin [gedaagde] ISD niet mag benaderen nog niet is verstreken.

Op grond van de processtukken en het verhandelde ter zitting gaat de voorzieningenrechter ervan uit dat [gedaagde] - na het uitvoerbaar bij voorraad verklaarde vonnis 7 februari 2019 en het daarin aan hem opgelegde verbod - na verloop van enige tijd

onverdroten is doorgegaan met het benaderen van ISO. In dat verband heeft ISO gesteld dat ten tijde van het kort geding, dat heeft geleid tot voormeld vonnis, 524 werkprocessen op naam van [gedaagde] stonden, welk aantal in oktober 2019 iets was teruggelopen tot 424. Daarna liep het aantal volgens ISO weer snel en fors op: ten tijde van het pleidooi bij het gerechtshof (24 januari 2020): ruim 800, op 5 februari 2020: 987 en op 12 augustus 2020: 1471. [gedaagde] heeft deze aantallen weliswaar betwist, maar hieraan moet worden voorbijgegaan, nu hij dat verweer niet (genoegzaam) heeft onderbouwd. Van hem had hoe dan ook mogen worden verwacht hoe vaak hij zijns inziens na de betekening van het kort gedingvonnis contact heeft gezocht met ISO, wat hij (dus) heeft nagelaten. Gelet hierop moet in dit kort geding worden uitgegaan van de juistheid van de door ISO gestelde aantallen.

Op grond van het voorgaande moet in ieder als niet (voldoende) weersproken worden aangenomen dat het aantal contacten van [gedaagde] met ISO aanzienlijk meer bedroeg dan hem op grond van het kort gedingvonnis was toegestaan. [gedaagde] heeft niet onderbouwd dat deze allemaal zijn uitgesloten van het hem opgelegde verbod (vanwege voor bezwaar vatbare beschikkingen en het voldoen aan wettelijke verplichtingen). Hieraan doet niet af dat de bestuursrechter in een aantal procedures heeft geoordeeld dat [gedaagde] geen misbruik heeft gemaakt van bevoegdheid c.q. (proces)recht door (hoger) beroep in te stellen. Dit is onvoldoende om aan te nemen dat de talrijke andere zaken niet misbruikelijk waren.

Het komt er derhalve op neer dat de situatie zoals overwogen in het arrest van 25 februari 2020 en hiervoor geciteerd onder 2.3 nog steeds actueel is.

Voorts moet op grond van het bovenstaande voor juist worden gehouden de stelling van ISO dat [gedaagde] door zijn gedragingen het in het vonnis van 7 februari 2019 bepaalde maximum aan dwangsommen(€ 25.000,--) is verbeurd.

Nu [gedaagde] zich klaarblijkelijk - ondanks de daaraan verbonden dwangsom - niets gelegen laat liggen aan het hem opgelegde contactverbod en de dwangsommen inmiddels zijn 'volgelopen', acht de voorzieningenrechter het aangewezen om het contactverbod te versterken met een (nieuwe/extra) dwangsombepaling, in die zin dat [gedaagde] een dwangsom van € 500,-- verbeurt voor elke keer dat hij het hem in het vonnis van 7 februari 2019 opgelegde verbod overtreedt na 24 uur na de betekening van dit vonnis, met een maximum van € 5.000,--. Voor zover [gedaagde] ook dit maximum aan dwangsommen verbeurt, zal het vonnis van 7 februari 2019 uitvoerbaar bij lijfsdwang worden verklaard op de wijze zoals door ISO gevorderd. Dit laatste is weliswaar een ultimum remedium, maar daar is de situatie dan ook naar. Minder vergaande dwangmiddelen zijn dan immers onvoldoende gebleken.

Aangezien.- zoals hiervoor onder 4.1 al overwogen - de in het vonnis van 7 februari 2019 bepaalde tweejaarstermijn nog niet is verstreken, bestaat er vooralsnog geen aanleiding om thans een nieuwe termijn te bepalen. Mede nu niet kan worden uitgesloten dat [gedaagde] als gevolg van dit vonnis tot inkeer komt.

[gedaagde] zal, als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit geding.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

verbiedt [gedaagde] om, vanaf 24 uur na de betekening van dit vonnis, gedurende het restant van de in het tussen partijen op 7 februari 2019 uitgesproken kort gedingvonnis, met zaak- en rolnummer C/09/560634 / KG ZA 18-1001, bepaalde termijn van twee jaar per kalendermaand meer dan twee brieven, faxen en e-mails of op welke wijze dan ook (SMS, telefonisch, balie etc.) te richten tot ISO en/of haar medewerkers of andere organen of instellingen die zich vanwege de in art. 4 WOB en/of andere wettelijke bepalingen opgenomen doorzendplicht moeten wenden tot ISO, daarbij uitdrukkelijk voor bezwaar vatbare beschikkingen en het voldoen aan wettelijke verplichtingen niet inbegrepen, waarbij de betreffende correspondentie niet meer dan één aanvraag, bezwaar, klacht of herzieningsverzoek mag bevatten en niet mag zien op meer dan één procedure naar aanleiding van een dergelijke aanvraag, bezwaar, klacht of herzieningsverzoek, zulks op verbeurte van een dwangsom van € 500,-- voor elke keer dat dit verbod wordt overtreden, met een maximum van€ 5.000,--;

bepaalt dat - voor zover [gedaagde] het hem in voormeld vonnis opgelegde verbod na 24 uur na de betekening van dit vonnis blijft overtreden en hij, als gevolg daarvan, het maximum aan dwangsommen heeft verbeurd - het onder 5.1 vermelde kort gedingvonnis van 7 februari 2019 uitvoerbaar is bij lijfsdwang voor de duur van één dag voor iedere keer dat [gedaagde] het verbod overtreedt tot een maximum van één jaar;

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van dit geding, tot dusverre aan de zijde van ISO begroot op€ 1.721,09, waarvan€ 980,-- aan salaris advocaat,€ 656,-- aan griffierecht;

€ 83,38 aan dagvaardingskosten, in voorkomende gevallen te vermeerderen met btw, en

€ 1,71 aan verschotten;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.P. van Ham en in het openbaar uitgesproken op 31 augustus 2020.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand